Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6742

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
10/661136-16 en 10/741094-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de oplichting van meerdere, veelal minderjarige, meisjes waarbij hij zich in het e-mailverkeer alsmede in het contact via social media heeft voorgedaan als modellenscout van een modellenbureau. Op deze manier heeft hij (naakt)foto’s van de meisjes verkregen. De verdachte heeft daarbij ook gedreigd met het openbaar maken van de verkregen naaktfoto’s. Door de handelswijze van de verdachte zijn meerdere slachtoffers gedupeerd. De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Nadat verdachte geschorst was uit voorlopige hechtenis, is hij doorgegaan met het plegen van deze feiten.

Aan de verdachte is opgelegd een jeugddetentie van 365 dagen waarvan 114 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Tevens is een maatregel tot beperking van de vrijheid opgelegd voor de duur van één jaar, inhoudende dat hij met de meisjes op geen enkele wijze contact mag hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/661136-16 en 10/741094-17

Datum uitspraak: 31 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1999,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt te Spijkenisse,

raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 6 juni 2017 en 17 augustus 2017 (zulks op de voet van artikel 499 in verbinding met artikel 377, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering). De zaak is inhoudelijk behandeld op 17 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding met het parketnummer 10/661136-16. Aan de verdachte is eveneens ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding met het parketnummer 10/741094-17, zoals deze op de terechtzitting van 17 augustus 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.H.M. Jager-Huiskens heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 primair ten laste gelegde met het parketnummer 10/661136-16;

  • -

    vrijspraak van het onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde met het parketnummer 10/741094-17;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde met het parketnummer 10/661136-16;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde met het parketnummer 10/741094-17;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 255 dagen met aftrek
    van voorarrest;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte dient mee te werken aan ITB Harde Kern met elektronisch toezicht, dat de veroordeelde dient mee te werken aan behandeling bij jeugd-FACT team en dat de verdachte dient mee te werken aan controle van gegevensdragers;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;

  • -

    oplegging van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat verdachte wordt bevolen zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001), [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] 2002), [naam slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer 3] 1999), [naam slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum slachtoffer 4] 2001), [naam slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum slachtoffer 5] 2000), [naam slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003), [naam slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7] 1999), [naam slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999), [naam slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum slachtoffer 9] 2001), [naam slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum slachtoffer 10] 2002), [naam slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum slachtoffer 11] 2000), [naam slachtoffer 12] (geboren [geboortedatum slachtoffer 12] 2000), [naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000), [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14] 2000), [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000), [naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999), [naam slachtoffer 17] ( [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) en [naam slachtoffer 18] ( [geboortedatum slachtoffer 18] 1998), gedurende een jaar na heden en dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van 14 dagen, met een totale duur van ten hoogste 60 dagen.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/661136-16 en de onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde feiten met het parketnummer 10/741094-17 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 4 ten laste gelegde met het parketnummer 10/661136-16 is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering

4.3.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de uit de Verenigde Staten ontvangen gebruikersgegevens naar aanleiding van het rechtshulpverzoek waarvan gerelateerd is in het proces-verbaal van brigadier [naam brigadier] van 16 augustus 2017 niet tot het bewijs mogen worden gebruikt. Deze gegevens en het proces-verbaal zijn pas de dag voor de terechtzitting beschikbaar gekomen waardoor de raadsman dit niet met zijn cliënt heeft kunnen bespreken. Daarnaast had de raadsman nog graag zelf een deskundige willen inschakelen om hem te helpen bij deze gegevens uit de Verenigde Staten. Deze gegevens en het proces-verbaal dienen daarom uitgesloten te worden van het bewijs.

4.3.2.

Beoordeling

De bedoelde gegevens en het proces-verbaal zijn een dag voor de zitting beschikbaar gekomen voor de rechtbank en de raadsman. Dat is laat, maar niet te laat, omdat zowel de rechtbank als de raadsman voor de zitting kennis hebben genomen van deze stukken.

Aan het begin van de behandeling ter terechtzitting heeft de rechtbank de raadsman de gelegenheid geboden om deze gegevens en het proces-verbaal met de verdachte te bespreken. De raadsman heeft hier geen gebruik van willen maken. De raadsman kan er dan niet bij pleidooi een terecht beroep op doen, dat deze gegevens niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat hij deze gegevens niet met de verdachte heeft kunnen bespreken.

Op dat moment heeft de raadsman ook niet verzocht om aanhouding van de zaak, zodat hij zelf nog een deskundige had kunnen inschakelen. Daarbij komt, dat de rechtbank ambtshalve ir. E.J. van Eijk (als forensisch wetenschapper verbonden aan het NFI) als getuige-deskundige ter terechtzitting heeft opgeroepen. Ir. van Eijk is ter terechtzitting als getuige-deskundige verschenen. Ter terechtzitting heeft de raadsman al zijn vragen aan deze getuige-deskundige kunnen stellen.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de gebruikersgegevens en het naar aanleiding daarvan opgemaakte proces-verbaal wel voor het bewijs mogen worden gebruikt.

4.4.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd, dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle aan hem tenlastegelegde feiten, omdat hij zich niet heeft uitgegeven als “” [naam] ”. Tijdens zijn eerste detentie heeft een ander zich uitgegeven als “ [naam] ”. Ook daaruit blijkt, dat hij niet “ [naam] is.

De rechtbank is van oordeel, dat de verdachte degene is, die zich heeft voorgedaan als “ [naam] ”, een scout van het modellenbureau Elite models. De rechtbank baseert dat op de volgende feiten en omstandigheden:

Diverse meisjes hebben melding gedaan, dat zij op social media waren benaderd door ene [naam] , scout bij Elite Models met de vraag of zij wat foto’s wilden versturen. Als bevestiging dat zij benaderd waren door Elite Models werd er een email gestuurd met het emailadres [naam emailadres 1] . De meisjes hebben van zichzelf foto’s verstuurd naar [naam] , sommigen ook naaktfoto’s.

