Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:646

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
C/10/492508 / HA ZA 16-28
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Expeditie of vervoer? Bewuste roekeloosheid in de zin van artikel 8:1108 BW niet gebleken. Beroep op beperking van aansprakelijkheid ex artikel 8:1105 BW. Artikel 2 Besluit ter uitvoering van artikel 8:1105 BW. Gewicht van de zaken bij terbeschikkingstelling aan de vervoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/485
NTHR 2017, afl. 2, p. 90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/492508 / HA ZA 16-28

Vonnis van 25 januari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOLID NATURE B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

eiseres,

advocaat mr. E. Jacobs te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEODIS WILSON NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Solid Nature en Geodis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 29 juni 2016 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de zittingsagenda van 29 september 2016;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie gehouden op 24 november 2016 en de daaraan gehechte brief van mr. Jacobs van 10 november 2016 en de spreekaantekeningen van mr. J.W. van Dijk;

  • -

    de brieven van mrs. Jacobs en Van Dijk van 8 december 2016 waarin zij laten weten dat partijen niet tot een regeling zijn gekomen en vonnis wensen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De omschrijving van de activiteiten van Geodis in het uittreksel van de Kamer van Koophandel onder het kopje ‘onderneming’ luidt:

“SBI-code 4941 - Goederenvervoer over de weg (geen verhuizingen)”

De omschrijving van de activiteiten van Geodis in het uittreksel van de Kamer van Koophandel onder het kopje ‘hoofdvestiging’ luidt:

“SBI-code 4941 - Goederenvervoer over de weg (geen verhuizingen). Het uitoefenen van het expeditiebedrijf en het op- en overslagbedrijf, het bemiddelen bij transport, import en export.”

2.2.

Solid Nature handelt in natuursteen.

2.3.

De heer [persoon 1] , in dienst bij Solid Nature, heeft op 23 september 2015 een mailbericht met als onderwerp “Luchtvracht India  Nederland” aan [persoon 2] , in dienst bij Geodis, verstuurd. Dit bericht luidt, voor zover relevant, als volgt:

“Naar aanleiding van ons telefoongesprek stuur ik u deze mail. Ik zou graag een offerte ontvangen voor de volgende land- en luchttransport:

Wanneer:

in de week van 12-16 oktober 2015 pick-up in India. Vervolgens ASAP naar Solid Nature getransporteerd.

Van:

(…)

Madanganj-Kisharangarh

(Distt-ajmer) Rajasthan-305801

India

Naar: Solid Nature B.V.

(…) Aalsmeer

The Netherlands

Type vracht:

Luchtvracht, door-to-door

Inhoud:

17 platen natuursteen in de maten:

(…)

Gewicht ligt rond de 3000-4000 kg.

Ik hoor graag van uw collega’s wat de mogelijkheden en prijzen hiervoor zijn.”

2.4.

[persoon 3] , in dienst bij Geodis, heeft op 28 september 2015 de door [persoon 2] aan haar doorgestuurde mail van [persoon 1] beantwoord. Dit mailbericht luidt, voor zover relevant, als volgt:

“Bijgaand onze offertes voor deze aanvraag. Ik ben uitgegaan van de maten zoals opgegeven, met een gewicht van 4000 kg

1 op basis van AirFast 1-3 dagen en 1 op basis van AirSave 4-7 dagen.

Graag verneem ik of wij de zending voor jullie mogen uitvoeren en zo ja via welke service.”

2.5.

Vervolgens wordt op 28 september 2015 tussen [persoon 1] en [persoon 3] verder gemaild over de aantallen en afmetingen van de kratten (de verpakking van de platen natuursteen) en het exacte gewicht van de platen natuursteen inclusief verpakking.

2.6.

[persoon 1] bericht op 8 oktober 2015 per mail het volgende aan [persoon 3] :

“Beste [persoon 3] ,

Ik zou bij deze graag akkoord willen geven op de luchttransport flight safe van India naar Nederland door-to-door voor donderdag 15 oktober pick-up in India.

Ik ontvang van u graag Sen bevestiging.”

2.7.

De lading steenplaten is tijdens het vervoer per vrachtwagen van Madanganj-Kisharangarh (India) naar de luchthaven van New Delhi van de laadbak gevallen en beschadigd. De steenplaten raakten daarbij zodanig beschadigd dat zij niet meer konden worden gebruikt en niet verder zijn vervoerd.

