Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6432

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
22-08-2017
Zaaknummer
C/10/516836 / HA ZA 16-1405
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongehuwd samenleven. Verdeling gemeenschap. Gemeenschappelijke woning. Eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 3:166 lid 3 BW in samenhang met art. 6:2 BW). Toedeling twee honden aan man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/516836 / HA ZA 16-1405

Vonnis van 16 augustus 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E.B. van den Ouden te Oude-Tonge,

tegen

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. T. Abbo te Middelharnis.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [eiser] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 december 2016, met producties 1 tot en met 9;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 7;

  • -

    de brief van de rechtbank van 22 februari 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de zittingsagenda van 3 april 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte (uitlating) producties, met producties 10 tot en met 14;

  • -

    de akte houdende reactie op vraagpunten van de zijde van [eiser] ;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 23 mei 2017;

  • -

    een brief van 9 juni 2017 namens [eiseres] met een reactie op het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op of omstreeks 26 juli 2015 is na 23 jaar de affectieve relatie tussen [eiseres] en [eiser] geëindigd.

2.2.

Tijdens hun relatie hebben partijen op 1 mei 2007 gezamenlijk een woning gekocht aan de [adres en woonplaats] . Op deze woning rust een hypotheek van € 201.000,00. Aan deze hypotheek is ook een spaarverzekering gekoppeld met een waarde van circa € 15.000,00.

2.3.

In het laatste jaar van hun relatie woonden partijen in een boerderij in Oostvoorne.

2.4.

De woning in Melissant wordt thans bewoond door [eiser] en hij betaalt de hypothecaire lasten van de woning.

2.5.

Tijdens hun relatie heeft [eiser] vanaf 1 januari 2009 een onderneming geëxploiteerd genaamd “Fish Charters” . Deze onderneming had als activiteit blijkens het uittreksel uit het KvK-register: “Wrakvissen op de Noordzee met klanten en horeca”. Tot de activa van de onderneming behoorde in ieder geval een vissersboot. De onderneming is in augustus 2016 beëindigd en de boot is op 8 augustus 2016 verkocht voor € 140.000,00.

2.6.

Op het moment van beëindiging van de relatie hadden partijen drie honden. Een van deze drie honden verblijft sinds het beëindigen van de relatie bij [eiseres] . De andere twee honden, Turbo en Riva, verblijven sindsdien bij [eiser] .

2.7.

Nadat de woning enige tijd te koop heeft gestaan, laatstelijk voor een verkoopprijs van € 175.000,00, is de woning op initiatief van [eiseres] recentelijk uit de verkoop gehaald.

2.8.

Op 23 november 2016 is namens [eiseres] conservatoir beslag gelegd in de woning aan de Fabiusstraat 44 in Melissant op:

  • -

    een klok;

  • -

    een bureaustoel, bureau en de inhoud daarvan;

  • -

    een haakse slijptol;

  • -

    een heggenschaar, merk Black & Decker;

  • -

    een schuurmachine;

  • -

    diverse visspullen, te weten vijf hengels en molens, welke zich zowel in de schuur als in de woning (in een kamer op de eerste verdieping) bevonden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - om [eiser] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen:

  1. primair om de inboedelgoederen zoals hiervoor onder 2.8 beschreven binnen 5 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiseres] ter beschikking te stellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser] hiermee in gebreke blijft en subsidiair, indien de goederen niet meer aanwezig blijken te zijn door toedoen van [eiser] , [eiser] te veroordelen om aan [eiseres] een bedrag ter grootte van
    € 10.000,00 als vervangende schadevergoeding te betalen;

  2. de honden Turbo en Riva binnen 5 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiseres] af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser] hiermee in gebreke blijft;

3. om binnen 5 dagen na betekening van het te wijzen vonnis er voor zorg te dragen dat de woning aan de [adres en woonplaats] en beide op die woning rustende hypothecaire geldleningen op naam van [eiser] worden over gezet, onder de verplichting cq. voorwaarde dat [eiseres] ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid daarvan, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft, danwel ervoor zorg te dragen dat die schulden worden geherfinancierd, zulks met de bedoeling de uit de herfinanciering verkregen middelen te doen gebruiken om de beide hypothecaire schulden af te lossen teneinde [eiseres] langs die weg uit de hoofdelijkheid te ontslaan, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft;

