Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6459

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-07-2017
Datum publicatie
20-10-2017
Zaaknummer
5647902
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht tandarts. Het is in beginsel niet aan de tandarts om uit te zoeken of de verzekeraar een bepaalde behandeling al dan niet vergoedt, maar als hij zich hier wél mee bemoeit, moet hij dit wel goed doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/503
AR 2017/5443
GZR-Updates.nl 2017-0377
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5647902 CV EXPL 17-1718

uitspraak: 14 juli 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaatsnaam],

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. A. Quispel te Oud-Beijerland,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pro Rotterdam B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M.H.M. Mook te Leusden.

Partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Pro Rotterdam’ genoemd.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    de dagvaarding met producties van 5 januari 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    het tussenvonnis van 21 maart 2017 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief met één productie van [eiser] van 19 april 2017;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 24 april 2017;

  • -

    de akte van [eiser] van 16 mei 2017;

  • -

    de akte van Pro Rotterdam van 13 juni 2017.

2 De feiten

Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

Pro Rotterdam schrijft in een brief aan [eiser] van 6 augustus 2015, voor zover nu van be-lang:

In vervolg op de door u gemaakte afspraak zenden wij u hierbij een afspraakkaart met beves-tiging van datum en tijdstip. (…)

Wat kunt u verwachten bij het eerste en eventuele tweede bezoek aan Pro Rotterdam?

(…)

▪ Er zal van elk voorgesteld plan een begroting worden gemaakt. Wij adviseren u om de begroting met uw zorgverzekeraar te bespreken.

(…)

Wat vergoeden de verzekeraars?

Ziektekosten verzekeraars hanteren uiteenlopende vergoedingen, sterk afhankelijk van de verzekeringsmaatschappij en de gekozen verzekeringsvorm. Wij raden u aan om de verze-kering te informeren naar de vergoeding van de behandelkosten.

2.2

Pro Rotterdam heeft op 2 september 2015 een begroting gemaakt van de kosten voor het herstel van het gebit van [eiser]. De begroting gaat uit van een behandeling in twee delen. Het eerste deel is (kort gezegd) het trekken van de tanden en kiezen en het plaatsen van een noodgebit en kost € 2.050,33. Het tweede deel is (kort gezegd) het plaatsen van een gebit in de boven- en onderkaak en kost € 7.590,62.

2.3

Zilveren Kruis, de verzekeraar van [eiser], schrijft in een brief aan Pro Rotterdam van 29 oktober 2015, voor zover nu van belang:

Deze brief gaat over uw aanvraag voor een noodkunstgebit. Ik ontving uw aanvraag op 28 oktober.

(…)

We betalen maximale techniekkosten

U bent verplicht om de werkelijk gemaakte kosten te declareren. De maximale techniek-kosten bij deze behandeling zijn € 320,-.

Het trekken van tanden en kiezen betalen we niet uit de basisverzekering.

Het trekken van tanden en kiezen is namelijk niet opgenomen in de basisverzekering.

2.4

[eiser] schrijft in een e-mail aan Pro Rotterdam van 25 november 2015, voor zover nu van belang:

Voor de goede orde en ter voorkoming van misverstanden bevestig ik hierbij de met u gemaakte afspraak d.d. 9 november jl. inzake de door u voorgestelde behandeling. Ik heb het tijdens ons gesprek over de behandeling en kosten gehad. Ik refereerde daarbij aan de behandeling en de daaraan gerelateerde begroting d.d. 2 september van respectievelijk

€ 7.590,62 en € 2.050,33 euro totaal € 9.640,95.

De werkzaamheden worden conform de begroting uitgevoerd. Bovenomschreven kosten worden volgens u geheel vergoed door de verzekeraar. Ook eventuele vervolgkosten. PRO Rotterdam declareert rechtstreeks aan de verzekeraar.

Op 23 november heeft u voor het laboratorium twee mallen gemaakt. Op 24 november belde uw assistente mij met de mededeling dat het laboratorium niet tevreden is en dat de behande-ling van de 23ste moet worden overgedaan. Hiervoor is nu een afspraak gemaakt voor 30 november a.s. Op 16 december worden tanden of kiezen getrokken en tijdelijke protheses in de bovenkaak en in de onderkaak geplaatst. Op 21 december om 10.15 uur heb ik dan weer een afspraak met u voor controle. Verdere behandeling vindt plaats in het voorjaar van 2016.

Ik vertrouw erop een correcte weergave van de afspraken te hebben gemaakt.

