Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6057

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
07-08-2017
Zaaknummer
10/742048-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Bewezenverklaring mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/742048-16

Datum uitspraak: 2 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. N. el Faroughi, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 juli 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Ahbata heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering met een meldplicht, dat de verdachte zijn medewerking zal verlenen aan diagnostiek en, indien geïndiceerd, zich onder ambulante behandeling zal stellen van forensisch psychiatrisch polikliniek De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorg en dat de verdachte wordt verplicht zich in te spannen voor het op orde krijgen van praktische zaken als huisvesting, dagbesteding en inkomen.

Waardering van het bewijs

Vrijspraak

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit – een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – bewezen op grond van de verklaring van de aangeefster, alsmede de verklaring van de aangeefster ondersteunende foto’s van en medische verklaringen met betrekking tot het letsel van het slachtoffer.

Beoordeling

Vastgesteld kan weliswaar worden dat verdachte aangeefster willens en wetens bij de keel heeft gegrepen, maar niet dat daardoor de aanmerkelijke kans bestond dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Niet aannemelijk is namelijk geworden dat de intensiteit en de duur van het knijpen door verdachte daartoe toereikend waren. Ten aanzien van het (bewezen) slaan in het gezicht, schoppen tegen het lichaam en slaan met een stofzuigerstang op het hoofd van het slachtoffer kan evenmin worden vastgesteld dat daardoor de aanmerkelijke kans bestond dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.

Conclusie

Het primair tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

meermalen, althans éénmaal [naam slachtoffer] heeft mishandeld door (telkens)

- ( met kracht) de keel/nek van die [naam slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden

en/of (vervolgens)

- boven op die [naam slachtoffer] te gaan zitten en/of (vervolgens)

- ( met kracht) tegen het (boven)lichaam van die [naam slachtoffer] te schoppen en/of

trappen en/of een (zogeheten) knietje tegen de ribben, althans tegen het

bovenlichaam, van die [naam slachtoffer] te geven en/of (vervolgens)

- ( met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] te slaan

en/of te stompen en/of (vervolgens)

- ( met kracht) met een stofzuigerstang, althans een hard voorwerp, tegen het

hoofd, althans tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer] te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

1. Strafbaarheid verdachte

1.1.

Standpunt verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van het slaan met de stofzuigerstang (5e gedachtestreepje) een geslaagd beroep op noodweerexces toekomt, zodat hiervoor ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen.

1.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het slachtoffer op zijn vriendin [naam vriendin verdachte] zag zitten en dat [naam vriendin verdachte] werd geslagen door het slachtoffer. Hij heeft verder verklaard dat hij de stofzuigerpijp op de grond zag liggen en dat hij het slachtoffer hiermee een paar keer heeft geslagen. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij meermaals met kracht tegen haar hoofd en haar lichaam is geslagen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte hiermee de grenzen van de noodzakelijke verdediging van [naam vriendin verdachte] overschreden. De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer (ook) met de stofzuigerpijp heeft geslagen omdat hij boos was omdat het slachtoffer hem met een mes had gestoken. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat de onderhavige overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door voormelde aanranding door het slachtoffer van [naam vriendin verdachte] . Nu door de verdediging ook overigens hieromtrent niets is aangevoerd, wordt het beroep op noodweerexces verworpen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte worden opgelegd, is gegrond op de ernst van het, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte en het slachtoffer (een zuster van de verdachte) zijn heftig met elkaar in conflict geraakt in de woning van hun moeder. Zowel de verdachte als het slachtoffer hebben over en weer geweld gepleegd. De verdachte heeft zijn zus mishandeld door haar met kracht bij de keel te pakken, haar tegen het lichaam te schoppen, haar in het gezicht te slaan en door haar met een stofzuigerstang tegen het hoofd te slaan. Het moet voor het slachtoffer een beangstigende situatie zijn geweest, om door haar eigen, fysiek sterkere, broer op die wijze te worden mishandeld.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte recentelijk niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 4 mei 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte heeft sinds zijn vertrek uit de ouderlijke woning op 15-jarige leeftijd geen vaste woon- of verblijfplaats meer gehad en verblijft thans bij zijn vriendin. De verdachte beschikt niet over diploma’s en heeft weinig werkervaring. De verdachte kan van zijn Wajong-uitkering nauwelijks rondkomen en inzicht in de aard en de omvang van zijn schulden ontbreekt. De verdachte biedt geen inzicht in zijn financiële situatie. De verdachte gebruikt excessief softdrugs en is in het verleden gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en mogelijk ADD, maar een actueel toestandsbeeld van zijn psychische gesteldheid ontbreekt.