2.8.

De koopprijs van de steenplaten bedraagt USD 30.759.

3 Het geschil

3.1.

Solid Nature vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Geodis veroordeelt tot betaling van USD 30.759, te vermeerderen met de wettelijke (handels-)rente vanaf 19 oktober 2015 tot aan de dag van volledige betaling, en tot betaling van de kosten van redelijke rechtsbijstand van € 1.190, met veroordeling van Geodis in de proceskosten, inclusief nakosten.

3.2.

Solid Nature legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de volgende stellingen ten grondslag. Solid Nature heeft met Geodis een gecombineerde (weg-/lucht-/weg-)vervoerovereenkomst gesloten. Geodis dan wel haar ondervervoerder heeft de lading overeenkomstig artikel 8:1095 BW in ontvangst genomen maar niet in Aalsmeer afgeleverd. Daarom is Geodis voor de geleden schade aansprakelijk. Geodis kan zich op grond van artikel 8:1108 BW niet beroepen op beperking van haar aansprakelijkheid. De steenplaten zijn niet op een deugdelijke manier vastgezet. Kennelijk heeft Geodis een niet geschikte ondervervoerder ingeschakeld. Geodis had een professionele, ervaren ondervervoerder moeten inschakelen. Door dit na te laten heeft Geodis roekeloos in de zin van artikel 8:1108 BW gehandeld.

Voor zover Geodis zou moeten worden aangemerkt als expediteur dan is Geodis op de voet van artikel 8:63 lid 3 BW de schadevergoeding zelf verschuldigd omdat zij verzuimt gehoor te geven aan herhaalde verzoeken van Solid Nature om informatie over de vervoerovereenkomsten en de keten van ondervervoerders.

3.3.

Geodis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van Solid Nature, met veroordeling van Solid Nature in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten.

3.4.

Geodis voert aan dat de overeenkomst tussen Solid Nature en Geodis kwalificeert als een overeenkomst van expeditie. Geodis betwist dat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen ex artikel 8:63 BW.

Geodis betwist dat sprake is van grove schuld in de selectie van de door haar gecontracteerde Indiase wegvervoerder. Voor zover de rechtbank oordeelt dat Geodis wel als vervoerder met Solid Nature heeft gecontracteeerd, komt Geodis een beroep toe op artikel 8:1105 BW (de limiet van € 3,40 per kg).

3.5.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

toepasselijk recht

4.1.

Partijen zijn het erover eens dat hun rechtsverhouding wordt beheerst door Nederlands recht. Geodis heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland en in Nederland is ook de plaats van aflevering van de lading steenplaten gelegen. Bij gebreke van een rechtskeuze wordt de overeenkomst tussen partijen zowel bij kwalificatie als expeditie-overeenkomst (artikel 1b Rome I-Vo, gewone verblijfplaats dienstverlener) als bij kwalificatie als vervoerovereenkomst (artikel 5 lid 1 Rome I-Vo, gewone verblijfplaats vervoerder en plaats van aflevering) beheerst door Nederlands recht. In dat laatste geval zou het vervoer deels over de weg en deels door de lucht plaatsvinden zodat sprake is van een gecombineerde vervoerovereenkomst en ingevolge artikel 8:41 BW voor ieder deel van het vervoer de op dat deel toepasselijke rechtsregels gelden. De vraag of Geodis jegens Solid Nature aansprakelijk is voor de gestelde schade tijdens het (binnenlands) wegvervoerdeel in India wordt beheerst door artikel 8:1080 e.v. (titel 8.13) BW.

vervoer of expeditie

4.2.

Ten aanzien van de vraag of voor het vervoer van de lading steenplaten een vervoerovereenkomst of een expeditie-overeenkomst is gesloten, overweegt de rechtbank als volgt.

4.3.

Op Geodis rust de stelplicht en – bij voldoende betwisting – de bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat sprake is van een expeditieovereenkomst.

4.4.

Bij de beoordeling van de vraag of partijen vervoer dan wel expeditie zijn overeengekomen komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.5.