[naam] zou gebruik maken van de emailadressen:

[naam emailadres 2] .

[naam emailadres 3]

Nadat de meisjes dit hadden gemeld bij het echte modellenbureau Elite Models, heeft Elite Models meegedeeld, dat hun naam door iemand wordt misbruikt.

De politie heeft op 2 juni 2016 een email gestuurd aan één van de vermelde emailadressen. De email werd geopend op het IP-adres: [IP-adres] Dit adres is gekoppeld aan het adres [adres delict 1] in Berkel en Rodenrijs, het adres van de verdachte en zijn ouders. De ter terechtzitting verschenen getuige-deskundige ir. Van Eijk heeft desgevraagd verklaard, dat een IP-adres gekoppeld is aan het adres van een huis of bedrijf en dat als berichten verzonden zijn vanaf een IP-adres, dat bericht moet zijn verzonden door iemand, die zich bevindt in of in de zeer dichte nabijheid van dat adres. De verdachte is op 7 juni 2016 aangehouden, de woning aan de [adres delict 1] te Berkel en Rodenrijs is onderzocht, er zijn drie telefoons, een computer, een laptop en vier usb-sticks in beslaggenomen. Na onderzoek bleek op de inbeslaggenomen Samsung (beslagcode [code] ) de naam van verdachte en het emailadres [naam emailadres 2] en [naam emailadres 1] . Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat het de verdachte is geweest, die zich heeft voorgedaan als “ [naam] ”.

De verdachte heeft aangevoerd, dat hij “ [naam] ” niet kan zijn, omdat iemand anders zich tijdens zijn detentie heeft voorgedaan als “ [naam] ”. Dat blijkt volgens de verdachte uit de verklaring van [naam vriendin verdachte] , een vriendin van de verdachte en tevens de dochter van een vriendin van zijn moeder. Zij heeft bij de politie verklaard, dat zij ook is benaderd door [naam] . Op haar telefoon is inderdaad een app-bericht aangetroffen gedateerd op 2 juli 2016, waarin aan haar wordt gevraagd: “heb je geen interesse?””. Op deze datum zat de verdachte gedetineerd. Echter, na onderzoek is gebleken, dat op 2 juli 2016 is ingelogd op het account met gebruikmaking van het ip-adres [IP-adres] , het ipadres, dat is gekoppeld aan het woonadres van de verdachte en zijn ouders. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn, dan dat dit bericht is verzonden vanaf het woonadres van de verdachte door een bekende van de verdachte. De rechtbank is van oordeel, dat dat door een bekende van de verdachte gedaan moet zijn om hem vrij te pleiten. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onaannemelijk, dat met betrekking tot de ten laste gelegde feiten een andere persoon dan de verdachte zich heeft voorgedaan als [naam] .

Nadat de verdachte op 4 augustus 2016 geschorst was, ontving het team bestrijding kinderporno Rotterdam wederom zeven meldingen van Elite Models, dat een persoon zich noemende [naam] zich voordoet als scout van Elite Models. Elite Models was benaderd door meisjes en ouders met de mededeling dat een persoon genoemd [naam] met instagramaccount [naam instagramaccount] zich voordoet als scout van Elite Models, Ook nu werden er bevestigingsmails gestuurd van het emailadres: [naam emailadres 1] . De verdachte is wederom aangehouden, nu op 21 februari 2017. Zijn telefoon Huawei en laptop van het merk Lenovo zijn inbeslaggenomen en onderzocht. Op deze gegevensdragers zijn foto’s aangetroffen van de meisjes als genoemd in de tenlastelegging 10/741094-17.

De verdachte heeft aangevoerd, dat hij deze meisjes niet zelf heeft benaderd, maar dat hij op een gegeven moment digitaal is benaderd door een onbekende man en dat hij allerlei codes moest opschrijven. Dit heeft de verdachte toen gedaan en zo zijn de foto’s en filmpjes op zijn gegevensdragers terecht gekomen. Voorts heeft hij aangegeven dat de foto’s en films op zijn gegevensdragers terecht zijn gekomen door de site “ [naam internetsite] ” en door de app “ [naam applicatie] .” De politie heeft hiernaar onderzoek gedaan. Op de gegevensdragers van de verdachte zijn geen gegevens van een anonieme man gevonden. De site “ [naam internetsite] ” bestaat niet.

De app “ [naam applicatie] ” bestaat wel, maar kan niet worden gebruikt voor het inzichtelijk maken van een extern emailaccount. Deze laatste conclusie is door getuige-deskundige ir. Van Eijk ter terechtzitting bevestigd.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 5 en 6 primair ten laste gelegde met het parketnummer 10/661136-16 en het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde met het parketnummer 10/741094-17 heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde met het parketnummer 10/661136-16 heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

10/661136-16

1.