4. om alle verplichtingen uit hoofde van de beide hypothecaire geldleningen vanaf de datum van het feitelijk uiteen gaan van partijen als eigen schuld te voldoen en [eiseres] te vrijwaren uit iedere verplichting daarvan, alsmede alle lasten en kosten van de gezamenlijke woning voor zijn rekening te nemen tot aan het moment dat [eiseres] niet langer aansprakelijk is voor de betaling van voornoemde verplichtingen;

5. om aan [eiseres] een bedrag van € 50.000,00, of een zodanig bedrag waarvan de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, te betalen als vergoeding ten behoeve van het meewerken zijdens [eiseres] in de onderneming van [eiser] ;

6. in de kosten van de procedure, de kosten van beslag daaronder begrepen.

3.2.

[eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, alsmede tot veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[eiser] vordert samengevat - veroordeling van [eiseres] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling vanaf 1 augustus 2015 van € 526,23 per maand aan [eiser] tot aan het moment dat de woning aan de [adres en woonplaats] zal zijn verkocht en notarieel geleverd aan de koper(s), alsmede veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.5.

[eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser] en veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en reconventie

Ten aanzien van de woning en de hypothecaire verplichting(en)

4.1.

[eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

Bij de koop van de woning is tussen partijen een eenvoudige gemeenschap in de zin van artikel 3:166 BW ontstaan. Partijen hebben altijd de uitdrukkelijke bedoeling gehad dat [eiser] alle lasten ten behoeve van de woning en de daaraan verbonden hypothecaire verplichting volledig zou dragen. Aangezien [eiser] [eiseres] op straat heeft gezet en haar niet betrekt in het verkoopproces van de woning dient [eiseres] te worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ten behoeve van de hypothecaire verplichting verbonden aan de woning. Hierbij is voorts van belang dat [eiseres] dient rond te komen van een bescheiden inkomen uit uitkering en het voor haar niet mogelijk is de kosten verbonden aan de woning en de daaraan verbonden hypothecaire verplichting op zich te nemen.

4.2.

[eiser] stelt in reactie hierop het volgende.

[eiser] heeft geen behoefte om de woning op zijn eigen naam te krijgen. Hij wil dat de woning verkocht wordt, maar [eiseres] verleent hier geen medewerking aan. [eiser] is ook niet in staat om de lasten van de woning te dragen. Hij heeft geen bron van inkomsten meer nu zijn onderneming is verkocht. Het is onmogelijk om de hypothecaire geldlening uitsluitend op naam van [eiser] te zetten. Het is uitsluitend de hypotheekhouder die hierover een beslissing kan nemen

Van [eiser] kan voorts niet worden verwacht dat hij vanaf het moment van beëindigen van de relatie tot de verkoop van de woning alle hypothecaire lasten draagt. Het betreffen gezamenlijke kosten die rechtstreeks en direct verband houden met het in stand houden van een gemeenschappelijk vermogensbestanddeel. [eiser] vordert derhalve in reconventie dat [eiseres] de helft van de woonlasten vanaf 1 augustus 2015 tot aan het moment dat de woning zal zijn verkocht, aan hem betaalt. De maandelijkse lasten bestaan uit de hypothecaire rente ad € 879,46 en de premie voor de aan de hypothecaire lening gekoppelde spaarpolis ad € 173,00. De helft hiervan is € 526,23.

4.3.

[eiseres] stelt in reactie op de reconventionele vordering dat [eiser] in de woning woont met zijn nieuwe partner en aldus het volledig woongenot heeft. Dit brengt mee dat [eiser] een gebruiksvergoeding aan [eiseres] verschuldigd is. De door [eiser] aan [eiseres] verschuldigde gebruiksvergoeding kan worden weggestreept tegen de door [eiser] te betalen en betaalde lasten van de gemeenschappelijke woning.

4.4.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat beide partijen geen aanspraak maken op toedeling van de woning en willen dat de woning verkocht wordt maar dat partijen er niet gezamenlijk in zijn geslaagd om de woning te (doen) verkopen dan wel tot een verdeling te komen.

Eveneens staat vast dat de woning laatstelijk in de verkoop heeft gestaan voor € 175.000,00 en voor dat bedrag niet is verkocht. Tot slot staat vast dat [eiser] in de woning woont en [eiseres] sinds het beëindigen van de relatie niet meer in de woning heeft gewoond.