De door partijen in de mailwisseling gebruikte terminologie wijst op vervoer. Zoals hierboven onder 2.3 is weergegeven heeft Solid Nature om een offerte voor land- en luchttransport gevraagd. Geodis heeft vervolgens offertes aan Solid Nature verzonden met een keuze voor de ‘AirFast’ of de ‘AirSave’ service. Op de website van Geodis (productie 5 bij dagvaarding) staat met betrekking tot deze diensten het volgende:

“Geodis Freight Forwarding offers airfreight at different speeds for an optimal balance between time, value added services and cost: AirFast, AirFlex, AirSave. Our own terminal handling, regular performance reports and door-to-door service guarantee an unbroken chain of responsibility.

Naar aanleiding van deze offertes heeft Solid Nature akkoord gegeven op “de luchttransport flight safe van India naar Nederland door-to-door” met “pick-up in India”. Door deze gang van zaken heeft Solid Nature redelijkerwijs mogen aannemen dat Geodis verantwoordelijk was voor het ‘door-to-door’ vervoer van de stenen platen (‘an unbroken chain of responsibility’). Volgens vaste rechtspraak dient de pretense expediteur zich immers bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk als expediteur te presenteren aan zijn wederpartij, bij gebreke waarvan er in beginsel van moet worden uitgegaan dat een vervoerovereenkomst tot stand is gekomen.

4.6.

Geodis heeft ter comparitie nog aangevoerd dat de offerte expliciet vermeldt dat Geodis (als onderdeel van de vracht) kosten voor ‘Service’ in rekening brengt, hetgeen op commissieloon zou wijzen. Dit verweer wordt verworpen. In de offerte van Geodis (laatste pagina van bijlage 1 bij de dagvaarding) staat in de kolom ‘Service’ “AirSave Door-to-Door” vermeld. Onder het kopje ‘Air Freight * CW 4089 kg’ wordt voor de ‘Service’ een vrachttarief aangeboden van 95 Indiase Ringit (INR) per kg, in totaal 388.455 INR. Dit betreft echter een bedrag aan vracht, hetgeen door Geodis niet wordt betwist. Dat dit op commissieloon zou wijzen, zoals Geodis stelt, of dat er een percentage wordt berekend als expediteursvergoeding, blijkt niet uit de offerte. Het feit dat in de offerte onder het kopje ‘Import’ ook kosten in rekening worden gebracht voor ‘terminal handling’ en ‘customs clearance’ maakt dat niet anders.

4.7.

Geodis heeft nog aangevoerd dat duidelijk was dat zij als expediteur handelde omdat [persoon 3] zich in haar mails presenteerde als ‘Pricing Coördinator Air & Ocean Freight Forwarding’ en ‘freight forwarding’ expeditie betekent. Dit betoog overtuigt niet. In de digitale handtekening van [persoon 3] staat na haar naam en functie inderdaad ‘freight forwarding’. De expediteur moet echter ‘zeggen wat hij doet en doen wat hij zegt. ‘Dat wil zeggen dat degene die pretendeert expediteur te zijn daar bij het aangaan van de overeenkomst expliciet duidelijk over moet zijn. Daaronder kan niet worden verstaan dat de partij die vraagt om een offerte voor land- en luchttransport uit een functieomschrijving in een automatisch gegenereerde digitale mailhandtekening moet afleiden dat zijn wederpartij als expediteur optreedt.

4.8.

Uit het voorgaande volgt dat tussen partijen een vervoerovereenkomst tot stand is gekomen. Feiten of omstandigheden die, indien bewezen, tot het oordeel zouden moeten leiden dat sprake is van een expeditie-overeenkomst zijn niet gesteld.

aansprakelijkheid vervoerder

4.9.

Tussen partijen is niet in geschil dat Geodis, dan wel haar ondervervoerder, de lading in ontvangst heeft genomen en niet in Aalsmeer heeft afgeleverd. Geodis is derhalve als vervoerder op grond van artikel 8:1095 BW aansprakelijk voor de daardoor door Solid Nature geleden schade. Gesteld noch gebleken is immers dat er sprake is van overmacht aan de zijde van Geodis.

opzet bewuste roekeloosheid in de zin van artikel 8:1108 BW

4.10.

Solid Nature heeft gesteld dat Geodis zich niet kan beroepen op de aansprakelijkheidslimiet van artikel 8:1105 BW omdat Geodis roekeloos in de zin van artikel 8:1108 BW heeft gehandeld.