2.5

Pro Rotterdam schrijft in een e-mail aan [eiser] van 13 januari 2016, voor zover nu van belang:

Ik heb contact gehad met uw zorgverzekeraar over de uitgevoerde behandeling en deze heeft aangegeven dat hiervoor GEEN aanvraag en kostenbegroting nodig was. Het trekken van tanden en kiezen en het maken van een noodprothese zit in de basisverzekering. U kunt de nota zelf indienen bij uw zorgverzekeraar en deze zal aan u het bedrag uitkeren waarna u de nota kunt betalen. Het uitgebreide dure plan vervalt volledig!! In de bovenkaak gaan we tzt een aanvraag doen voor implantaten en een klikgebit.

2.6

Implantpoint (tandarts/implantoloog [J.]) begroot in haar brief aan [eiser] van 14 december 2016 de kosten voor herstel van het gebit van [eiser] op in totaal € 7.793,41.

3 Het geschil (in conventie en in reconventie)

3.1

[eiser] stelt in conventie dat Pro Rotterdam hem meermaals toegezegd heeft dat zijn zorg-verzekeraar de door Pro Rotterdam aangeboden gebitsbehandeling volledig zou vergoeden. Dit blijkt echter niet zo te zijn. De gebitsbehandeling is wel begonnen, maar niet afgemaakt. [eiser] ondervindt daarvan momenteel de gevolgen. [eiser] vordert voor recht te verklaren dat Pro Rotterdam jegens [eiser] toerekenbaar tekortgeschoten is dan wel onrechtmatig gehandeld heeft, met veroordeling van Pro Rotterdam tot betaling van € 7.793,41 (de kosten om het ge-bit van [eiser] door een andere tandarts te laten herstellen).

3.2

Pro Rotterdam betwist in conventie dat er op welke grond dan ook aanleiding bestaat om hetgeen [eiser] vordert toe te wijzen. Pro Rotterdam vordert in reconventie veroordeling van [eiser] tot betaling van € 961,76, zijnde het door [eiser] nog niet betaalde bedrag van wel door Pro Rotterdam uitgevoerde behandelingen. [eiser] betwist dit bedrag verschuldigd te zijn.

3.3

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de (overige) stel-lingen waarmee partijen hun vorderingen en het verweer daartegen onderbouwen.

4 De beoordeling

in conventie

4.1

[eiser] vordert voor recht te verklaren dat Pro Rotterdam ofwel toerekenbaar tekort is ge-schoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen (artikel 6:74 BW) ofwel voor recht te verklaren dat zij onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft (artikel 6:162 BW). Om-dat tussen partijen sprake is van een contractuele relatie ligt het voor de hand de feiten in de zaak te toetsen aan ‘wanprestatie’ (aan artikel 6:74 BW dus).

4.2

Als Pro Rotterdam tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst, moet zij de schade die [eiser] daardoor lijdt vergoeden. Deze verplichting ontstaat pas als Pro Rotterdam in ver-zuim is en dat is zij. Zolang [eiser] niet betaalt, wil Pro Rotterdam hem namelijk niet verder behandelen. Uit deze mededeling mocht [eiser] begrijpen dat Pro Rotterdam tekort zou schie-ten in de nakoming van de overeenkomst, waardoor een ingebrekestelling niet meer vereist is (artikel 6:83 aanhef en onder c BW). Voor zover Pro Rotterdam zou betogen dat [eiser] door het niet betalen van de facturen in schuldeisersverzuim was, waardoor Pro Rotterdam niet in verzuim kon komen, wordt dit betoog verworpen. Het is namelijk Pro Rotterdam die, op het moment dat [eiser] de facturen niet betaalde, al tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst en wel om het volgende.

4.3

Pro Rotterdam is verplicht ‘de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen’ (artikel 7:453 BW), zij moet met andere woorden de zorg leveren die een redelijk bekwaam en rede-lijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Deze zorgplicht moet gelet op de definitie van het begrip ‘handelingen’ in artikel 7:446 lid 2 aanhef en onder a BW (waarin onder die handelingen ook het onderzoeken en het geven van raad worden be-grepen) ruim opgevat worden.

