Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6083

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
10/701255-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. De zaak is inhoudelijk behandeld met uitzondering van de vordering benadeelde partij. De rechtbank heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting voor de behandeling van de vordering van de benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/701255-16

Datum uitspraak: 4 augustus 2017

Tegenspraak

Tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2017.

Op voornoemde zitting is de zaak inhoudelijk behandeld, met uitzondering van de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] . Die vordering heeft betrekking op feit 5 van de tenlastelegging. De vordering was wel aangekondigd op de dagvaarding van de verdachte, maar bevond zich niet in het dossier. Evenmin bleek dat deze benadeelde partij behoorlijk was opgeroepen voor de zitting.

In overleg met de verdediging en de officier van justitie heeft de rechtbank daarom de zaak op de zitting van 21 juli 2017 inhoudelijk behandeld en is afgesproken dat voornoemde vordering zal worden behandeld op een volgende zitting indien de rechtbank tot een veroordeling zou komen voor feit 5.

Ter uitvoering van die afspraken zal in dit vonnis op zoveel mogelijk punten worden beslist en zal – nu hierna inderdaad een veroordeling voor feit 5 volgt – de zaak vervolgens heropend worden voor de behandeling van de vordering van benadeelde partij [naam benadeelde 1] .

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. E.M. Harbers, heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Feit 1

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

De verdachte ontkent mee te hebben gedaan aan het ten laste gelegde, maar zegt er wel bij geweest te zijn.

De getuige [naam getuige 1] , ziet weliswaar een aantal personen buiten en zou hierop de politie hebben gebeld, maar het is opmerkelijk dat deze getuige - anders dan getuige [naam getuige 2] - niets zegt over het horen van geluiden van iets dat ingeslagen wordt of van een alarm. Dit is niet mogelijk als het stil is en daarom raakt dit de betrouwbaarheid van de getuige. Dit maakt dat niet uitgesloten [naam verdachte] worden dat de verdachte de waarheid vertelt.

4.1.2.

Beoordeling

In het dossier bevinden zich de getuigenverklaringen van [naam getuige 2] en [naam getuige 1] . Getuige [naam getuige 2] verklaart dat hij kort voor het horen van een harde klap en het afgaan van het alarm minimaal drie jongens diverse keren autoportieren en de achterklep van een auto open en dicht heeft zien doen. Hierop heeft de getuige de politie gebeld. Over de jongens verklaart de getuige dat deze in het donker gekleed waren en op het schoolplein met zaklampen liepen. Over de auto verklaart de getuige dat het een vijfdeurs auto was, blauwgrijs of grijs van kleur, met een hoge achterklep.

Getuige [naam getuige 1] verklaart dat zij drie jongens buiten zag lopen waarvan twee jongens in het zwart gekleed, met een capuchon. Ze zag dat de jongens achter een auto stonden. Vervolgens zag de getuige dat ze het schoolplein opliepen en dat één van hen iets glimmends in zijn handen had. Vervolgens zag zij ze terugrennen naar de auto en zag ze één of twee auto’s hard wegrijden.

Gelet op de overeenkomsten van de getuigenverklaringen van [naam getuige 2] en [naam getuige 1] , acht de rechtbank deze verklaringen betrouwbaar. Dat [naam getuige 1] niets verklaart over het horen van geluiden doet daaraan niets af, waarbij wordt opgemerkt dat de getuige wel heeft verklaard dat zij wakker werd van een hoop herrie.

Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 1] blijkt dat de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] - na een melding van een inbraak in een school door drie personen, waarvan er twee in het zwart gekleed waren met capuchon - ter hoogte van die school een grijze Volkswagen Polo zagen aan komen rijden. In deze auto zagen de verbalisanten drie personen zitten die in het donker gekleed waren. Nadat de verbalisanten deze personenauto een stopteken gaven, bleek dat de verdachte de bestuurder was van deze auto. Verbalisant [naam verbalisant 1] zag een paar zwart met rode handschoenen liggen op de voorstoel, onder de benen van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Even later zag de verbalisant dat deze handschoenen weg waren. Na toestemming van [naam medeverdachte 1] - de eigenaar van het voertuig - is het voertuig doorzocht. De verbalisanten zagen dat de zwart met rode handschoenen onder de voorstoel waren gestopt. Tevens zagen zij onder deze voorstoel twee crèmekleurige handschoenen liggen. De verbalisanten zagen voorts onder de voorstoel van de verdachte een zwart met rode schroevendraaier met een platte kop en een crèmekleurige handschoen liggen. Zij zagen dat de kofferbak afgeladen was met goederen, onder andere een geelkleurig breekijzer en twee slijptollen. Van [codenummer politie] hoorden de verbalisanten dat er aan de achterzijde van de school een deur en een raam open stond en dat het raam vermoedelijk met een schroevendraaier was geforceerd.