(Zaak Kinderpornografie)

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 01 januari 2015 tot en met 07 juni 2016,

in Nederland

meermalen, afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en (een) video('s) en (een)

film(s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

in bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (onder meer) bestonden uit:

het betasten en/of aanraken van de borsten van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt met (een)

vinger(s)/hand(en),

en/of

het betasten en/of aanraken van de borsten van (een) (ander) perso(o)n(en) met

(een) vinger(s)/hand(en) door (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt

(bestandsnaam [naam bestand 1] )

en

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij die

perso(o)n(en) gekleed zijn/is en/of opgemaakt zijn/is en/of poseren/poseert in

een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij

hun haar leeftijd past

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

foto's/film(s) nadrukkelijk de borsten en/of billen en/of vagina van die

perso(o)n(en) in beeld wordt gebracht

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [naam bestand 2] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

(Zaak [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] , [naam slachtoffer 5] , [naam slachtoffer 6] , [naam slachtoffer 7] , [naam slachtoffer 8] ,

[naam slachtoffer 9] , [naam slachtoffer 10] )

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 01 april 2016 tot en met 07 juni 2016

in Nederland,

meermalen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door

listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) en [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2]

2002) en [naam slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer 3] 1999) en [naam slachtoffer 4] (geboren

[geboortedatum slachtoffer 4] 2001) en [naam slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum slachtoffer 5] 2000) en [naam slachtoffer 6]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003) en [naam slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7] 1999) en

[naam slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999) en [naam slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum slachtoffer 9]

2001) en [naam slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum slachtoffer 10] 2002),

heeft bewogen tot het ter beschikking stellen

van gegevens, te weten (een) (naakt)foto('s) en/of (naakt)video('s), door

- zich voor te doen als [naam] , zijnde een model en modellenscout werkzaam

bij Elite Models, en

- vervolgensin die valse hoedanigheid voornoemde personen via

social media, te benaderen en aan die personen doen

voorkomen alsof zij in aanmerking zouden komen voor een fotoshoot en/of een

contract bij Elite Models, en

- vervolgens die personen te vragen om, in het kader van een zogenaamde

selectie / pre-scouting, (naakt)foto's en/of (naakt)video('s) van zichzelf te

maken en naar haar, [naam] , zijnde verdachte en voornoemde modellenscout,

te sturen;

3.

(Zaak [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 4] , [naam slachtoffer 5] , [naam slachtoffer 6] , [naam slachtoffer 8] )

Subsidiair:

hij tijdstippen, gelegen in de periode van 15 april 2016 tot en met 07 juni 2016

in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

meermalen [naam slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) en [naam slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] 2002) en [naam slachtoffer 4]

( [geboortedatum slachtoffer 4] 2001) en [naam slachtoffer 5] ( [geboortedatum slachtoffer 5] 2000) en [naam slachtoffer 6]

( [geboortedatum slachtoffer 6] 2003) en [naam slachtoffer 8] ( [geboortedatum slachtoffer 8] 1999)

door bedreiging met enige andere feitelijkheid wederrechtelijk te dwingen iets te doen, , te weten het maken en versturen van naaktfoto's aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde personen mede te delen - zakelijk weergegeven

- dat als zij geen naaktfoto's van zichzelf aan hem, verdachte, zouden

sturen, hij de naaktfoto's van die personen, die in zijn, verdachtes

bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet

plaatsen en aldus openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(Zaak [naam slachtoffer 11] )

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 01 januari 2015 tot en met 30 juni 2015

te Rotterdam,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon

(met verscheidene toepassingen, waaronder een (digitale) camera)waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [naam slachtoffer 11] ,

aanwezig op een andere niet voor het publiek toegankelijke

plaats, te weten een klaslokaal van het

[naam school] , compromitterende afbeeldingen heeft vervaardigd;

5.

(Zaak [naam slachtoffer 12] )

hij in de periode van 01 mei 2015 tot en met 31 mei 2015 te Rotterdam,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon

(met verscheidene toepassingen, waaronder een (digitale) camera), waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [naam slachtoffer 12] , aanwezig

in een woning, te weten een recreatiewoning, compromitterende afbeeldingen heeft

vervaardigd;

6.

(Parketnummer 074475-16)

hij op 31 december 2014 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk (zwaar en/of

illegaal) vuurwerk (te weten een nitraat) aan te steken en tot ontbranding

te brengen en vervolgens dat aangestoken stuk vuurwerk, door de

brievenbus van de woning gelegen aan de [adres delict 2] (onder meer bewoond door

[naam slachtoffer 19] ) (de woning in) te gooien en in de brievenbus van

die woning te steken, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor in die woning aanwezige personen, en gemeen gevaar voor genoemde woning en de

zich in die woning bevindende goederen,

te duchten was;

741094-17

1.

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 4 augustus 2016 tot en met 21 februari 2017,

in Nederland

meermalen afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en (een) video('s) en (een)

film(s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

in bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (onder meer) bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij die

perso(o)n(en) gekleed zijn/is en/of opgemaakt zijn/is en/of poseren/poseert in

een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij

hun haar leeftijd past

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

foto's/film(s) nadrukkelijk de borsten en/of billen en/of vagina van die

perso(o)n(en) in beeld wordt gebracht

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

[bestandsnaam [naam bestand 3] ]

[ [naam bestand 4] ]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

(Zaak [naam slachtoffer 13] , [naam slachtoffer 14] , [naam slachtoffer 15] , [naam slachtoffer 16] , [naam slachtoffer 17] , [naam slachtoffer 18] )

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 4 augustus 2016 tot en met 21 februari 2017

in Nederland

meermalen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door

listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000) en [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14]

2000) en [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000) en [naam slachtoffer 16]

(geboren 29 juli 1999) en [naam slachtoffer 17] (geboren [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) en

[naam slachtoffer 18] (geboren [geboortedatum slachtoffer 18] 1998)

heeft bewogen tot het ter beschikking stellen

van gegevens, te weten (een) (naakt)foto('s) en/of (naakt)video('s), door

- zich voor te doen als [naam] , zijnde een model en modellenscout werkzaam

bij Elite Models, en

- vervolgens in die valse hoedanigheid voornoemde personen via

social media, te benaderen en aan die personen doen

voorkomen alsof zij in aanmerking zouden komen voor een fotoshoot en/of een

contract bij Elite Models, en

- vervolgens die personen te vragen om, in het kader van een zogenaamde

selectie / pre-scouting, (naakt)foto's en/of (naakt)video('s) van zichzelf te

maken en naar haar, [naam] , zijnde verdachte en voornoemde modellenscout,

te sturen;

3.