4.5.

Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken, kan de rechter de verdeling daarvan op de voet van art. 3:185 lid 1 BW vaststellen. Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren (zie ook HR 17 april 1998, NJ 1999, 550).

4.6.

De rechtbank zal, het voorgaande in aanmerking nemende, partijen gelasten tot de verkoop van de woning aan een derde. Hiertoe zal de rechtbank tevens het volgende bepalen. Partijen zullen binnen drie weken na het wijzen van dit vonnis gezamenlijk opdracht geven tot verkoop van de woning aan een gezamenlijk aan te wijzen makelaar.

Om gezamenlijk tot de keuze van een makelaar te komen zal [eiseres] binnen één week na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] schriftelijk de namen van drie door haar gewenste makelaars (waaronder in ieder geval één NVM-makelaar) doen toekomen, waarna [eiser] binnen één week voor een van deze makelaars zal kiezen. Indien [eiseres] niet binnen de termijn van één week met genoemde lijst van drie makelaars komt, zal [eiser] binnen één week na afloop van voormelde week aan [eiseres] schriftelijk de namen van drie door hem gewenste makelaars doen toekomen, waarna [eiseres] binnen één week voor een van deze makelaars dient te kiezen.

Partijen zijn jegens elkaar gehouden de adviezen van de makelaar op te volgen ten aanzien van de vraagprijs, uitgaande van de door de makelaar geschatte verkoopopbrengst na taxatie van de woning, en vervolgens ten aanzien van de verkoopprijs. De rechtbank gaat ervan uit dat [eiser] - als degene die thans alleen in de woning woont - de adviezen van de makelaar opvolgt ten aanzien van het “verkoop klaar” maken van de woning. Na verkoop van de woning zal met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening worden afgelost.

4.7.

Voor het geval dat een van beide partijen niet binnen één dag na betekening van dit vonnis zal meewerken aan de verkoop en levering van de woning in overeenstemming met de adviezen van de makelaar, zal de rechtbank bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van een in wettige vorm opgemaakte akte strekkende tot ondertekening door de betreffende partij van de koopovereenkomst, alsmede van de door de notaris op te stellen akte van levering.

4.8.

Het gezamenlijke eigendom van de woning leidt ertoe, gelet op het bepaalde in artikel 3:172 BW, dat partijen in beginsel naar evenredigheid delen in de (over)waarde van de woning en ieder voor de helft dienen bij dragen in de lasten van de woning.

4.9.

Afhankelijk van de prijs waartegen de woning zal worden verkocht, kan er sprake zijn van een overwaarde (de verkoopprijs is hoger dan de hypothecaire schuld) of een onderwaarde (de verkoopprijs is lager dan de hypothecaire schuld). Indien na verkoop van de woning sprake blijkt te zijn van een onderwaarde (en daarmee een restschuld aan de bank) geldt, het voorgaande in aanmerking nemende, dat beide partijen de helft hiervan voor hun rekening dienen te nemen. Op deze restschuld strekt het bedrag dat vrijkomt uit de aan de hypotheek gekoppelde spaarverzekering in mindering. In dat geval zullen partijen elkaar over en weer vrijwaren als een partij meer dan zijn/haar aandeel heeft betaald. Indien na verkoop van de woning sprake blijkt te zijn van een overwaarde geldt dat aan beide partijen de helft hiervan toekomt, evenals de helft van de aan de hypotheek gekoppelde spaarverzekering.

4.10.

De verkoopkosten die dienen te worden gemaakt ten behoeve van de verkoop van de woning (waaronder in ieder geval worden begrepen de kosten van de makelaar en de kosten van de notaris) dienen door beide partijen voor de helft te worden gedragen.

4.11.

Ter zake de hypotheeklasten van de woning vanaf het moment van beëindiging van de relatie tot het moment van verkoop van de woning overweegt de rechtbank als volgt.