Uit dit proces-verbaal bevindingen blijkt voorts dat er in het voertuig een zwarte Nokia telefoon is aangetroffen en tijdens de insluitingsfouillering van de verdachte een zwartkleurige zaklamp. Deze goederen zijn in beslag genomen.

In het dossier bevindt zich voorts de aangifte van [naam slachtoffer 1] , namens de school, waarin wordt beschreven dat de kluis die normaal gesproken op het kantoor stond op de binnenplaats lag. Voorts verklaart de aangever dat er een oude zwarte Nokia telefoon - die normaal gesproken op het bureau ligt - ontbreekt. De aangever verklaart dat hij met dat toestel heeft gebeld naar het nummer [mobiele nummer] .

Uit onderzoek naar de zwarte Nokia blijkt dat met dit toestel is gebeld naar het nummer [mobiele nummer] en dat dit toestel derhalve de door de school vermiste telefoon is.

De verklaring van de verdachte dat hij de gehele tijd in het voertuig is gebleven, dat de medeverdachten even een plaspauze hebben gehouden en dat zij derhalve als enigen uit het voertuig zijn geweest, acht de rechtbank onaannemelijk gelet op het voorgaande.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, [naam verdachte] het niet anders dan dat het de verdachte is geweest die tezamen en in vereniging met anderen de inbraak in de school heeft gepleegd. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Feit 2

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

De verdachte ontkent het feit en de camerabeelden zijn te vaag om tot een herkenning te kunnen komen. Bovendien zou het tasje dat te zien is op de beelden inderdaad van de verdachte kunnen zijn, maar het zou ook heel goed kunnen dat dat niet het geval is. Hiernaast heeft de verdachte de foto’s van de goederen die hij op zijn telefoon heeft staan, gekregen van medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Tot slot blijkt uit het dossier niet voldoende duidelijk wanneer de verdachte bij de twee inbraken aanwezig is geweest.

4.2.2.

Beoordeling

In het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 2] verklaart verbalisant [naam verbalisant 3] dat op 19 september 2016 in de auto van de verdachten - een Volkswagen Polo, grijs van kleur en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] bij de aanhouding een laptop was aangetroffen. Na onderzoek aan deze laptop bleek deze laptop afkomstig te zijn van een inbraak gepleegd op 28 augustus 2016 in een bedrijf dat is gevestigd op de [adres delict] te Naaldwijk.

De verbalisant heeft de camerabeelden van deze inbraak bekeken en verklaart hierover dat verdachte 1 sterke gelijkenissen vertoont met de ambtshalve bekende [naam verdachte] en dat verdachte 2 sterke gelijkenissen vertoont met de ambtshalve bekende [naam medeverdachte 1] . De herkenning van verdachte 1 wordt door de verbalisant gespecificeerd, namelijk dat de verdachte op de camerabeelden net als [naam verdachte] ook een spitse neus heeft en een gelijkende kaaklijn. Tevens komt de manier van lopen en het smalle en lange postuur overeen. Bovendien droeg de verdachte bij zijn aanhouding een soortgelijk nektasje als op de beelden is te zien.

Verbalisant [naam verbalisant 4] verklaart hierover in het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 3] dat de zwarte nektas die te zien is op de bewegende beelden, sterke gelijkenissen vertoont met de nektas uit de fouillering van de verdachte. Beide nektassen hebben dezelfde afmetingen en zijn op dezelfde manier bevestigd aan het koord dat om de nek van de verdachte hangt. Voorts ziet de verbalisant op de bewegende beelden dat het glimmende merkteken op dezelfde positie zit als die van de tas uit de fouillering.