4.11.

Voor toepassing van artikel 8:1108 BW moet sprake zijn van ‘gedrag dat moet worden aangemerkt als roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, wanneer degene die zich aldus gedraagt het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dat niet zal gebeuren, maar zich door een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden’ (Hoge Raad 5 januari 2000, S&S 2001/61 en 62 en HR 10 augustus 2012, NJ 2012/652).

4.12.

Solid Nature heeft in dit verband gesteld dat de ondervervoerder de steenplaten niet deugdelijk heeft vastgezet. Artikel 8:1108 BW is echter beperkt tot gedrag van de vervoerder zélf. Om die reden is niet van belang of de chauffeur van de Indiase ondervervoerder roekeloos heeft gehandeld door de steenplaten niet deugdelijk vast te zetten.

4.13.

Solid Nature heeft voorts gesteld dat Geodis roekeloos heeft gehandeld door na te laten een professionele, ervaren ondervervoerder in te schakelen. Deze stelling is niet nader geconcretiseerd en feitelijk uitgewerkt. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet vast te stellen dat er sprake is van gedrag van (de leidinggevenden van) Geodis waaraan gevaar verbonden is en dat de kans dat dit gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dat dit niet zal gebeuren, de zogenoemde ‘objectieve drempelvoorwaarde’ die de Hoge Raad in de onder 4.11 genoemde arresten heeft gesteld. Hier stuit het beroep van Solid Nature op doorbraak van de aansprakelijkheidslimiet op af.

4.14.

Geodis komt derhalve een beroep toe op de limiet van € 3,40 per kg. Solid Nature heeft bij dagvaarding gesteld dat het totaalgewicht van de lading steenplaten 3.745 kg is, hetgeen bij conclusie van antwoord door Geodis niet is betwist. Eerst ter comparitie heeft Geodis aangevoerd dat de lading 2.474 kg woog omdat uitgegaan moet worden van het nettogewicht zonder de kratten en pallets. Dit betoog faalt. Artikel 2 van het Besluit ter uitvoering van artikel 8:1105 BW (KB 11 maart 1991, Stb. 109 gewijzigd bij KB van 17 maart 1997, Stb. 131) bepaalt dat bij de berekening van de limiet wordt uitgegaan van het op de vrachtbrief vermelde gewicht. Indien geen vrachtbrief is uitgegeven, wordt uitgegaan van het gewicht dat de zaken hadden bij de terbeschikkingstelling ten vervoer. Een vrachtbrief is door Geodis niet overgelegd. Solid Nature heeft de aankoopfactuur van de platen natuursteen overgelegd. Daaruit blijkt een totaal netto gewicht van 3.745 kg. Hiermee staat vast dat dat het gewicht is dat de zaken hadden bij terbeschikkingstelling aan de vervoerder zodat van dat gewicht wordt uitgegaan bij de berekening van de limiet. Dat betekent dat Geodis een bedrag van in totaal € 12.733 (3.745 kg x € 3,40) aan Solid Nature dient te vergoeden.

4.15.

De slotsom is dat de vordering van Solid Nature zal worden toegewezen tot een bedrag van € 12.733. De gevorderde wettelijke handelsrente zal worden afgewezen omdat deze ziet op de situatie dat betaling van het op grond van de handelsovereenkomst verschuldigde niet tijdig plaatsvindt en niet op het geval dat sprake is van een verplichting tot schadevergoeding. De niet betwiste wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 19 oktober 2015.

4.16.

Solid Nature maakt aanspraak op een bedrag van € 1.190 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Solid Nature heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief.

4.17.

Geodis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, waaronder de kosten van het incident, worden veroordeeld. Omdat een deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Solid Nature op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 84,84

- griffierecht 1.929,00

- kosten incident 452,00 (1 punt x tarief € 452,00)

- salaris advocaat 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 3.369,84

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Geodis om aan Solid Nature te betalen een bedrag van € 12.733,00 (twaalfduizendzevenhonderddrieëndertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 19 oktober 2015

tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Geodis om aan Solid Nature ter zake van buitengerechtelijke kosten te betalen een bedrag van € 1.002,33,

5.3.

veroordeelt Geodis in de proceskosten, aan de zijde van Solid Nature tot op heden begroot op € 3.369,84,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.

1573/32