Zoals volgt uit het voorgaande, leidt het gezamenlijke eigendom van de woning er in beginsel toe dat de kosten in verband hiermee voor rekening van beide partijen komen. Echter, de rechtsbetrekkingen tussen partijen - als deelgenoten in een eenvoudige gemeenschap - worden beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 3:166 lid 3 BW in samenhang met artikel 6:2 BW). In het onderhavige geval vordert [eiser] in reconventie een verdeling van de hypotheeklasten tussen partijen over een periode waarin alleen hij het gebruik en genot van de woning heeft gehad en, naar het zich laat aanzien, zal hebben, met uitsluiting van [eiseres] , die elders een woning heeft betrokken en daarvan de kosten draagt. Onder die omstandigheden, en in aanmerking nemende dat [eiser] gebruik heeft gemaakt en kan blijven maken van de fiscale aftrek in verband met de betaling van de hypotheekrente, acht de rechtbank het redelijk dat [eiser] de maandelijkse hypotheeklasten vanaf 1 augustus 2015 tot het moment van verkoop van de woning alleen draagt.

De rechtbank zal gelasten dat [eiser] , met uitsluiting van [eiseres] , gerechtigd is tot het gebruik van de woning tot dat deze is verkocht en geleverd aan een derde. Voorts zal de rechtbank de reconventionele vordering afwijzen.

4.12.

Ten aanzien van het gedeelte van de vordering van [eiseres] dat ziet op de andere hypothecaire geldlening overweegt de rechtbank als volgt. Door [eiser] is gesteld dat hij destijds voor de financiering van de aankoop van zijn onderneming een lening is aangegaan bij de bank en dat daarvoor een hypothecaire zekerheid van € 50.000,00 op de woning is afgesloten. Nadat de boot op 8 augustus 2016 is verkocht voor
€ 140.000,00, heeft [eiser] vanuit de verkoopopbrengst de bij de Rabobank lopende tweede hypothecaire geldlening voor op dat moment nog een bedrag van € 30.794,91 afgelost en is vervolgens de bestaande hypothecaire inschrijving doorgehaald. [eiser] onderbouwt deze stelling door als productie 9 bij akte houdende reactie op vraagpunten een “Nota van afrekening verkoop” d.d. 8 augustus 2016 van Koppelaar notarissen te overleggen. Nu deze gang van zaken door [eiseres] niet is betwist, gaat de rechtbank van de juistheid hiervan uit en zal de vordering van [eiseres] in zoverre worden afgewezen.

in conventie

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor meewerken in de onderneming

4.13.

[eiseres] stelt ter onderbouwing van haar vordering het volgende.

[eiseres] heeft tijdens de relatie met [eiser] werkzaamheden voor de onderneming verricht, eruit bestaande dat zij zorgde voor de administratie en boekingen, de contacten onderhield met klanten, de boodschappen voor aan boord deed en regelmatig mee ging op vistochten. Zij heeft het [eiser] voorts mogelijk gemaakt zijn onderneming uit te oefenen omdat zij het huishouden voor haar rekening nam. Om die reden ligt het volgens [eiseres] in de rede dat zij alsnog aanspraak kan maken op een bedrag van € 5.000,00 per jaar.

4.14.

[eiser] stelt in reactie hierop dat [eiseres] aan haar vordering uitsluitend de redelijkheid en billijkheid ten grondslag legt. Dit kan niet tot toewijzing van de vordering leiden. Bovendien geldt dat [eiseres] zelf stelt dat er sprake was van een klassieke rolverdeling waarbij zij het huishouden deed en [eiser] de onderneming voerde. Deze stellingname verenigt zich niet met het standpunt van [eiseres] dat zij actief meewerkte in de onderneming. Het is wel juist dat [eiseres] de telefoon opnam als er klanten belden en dat zij de boodschappen voor aan boord haalde.

4.15.

Voor de vordering van [eiseres] is geen rechtsgrond. Zoals [eiser] terecht stelt, kan louter de redelijkheid en billijkheid niet als een voldoende rechtsgrond voor deze vordering dienen terwijl voorts niet is gesteld of gebleken dat deze vordering op een andere rechtsgrond kan worden gebaseerd. De vordering zal derhalve reeds om deze reden worden afgewezen.

Ten aanzien van de inboedelgoederen

4.16.

[eiseres] stelt ter zake de sub 2.8 genoemde inboedelgoederen dat die in eigendom aan haar toebehoren.

Ten aanzien van de afzonderlijke inboedelgoederen heeft zij ter comparitie het volgende gesteld:

  • -

    de haakse slijptol, heggenschaar en schuurmachine behoorden tot de erfenis van de vader van [eiseres] en zij heeft deze goederen van hem overhandigd gekregen;

  • -

    zij heeft regelmatig zelf hengels gekocht om haar hobby vissen te kunnen uitoefenen en deze hengels zijn nog bij [eiser] . Het betreffen een witte dikke hengel met een grote molen, een Shimano hengel met een blauwe top, een hengel waarop de naam van [eiseres] is gegraveerd en een zwarte spinning hengel.