4.4

De kantonrechter is van oordeel dat Pro Rotterdam haar zorgplicht niet naar behoren is nagekomen. Zij heeft op 16 december 2015 de tanden en kiezen uit de bovenkaak van [eiser] getrokken, terwijl [eiser] door toedoen van Pro Rotterdam op zijn minst in de veronderstelling kon zijn dat zijn verzekeraar zowel de kosten voor het trekken van het gebit als het plaatsen van een kunstgebit volledig zou vergoeden. Dit blijkt echter niet zo te zijn. Voor het geval Pro Rotterdam met de verwijzing naar haar brief van 6 augustus 2015 (zie 2.1), waarin staat dat [eiser] voor de vergoeding van de behandelkosten contact op moet nemen met zijn zorg-verzekeraar, wil zeggen dat het de verantwoordelijkheid van [eiser] zelf is om na te gaan of een behandeling al dan niet vergoed wordt, heeft zij in beginsel gelijk. Dit standpunt bete-kent echter niet dat Pro Rotterdam zich in alle gevallen aan aansprakelijkheid als in deze zaak aan de orde kan onttrekken. Pro Rotterdam is zich namelijk, door de begroting van 2 september 2015 voor te leggen aan de zorgverzekeraar van [eiser], actief met de zaak (meer in het bijzonder de vergoeding van de kosten) gaan bezighouden. In dit verband wordt opge-merkt dat Pro Rotterdam als antwoord op vraag 1 in haar akte van 13 juni 2017 woorden als ‘ongevalvergoeding’ en ‘wat hij wil is niet te betalen’ gebruikt, daarmee onderkennend dat [eiser] de behandeling alleen wilde, als hij deze vergoed zou krijgen door de verzekeraar.

4.5

Over het hiervoor genoemde voorleggen van de begroting van 2 september 2015 aan de zorgverzekeraar van [eiser], wordt geoordeeld dat [eiser], als leek, mocht verwachten dat deze hele begroting voorgelegd zou worden aan zijn zorgverzekeraar. Waarom zou [eiser] immers maar één deel van de behandeling (het trekken van de tanden en kiezen) willen om vervol-gens deel twee achterwege te laten? Pro Rotterdam lijkt echter alleen het eerste deel van de begroting voorgelegd te hebben aan de zorgverzekeraar. Het Zilveren Kruis reageert in haar brief aan Pro Rotterdam van 29 oktober 2015 (zie 2.3) namelijk alleen op de aanvraag voor een noodkunstgebit. Of Pro Rotterdam de inhoud van deze brief (waarin ook staat dat het trekken van tanden en kiezen, ondanks de andersluidende mededeling van Pro Rotterdam in haar e-mail van 13 januari 2016 (zie 2.5), niet uit de basisverzekering wordt betaald) meege-deeld heeft aan [eiser] is niet duidelijk. [eiser] had wel van die inhoud op de hoogte gebracht moeten worden. Op de e-mail van [eiser] aan Pro Rotterdam van 25 november 2015 (zie 2.4), waarin [eiser] de volgens hem gemaakte afspraken bevestigt, is door Pro Rotterdam niet ge-reageerd. Het is niet duidelijk waarom dit niet is gebeurd. Als [eiser] in die e-mail afspraken bevestigt die volgens Pro Rotterdam niet zijn gemaakt, had van Pro Rotterdam verwacht mogen worden, in ieder geval vóór het trekken van tanden en kiezen uit de bovenkaak, dat zij dit aan [eiser] teruggeschreven zou hebben. Pro Rotterdam ontkent overigens ook niet heel sterk dat de inhoud van de e-mail van 25 november 2015 niet klopt. Zij voert in haar akte van 13 juni 2017 wat dit betreft als antwoord op vraag drie aan dat ‘uit de patiëntenkaart niet blijkt van enige afspraak met [eiser] ten aanzien van de vergoeding van de kosten’. Dat een afspraak niet op de patiëntenkaart staat, betekent echter niet per definitie dat de afspraak ook niet gemaakt is.

4.6

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het in beginsel niet de taak is van een hulpver-lener om zich bezig te houden met de vraag of een bepaalde behandeling vergoed wordt door een zorgverzekeraar, maar als zij zich er dan wél mee bemoeit (zoals Pro Rotterdam heeft gedaan door het voorleggen van de begroting) moet zij dit wel goed doen en de patiënt daarover gedegen informeren. Wat [eiser] betreft heeft Pro Rotterdam dit niet gedaan. Tot deze conclusie leidt niet enkel het feit dat Pro Rotterdam niet gereageerd heeft op de e-mail van [eiser] van 25 november 2015, maar een combinatie van (1) het niet reageren op die e-mail, (2) het niet aan [eiser] meedelen van de inhoud van de brief van Zilveren Kruis van 29 oktober 2015 en (3) het feit dat Pro Rotterdam wist dat [eiser] niet aan de tandheelkundige be-handeling kon beginnen (financieel) als zijn zorgverzekeraar deze niet zou vergoeden. Een en ander leidt tot het oordeel dat Pro Rotterdam haar verplichtingen niet is nagekomen. Dit betekent dat Pro Rotterdam tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat zij daarom ten opzichte van [eiser] schadeplichtig is.

