Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6056

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
07-08-2017
Zaaknummer
10/741208-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging doodslag. Poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en een mishandeling bewezen. Geen noodweer(exces).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/741208-16

Datum uitspraak: 2 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. R.H.P. Feiner, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 juli 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Ahbata heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering met een meldplicht, een ambulante behandelverplichting bij de forensische psychiatrische polikliniek van Het Dok of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, en de verplichting van de verdachte om mee te werken aan hulpverlening gericht op schuldenproblematiek.

1 Waardering van het bewijs

1.1.

Vrijspraken

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 primair tenlastegelegde poging doodslag en het onder 1 subsidiair tenlastegelegde toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

1.2.

Bewijswaardering

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel heeft begaan.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de verdachte en het slachtoffer op 24 april 2016 in de woning van hun moeder hebben gevochten. Over en weer zijn geweldshandelingen gepleegd. Vast staat dat de verdachte op enig moment naar de keuken is gelopen en daar een vleesmes met een lemmet van circa 20cm heeft gepakt. Zij is met dat mes naar de woonkamer teruggekeerd en heeft geroepen “Je wou me toch vermoorden. Kom dan, kom dan!”. Vervolgens heeft zij met het mes een zwaaiende beweging gemaakt in de richting van het bovenlichaam van het slachtoffer en heeft zij hem met dat mes in zijn onderarm gesneden. Daarbij heeft het slachtoffer een flinke vleeswond opgelopen.

Mede gelet op de verklaring van de verdachte ter zitting dat zij het mes had gepakt, omdat zij wilde dat het slachtoffer werd gestraft voor wat hij haar had aangedaan, alsmede haar opmerking kort na het incident “Ik had hem eigenlijk gewoon in zijn gezicht moeten ‘djoeken’” moet het handelen van de verdachte als aanvallend – derhalve niet als verdedigend - worden beschouwd.

Het hiervoor bedoelde handelen van de verdachte is, naar de uiterlijke verschijningsvorm beoordeeld, gericht geweest op en geschikt tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat zich in de plaats waar het slachtoffer is geraakt, te weten zijn onderarm, pezen, zenuwen en bloedvaten bevinden.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

Feit 1 (meer subsidiair):

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door

meermalen, althans éénmaal (met kracht)

met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een arm, althans in

het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2:

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam, meermalen, althans éénmaal

[naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door (telkens)

- ( met kracht) op die [naam slachtoffer 2] te springen en/of (vervolgens) op die [naam slachtoffer 2] te

gaan zitten en/of

- met haar, verdachtes, nagels te krabben in het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kracht) in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 2] te slaan en/of

te stompen en/of

- ( met kracht) aan de haren van die [naam slachtoffer 2] te trekken en/of te rukken;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1 meer subsidiair:

poging tot zware mishandeling

Feit 2:

mishandeling

2 Strafbaarheid feiten en strafbaarheid verdachte

2.1.

Standpunt verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde een geslaagd beroep op noodweer(exces) toekomt, zodat voor dit feit ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen.

2.2.

Beoordeling

Reeds gelet op de hiervoor onder 1.2 geciteerde verklaringen van verdachte zelf, waaruit volgt dat het handelen van de verdachte als aanvallend moet worden beschouwd, komt haar geen gerechtvaardigd beroep op noodweer(exces) toe.

2.3.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten of de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar en de verdachte is daarvoor strafbaar.

3 Motivering straffen

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte en haar broer zijn heftig met elkaar in conflict geraakt in de woning van hun moeder. Zowel de verdachte als haar broer hebben geweld gepleegd. Aanleiding voor het conflict was dat de vriendin van de broer de woede van de verdachte op de hals had gehaald, omdat zij naar de smaak van de verdachte niet snel genoeg het licht had uitgedaan.

De verdachte heeft op enig moment – overigens reeds nadat hun moeder beide partijen had weten te scheiden – een groot vleesmes gepakt en daarmee vervolgens zwaaiende bewegingen gemaakt richting haar broer. Haar broer heeft hierdoor een steekwond in zijn arm opgelopen. De verdachte heeft dusdoende op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Ook toen was het nog niet klaar, wat de verdachte betreft. Direct na het steekincident heeft de verdachte de vriendin van haar broer, die zich op dat moment schuilhield op een hogere etage, (opnieuw) opgezocht en mishandeld -onder meer- door haar aan de haren te trekken en in het gezicht te slaan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juni 2017.

Rapportages

Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 juli 2016. Dit rapport houdt het volgende in.

Verslaving en geweld hebben een rol gespeeld in de opvoeding van de verdachte en zij worstelt met de gevolgen hiervan. Om in elk geval haar financiële situatie weer op orde te krijgen, is de verdachte, die daar zelf graag hulp bij heeft, aangemeld voor maatschappelijk werk van Palier GGZ. De verdachte is sinds 12-jarige leeftijd bekend met het gebruik van softdrugs. Zij gebruikt dagelijks. Ook is zij sinds relatief jonge leeftijd bekend met het gebruik van alcohol en zij drinkt dagelijks whisky. De verdachte kent een gestoorde agressiehuishouding. Zij is daarvoor aangemeld bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek het Dok. De vijf jaar oude dochter van de verdachte is uit huis geplaatst.