(Zaak [naam slachtoffer 16] )

Subsidiair:

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 27 oktober 2016 tot en met 21 februari 2017

in Nederland

meermalen, [naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999)

door bedreiging met enige andere feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen te weten het maken en versturen van naaktfoto's aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde [naam slachtoffer 16] mede te delen - zakelijk weergegeven -

dat als zij geen naaktfoto's van zichzelf aan hem, verdachte, zou sturen,

hij de naaktfoto's van die [naam slachtoffer 16] , die in zijn, verdachtes , bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet zou plaatsen en aldus openbaar zou maken;

4.

(Zaak [naam slachtoffer 13] , [naam slachtoffer 14] , [naam slachtoffer 15] , [naam slachtoffer 17] )

Subsidiair:

hij op tijdstippen, gelegen in de periode van 01 september 2016 tot en met 21 februari 2017

in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

meermalen [naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000) en [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14]

2000) en [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000) en [naam slachtoffer 17] (geboren [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) door bedreiging met enige andere feitelijkheid wederrechtelijk te dwingen iets te doen te weten het maken en versturen van naaktfoto's aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde personen mede te delen - zakelijk weergegeven

- dat als zij geen naaktfoto's van zichzelf aan hem, verdachte, zouden

sturen, hij de naaktfoto's van die personen, die in zijn, verdachtes

bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet plaatsen en aldus openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

10/661136-16

1.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit gehad, terwijl van het plegen van dit misdrijf gewoonte wordt gemaakt

2.

oplichting, meermalen gepleegd

3. subsidiair

poging tot een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd

4.

gebruik maken van een technisch hulmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen

5.

gebruik maken van een technisch hulmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen

6. primair

medeplegen van een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan zwaar lichamelijk letsel voor anderen en gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

10/741094-17

1.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit gehad, terwijl van het plegen van dit misdrijf gewoonte wordt gemaakt

2.

oplichting, meermalen gepleegd

3. subsidiair

een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd

4. subsidiair

poging tot een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt het in bezit hebben van kinderporno.

Het via internet verzamelen en in bezit houden van kinderporno is moreel buitengewoon verwerpelijk en maatschappelijk zeer ongewenst, omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen op zeer grove wijze seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de minderjarigen die aan de productie van kinderporno en het daarmee gepaard gaande seksuele misbruik worden blootgesteld ernstige psychische schade op. Daarbij is het een gegeven dat kinderpornografisch materiaal op internet circuleert, hetgeen betekent dat de in de desbetreffende kinderpornografische beelden betrokken kinderen tot in lengte van jaren slachtoffer kunnen blijven. Verdachte heeft bij dit grove seksuele misbruik kennelijk niet stilgestaan en zich slechts bekommerd om zijn eigen behoeftebevrediging.

De verdachte heeft zich naast het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal schuldig gemaakt aan de oplichting van meerdere meisjes waarbij hij zich heeft voorgedaan als modellenscout. De verdachte heeft daarbij ook gedreigd met het openbaar maken van de verkregen naaktfoto’s.

De verdachte heeft zich in het e-mailverkeer alsmede in het contact via social media tussen hem en de slachtoffers voor gedaan als een betrouwbare modellenscout. Hij heeft zich voorgedaan als [naam] , een meisje van dezelfde leeftijd als de slachtoffers, die door het modellenbureau Elite Models in dienst was genomen om andere meisjes te scouten. Hij heeft de slachtoffers via social media benaderd en ook vanaf een zelfgecreëerd emailadres [naam emailadres 1] . Met dit emailadres bevestigde de verdachte namens Elite Models dat de slachtoffers door [naam] waren gescout. Op deze wijze deed de verdachte nog meer de schijn opwekken dat de slachtoffers te maken hadden met Elite Models. De slachtoffers hadden echt het idee dat zij met een modellenscout aan het praten waren en dat zij kans maakten op een modellencontract. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het door die personen in hem gestelde vertrouwen met als kennelijk doel eigen gewin. Door de handelwijze van de verdachte zijn meerdere slachtoffers gedupeerd. Zo blijkt ook uit de verschillende slachtofferverklaringen. Bovendien heeft de verdachte door zijn handelwijze het vertrouwen in het modellenbureau Elite Models en het vertrouwen in social media in het algemeen schade toegebracht, temeer nu het modellenbureau Elite Models bekend staat als een goed en betrouwbaar modellenbureau.

Ondanks dat de verdachte al eerder was aangehouden voor deze strafbare feiten is hij tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis ondanks de aan hem gestelde voorwaarden opnieuw begonnen dan wel verder gegaan met het benaderen van minderjarige meisjes. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 juli 2017 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Psychiater drs. H. van der Lugt heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 juli 2017. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

De verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling: een bedreigde persoonlijkheid met narcistische en antisociale trekken. Het recidiverisico is hoog en de verdachte kan het best residentieel behandeld worden. De ouders dienen bij de behandeling te worden betrokken. Geadviseerd wordt, gezien de ernst van de problematiek, het gebrek aan inzicht van de verdachte, de onmacht van het systeem en de onmogelijkheid grip te krijgen op het gedrag, een intensieve behandeling bij de forensische polikliniek van Palier, een Harde Kern Traject met maximale duur, met als juridisch kader een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

Drs. Van der Lugt heeft ter terechtzitting het rapport nader toegelicht.