4.7

[eiser] begroot zijn schade op € 7.793,41. Pro Rotterdam voert aan dat het behandelplan waarmee [eiser] zijn schade onderbouwt niet het noodzakelijke causale verband aantoont met haar tekortkoming. Door tandarts en implantoloog Jonker is een echter gespecificeerde op-gave van de kosten gedaan. Als op de specificatie iets staat dat geen verband houdt met het tekortschieten, had van Pro Rotterdam, als tandarts, verwacht mogen worden dat zij dat dan specifiek zou benoemen. Dat heeft zij niet gedaan.

4.8

De door [eiser] begrote schade komt echter niet voor volledige vergoeding in aanmerking. Als schade namelijk mede een gevolg is van een omstandigheid die aan [eiser] toegerekend kan worden, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over Pro Rotterdam en [eiser] te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder van hen toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (artikel 6:101 BW). Deze regel leidt de kantonrechter tot het oordeel dat de helft van de schade voor rekening van [eiser] blijft en dat Pro Rotterdam de andere helft (€ 3.896,71) aan [eiser] moet betalen. De mededelingen (of het uitblijven daarvan) van Pro Rotterdam over de vergoeding van de behandeling door de ver-zekeraar, ontslaan [eiser] namelijk niet van de verplichting om daar ook zelf onderzoek naar te doen. Pro Rotterdam deelt dit in haar brief van 6 augustus 2015 (zie 2.1) ook mee aan [eiser], waarbij komt dat het een feit van algemene bekendheid is dat zorgverzekeringspak-ketten nogal verschillen in de mate waarin zij kosten vergoeden. Het is uiteindelijk de zorg-verzekeraar die kosten al dan niet vergoed. De tandarts gaat daar niet over. Ondanks het feit dat ook Pro Rotterdam een verwijt te maken valt: [eiser] had wat de kosten betreft niet blind op Pro Rotterdam mogen varen.

in reconventie

4.9

In conventie is geoordeeld dat sprake is van een tekortkoming en deze tekortkoming gaf [eiser] het recht de overeenkomst tussen partijen te ontbinden. [eiser] is hierdoor van oordeel dat hij de openstaande facturen van € 961,76 niet meer hoeft te betalen, terwijl Pro Rotter-dam wat dit betreft een beroep doet op artikel 6:272 BW (een vergoeding voor verrichtingen die niet ongedaan te maken zijn).

4.10

Pro Rotterdam heeft [eiser] behandeld en dat is niet meer ongedaan te maken. [eiser] moet daarvoor betalen. De kantonrechter wijst de vordering in reconventie echter toe tot de helft van het gevorderde bedrag, dus tot € 480,88. Door de helft van het gevorderde bedrag toe te wijzen komt tot uitdrukking dat Pro Rotterdam door haar tekortkoming geen recht heeft op volledige betaling, maar komt ook tot uitdrukking dat ook [eiser] iets te verwijten valt.

in conventie en in reconventie

4.11

De oordelen in conventie en in reconventie komen er per saldo op neer dat Pro Rotter-dam (€ 3.896,71 - € 480,88 =) € 3.415,83 aan [eiser] moet betalen.

4.12

In het feit dat beide partijen op punten in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de kantonrech-ter aanleiding te bepalen dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt.

4.13

Dit vonnis wordt zoals [eiser] vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard’. Dit betekent dat Pro Rotterdam aan de veroordeling moet voldoen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

4.14

In conventie en in reconventie is geoordeeld dat Pro Rotterdam toerekenbaar tekortge-schoten is in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen én dat [eiser] het recht had de overeenkomst te ontbinden. Niet valt in te zien welk belang [eiser] erbij heeft dat dit onder de beslissing in dit vonnis nog eens afzonderlijk voor recht wordt verklaard. Deze onderdelen van de vordering van [eiser] worden daarom afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Pro Rotterdam om € 3.415,83 aan [eiser] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW vanaf de dag dat de dagvaarding is uit-gebracht tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat ieder van de partijen de eigen kosten van deze procedure draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af hetgeen meer of anders in conventie en in reconventie is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686