Op grond van de problemen in de agressieregulatie, waarbij ook het alcoholgebruik een rol speelt, wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Door de inzet van een op de agressieregulatie gerichte ambulante behandeling kan dit risico worden teruggebracht.

Daarnaast is de financiële situatie van de verdachte zorgelijk.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden verplicht reclasseringscontact met een meldplicht, een verplichte ambulante behandeling van de verdachte voor haar agressieproblematiek bij de forensische psychiatrische polikliniek van Het Dok of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg en de verplichte medewerking van de verdachte aan hulpverlening gericht op schuldenproblematiek.

De rechtbank heeft naast dit rapport acht geslagen op een door reclassering Bouman GGZ op 17 juli 2017 opgemaakt voortgangsverslag toezicht.

Psychiater [naam psychiater] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

3 november 2016. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een intermitterend explosieve stoornis met enige borderline kenmerken. Daarvan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde en op grond daarvan is de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De verdachte is de greep over zichzelf in de steeds moeizamer verlopende relatie tussen haar en haar moeder enerzijds en [naam halfbroer] , haar halfbroer, en zijn vrienden anderzijds grotendeels kwijt. Zij is niet langer in staat haar explosieve vormen aannemende- agressie te kanaliseren.

De problemen met haar agressiehuishouding en impulsiviteit, haar instabiele intermenselijke relaties, de zorg om haar dochter, de financiële aspecten en de moeite die zij heeft met keuzes binnen werk en relaties versterken elkaar onderling en zijn van belang voor de kans op herhaling. Teneinde het recidivegevaar terug te dringen, wordt geadviseerd om aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen en daar als bijzondere voorwaarden een ambulante forensisch psychiatrische behandeling bij het 'DOK' (of eventueel 'de Waag') en een toezicht vanuit de reclassering op de voortgang van de behandeling en als hulp en steun bij praktische problemen aan te verbinden.

Psycholoog drs. [naam psycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd

10 juni 2016. De verdachte heeft haar medewerking aan een onderzoek door de psycholoog geweigerd.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psychiater gedragen worden door diens bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

straffen

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat dit huiselijke geweld een uiterst geringe aanleiding kende, dat die aanleiding bij de verdachte lag en dat een en ander met name door het optreden van de verdachte verder is geëscaleerd. Voorts is rekening gehouden met het feit dat de verdachte zelf ook is mishandeld door haar broer.

Nu de reclassering en de psycholoog begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, en de rechtbank eveneens de noodzaak daarvan inziet, zal (een groot deel van) de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal het onvoorwaardelijk deel van de straf beperken tot de duur van de door de verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Het is namelijk met het oog op het bestaande recidiverisico van belang dat met de behandeling van de agressieproblematiek van de verdachte, maar ook met de verbetering van haar financiële positie en het daarmee samenhangend herstel van haar eigen gezinssituatie op een zo kort mogelijke termijn een aanvang kan worden gemaakt.

Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank daarnaast wel een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

4 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 57, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

5 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

6 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het de onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde feit en heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 137 (honderdzevenendertig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Bouman GGZ, afdeling reclassering, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van forensische psychiatrische polikliniek van Het Dok of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zolang de reclassering in overleg met de directeur van de behandelende instelling noodzakelijk vindt.

3. de veroordeelde zal haar medewerking verlenen aan hulpverlening gericht op de schuldenproblematiek, zolang de reclassering noodzakelijk vindt.

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. van den Berg, voorzitter,

en mrs. E. Fels en J. de Lange, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 augustus 2017.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een

persoon genaamd [naam slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet

meermalen, althans éénmaal,(met kracht)

met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een arm, althans in

het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 287 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

aan [naam slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

zenuwbeschadiging, heeft toegebracht door meermalen, althans éénmaal (met

kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in een arm,

althans in het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] te steken en/of te snijden;

(Artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door

meermalen, althans éénmaal (met kracht)

met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een arm, althans in

het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam

[naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen, althans éénmaal,

(met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een

arm, althans in het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] te steken;

(Artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam, meermalen, althans éénmaal

[naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door (telkens)

- ( met kracht) op die [naam slachtoffer 2] te springen en/of (vervolgens) op die [naam slachtoffer 2] te

gaan zitten en/of

- met haar, verdachtes, nagels te krabben in het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kracht) in gezicht en/of tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 2] te slaan en/of

te stompen en/of

- ( met kracht) aan de haren van die [naam slachtoffer 2] te trekken en/of te rukken;

(Artikel 300 Wetboek van Strafrecht)