  • -

    de bureaustoel en het bureau heeft [eiseres] op haar naam bij Neckerman gekocht in het jaar dat zij en [eiser] in de boerderij in Oostvoorne verbleven.

4.17.

[eiser] betwist bij conclusie van antwoord dat de genoemde inboedelgoederen in eigendom toebehoren aan [eiseres] . Ter onderbouwing van deze betwisting legt hij een schriftelijk verklaring van zijn zus over die verklaart dat de spullen die [eiseres] noemt en waar [eiseres] beslag op heeft laten leggen, spullen van haar broer zijn.

[eiser] stelt voorts dat de enkele omstandigheid dat de deurwaarder beslag op deze goederen heeft gelegd niets zegt over de eigendomsverhoudingen.

Het bedrag van vervangende schadevergoeding van € 10.000,00 dat subsidiair wordt gevorderd wordt niet onderbouwd, aldus [eiser] .

Ten aanzien van de afzonderlijke inboedelgoederen heeft [eiser] ter comparitie gesteld.

  • -

    de genoemde klok is van [eiseres] .

  • -

    de haakse slijptol behoort toe aan de toenmalige onderneming van [eiser] en [eiser] heeft de heggenschaar en schuurmachine zelf aangeschaft.

  • -

    de witte, dikke hengel is in zijn bezit, maar niet de hengel waarop de naam van [eiseres] is gegraveerd en de zwarte spinning hengel. Hij beschikt ook nog over een hengel met gekleurde topjes.

  • -

    het bureau is bij de start van zijn onderneming gekocht voor het huis in Melissant en betaald van de zakelijke rekening van zijn toenmalige onderneming. Het bureau is meeverhuisd naar de boerderij in Oostvoorne.

4.18.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ten aanzien van de klok

4.19.

In aanmerking nemende dat [eiser] ter comparitie heeft verklaard dat deze klok aan [eiseres] toebehoort, zal dit deel van de vordering als niet langer betwist worden toegewezen.

Ten aanzien van de haakse slijptol, de heggenschaar en schuurmachine

4.20.

Nadat [eiser] , onderbouwd met een schriftelijke verklaring van zijn zus, bij conclusie van antwoord heeft betwist dat deze goederen in eigendom aan [eiseres] toebehoren, lag het op de weg van [eiseres] als eisende partij om haar stelling gemotiveerd te handhaven. De enkele - niet onderbouwde - stelling dat zij de goederen uit een erfenis van haar vader had gekregen is in dit verband onvoldoende. Minst genomen had zij een schriftelijke verklaring van haar neefje, die - naar zij ter comparitie stelde - bij de overhandiging van de goederen aanwezig was, in het geding kunnen brengen. Nu zij dit niet heeft gedaan, zal dit deel van de vordering als onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd, worden afgewezen.

Ten aanzien van het bureau, de bureaustoel en de inhoud van het bureau

4.21.

Nadat [eiser] , onderbouwd met een schriftelijke verklaring van zijn zus, bij conclusie van antwoord heeft betwist dat deze goederen in eigendom aan [eiseres] toebehoren, lag het op de weg van [eiseres] als eisende partij om haar stelling dat deze goederen haar eigendom zijn, gemotiveerd te handhaven. De voor het eerst ter comparitie ingenomen en - niet onderbouwde - stelling dat zij deze goederen op haar naam bij Neckerman heeft gekocht in het jaar dat zij en [eiser] in de boerderij in Oostvoorne verbleven, is in dit verband onvoldoende. Het had het op haar weg gelegen om hiervan verkoopbewijzen en/of bankafschriften in het geding te brengen. Dit had te meer van [eiseres] verwacht kunnen worden nu de aankoopdatum nog niet heel ver in het verleden ligt. Nu zij dit niet heeft gedaan, zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

4.22.

Ten aanzien van de gevorderde inhoud van het bureau stelt [eiseres] dat dit spullen van haar zijn. [eiser] betwist dit.

