Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6143

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
10/691045-17 / parketnummer vordering TUL VV: 10/690058-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging met geweld (straatroof) - het slachtoffer wordt door een medeverdachte naar een parkeerplaats gelokt, alwaar hij door een aantal mannen, waaronder de verdachte, met grof geweld is beroofd van een geldbedrag, een mobiele telefoon, kleding en een tas met inhoud. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691045-17

Parketnummer vordering TUL VV: 10/690058-16

Datum uitspraak: 8 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] [geboren in 1999] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsvrouw mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden - dadelijk uitvoerbaar - , zoals geadviseerd door de reclassering;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/690058-16, in die zin dat de 120 dagen jeugddetentie zullen worden omgezet in 120 dagen gevangenisstraf.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend

bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde samen met anderen heeft gepleegd. Er is

sprake van medeplegen omdat de verdachte het plan van tevoren heeft besproken met één van de medeverdachten, die medeverdachte het slachtoffer heeft benaderd, is ingestapt in de auto en vervolgens het slachtoffer naar het plaats delict heeft gelokt alwaar de verdachte heeft toegeslagen. De opbrengst zou verdeeld worden.

4.1.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde. Zij heeft daartoe - kort weergegeven - aangevoerd dat niet is gebleken van betrokkenheid van de verdachte bij de voorbereiding of de uitvoering van het strafbare feit. De verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) is ongeloofwaardig, nu zij pas in haar derde verklaring de naam van de verdachte heeft genoemd en zij in het verleden een relatie met de verdachte heeft gehad. De verdachte heeft ten tijde van de overval geen gebruik gemaakt van zijn mobiele telefoon en ook overigens is er geen belastend bewijs voorhanden. Van medeplegen is geen sprake, omdat een nauwe en bewuste samenwerking ontbreekt.

4.1.3.

Beoordeling

[naam medeverdachte] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris verklaard dat zij met de verdachte had afgesproken om het slachtoffer [naam slachtoffer] in de val te lokken en hem te beroven. Daartoe heeft zij het slachtoffer op 25 maart 2017 benaderd, is zij bij hem in de auto gestapt en zijn zij naar een parkeerplaats op de [plaats delict] te Rotterdam gereden alwaar het slachtoffer door een aantal mannen, waaronder de verdachte, met grof geweld is beroofd. Met de verdachte had zij vooraf afgesproken dat zij de helft van de buit zou krijgen.

De rechtbank heeft geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. De verklaring wordt ondersteund door de chatberichten tussen [naam medeverdachte] en de gebruiker van het telefoonnummer [mobiele nummer] , welk nummer in gebruik is bij verdachte. Uit deze chatberichten blijkt dat de verdachte op 25 maart 2017, kort na middernacht, [naam medeverdachte] aanwijzingen heeft gegeven hoe zij het slachtoffer in de val moest lokken. Uit de gegevens van een lopende telefoontap op het genoemde nummer komt voorts naar voren dat de gebruiker van het genoemde telefoonnummer op het tijdstip van de beroving in de buurt dan wel op de plaats van het delict was en dat [naam medeverdachte] op 25 maart 2017, eind van de middag, tegen de verdachte zei; ‘jullie hebben hem echt overdreven kankerhard geslagen’. De verdachte antwoordde daarop: ‘ik heb hem gelijk neergelegd’. De rechtbank acht niet aannemelijk dat een ander dan de verdachte voor, tijdens en na de overval gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [mobiele nummer] , zulks temeer nu de verdachte volgens eigen verklaring de betreffende nacht thuis was en hij niet heeft verklaard hoe iemand anders zijn telefoon toen heeft kunnen gebruiken.

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten, dat sprake is van medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld.

4.1.4.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2017 te Rotterdam, op de [plaats delict] , althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (omstreeks 100 euro, althans enig geldbedrag) en/of twee, althans een of meer jas(sen) (merk Mont Claire en/of Canadian Goose) en/of een (schouder)tas (merk Louis Vuitton) en/of bankpas(sen) en/of een rijbewijs en/of een id-bewijs en/of een mobiele telefoon (Iphone 6, kleur zwart), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen,

althans eenmaal (telkens) (met kracht)

- trappen tegen de portierdeur van de personenauto van [naam slachtoffer] en/of

- trappen/schoppen op het hoofd van die [naam slachtoffer] , terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken oogkas en/of een gebroken neus, ten gevolge heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De kennelijke verschrijving in de bewezen verklaarde tenlastelegging is in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen ’s nachts schuldig gemaakt aan een ernstige en laffe straatroof waarbij grof geweld is gebruikt. Terwijl het slachtoffer op de grond lag is hij meermalen tegen zijn hoofd getrapt. Er was sprake van een vooropgezet plan om het slachtoffer te beroven, terwijl het slachtoffer in de veronderstelling was dat hij een afspraakje had met een van de medeverdachten. Deze medeverdachte heeft in overleg met de verdachte contact met het slachtoffer gezocht, is bij hem in de auto gestapt en heeft hem naar een plaats gelokt waar het slachtoffer weerloos was. Eenmaal daar aangekomen is het slachtoffer met grof geweld beroofd van zijn bezittingen, hetgeen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad. De buit bestond uit geld, een mobiele telefoon, kleding en een tas met inhoud.

De handelwijze van de verdachte is uiterst laakbaar. Aangenomen kan worden dat de straatroof bij het slachtoffer grote gevoelens van angst en onveiligheid teweeg heeft gebracht. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een dergelijk delict nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen. Straatroven brengen ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg. De verdachte is geheel aan deze gevolgen voorbij gegaan en heeft uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Hij heeft ook op zitting geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen willen nemen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
22 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
26 juni 2017. De reclassering acht hulpverlening noodzakelijk vanwege de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte en zijn problemen op de gebieden dagbesteding, inkomen en vriendenkring. Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen. De verdachte heeft een uitgebreid strafblad en is sinds 2015 bekend bij jeugdreclassering. Uit informatie van de jeugdreclassering blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn voor pedagogische beïnvloeding (zelfbepalend gedrag/ouders die geen invloed op verdachte kunnen uitoefenen). Een pedagogische aanpak lijkt dan ook niet langer passend. Verder is het van belang dat er toegewerkt gaat worden naar meer zelfstandigheid. De reclassering adviseert om aan de verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, te weten; een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting bij De Waag te Rotterdam of soortgelijke ambulante forensische zorg, een contactverbod met de medeverdachten en het slachtoffer, een (elektronisch gecontroleerd) locatieverbod voor het gebied tussen de Coolsingel, Essenburgsingel, Aelbrechtskade en het Erasmus MC en een (elektronisch gecontroleerd) locatiegebod op het verblijfadres. Daarnaast dient de verdachte mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding, het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of ander soort dagactiviteiten. Verder heeft hij een inspanningsverplichting om inkomen op een legale wijze te verkrijgen en om mee te werken aan het zoeken van een geschikte huisvesting.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Het volwassenenstrafrecht zal worden toegepast - zoals geadviseerd door de reclassering - gelet op de bevindingen van de jeugdreclassering waaruit blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn voor pedagogische beïnvloeding. Een pedagogische aanpak lijkt voor de verdachte niet langer passend. Daarnaast is toepassing van het volwassenenstrafrecht, nu de verdachte de leeftijd van 18 jaar reeds heeft bereikt, het uitgangspunt van de wet.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Mede gelet op de houding van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat een zwaardere straf dan door de officier van justitie is gevorderd op zijn plaats is.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden, inhoudende een meldplicht, ambulante behandelverplichting, contactverbod, een locatieverbod, locatiegebod en inspanningsverplichtingen, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

[naam benadeelde 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 8.742,09, bestaande uit een bedrag van € 4.742,09 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade.

[naam] namens [naam benadeelde 2] ter zake van het ten laste gelegde feit. De

benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.991,02 aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

[naam benadeelde 1]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade kan worden toegewezen, nu deze genoegzaam is onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat die kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.000,00.

[naam benadeelde 2]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van een machtiging waaruit blijkt dat de heer [naam] bevoegd is om namens [naam benadeelde 2] de vordering in te dienen.

8.2.

Standpunt verdediging

[naam benadeelde 1]

Primair heeft de raadsvrouw verzocht om de vordering af te wijzen, nu de verdachte naar de mening van de verdediging dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De raadvrouw heeft subsidiair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Meer subsidiair heeft de raadsvouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van het materiële deel behoort te worden gematigd. Zo moet er rekening gehouden worden met afschrijvingspercentages. Ten aanzien van het immateriële deel heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat dit deel eveneens gematigd dient worden.

[naam benadeelde 2]

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu de machtiging ontbreekt waaruit blijkt dat de heer [naam] bevoegd is om namens [naam benadeelde 2] de vordering in te dienen.

Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de doublure in de vorderingen van [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 1] .

8.3.

Beoordeling

[naam benadeelde 1]

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreekse materiële schade is toegebracht.

De rechtbank is van oordeel dat enige matiging van de schade op zijn plaats is. De weggenomen iPhone was ten tijde van het bewezenverklaarde immers twee jaar oud. De rechtbank acht een afschrijvingspercentage van 20 procent per jaar redelijk. De weggenomen kleding en tas zijn – blijkens de door de benadeelde partij overgelegde bonnen – slechts een half jaar oud, zodat de rechtbank daarop geen afschrijvingspercentage zal toepassen. De gevorderde materiële schade komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering van de benadeelde partij zal met betrekking tot de materiële schade worden toegewezen tot een bedrag van € 4.521,97, vermeerderd met de wettelijke rente.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreekse immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.000,00, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, zodat het restant van de vordering desgewenst aan de civiele rechter kan worden voorgelegd. De gegrondheid van dit deel van de vordering zou nader onderzoek vergen, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend

samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De

rechtbank ziet geen aanleiding van deze regel af te wijken. Indien en voor zover de

mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde

partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de

verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op

heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

[naam benadeelde 2]

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu er zich geen machtiging bevindt in het dossier waaruit blijkt dat de heer [naam] bevoegd is om namens [naam benadeelde 2] de vordering in te dienen.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van
€ 6.521,97, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Over het restant van de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 26 mei 2016 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van poging tot doodslag en diefstal in vereniging (met verbreking) veroordeeld voor zover van belang tot 165 dagen jeugddetentie, waarvan een gedeelte 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 10 juni 2016.

9.2.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling gevorderd, in die zin dat de 120 dagen jeugddetentie zullen worden omgezet naar 120 dagen gevangenisstraf.

9.3.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling afgewezen dient te worden, gelet op het feit dat de verdachte behandeling nodig heeft.

9.4.

Beoordeling

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijke gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf. Ingevolge artikel 77k van het Wetboek van Strafrecht wordt deze straf vervangen door gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, nu de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf geheel plaatsvindt nadat de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 77k en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van de forensische psychiatrische polikliniek De Waag te Rotterdam of soortgelijke ambulante forensische zorg, voor zijn problematiek, zulks ter beoordeling van de reclassering;

3. de veroordeelde zal op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten en het slachtoffer [naam slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

4. de veroordeelde zal zich niet bevinden in het gebied tussen de Coolsingel,

Essenburgsingel, Aelbrechtskade en het Erasmus MC, zolang als de reclassering noodzakelijk acht;

5. de veroordeelde zal zich op vooraf vastgestelde tijdstippen bevinden op het verblijfadres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , waarbij de reclassering, in overleg met de veroordeelde, invulling geeft aan diens dagbesteding;

6. de veroordeelde zal zich inspannen om mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding, het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of ander soort dagactiviteiten, om inkomen op een legale wijze te verkrijgen en om mee te werken naar het zoeken van een geschikte huisvesting;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

geeft aan Reclassering Nederland opdracht elektronisch toezicht te houden op de naleving van de onder nummers 4 en 5 genoemde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van € 6521,97 (zegge: zesduizend vijfhonderdeenentwintig euro zevenennegentig), bestaande uit € 4.521.97 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 6521,97 (hoofdsom, zegge: zesduizend vijfhonderdeenentwintig euro zevenennegentig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 6521,97 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 120 (honderdtwintig) dagen, van de bij vonnis van 26 mei 2016 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde jeugddetentie die ingevolge artikel 77k van het Wetboek van Strafrecht zal worden vervangen door gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. G. van de Luijtgaarden en D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De laatstgenoemde griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 maart 2017 te Rotterdam, op de [plaats delict] , althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (omstreeks 100 euro, althans enig geldbedrag) en/of twee, althans een of meer jas(sen) (merk Mont Claire en/of Canadian Goose) en/of een (schouder)tas (merk Louis Vuitton) en/of bankpas(sen) en/of een rijbewijs en/of een id-bewijs en/of een mobiele telefoon (Iphone 6, kleur zwart), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen,

althans eenmaal (telkens) (met kracht)

- trappen tegen de portierdeur van de personenauto van [naam slachtoffer] en/of

- trappen/schoppen op het hoofd van die [naam slachtoffer] , terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken oogkas en/of een gebroken neus, tengevolge heeft gehad.