De verdachte heeft alle kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis. Dit kan echter nog niet gediagnosticeerd worden omdat de verdachte nog niet meerderjarig is. Drs. Van der Lugt is van mening dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel meer passend is gezien de feiten en de persoonlijkheid van de verdachte. De verdachte heeft echter nooit eerder behandeling gehad en voor het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel dienen alle opties doorlopen te zijn. Drs. Van der Lugt is van mening dat de uitvoering van de behandeling in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel lastig zal worden aangezien de verdachte hier niet gemotiveerd voor is. De verdachte ziet niet in dat hij hulp nodig heeft.

Psycholoog drs. I. Snijders heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 28 juli 2017. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van narcistische en antisociale trekken in de persoonlijkheid, waarbij de narcistische trekken voorop staan. Voorts is sprake van ouder-kind relatieproblematiek. De kans op recidive wordt hoog ingeschat. Risicofactoren zijn in het bijzonder het gebrek aan erkenning van de slachtoffers, het niet nemen van verantwoordelijkheid voor zijn handelen en de hoge mate van onverschilligheid. De verdachte heeft zijn intelligentie ingezet om te komen tot zijn daden. Daarbij versterkt de familie de positie van de verdachte om geen verantwoordelijkheid te nemen door hem hierin te steunen. Een intensieve behandeling is geïndiceerd om de tekorten in de persoonlijkheidsontwikkeling aan te vullen en een herhaling van het delictgedrag te voorkomen. Daarbinnen zou de behandeling van de narcistische

en antisociale trekken centraal moeten staan, bestaande uit onder meer psycho-educatie, bevorderen van gezonde sociale relatievorming waarbij de verdachte zich bewust is van krenking, onderliggende onzekerheden en de invloed van emoties op zijn keuzes en gedrag, bespreken van het delictgedrag en het werken aan de onderlinge relaties binnen het gezin. Geadviseerd wordt om behandeling in een ambulant kader op te nemen als bijzondere voorwaarde in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De verdachte komt, ondanks zijn gebrek aan inzicht en motivatie, in aanmerking voor behandeling door het jeugd-FACT team, welke zich zal richten op de persoonlijkheidsproblematiek. De behandeling bestaat enerzijds uit individuele therapie met een GZ-psycholoog of psychotherapeut, en is anderzijds outreachend: indien de verdachte de afspraken niet nakomt, wordt hij actief opgezocht, de ouders worden betrokken bij de behandeling maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de verdachte. Om een en ander nog sterker te waarborgen, wordt geadviseerd een ITB Harde Kern traject te starten waarbij de verdachte zich zal moeten houden aan strakke regels en afspraken en hij geen ruimte krijgt zich hieraan te onttrekken. Op die wijze zouden de schoolgang, de behandelafspraken en de begeleiding door de jeugdreclassering zo lang mogelijk kunnen worden geborgd.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 augustus 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, (hierna: te noemen JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 augustus 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Door de deskundigen is geadviseerd om een (voorwaardelijke) PIJ-maatregel op te leggen. De rechtbank stelt echter vast dat, hoewel sommige van de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de PIJ-maatregel niet eist, gelet op de aard van de gepleegde feiten. De rechtbank zal daarom afzien van het opleggen van een (voorwaardelijke) PIJ-maatregel. De rechtbank is het wel met de deskundigen eens dat de verdachte behandeld dient te worden voor zijn problematiek. De rechtbank zal daarom een deel van de op te leggen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd, waaronder een behandeling door het jeugd-FACT team. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Anders dan is geadviseerd, ziet de rechtbank geen aanleiding de verdachte te verplichten mee te werken aan elektronisch toezicht. Het elektronisch toezicht is volgens JBRR bedoeld om te controleren of de verdachte naar school gaat. Daar is het elektronisch toezicht naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet nodig voor.

Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De verdachte is op 24 juni 2015 als verdachte gehoord in de zaak die onder 6 ten laste is gelegd met het parketnummer 10/661136-16. Dit verhoor van de verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden. Met de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank in de strafmaat rekening houden.

Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van een jaar opgelegd, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers, te weten [naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001), [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] 2002), [naam slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer 3] 1999), [naam slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum slachtoffer 4] 2001), [naam slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum slachtoffer 5] 2000), [naam slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003), [naam slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7] 1999), [naam slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999), [naam slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum slachtoffer 9] 2001), [naam slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum slachtoffer 10] 2002), [naam slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum slachtoffer 11] 2000), [naam slachtoffer 12] (geboren [geboortedatum slachtoffer 12] 2000), [naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000), [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14] 2000), [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000), [naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999), [naam slachtoffer 17] ( [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) en [naam slachtoffer 18] ( [geboortedatum slachtoffer 18] 1998).

Gelet op de rapportages en gelet op de omstandigheid dat de verdachte na zijn schorsing op 4 augustus 2016 zich wederom heeft schuldig gemaakt aan dezelfde strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw zich belastend zal gedragen jegens personen. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen, te weten de Huawei GSM ( [type/serienummer 1] ), de Lenovo thinkpad Notebook ( [type/serienummer 2] ) en de Samsung GSMs ( [type/serienummer 3] , [type/serienummer 4] en [type/serienummer 5] ) te onttrekken aan het verkeer.

8.2.

Beoordeling

De voorwerpen behoren aan de verdachte toe. De bewezen feiten zijn met betrekking tot deze voorwerpen begaan. De voorwerpen zullen anders dan door de officier van justitie is gevorderd niet worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn namelijk niet van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De in beslag genomen goederen zullen wel verbeurd worden verklaard.

9 Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 1] / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] , als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer 1] , wonende te Rotterdam, ter zake van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten met het parketnummer 10/661136-16.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1400,-, waarvan € 400,- aan materiële schade en € 1000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering afgewezen dient te worden. De bijleskosten zijn niet onderbouwd. Ten aanzien van de gevorderde € 1000,- aan immateriële schade is primair bepleit de vordering af te wijzen, subsidiair de vordering te matigen tot € 150,-.