Gelet op de betwisting door [eiser] lag het op de weg van [eiseres] om gemotiveerd te stellen om welke spullen van haar het ging. Ze had dit bijvoorbeeld kunnen doen aan de hand van de zich bij het proces-verbaal van conservatoir beslag tot afgifte bevindende foto’s van de inhoud van de bureauladen. Nu zij dit niet heeft gedaan, zal dit deel van de vordering als onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd, worden afgewezen.

Ten aanzien van de vishengels

4.23.

Bij dagvaarding heeft [eiseres] teruggave van diverse visspullen, te weten vijf hengels en molens, gevorderd, zonder daarbij aan te geven om welke hengels het zou gaan. Na betwisting hiervan door [eiser] en nadrukkelijk doorvragen door de rechtbank ter comparitie heeft [eiseres] de hengels waar het om zou gaan in een zeker mate gespecificeerd.

Hierop heeft [eiser] aangegeven de witte, dikke hengel en een hengel met gekleurde topjes (onduidelijk is voor de rechtbank of dit dezelfde hengel is als de door [eiseres] genoemde Shimano hengel met een blauwe top) in zijn bezit te hebben en deze aan [eiseres] te willen afgeven. [eiser] verklaarde voorts dat hij niet beschikt over de hengel waarop de naam van [eiseres] is gegraveerd en de zwarte spinning hengel.

4.24.

In aanmerking nemende dat [eiser] ter comparitie heeft verklaard een witte, dikke hengel en een hengel met gekleurde topjes in zijn bezit te hebben en deze aan [eiseres] te willen afgeven, zal de vordering in zoverre worden toegewezen. Onder voormelde omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden.

Ten aanzien van de overige hengels geldt dat [eiseres] tegenover de betwisting van [eiser] onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat [eiser] juist deze hengels (de hengel waarop de naam van [eiseres] is gegraveerd en de zwarte spinning hengel) in zijn bezit heeft. Indien de genoemde Shimano hengel met een blauwe top een andere hengel is dan de hengel met gekleurde topjes, geldt het voorgaande ook voor die hengel. De vordering zal ten aanzien van deze hengels derhalve worden afgewezen.

4.25.

Het voorgaande in aanmerking nemende, komt de rechtbank niet toe aan de subsidiaire vordering van [eiseres] .

Ten aanzien van de honden

4.26.

[eiseres] stelt dat de honden Riva en Turbo van haar waren en zij er altijd voor heeft gezorgd. [eiseres] legt van beide honden een paspoort over waarin zij als eigenaar wordt genoemd.

4.27.

[eiser] betwist dat de honden eigendom van [eiseres] zijn. [eiser] legt in dit verband van zowel Riva als Turbo een paspoort over waarin hij als eigenaar wordt vermeld. De derde hond, die door [eiseres] is meegenomen na beëindiging van de relatie, stond wel op naam van [eiseres] .

4.28.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] het volgende verklaard. Riva is meegenomen vanuit Portugal door [eiseres] en [eiser] omdat [eiseres] dat heel graag wilde. [eiser] heeft de kosten verband houdende met de quarantaine voldaan. Turbo kwam later dan Riva en is door [eiser] gekocht voor

€ 450,00 in Nederland. [eiseres] heeft de verklaring van [eiser] over de herkomst van de honden bevestigd. Beide partijen zijn het er voorts over eens dat de honden zo hecht zijn dat ze niet zonder elkaar kunnen leven.

Ter gelegenheid van de comparitie heeft [eiseres] voorts verklaard dat zij, nadat de relatie tussen partijen was beëindigd, aan de dierenarts heeft verzocht om nieuwe paspoorten voor beide dieren aan te maken, welk verzoek door de dierenarts is ingewilligd.

4.29.

Partijen twisten over de vraag wie de eigenaar van de honden is. Ter zake overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de door [eiseres] overgelegde delen van paspoorten van de honden kan niet haar eigendom van de honden worden afgeleid. Zoals blijkt uit hetgeen zij zelf ter comparitie heeft verklaard, zijn deze paspoorten na het beëindigen van de relatie op haar verzoek door de dierenarts afgegeven. Dat de dierenarts blijkbaar op verzoek van [eiseres] in deze paspoorten heeft vermeld dat zij de eigenaar is, doet geen eigendomsrecht ontstaan.