Uit het dossiers blijkt voorts dat in de telefoon van de verdachte foto’s zijn aangetroffen van een deel van de gestolen goederen. Verbalisant [naam verbalisant 4] beschrijft in het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 4] dat in twee gesprekken tussen de verdachte en [naam 1] en tussen de verdachte en [naam 2] wordt gesproken over diverse computers, te weten laptops en tablets. De foto's van de goederen, sommige voorzien van serienummers, werden verstuurd tijdens deze gesprekken. Na onderzoek blijken de goederen door middel van diefstal op 28 augustus 2016 uit een winkel van [naam slachtoffer 2] te zijn weggenomen.

De verdachte verklaart op zitting dat hij de foto’s doorgestuurd heeft gekregen van medeverdachte [naam medeverdachte 1] en dat hij sommige foto’s in een andere winkel dan [naam slachtoffer 2] heeft genomen. De rechtbank acht deze lezing van de verdachte niet aannemelijk, nu de verdachte hier niet eenduidig over heeft verklaard en dit voorts niet is gebleken uit het onderzoek dat onder meer aan de telefoon van de verdachte is verricht. Zo zijn er geen inkomende berichten van [naam medeverdachte 1] op de telefoon aangetroffen met daarin bedoelde foto’s.

In een aanvullend proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 5] beschrijft verbalisant [naam verbalisant 4] voorts dat de verdachte in een whatsappgesprek op

27 augustus 2016 om 05:44 uur een foto stuurt van een wond op een lichaamsdeel. Het betreft een diepe snee van vermoedelijk 2 à 3 centimeter lang. Als aan de verdachte gevraagd wordt wat er is gebeurd, antwoordt de verdachte dat hij iets leuks voor hem heeft ter waarde van € 876,- . Als aan de verdachte gevraagd wordt of hij gestoken is, antwoordt de verdachte dat dit niet het geval is, maar dat het door glas komt. Dit is relevant, omdat de foto van de wond is verzonden kort na de inbraak en uit de verklaring van aangever blijkt dat er drie ruiten van de vitrinekasten kapot zijn geslagen.

Gelet op al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, kan het niet anders dan dat het de verdachte is geweest die tezamen en in vereniging de inbraak in het betreffende bedrijfspand heeft gepleegd. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Feit 3

4.3.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

De verdachte stelt dat hij er alleen bij stond en niets heeft gedaan. Dit levert niet de voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking op. De verdachte heeft ook geen belang gehad bij het stelen van de auto-onderdelen, aangezien hij geen auto bezit. Het meehelpen om de neergelegde spullen te verplaatsen levert hooguit medeplichtigheid aan het ten laste gelegde feit of heling op. Dit is echter niet ten laste gelegd. Medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft in zijn verhoor toegegeven dat hij dit feit heeft begaan en dat de verdachte hem alleen heeft uitgelegd hoe hij de onderdelen van de auto los kon krijgen. [naam medeverdachte 1] heeft weliswaar verklaard dat de verdachte heeft aangegeven de helft van de opbrengst van de onderdelen te willen hebben, maar voor deze verklaring, waarmee hij ook verdachte belast, zijn genoeg redenen te bedenken. Er zijn bijvoorbeeld mensen die denken dat als je verklaart dat je een strafbaar feit met anderen hebt gepleegd, je dan ook de helft van de straf krijgt.

4.3.2.

Beoordeling

Vast staat dat de verdachte op 5 september 2016 vroeg in de ochtend samen met medeverdachte [naam medeverdachte 1] op de plaats delict aanwezig was. Dit wordt ook niet door de verdachte ontkend.

In het dossier bevindt zich de verklaring van [naam medeverdachte 1] . [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de achterlichten en de voorgrill van de rode Polo heeft weggenomen en dat de verdachte heeft uitgelegd waar [naam medeverdachte 1] de schroevendraaier tussen moest stoppen. Voorts heeft [naam medeverdachte 1] verklaard dat de verdachte - nadat [naam medeverdachte 1] vertelde dat hij de onderdelen zou gaan verkopen - tegen [naam medeverdachte 1] heeft gezegd dat hij de helft van de opbrengst wilde hebben.

Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 6] blijkt dat de melder [naam getuige 3] op 5 september 2016 omstreeks 05:50 uur twee mannen bij een kleine rode auto zag staan. Na het horen en zien van een aantal klappen, zag [naam getuige 3] één van de mannen met spullen vanuit dit rode voertuig naar de aldaar geparkeerde camper lopen en zag hem deze spullen in het gras leggen. Vervolgens zag hij de man weer teruglopen naar de rode auto en ook de andere man met spullen vanuit de rode auto naar de camper toelopen en deze daar in het gras leggen. Tot slot zag hij deze twee mannen de spullen, die ze achter de camper hadden neergelegd, weer oppakken en met de spullen weglopen.

Uit dit proces-verbaal blijkt voorts dat de verbalisanten [naam verbalisant 5] en

[naam verbalisant 6] in de kofferbak van de auto van de verdachten twee complete achterlichten en een grill met het logo van Volkswagen aantroffen.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat uit de beschreven handelingen van verdachte voortvloeit dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachte [naam medeverdachte 1] en derhalve van medeplegen van diefstal. Hij heeft samen met [naam medeverdachte 1] gehandeld en dat [naam medeverdachte 1] de feitelijke behandeling verrichtte, doet daaraan niet af.

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4.

Feit 4

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.5.

Feiten 5, 6 en 7

4.5.1.

Standpunt verdediging

Feit 5

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging vrijspraak bepleit met betrekking tot het medeplegen, omdat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Feit 6

Ten aanzien van feit 6 heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte ervan uitging dat medeverdachte [naam medeverdachte 1] de getankte diesel inmiddels afgerekend had, zodat ook ten aanzien daarvan vrijspraak moet volgen.

Feit 7

Ten aanzien van feit 7 heeft de verdediging vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De politie ziet dat het voertuig waarin de verdachte rijdt stilstaat, er iemand anders uitstapt en iets van de grond pakt. De politie heeft echter niet gezien dat de kentekenplaten zijn weggenomen. De kentekenplaten lagen kennelijk al op de parkeerplaats. Ook staat niet vast dat de verdachte ervan af wist.

4.5.2.

Beoordeling

Feit 5

Het dossier bevat de aangifte van [naam slachtoffer 3] , waarin aangeefster verklaart dat haar kentekenplaten, voorzien van kenteken [kentekennummer 2] , zijn gestolen van haar personenauto.

Voorts bevat het dossier het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 7] waaruit blijkt dat verbalisanten [naam verbalisant 7] , [naam verbalisant 8] en [naam verbalisant 9] zien dat de verdachte op de [plaats delict 1] uit de auto stapt, een voorwerp uit de kofferbak pakt en naar een aldaar geparkeerde grijze Peugeot 307 loopt. Later blijkt dit de personenauto te zijn die voorzien was van het kenteken [kentekennummer 2] . De verbalisanten zien vervolgens dat de verdachte - met het voorwerp dat hij uit de kofferbak pakte - de kentekenplaten van de Peugeot wegneemt.

De rechtbank acht dit feit op basis hiervan wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6

Vaststaat dat bij [naam benzinestation] op 14 april 2017 diesel is getankt zonder dat dit afgerekend is.

Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte [naam medeverdachte 1] bij de politie heeft verklaard dat de verdachte aan [naam medeverdachte 1] vroeg om te chillen. [naam medeverdachte 1] antwoordde hierop dat hij geen tank had waarop de verdachte zei: “Komt goed. Ik tank je auto. Ik heb de pinpas van mijn moeder”. Nadat [naam medeverdachte 1] de verdachte heeft opgehaald, reden zij wat rondjes en raakte de tank leeg. De verdachte gaf toen aan dat hij toch niet de pinpas van zijn moeder bij zich had waarop [naam medeverdachte 1] aangaf dat zijn vader boos zou worden als de auto met een lege tank zou worden teruggebracht.

Betrokkenen reden vervolgens richting het BP tankstation en zijn op de vluchtstrook gestopt om de kentekenplaten te verwisselen met de kentekenplaten voorzien van het kenteken [kentekennummer 3] . De verdachte zat op dat moment achter het stuur. [naam medeverdachte 1] bekent dat hij de kentekenplaten heeft verwisseld, omdat de anderen niet durfden uit te stappen. Hierna stopten de verdachten bij het tankstation waarna [naam medeverdachte 1] uitstapte en begon te tanken. [naam medeverdachte 1] verklaart meteen te zijn ingestapt, omdat hij bang was.

Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 7] blijkt dat verbalisanten [naam verbalisant 9] , [naam verbalisant 10] en [naam verbalisant 8] zien dat [naam medeverdachte 1] na het tanken vlug het voertuig instapt en dat niemand aanstalten maakt om af te rekenen. In plaats daarvan genereerde het voertuig in een korte tijd grote snelheid.

Gelet op het feit dat de verdachte als bestuurder van het voertuig met grote snelheid wegrijdt zodra [naam medeverdachte 1] na het tanken de auto is ingestapt, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van de verdachte - inhoudende dat hij niet wist dat er niet betaald was bij het tankstation - volstrekt ongeloofwaardig is. De rechtbank acht dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 7

Het dossier bevat de aangifte van [naam slachtoffer 4] . Zij verklaart dat zij haar voertuig, voorzien van het kenteken [kentekennummer 3] , op 14 april 2017 had geparkeerd achter de [plaats delict 2] te Rotterdam.

Uit het dossier blijkt voorts dat medeverdachte [naam medeverdachte 1] bij de politie heeft bekend dat er in de [plaats delict 3] te Rotterdam kentekenplaten van een voertuig zijn afgehaald. [naam medeverdachte 1] wil niet verklaren wie dit gedaan heeft, maar hij verklaart tegelijkertijd dat hij het zelf niet was en dat medeverdachte [naam medeverdachte 2] die dag niks heeft gedaan.

Tot slot zijn voornoemde kentekenplaten na de aanhouding van betrokkenen in beslag genomen.

De rechtbank is van oordeel dat - aangezien de verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] die dag met zijn drieën optrokken - [naam medeverdachte 1] met zijn verklaring impliciet te kennen heeft gegeven dat de verdachte degene is geweest die deze kentekenplaten van het voertuig heeft af gehaald.

Bovendien bevindt de [plaats delict 3] zich achter de [plaats delict 2] te Rotterdam en waren verdachte en zijn medeverdachten kort na de diefstal in het bezit van deze kentekenplaten.

De rechtbank acht dit feit daarmee wettig en overtuigend bewezen.

4.6.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijzen dat:

1.

hij op of omstreeks 18 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis en/of een (mobiele) telefoon (merk: Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 26 27 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016 te Naaldwijk, gemeente Westland, (meermalen) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid laptops en/of computers (te weten onder meer van de merken Acer en/of Lenovo en/of Asus en/of Apple) en/of een of meerdere tablets (onder meer van de merken/typen Asus en/of Galaxy Tab) en/of een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 05 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een personenauto (merk/type Volkswagen Polo, kleur rood, kenteken [kentekennummer 4] ) heeft weggenomen een grill en/of twee, althans één, achterlichtunit(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

5.

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto heeft/hebben weggenomen één of meerdere kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders die voornoemde kentekenpla(a)t(en), althans dat/die goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

6.

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid diesel, althans brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benzinestation] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

7.

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto heeft/hebben weggenomen één of meerdere kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feiten 1 en 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feiten 3 en 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feiten 6 en 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in de periode van augustus 2016 tot en met april 2017 aan de lopende band en samen met anderen schuldig gemaakt aan vermogensdelicten.

Op 27 en 28 augustus 2016 heeft de verdachte door middel van braak uit een elektronicawinkel een groot aantal goederen van een aanzienlijke waarde gestolen.

Voorts heeft de verdachte zich op 5 september 2016 schuldig gemaakt aan diefstal van auto-onderdelen en op 28 september 2016 heeft de verdachte door middel van braak een mobiele telefoon uit een school gestolen.

Tot slot heeft de verdachte op 14 april 2017 van twee voertuigen kentekenplaten gestolen waarvan één set kentekenplaten is gemonteerd op het voertuig waarin hij reed om vervolgens bij een tankstation diesel te tanken zonder af te rekenen, kennelijk met het doel dat hij en zijn medeverdachten niet zouden kunnen worden achterhaald. Het op een dergelijke manier geraffineerd te werk gaan, rekent de rechtbank de verdachte aan.

Ook het feit dat de verdachte geen enkele vorm van inzicht in het kwalijke van zijn handelen of spijt toont en geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, rekent de rechtbank hem aan.