9.3.

Beoordeling

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de materiële schade, te weten de kosten voor de bijlessen, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij heeft de gevorderde kosten niet onderbouwd. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdachte heeft door de oplichting van de benadeelde partij en door haar te bewegen tot het maken van (naakt)foto’s inbreuk gemaakt op het recht op privéleven van de benadeelde partij.

De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 12 mei 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 2] / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] , als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer 2] , wonende te ‘s-Gravenhage, ter zake van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten met het parketnummer 10/661136-16.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2374,56 aan materiële schade en een bedrag van € 2200,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering afgewezen dient te worden. De kosten van de vaderzijn niet een rechtstreeks gevolg voor het slachtoffer van de ten laste gelegde feiten en dienen daarom afgewezen te worden. Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade heeft de raadsman betoogd dat de jurisprudentie waarnaar is verwezen niet een vergelijkbaar geval betreft. Ook het overige deel van de vordering wordt betwist.

10.3.

Beoordeling

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de materiële schade, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan slechts schade vorderen die in rechtstreeks verband staat met de bewezen verklaarde feiten. De gemaakte reiskosten en inkomstenderving van de vader staan niet in rechtstreeks verband met het bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdachte heeft door de oplichting van de benadeelde partij en door haar te bewegen tot het maken van (naakt)foto’s inbreuk gemaakt op het recht op privéleven van de benadeelde partij.

De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 16 mei 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

11 Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 3] / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3] , als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer 13] , wonende te Zaandam, ter zake van de onder 2 en 4 tenlastegelegde feiten met het parketnummer 10/741094-17.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 6.000.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank verstaat de vordering als zijnde een vordering van € 6.000,-.

11.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.000,-, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige verzochte niet-ontvankelijk te worden verklaard.

11.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering dient te worden afgewezen. De vordering is niet onderbouwd.

11.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdachte heeft door de oplichting van de benadeelde partij en door haar te bewegen tot het maken van (naakt)foto’s inbreuk gemaakt op het recht op privéleven van de benadeelde partij.

De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 november 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

12 Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 4] / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 4] , als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer 15] , wonende te Rotterdam, ter zake van de onder 2 en 4 tenlastegelegde feiten met het parketnummer 10/741094-17.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

12.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

12.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering dient te worden afgewezen. De onderbouwing voor de kosten ontbreekt.

12.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdachte heeft door de oplichting van de benadeelde partij en door haar te bewegen tot het maken van (naakt)foto’s inbreuk gemaakt op het recht op privéleven van de benadeelde partij.

De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 5 februari 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

12.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

13 Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 5] / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 5] , wonende te Nieuw-Vennep, ter zake van de onder 2 en 4 tenlastegelegde feiten met het parketnummer 10/741094-17.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 12.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

13.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.000,-, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige verzochte niet-ontvankelijk te worden verklaard.

13.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering dient te worden afgewezen. De vordering is niet onderbouwd.

13.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdachte heeft door de oplichting van de benadeelde partij en door haar te bewegen tot het maken van (naakt)foto’s inbreuk gemaakt op het recht op privéleven van de benadeelde partij.

De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 7 februari 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

13.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

14 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 33b, 36f, 38v, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77we, 77x, 77y, 77z, 77gg, 139f, 157, 240b, 284 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

15 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

16 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/661136-16 en de onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde feiten met het parketnummer 10/741094-17 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/661136-16 en het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/741094-17, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen,

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 114 (honderdveertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op twee jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: jeugdreclassering) te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zijn medewerking verleent aan ITB Harde Kern, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- zijn medewerking verleent aan behandeling door het jeugd-FACT team of een soortgelijke behandeling, zulks ter beoordeling van de jeugdreclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- zijn medewerking verleent aan de controle van gegevensdragers door de jeugdreclassering, ook als dat inhoudt het afgeven van gebruikersnamen en wachtwoorden;

- gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van één jaar, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001), [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] 2002), [naam slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer 3] 1999), [naam slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum slachtoffer 4] 2001), [naam slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum slachtoffer 5] 2000), [naam slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003), [naam slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7] 1999), [naam slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999), [naam slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum slachtoffer 9] 2001), [naam slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum slachtoffer 10] 2002), [naam slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum slachtoffer 11] 2000), [naam slachtoffer 12] (geboren [geboortedatum slachtoffer 12] 2000), [naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000), [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14] 2000), [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000), [naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999), [naam slachtoffer 17] ( [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) en [naam slachtoffer 18] ( [geboortedatum slachtoffer 18] 1998), gedurende een jaar na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van 7 dagen, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

met bevel dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd: de Huawei GSM ( [type/serienummer 1] ), de Lenovo thinkpad Notebook ( [type/serienummer 2] ) en de Samsung GSMs ( [type/serienummer 3] , [type/serienummer 4] en [type/serienummer 5] )

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 18] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. O.E.M. Leinarts, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. M.J.M. Marseille en S. Woudman-Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 augustus 2017.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

10/661136-16

1.