Daar staat tegenover dat door [eiser] twee paspoorten voor gezelschapsdieren in het geding zijn gebracht die blijkbaar zijn afgegeven in de periode dat partijen nog een relatie hadden. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat in beide dierenpaspoorten melding wordt gemaakt van vaccinaties die hebben plaatsgevonden in de periode dat partijen nog een relatie hadden. In deze dierenpaspoorten wordt [eiser] als eigenaar van de honden genoemd. [eiseres] heeft tegen deze vermelding blijkbaar destijds geen bezwaar gemaakt. Uit dit gegeven, dat een aanwijzing vormt voor de omstandigheid dat [eiser] eigenaar van deze honden was, in combinatie met het feit dat de hond Turbo door [eiser] is gekocht voor € 450,00, leidt de rechtbank af dat [eiser] eigenaar is van in ieder geval de hond Turbo. Hieraan doet niet af dat [eiseres] , zoals zij stelt, altijd voor de honden heeft gezorgd en volgens door haar overgelegde verklaringen van derden feitelijk als rechthebbende van de honden moet worden beschouwd.

4.30.

Het voorgaande betekent dat de vordering van [eiseres] om de hond Turbo aan haar toe te wijzen in ieder geval voor afwijzing gereed ligt. Zoals gezegd, zijn partijen het erover eens dat beide honden zo hecht zijn dat zij niet gescheiden moeten worden. Hiervan uitgaande en in aanmerking nemende dat de rechtbank bij haar beslissing ook rekening dient te houden met de belangen van de honden zelf, zal de vordering van [eiseres] tot toewijzing van de hond Riva aan haar eveneens worden afgewezen.

in conventie en reconventie

4.31.

Gelet op de relatie tussen partijen (voormalige samenwoners) zullen de proceskosten in conventie en reconventie tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank,

in conventie

5.1.

veroordeelt [eiser] om aan [eiseres] binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiseres] de in overweging 2.8 genoemde klok, alsmede een witte, dikke vishengel met een grote molen en een hengel met gekleurde topjes, zoals door [eiser] genoemd ter comparitie van partijen, ter beschikking te stellen,

in conventie en reconventie

5.2.

gelast partijen om binnen drie weken na het wijzen van dit vonnis gezamenlijk opdracht te geven aan een makelaar tot verkoop van de woning aan de [adres en woonplaats] en dat partijen deze makelaar gezamenlijk kiezen op de in rechtsoverweging 4.6 weergegeven wijze. Partijen zijn gehouden de adviezen van de makelaar op te volgen ten aanzien van de vraagprijs, uitgaande van de door de makelaar geschatte verkoopopbrengst na taxatie van de woning, en vervolgens ten aanzien van de verkoopprijs,

5.3.

bepaalt dat, indien een van beide partijen niet binnen één dag na betekening van dit vonnis meewerkt aan de verkoop en levering van de woning in overeenstemming met de adviezen van de makelaar, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van een in wettige vorm opgemaakte akte strekkende tot ondertekening door de weigerachtige partij van de koopovereenkomst, alsmede van de door de notaris op te stellen akte van levering,

5.4.

bepaalt dat de kosten die dienen te worden gemaakt ten behoeve van de verkoop van de woning (waaronder in ieder geval worden begrepen de kosten van de makelaar en de kosten van de notaris) door beide partijen voor de helft dienen te worden gedragen,

5.5.

bepaalt dat, indien na verkoop van de woning sprake is van een onderwaarde en daarmee (na aftrek van het bedrag dat vrijkomt uit de aan de hypotheek gekoppelde spaarverzekering) een restschuld beide partijen ieder de helft hiervan voor hun rekening dienen te nemen en bepaalt dat partijen elkaar, over en weer, moeten vrijwaren in het geval een partij meer dan zijn/haar aandeel (de helft) heeft betaald;
bepaalt dat, indien na verkoop van de woning sprake blijkt te zijn van een overwaarde, aan beide partijen de helft hiervan toekomt, evenals de helft van de aan de hypotheek gekoppelde spaarverzekering,

5.6.

bepaalt dat [eiser] met uitsluiting van [eiseres] gerechtigd is tot de bewoning en het gebruik van de woning totdat deze is verkocht en geleverd aan een derde en bepaalt dat [eiser] in deze periode de hypotheeklasten betaalt, en gelast [eiser] om [eiseres] te vrijwaren indien een derde zich bij [eiseres] mocht melden voor de betaling van deze lasten,

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde,

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017.

1582/1729