De verdachte heeft de gedupeerden door voornoemd handelen veel schade toegebracht. Door dit soort inbraken en diefstallen worden bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving veroorzaakt en versterkt.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 juni 2017 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport over de verdachte van Reclassering Nederland van 5 juli 2017. Dit rapport houdt onder andere in dat de verdachte aangeeft dat de band met zijn vader is verbeterd, omdat de verdachte sinds zijn detentie niet meer in aanraking is geweest met politie en justitie. De verdachte ervaart vanuit thuis meer ondersteuning richting werk/school. De verdachte kan niet uitleggen hoe deze ondersteuning eruit ziet. De verdachte vindt zijn toekomstbeeld lastig aan te geven. Toen de reclassering vroeg hoe zijn leven er over een jaar uit zou zien, antwoordde de verdachte dat hij dan een diploma op mbo niveau II heeft en hopelijk een baan. De verdachte is van plan de richting van detailhandel op te gaan.

Tijdens het gesprek gaf de rapporteur aan dat de verdachte een defensieve houding aannam en een negatieve uitstraling had. De verdachte gaf op de vragen zeer korte antwoorden. De verdachte gaf aan dat hij niet voor zijn plezier bij de reclassering komt. Zijn blik kwam op de reclassering hooghartig over. De verdachte is het niet eens met een poliklinische behandeling.

De reclassering adviseert toepassing van het volwassenenstrafrecht en in geval van veroordeling de oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarden de meldplicht en andere voorwaarden het gedrag betreffende.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Daaraan zullen de voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.

8 Vordering benadeelde partij ten aanzien van feit 3

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.481,31 aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op de onduidelijkheid van de vordering.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich.

8.3.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu deze onvoldoende is onderbouwd en in zoverre een onevenredige belasting vormt van het strafgeding.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Slotsom

Gelet op de gemaakte procesafspraken en het feit dat de rechtbank tot een veroordeling komt voor feit 5, zal het onderzoek worden heropend voor de behandeling van de vordering de benadeelde partij [naam benadeelde 3] .

Gelet op het feit dat om die reden een tussenvonnis zal worden gewezen, zullen de onder 7 en 8 genoemde beslissingen te zijner tijd worden neergelegd in het dictum van het daartoe te wijzen eindvonnis.

Indien thans eindvonnis zou zijn gewezen zou de rechtbank opheffing van de lopende schorsing hebben bevolen. Nu evenwel niet duidelijk is wanneer de zaak wederom op zitting komt acht de rechtbank het prudenter om de beslissing daaromtrent aan te houden, zodat zij daarover bij eindvonnis zal beslissen.

11 Beslissing

De rechtbank:

heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting;

stelt de stukken in handen van de officier van justitie teneinde haar in de gelegenheid te stellen na te gaan of de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend en indien dit het geval is, deze te voegen in het dossier;

schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd;

beveelt de oproeping van de verdachte, diens raadsman en de benadeelde partij

[naam benadeelde 1] tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;

bepaalt dat de zaak dient te worden aangebracht bij een zitting bij mr. Doorduijn als voorzitter.

Dit tussenvonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter,

en mrs. R. Brand en J.W. Langeler, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit tussenvonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 18 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis en/of een (mobiele) telefoon (merk: Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

(parketnummer 10/741506-16 ter berechting gevoegd)

hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016 te Naaldwijk, gemeente Westland,(meermalen) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid laptops en/of computers (te weten onder meer van de merken Acer en/of Lenovo en/of Asus en/of Apple) en/of een of meerdere tablets (onder meer van de merken/typen Asus en/of Galaxy Tab) en/of een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

(10/183912-16 ter berechting gevoegd)

hij op of omstreeks 05 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een personenauto (merk/type Volkswagen Polo, kleur rood, kenteken [kentekennummer 4] ) heeft weggenomen een grill en/of twee, althans één, achterlichtunit(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

Primair

hij op of omstreeks 05 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een autoambulance (merk/type Volkswagen Caddy, kenteken [kentekennummer 5] ) heeft weggenomen een grill flitser, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair

hij op of omstreeks 05 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een autoambulance (merk/type Volkswagen Caddy, kenteken [kentekennummer 5] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

(parketnummer 10/691043-17 ter berechting gevoegd)

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto heeft/hebben weggenomen één of meerdere kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders die voornoemde kentekenpla(a)t(en), althans dat/die goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

6.

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid diesel, althans brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benzinestation] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

7.

hij op of omstreeks 14 april 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening vanaf een auto heeft/hebben weggenomen één of meerdere

kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.