(Parketnummer 661136-16)

(Zaak Kinderpornografie)

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 07 juni 2016,

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Bergschenhoek, gemeente

Lansingerland, en/of Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Capelle aan den

IJssel, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een)

film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te

weten één of meer mobiele telefoon(s),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft vervaardigd en/of verspreid en/of in bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (onder meer) bestonden uit:

het betasten en/of aanraken van de borsten van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt met (een)

vinger(s)/hand(en),

en/of

het betasten en/of aanraken van de borsten van (een) (ander) perso(o)n(en) met

(een) vinger(s)/hand(en) door (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt

(bestandsnaam [naam bestand 1] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij die

perso(o)n(en) gekleed zijn/is en/of opgemaakt zijn/is en/of poseren/poseert in

een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij

hun/zijn/haar leeftijd past

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

foto's/film(s) nadrukkelijk de borsten en/of billen en/of vagina van die

perso(o)n(en) in beeld wordt gebracht

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [naam bestand 2] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

(Parketnummer 661136-16)

(Zaak [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] , [naam slachtoffer 5] , [naam slachtoffer 6] , [naam slachtoffer 7] , [naam slachtoffer 8] ,

[naam slachtoffer 9] , [naam slachtoffer 10] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 01 april 2016 tot en met 07 juni 2016

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Bergschenhoek, gemeente

Lansingerland, en/of Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Capelle aan den

IJssel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) en/of [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2]

2002) en/of [naam slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer 3] 1999) en/of [naam slachtoffer 4] (geboren

[geboortedatum slachtoffer 4] 2001) en/of [naam slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum slachtoffer 5] 2000) en/of [naam slachtoffer 6]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003) en/of [naam slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7] 1999) en/of

[naam slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999) en/of [naam slachtoffer 9] (geboren [geboortedatum slachtoffer 9]

2001) en/of [naam slachtoffer 10] (geboren [geboortedatum slachtoffer 10] 2002),

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen

van gegevens, te weten (een) (naakt)foto('s) en/of (naakt)video('s), door

- zich voor te doen als [naam] , zijnde een model en/of modellenscout werkzaam

bij Elite Models, en/of

- ( vervolgens) (in die valse hoedanigheid) voornoemde perso(o)n(en) via

Instagram, althans social media, te benaderen en/of aan die perso(o)n(en) doen

voorkomen alsof zij in aanmerking zou(den) komen voor een fotoshoot en/of een

contract bij Elite Models, en/of

- ( vervolgens) die perso(o)n(en) te vragen om, in het kader van een zogenaamde

selectie / pre-scouting, (naakt)foto's en/of (naakt)video('s) van zichzelf te

maken en naar haar, [naam] , zijnde verdachte en/of voornoemde modellenscout,

te sturen;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(Parketnummer 661136-16)

(Zaak [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 4] , [naam slachtoffer 5] , [naam slachtoffer 6] , [naam slachtoffer 8] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 15 april 2016 tot en met 07 juni 2016

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Bergschenhoek, gemeente

Lansingerland en/of Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Capelle aan den

IJssel, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim,

[naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) en/of [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2]

2002) en/of [naam slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum slachtoffer 4] 2001) en/of [naam slachtoffer 5] (geboren

[geboortedatum slachtoffer 5] 2000) en/of [naam slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum slachtoffer 6] 2003) en/of [naam slachtoffer 8]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 8] 1999)

te dwingen tot de afgifte van (een) (naakt)foto('s) van voornoemde

perso(o)n(en), geheel of ten dele toebehorende aan die perso(o)n(en), althans

aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s), daartoe aan voornoemde

perso(o)n(en) medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat als zij geen

(naakt)foto('s) van zichzelf aan hem, verdachte, zou(den) sturen, hij de

(naakt)foto('s) van die perso(o)n(en), die in zijn, verdachtes en/of zijn

mededader(s), bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet zou plaatsen

en/of (aldus) openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 318 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 15 april 2016 tot en met 07 juni 2016

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Bergschenhoek, gemeente

Lansingerland en/of Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Capelle aan den

IJssel, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

[naam slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) en/of [naam slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] 2002) en/of [naam slachtoffer 4]

( [geboortedatum slachtoffer 4] 2001) en/of [naam slachtoffer 5] ( [geboortedatum slachtoffer 5] 2000) en/of [naam slachtoffer 6]

( [geboortedatum slachtoffer 6] 2003) en/of [naam slachtoffer 8] ( [geboortedatum slachtoffer 8] 1999)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te

doen of te dulden, te weten het maken en/of versturen van (een) naaktfoto('s)

aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde perso(o)n(en) mede te delen - zakelijk weergegeven

- dat als zij geen (naakt)foto's van zichzelf aan hem, verdachte, zou(den)

sturen, hij de (naakt)foto's van die perso(o)n(en), die in zijn, verdachtes

en/of zijn mededader(s), bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet

plaatsen en/of (aldus) openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

(Parketnummer 661136-16)

(Zaak [naam slachtoffer 11] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 30 juni 2015

te Rotterdam,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon

(met verscheidene toepassingen, waaronder een (digitale) camera), in ieder

geval een apparaat geschikt voor het vervaardigen/maken en het opslaan en

verzenden van (digitale) afbeeldingen,

waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [naam slachtoffer 11] ,

aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke

plaats, te weten een klaslokaal en/of één of meer andere ruimte(s) van het

[naam school] , (een) (compromitterende) afbeelding(en) heeft vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

(Parketnummer 661136-16)

(Zaak [naam slachtoffer 12] )

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2015 tot en met 31 mei 2015

te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon

(met verscheidene toepassingen, waaronder een (digitale) camera), in ieder

geval een apparaat geschikt voor het vervaardigen/maken en het opslaan en

verzenden van (digitale) afbeeldingen,

waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [naam slachtoffer 12] , aanwezig

in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te

weten een recreatiewoning, (een) (compromitterende) afbeelding(en) heeft

vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

(Parketnummer 074475-16)

hij op of omstreeks 31 december 2014

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk (zwaar en/of

illegaal) vuurwerk (te weten een nitraat) aan te steken en/of tot ontbranding

te brengen en/of (vervolgens) dat aangestoken stuk vuurwerk, door/via de

brievenbus van de woning gelegen aan de [adres delict 2] (onder meer bewoond door

[naam slachtoffer 19] ) (de woning in) te gooien/brengen en/of in de brievenbus van

die woning te steken,

terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor in die woning

aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

voor een ander of anderen en/of gemeen gevaar voor genoemde woning en/of de

zich in die woning bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor

goederen,

te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 december 2014

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk een brievenbus en/of één of meer deur(en), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 19] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

741094-17

1.

