Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6550

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
25-08-2017
Zaaknummer
10/711097-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 380 dagen waarvan 35 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden ter zake diefstal met geweld, poging tot diefstal en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/711097-16

Datum uitspraak: 2 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

verblijvende bij [verblijfadres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.A. Castelein heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 (vierhonderdvijftig) dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 105 (honderdvijf) dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 15 juni 2017;

  • -

    de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 4

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zowel door [naam slachtoffer 1] als door [naam slachtoffer 2] is aangifte gedaan van een doodsbedreiging. Naar de mening van de officier van justitie komen deze aangiften overeen en ondersteunen zij elkaar.

4.1.2.

Beoordeling

Aangever [naam slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij de verdachte op agressieve toon in zijn richting hoorde zeggen: “Ik maak je dood”. In het dossier bevindt zich geen ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat deze bedreiging ook daadwerkelijk was gericht tegen aangever [naam slachtoffer 1] .

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van de onder 4 ten laste gelegde bedreiging.

4.1.3.

Conclusie

Het onder 4 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 3

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 3 ten laste gelegde feit, nu de aangifte van [naam slachtoffer 2] niet wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel.

4.2.2.

Beoordeling

Aangever [naam slachtoffer 2] heeft verklaard dat de verdachte uit de Renault van aangever stapte, die hij probeerde te stelen, in zijn richting kwam lopen en tegen aangever [naam slachtoffer 2] zei: “Je moet de auto starten anders maak ik je dood”.

Aangever [naam slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte het portier van de Renault opende en dat [naam slachtoffer 1] daarop samen met [naam slachtoffer 2] in de richting van de winkel is gelopen. Vervolgens zag [naam slachtoffer 1] dat de verdachte uit de Renault stapte en in de richting van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] kwam gelopen en zei: “Ik maak je dood”.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [naam slachtoffer 2] met betrekking tot de bedreiging ondersteund wordt door de verklaring van [naam slachtoffer 1] .

4.2.3.

Conclusie

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, op de openbare weg, de [plaats delict] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel, toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het

  • -

    zich opdringen aan die [naam slachtoffer 2] en

  • -

    trekken aan die sleutel toen die [naam slachtoffer 2] die sleutel in zijn hand vast had en

  • -

    schoppen tegen een been van die [naam slachtoffer 2] en

  • -

    uit de hand van die [naam slachtoffer 2] trekken van die sleutel;

2.

hij op 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto (merk Renault, type Clio, kenteken [kentekennummer] ), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, en die weg te nemen personenauto onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel, tot het gebruik waarvan hij, verdachte onbevoegd en/of niet gerechtigd was,

  • -

    in die auto heeft plaats genomen en

  • -

    doende is geweest/heeft getracht deze auto te starten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: “Je moet de auto starten, anders maak ik je dood”;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De kennelijke verschrijvingen in de bewezen verklaarde tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

2.

poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld van een autosleutel door deze sleutel uit de hand van slachtoffer [naam slachtoffer 2] te trekken en hem daarbij ook een schop tegen het rechter been te geven. Vervolgens heeft de verdachte met deze sleutel gepoogd de auto waarin [naam slachtoffer 2] reed te stelen. Op het moment dat de verdachte het niet voor elkaar kreeg om de auto te starten, heeft hij [naam slachtoffer 2] bedreigd met de dood.

De verdachte heeft er door zijn handelen blijk van gegeven geen respect te hebben voor de persoon van het slachtoffer en diens eigendommen. Met zijn handelen heeft de verdachte gevoelens van angst veroorzaakt bij het slachtoffer en bovendien bijgedragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Verdachte is opgenomen geweest in het Pieter Baan Centrum. Van de observatie is een rapport opgemaakt d.d. 25 juli 2017 door R.J.P. Rijnders, psychiater, en P.E. Geurkink, GZ-psycholoog. Dit rapport houdt het volgende in.

Uit het rapport blijkt dat de verdachte functioneert op licht verstandelijk gehandicapt niveau en dit geldt als een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Voor de verdachte kan het moeilijk zijn in de maatschappij, omdat zijn verbale intelligentie hoger is en hij in de dagelijkse omgang snel zal worden overschat. Voorts heeft de verdachte zijn impulsen niet altijd goed onder controle. Tijdens de observatie in het PBC hebben de psychiater en de psycholoog geen persoonlijkheidsstoornis vast kunnen stellen en is ook niet gebleken dat de verdachte psychotisch is.

De psychiater en de psycholoog nemen aan dat de verdachte in de dagen voor de ten laste gelegde feiten veel stress heeft ervaren, omdat hij geen medicatie had, in zijn auto moest slapen en een beperkte hoeveelheid geld tot zijn beschikking had. Hoewel de psychiater en de psycholoog zich kunnen voorstellen dat het ten laste gelegde volledig aan de verdachte valt toe te rekenen, menen zij dat er ook ruimte aanwezig is hem enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 15 juni 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De reclassering acht gelet op de resultaten van het onderzoek door het PBC alsmede het gegeven dat de verdachte zich bereid toont zich door de reclassering te laten begeleiden, bijzondere voorwaarden uitvoerbaar.

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: meldplicht, ambulante behandelverplichting, een kortdurende klinische opname indien de reclassering dit noodzakelijk acht, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en het vergoeden van de door het strafbare feit veroorzaakte schade. De reclassering adviseert een en ander dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusie van de psychiater en de psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht, omdat de rechtbank dit passend vindt bij de beperkingen die in het rapport zijn beschreven en waarvan moet worden aangenomen dat deze bestonden op het moment van het begaan van de strafbare feiten. Hierop aansluitend volgt uit het rapport verder dat sprake is van een verhoogd recidiverisico op korte en lange termijn.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zonder begeleiding en behandeling wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden, inhoudende een meldplicht, ambulante behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang en het op te leggen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 285, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 380 (driehonderdtachtig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 35 (vijfendertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland regio Rotterdam- Dordrecht, Marconistraat 2 te Rotterdam, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van forensische psychiatrische polikliniek Palier of soortgelijke ambulante forensische zorg, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met voornoemde instelling verantwoord vindt;

3. de veroordeelde zal zich klinisch laten opnemen voor de duur van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

4. de veroordeelde zal verblijven in de instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang de forensische RIBW BAVO Europoort te Rotterdam, of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 augustus 2017.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, op of aan de openbare weg, de [plaats delict] , althans (een) openbare weg(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (auto)sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

  • -

    zich opdringen aan die [naam slachtoffer 2] en/of

  • -

    (met kracht) meermalen, althans eenmaal rukken/trekken aan die sleutel toen die [naam slachtoffer 2] die sleutel in zijn hand(en) vast had en/of

  • -

    (met kracht) schoppen/trappen tegen een been van die [naam slachtoffer 2] en/of

  • -

    (met kracht) uit de hand(en) van die [naam slachtoffer 2] rukken/trekken van die sleutel;

2.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (personen)auto (merk Renault, type Clio, kenteken [kentekennummer] ), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel, tot het gebruik waarvan hij, verdachte onbevoegd en/of niet gerechtigd was,

  • -

    in die auto heeft plaats genomen en/of

  • -

    doende is geweest/heeft getracht deze auto te starten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet de auto starten, anders maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, [naam slachtoffer 1] (meermalen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: “Ik schiet je neer” en/of “Ik maak je dood”, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.