Eerder opgelegd reclasseringstoezicht werd voortijdig en negatief beëindigd, omdat zich niet aan de voorwaarden hield. Hij is reeds geruime tijd in beeld bij Stichting Mozaïk voor begeleiding in een vrijwillig kader, maar hij komt zijn afspraken onvoldoende na en stelt zich zorgmijdend op, gedrag waaraan angst voor een toename van problemen (met name m.b.t. zijn financiën) en psychische klachten (somberheid) ten grondslag lijken te liggen.

Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog gemiddeld.

De (forse) problemen op vrijwel alle leefgebieden vormen in het algemeen een risico op potentieel delictgedrag. Omdat het vrijwillige hulpverleningstraject bij Stichting Mozaïk stagneert, is begeleiding door de reclasseringsbegeleiding geïndiceerd als 'stok achter de deur' en om betrokkene nader te motiveren om hulpverlening te accepteren.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden verplicht reclasseringscontact met een meldplicht, de verplichting om mee te werken aan diagnostiek en indien geïndiceerd, de verplichte ambulante behandeling bij forensisch psychiatrische polikliniek De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, en een inspanningsverplichting van de verdachte om praktische zaken als huisvesting, dagbesteding en inkomen op orde te krijgen.

Straffen

Gelet op de ernst van het feit en rekening houdend met straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, is in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van beperkte duur passend en geboden.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank echter ook rekening met de rol die het slachtoffer zelf heeft gespeeld bij de onderhavige gewelddadigheden, die door toedoen van het slachtoffer verder zijn geëscaleerd. Voorts is rekening gehouden met het feit dat tijdens dit over en weer gepleegde geweld het slachtoffer de verdachte zelf ook een flinke steekwond heeft toegebracht.

Verder acht de rechtbank het met het oog op het bestaande recidiverisico van belang dat zo snel mogelijk een start wordt gemaakt met het aanpakken van de bestaande problemen van de verdachte op vrijwel alle relevante leefgebieden, door middel van een verplicht reclasseringscontact en een behandelverplichting.

Dit brengt de rechtbank ertoe om de verdachte een gevangenisstraf van beperkte duur in voorwaardelijk vorm op te leggen, met daaraan verbonden de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gezien echter de ernst van het feit zal de rechtbank naast voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf tevens een onvoorwaardelijke taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist, onder meer omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van het primair tenlastegelegde feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Bouman GGZ, afdeling reclassering, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan diagnostiek ten aanzien van zijn psychische gesteldheid;

3. de veroordeelde zal zich, indien dit op basis van diagnostiek geïndiceerd wordt geacht, onder ambulante behandeling stellen van forensisch psychiatrische polikliniek De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zolang als de reclassering in overleg met de forensische zorginstelling noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 72 (tweeënzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. van den Berg, voorzitter,

en mrs. E. Fels en J. de Lange, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 augustus 2017.

De jongste rechter de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam meermalen, althans éénmaal,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens)

- ( met kracht) de keel/nek van die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt en/of heeft

vastgehouden en/of (vervolgens)

- boven op die [naam slachtoffer] is gaan zitten en/of (vervolgens)

- ( met kracht) tegen het (boven)lichaam van die [naam slachtoffer] heeft getrapt/geschopt

en/of een knietje tegen de ribben, althans tegen het bovenlichaam, van die

[naam slachtoffer] heeft gegeven en/of (vervolgens)

- ( met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] heeft

gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens),

- ( met kracht) met een stofzuigerslang, althans een hard voorwerp, tegen het

hoofd, althans tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

hij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

meermalen, althans éénmaal [naam slachtoffer] heeft mishandeld door (telkens)

- ( met kracht) de keel/nek van die [naam slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden

en/of (vervolgens)

- boven op die [naam slachtoffer] te gaan zitten en/of (vervolgens)

- ( met kracht) tegen het (boven)lichaam van die [naam slachtoffer] te schoppen en/of

trappen en/of een (zogeheten) knietje tegen de ribben, althans tegen het

bovenlichaam, van die [naam slachtoffer] te geven en/of (vervolgens)

- ( met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] te slaan

en/of te stompen en/of (vervolgens)

- ( met kracht) met een stofzuigerslang, althans een hard voorwerp, tegen het

hoofd, althans tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer] te slaan;

(Artikel 300 Wetboek van Strafrecht)