(Parketnummer 741094-17)

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 22 mei 2016 tot en met 21 februari 2017,

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Rotterdam en/of Zaandam

en/of De Lier en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een)

film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te

weten één of meer mobiele telefoon(s) en/of laptop(s),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft vervaardigd en/of verspreid en/of in bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (onder meer) bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij die

perso(o)n(en) gekleed zijn/is en/of opgemaakt zijn/is en/of poseren/poseert in

een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij

hun/zijn/haar leeftijd past

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

foto's/film(s) nadrukkelijk de borsten en/of billen en/of vagina van die

perso(o)n(en) in beeld wordt gebracht

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

[bestandsnaam [naam bestand 3] ]

[ [naam bestand 4] ]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

(Parketnummer 741094-17)

(Zaak [naam slachtoffer 13] , [naam slachtoffer 14] , [naam slachtoffer 15] , [naam slachtoffer 16] , [naam slachtoffer 17] , [naam slachtoffer 18] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 22 mei 2016 tot en met 21 februari 2017

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Rotterdam en/of Zaandam

en/of De Lier en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000) en/of [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14]

2000) en/of [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000) en/of [naam slachtoffer 16]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999) en/of [naam slachtoffer 17] (geboren [geboortedatum slachtoffer 17] 2001) en/of

[naam slachtoffer 18] (geboren [geboortedatum slachtoffer 18] 1998)

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen

van gegevens, te weten (een) (naakt)foto('s) en/of (naakt)video('s), door

- zich voor te doen als [naam] , zijnde een model en/of modellenscout werkzaam

bij Elite Models, en/of

- ( vervolgens) (in die valse hoedanigheid) voornoemde perso(o)n(en) via

Instagram, althans social media, te benaderen en/of aan die perso(o)n(en) doen

voorkomen alsof zij in aanmerking zou(den) komen voor een fotoshoot en/of een

contract bij Elite Models, en/of

- ( vervolgens) die perso(o)n(en) te vragen om, in het kader van een zogenaamde

selectie / pre-scouting, (naakt)foto's en/of (naakt)video('s) van zichzelf te

maken en naar haar, [naam] , zijnde verdachte en/of voornoemde modellenscout,

te sturen;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(Parketnummer 741094-17)

(Zaak [naam slachtoffer 16] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 27 oktober 2016 tot en met 21 februari 2017

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of De Lier, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim,

[naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999)

heeft gedwongen tot de afgifte van (een) (naakt)foto('s) van voornoemde

[naam slachtoffer 16] , geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 16] , althans aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s), daartoe aan voornoemde

[naam slachtoffer 16] medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat als zij geen (naakt)foto's

van zichzelf aan hem, verdachte, zou sturen, hij de (naakt)foto's van die

[naam slachtoffer 16] , die in zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), bezit waren, zou

verspreiden en/of op het internet zou plaatsen en/of (aldus) openbaar zou

maken;

art 318 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 27 oktober 2016 tot en met 21 februari 2017

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of De Lier, althans in

Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

[naam slachtoffer 16] (geboren [geboortedatum slachtoffer 16] 1999)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet

te doen of te dulden, te weten het maken en/of versturen van (een)

naaktfoto('s) aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde [naam slachtoffer 16] mede te delen - zakelijk weergegeven -

dat als zij geen (naakt)foto's van zichzelf aan hem, verdachte, zou sturen,

hij de (naakt)foto's van die [naam slachtoffer 16] , die in zijn, verdachtes en/of zijn

mededader(s), bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet zou plaatsen

en/of (aldus) openbaar zou maken;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

(Parketnummer 741094-17)

(Zaak [naam slachtoffer 13] , [naam slachtoffer 14] , [naam slachtoffer 15] , [naam slachtoffer 17] )

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 21 februari 2017

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Rotterdam en/of Zaandam

en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim,

[naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000) en/of [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14]

2000) en/of [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000) en/of [naam slachtoffer 17]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 17] 2001),

te dwingen tot de afgifte van (een) (naakt)foto('s) van voornoemde

perso(o)n(en), geheel of ten dele toebehorende aan die perso(o)n(en), althans

aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s), daartoe aan voornoemde

perso(o)n(en) medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat als zij geen

(naakt)foto('s) van zichzelf aan hem, verdachte, zou(den) sturen, hij de

(naakt)foto('s) van die perso(o)n(en), die in zijn, verdachtes en/of zijn

mededader(s), bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet zou plaatsen

en/of (aldus) openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 318 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen), gelegen

in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 21 februari 2017

te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Rotterdam en/of Zaandam

en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

[naam slachtoffer 13] (geboren [geboortedatum slachtoffer 13] 2000) en/of [naam slachtoffer 14] (geboren [geboortedatum slachtoffer 14]

2000) en/of [naam slachtoffer 15] (geboren [geboortedatum slachtoffer 15] 2000) en/of [naam slachtoffer 17]

(geboren [geboortedatum slachtoffer 17] 2001)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te

doen of te dulden, te weten het maken en/of versturen van (een)

(naakt)foto('s) aan hem, verdachte,

door daartoe aan voornoemde perso(o)n(en) mede te delen - zakelijk weergegeven

- dat als zij geen (naakt)foto('s) van zichzelf aan hem, verdachte, zou(den)

sturen, hij de (naakt)foto('s) van die perso(o)n(en), die in zijn, verdachtes

en/of zijn mededader(s), bezit waren, zou verspreiden en/of op het internet

plaatsen en/of (aldus) openbaar zou maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht