Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6102

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
15-08-2017
Zaaknummer
C/10/503436 / HA ZA 16-557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldeiser spreekt ten onrechte wettelijk vertegenwoordiger van minderjarige erfgenaam aan. De vordering kan enkel worden verhaald op de goederen der nalatenschap en niet op het privévermogen van de minderjarige erfgenaam (art. 4:193 jo. art. 4:184 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2017-0184

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

Zaaknummer / rolnummer: C/10/503436 / HA ZA 16-557

Vonnis van 2 augustus 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te Rhoon,

eiseres,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam,

tegen

1 de gezamenlijke erfgenamen van [gedaagde 1] ,

laatstelijk wonende te Rotterdam,

gedaagde,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2] , als wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarige [persoon X] ,

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. L. Hennink te Rotterdam.

Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden gezamenlijk gedaagden genoemd. Gedaagde sub 2 en de minderjarige worden hierna [gedaagde 2] respectievelijk [persoon X] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 juni 2016, met producties;

- de akte houdende overlegging beslagstukken van 8 juni 2016;

- de conclusie van antwoord van 27 juli 2016, met productie;

- de brief van de rechtbank van 19 oktober 2016, waarin de comparitie is bepaald; en

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 17 februari 2017, met aangehechte productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast.

2.1.

De heer [Y] (hierna: [persoon Y] ) is bestuurder van [eiseres] .

2.2.

De heer [gedaagde 1] (hierna: [gedaagde 1] ) was bestuurder van Astra Agro Trade B.V. (hierna: AAT). Deze vennootschap hield zich bezig met de export van poeder, bestaande uit restproducten van abattoirs.

2.3.

[gedaagde 1] had een affectieve relatie met [gedaagde 2] .

2.4.

[persoon Y] en [gedaagde 1] hebben in september 2015 met elkaar gesproken over de export van het poeder naar Griekenland. Op 9 november 2015 heeft [eiseres] een bedrag van € 150.000,00 op de bankrekening van AAT overgemaakt.

2.5.

[gedaagde 1] is op 16 november 2015 overleden. Bij uiterste wilsbeschikking, opgemaakt in het jaar 1987, heeft [gedaagde 1] zijn moeder tot executeur benoemd. De heren [A] en [B] zijn nadien belast met de afwikkeling van de nalatenschap.

2.6.

Op 29 april 2016 is [persoon X] geboren. [gedaagde 2] is de moeder van [persoon X] .

2.7.

Op 20 mei 2016 heeft [eiseres] conservatoir beslag gelegd op ten name van [gedaagde 1] staand onroerend goed. Het beslag is gelegd ter verzekering van het bedrag van
€ 150.000,00 en tot verhaal op de gezamenlijk erfgenamen van [gedaagde 1] .

2.8.

Bij beschikking van 24 juni 2016 is vastgesteld dat [gedaagde 1] de vader is van [persoon X] .

2.9.

In het najaar van 2016 heeft de notaris in een verklaring van erfrecht vermeld dat [persoon X] de enig erfgenaam is van [gedaagde 1] .

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

- gedaagden te veroordelen tot (terug)betaling van € 150.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente sedert de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; en

- gedaagden te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen.

3.2.

Gedaagde sub 1 is niet verschenen in het geding. Eerst na het uitbrengen van de dagvaarding is vastgesteld dat [gedaagde 1] de vader is van [persoon X] en dat [persoon X] enig erfgenaam is van [gedaagde 1] . Met het oog daarop heeft [eiseres] haar vordering op gedaagde sub 1 ter comparitie ingetrokken.

3.3.

Ten aanzien van [gedaagde 2] grondt [eiseres] haar vordering op de nakoming door [persoon X] van een verbintenis uit een tussen haar en [gedaagde 1] gesloten geldleningsovereenkomst. [eiseres] stelt dat zij op of omstreeks 9 november 2015 met [gedaagde 1] mondeling een overeenkomst heeft gesloten, inhoudende dat [eiseres] een bedrag van € 150.000,00 aan [gedaagde 1] ter leen verstrekte tegen zekerheidstelling door [gedaagde 1] in de vorm van een positieve hypotheekverklaring. De lening is aan [gedaagde 1] in privé verstrekt en niet aan AAT, omdat [eiseres] reeds een bedrag van € 450.000,00 aan AAT had geleend.

3.4.

[gedaagde 2] heeft verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding. [gedaagde 2] betwist dat [eiseres] een vordering heeft op haar als wettelijk vertegenwoordigster van [persoon X] . Voorts betwist [gedaagde 2] dat [eiseres] een lening aan [gedaagde 1] in privé heeft verstrekt.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde 2] heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat [eiseres] geen vordering heeft op haar als wettelijk vertegenwoordigster van [persoon X] . Daartoe stelt zij dat de heren [A] en [B] thans belast zijn met de afwikkeling van de nalatenschap, zodat [eiseres] zich voor het verhaal van haar vordering tot de vereffenaars dient te wenden.

4.2.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 4:193 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam een nalatenschap voor deze niet zuiver aanvaarden. Drie maanden na het openvallen van de nalatenschap geldt deze van rechtswege als beneficiair aanvaard, tenzij de nalatenschap met machtiging van de kantonrechter is verworpen. Op grond van artikel 4:195 BW heeft beneficiaire aanvaarding tot gevolg dat een nalatenschap volgens de wettelijke regels dient te worden vereffend. De vereffeningsprocedure strekt tot bescherming van schuldeisers, nu deze hun vorderingen, anders dan bij zuivere aanvaarding, in beginsel slechts op de goederen der nalatenschap kunnen verhalen (artikel 4:181 BW).

4.3.

Op grond van de wet kan [gedaagde 2] de nalatenschap voor [persoon X] niet zuiver hebben aanvaard. Nu niet is gebleken dat de nalatenschap met machtiging van de kantonrechter is verworpen, moet het ervoor worden gehouden dat deze namens [persoon X] beneficiair is aanvaard. Zulks brengt met zich dat [eiseres] haar vordering, zonder in de inhoudelijke beoordeling daarvan te treden, slechts kan verhalen op de goederen der nalatenschap en niet op het privévermogen van [persoon X] . [eiseres] dient zich voor het verhaal van haar vordering tot de vereffenaars van de nalatenschap te wenden.

4.4.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiseres] jegens [gedaagde 2] dient te worden afgewezen.

4.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.6.

De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] worden begroot op:

- griffierecht: € 1.548,00

- salaris advocaat: € 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal: € 4.390,00

4.7.

De gevorderde beslagkosten komen niet voor toewijzing in aanmerking, nu het conservatoire beslag ten laste van gedaagde sub 1 is gelegd en de vordering jegens deze gedaagde is ingetrokken.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verstaat dat de vorderingen jegens gedaagde sub 1 zijn ingetrokken,

5.2.

wijst alle vorderingen jegens [gedaagde 2] af,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 2] tot op heden begroot op € 4.390,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A. Muilwijk-Schaaij en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2017.

[2971/2053]