Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5900

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-07-2017
Datum publicatie
27-07-2017
Zaaknummer
10/720048-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging, oplichting en witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/720048-14

Datum uitspraak: 12 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. R.A. Kaarls, advocaat te 's-Gravenhage.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 en 20 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.H. Slieker heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair A, onder 2 primair A en onder 3 impliciet primair A ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijsoverweging feiten 1 tot en met 3

4.1.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Het standpunt van de raadsman is (kort samengevat) dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (mede)plegen van de ten laste gelegde diefstal, oplichting en witwassen. Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd.

Er is geen bewijs dat de verdachte fysiek aanwezig is geweest of fysieke handelingen heeft verricht om de diefstal van de acht containers mogelijk te maken. Het telefoonnummer [mobiele nummer 1] is het enige nummer dat de verdachte in gebruik heeft gehad. Dit nummer wordt bovendien door meerdere mensen gebruikt, zoals bijvoorbeeld door [naam 1] . Het telefoonnummer [mobiele nummer 2] heeft de verdachte niet in gebruik gehad en kan niet aan de verdachte worden toegeschreven. Meer in het bijzonder kan niet worden vastgesteld dat de verdachte telefonisch contact heeft gehad met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] ( [mobiele nummer 3] ) en de medeverdachte [naam medeverdachte 2] [mobiele nummer 4] ). Als het telefoonnummer van de verdachte contact heeft gemaakt met het telefoonnummer [mobiele nummer 3] dan is dat nummer op dat moment waarschijnlijk in gebruik geweest bij de heer [naam 2] van Rechtspraktijk Zeeland. Uit de zendmastgegevens blijkt dat dit nummer voornamelijk een zendmast gebruikt vlakbij de [adres] te Rucphen, waar [naam 2] zijn bedrijf heeft gevestigd. Hier is ook het bedrijf van [naam medeverdachte 1] gevestigd, maar met deze persoon is de verdachte niet bekend. Er is niets bekend over de inhoud van de telefonische contacten zodat daaruit niets belastends kan blijken voor de verdachte. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte degene is die op 26 juni 2014 sms-berichten heeft gestuurd naar [naam medeverdachte 2] van [naam bedrijf 1] .

Uit niets blijkt dat de betrokken chauffeurs in opdracht van de verdachte hebben gehandeld. Het strafrechtelijk onderzoek had zich vooral moeten richten op de personen die konden beschikken over de pincodes om de containers op te halen. De contacten met [naam medeverdachte 2] van het bedrijf [naam bedrijf 1] . zien op een zakelijke relatie: de levering van oude metalen/schroot (in het kader van de deal [naam deal] ). De verdachte heeft in deze deal gehandeld als feitelijk leidinggevende van [naam bedrijf 2] . Voor het geval [naam bedrijf 1] . de deal [naam deal] betrekt bij de inkoop van ferro-nikkel, dan ontkent de verdachte dat deze partij is binnengekomen via hem en dat hij daarvoor contant geld heeft ontvangen.

4.1.2.

Beoordeling

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 30 juni 2014 is aangifte gedaan van de diefstal van acht containers met daarin ferro- nikkel. De containers waren opgeslagen bij de Euromax terminal en zijn opgehaald door vier chauffeurs die waren ingeschakeld door de medeverdachte [naam medeverdachte 3] . De containers zijn weggenomen met valselijk verkregen pincodes en zijn vervolgens vervoerd naar de [plaats delict] in Rotterdam alwaar deze werden opgehaald door andere chauffeurs en verder vervoerd naar het terrein van [naam bedrijf 1] . en [naam bedrijf 3] te Mijdrecht.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het eerste gedeelte van het vervoer van de containers plaatsvond onder aansturing van [naam medeverdachte 1] . Hoewel [naam medeverdachte 3] chauffeurs heeft ingeschakeld om het eerste gedeelte van het vervoer van de containers uit te voeren, was het [naam medeverdachte 1] die aan [naam medeverdachte 3] een briefje had verstrekt met daarop containernummers met daarachter vermeld de bijbehorende pincodes om de containers bij de Euromax terminal op te halen. [naam medeverdachte 1] was ook degene die het adres had gegeven waar de containers zonder kingpin-slot losgekoppeld moesten worden en zouden worden opgehaald door andere chauffeurs.

Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat het tweede gedeelte van het vervoer van de containers (mede) plaats vond onder aansturing van de verdachte. De verdachte ontkent iedere betrokkenheid. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter voldoende duidelijk dat de verdachte de link was tussen de twee aparte vervoersopdrachten van de acht containers. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte ten tijde van de diefstal telefonisch contact had met [naam medeverdachte 1] , met de getuige [naam getuige] – die als chauffeur optrad voor het tweede gedeelte van het vervoer van de containers –, alsmede met [naam medeverdachte 2] , die (zoals hierna zal worden toegelicht) uiteindelijk de inhoud van de containers heeft gekocht van de verdachte. De rechtbank acht niet geloofwaardig dat de verdachte de betreffende telefonische contacten niet heeft gepleegd, gelet op de wijze waarop de politie haar bevindingen omtrent de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers die aan de verdachte en [naam medeverdachte 1] zijn toegeschreven, heeft onderbouwd (zie p. 1263 e.v. van het dossier voor het nummer [mobiele nummer 2] (de verdachte), p. 615 voor het nummer [mobiele nummer 3] ( [naam medeverdachte 1] ) en p. 1270 e.v. voor het nummer [mobiele nummer 5] ( [naam medeverdachte 1] )). Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de verklaring van de getuige [naam getuige] dat de verdachte al op 24 juni 2014 telefonisch aan hem had medegedeeld dat hij had gehoord dat de getuige [naam getuige] een transport ging doen. Gelet op de vele telefonische contacten tussen de verdachte en de getuige [naam getuige] en de overige bewijsmiddelen, gaat de rechtbank ervan uit dat deze contacten zagen op het transport van de containers. De verdachte wist dus twee dagen voor de diefstal dat de getuige [naam getuige] het vervoer van de containers zou uitvoeren. Zowel vóór als op de dag van de diefstal hebben de verdachte en de getuige [naam getuige] telefonisch contact gehad.

Het verweer dat anderen, in het bijzonder [naam 1] , de telefoon van de verdachte ook gebruikten, wordt weerlegd door de bevindingen van politie zoals neergelegd op p. 845 van het dossier en is, mede in dat licht, onvoldoende onderbouwd.

Over de verkoop van de containers door de verdachte aan [naam bedrijf 1] . / [naam medeverdachte 2] wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat [naam bedrijf 1] . € 404.000,00 via de bank heeft betaald aan [naam bedrijf 2] . De verdachte zegt dat dit ziet op de [naam deal] deal, [naam medeverdachte 2] zegt dat het overgrote deel van dit bedrag ziet op de containers met ferro-nikkel, die door [naam verdachte] aan hem waren aangeboden als onderdeel van de [naam deal] deal afkomstig uit Zeist. [naam verdachte] had ook verzocht alle betalingen hieromtrent in de administratie op te nemen onder de naam [naam deal] . Daarnaast is in geschil of er naast de bancaire betaling ook nog een contante betaling van € 120.000,00 is gedaan door [naam bedrijf 1] ./ [naam medeverdachte 2] aan [naam verdachte] .

Bij vergelijking van de verklaringen van de verdachte en [naam medeverdachte 2] is zonder meer opvallend dat [naam medeverdachte 2] vanaf het begin heeft geprobeerd duidelijkheid te verschaffen en dit zoveel mogelijk met stukken heeft onderbouwd. De verdachte daarentegen heeft steeds aangegeven dat hij met stukken uit zijn administratie zal komen ter onderbouwing van zijn lezing, hetgeen hij ook thans nog niet heeft gedaan. Dit klemt, omdat in de lezing van de verdachte hij € 404.000 heeft ontvangen voor een partij schroot en restanten die voor een belangrijk deel bestaan uit goederen waarvan de inkoopwaarde (dus niet: de verkoopwaarde) door de voormalige eigenaar is geschat op circa € 100.000,00. Concrete informatie waaruit blijkt dat de [naam deal] goederen inderdaad een waarde hebben die aansluit bij de gedane betalingen, ontbreekt.

Inhoudelijk vindt de verklaring van [naam medeverdachte 2] steun in de telefoongegevens. Dat betreft allereerst de sms-berichten van 26 juni 2014 tussen [naam medeverdachte 2] en het nummer [mobiele nummer 2] dat aan de verdachte moet worden toegerekend. [naam medeverdachte 2] zegt dat deze berichten zien op dit transport, hetgeen aansluit bij de inhoud ervan. Verder zijn er de telefonische contacten van 27 juni 2014, vlak na 6 uur in de ochtend. Uit de verklaringen van de kraanmachinist en zijn baas en de telefoongegevens blijkt dat één van hen om 6.03 uur heeft gebeld naar [naam medeverdachte 2] om te vragen of er nog containers kwamen. [naam medeverdachte 2] heeft vervolgens gebeld naar [naam verdachte] (maar bereikte hem kennelijk niet), [naam verdachte] belde daarna terug naar [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 2] belde om 6.08 uur weer naar [naam bedrijf 3] . Dit bevestigt dat [naam medeverdachte 2] met de verdachte contact had over het transport van de containers.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank de lezing van de verdachte niet aannemelijk geworden en gaat zij uit van de lezing van [naam medeverdachte 2] die de rechtbank aannemelijk voorkomt en bovendien wordt ondersteund door bewijsmateriaal in het dossier.

De rechtbank concludeert dan ook dat de containers door [naam verdachte] onder de naam van de [naam deal] deal zijn verkocht aan [naam bedrijf 1] . Of de contante betaling ook gedaan is, kan in het midden blijven.

Medeplegen diefstal en oplichting

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van de acht containers en de oplichting van (medewerkers van) de Euromax terminal. De verdachte en [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] en/of de mensen rondom [naam medeverdachte 1] hebben immers de ingeschakelde chauffeurs gebruikt om de acht containers te stelen en op die wijze zich (indirect) voorgedaan als chauffeurs die gerechtigd waren de containers op te halen. Vervolgens heeft de verdachte ervoor gezorgd dat de containers aansluitend werden vervoerd naar [naam bedrijf 1] . te Mijdrecht. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking.

Feitelijk leidinggeven?

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte handelde namens [naam bedrijf 2] . en de verdachte handelde als feitelijk leidinggevende van die vennootschap. Daargelaten of de verdachte bij het slagen van dit verweer enig belang heeft, slaagt het niet. Het is de verdachte geweest die samen met zijn mededaders de containers heeft doen stelen en vervoeren en uiteindelijk heeft hij de inhoud van de containers verkocht aan [naam bedrijf 1] . [naam bedrijf 2] . is naar het oordeel van de rechtbank niet meer dan de vennootschap die door de verdachte is gebruikt om de verkoop aan [naam bedrijf 1] . op papier te verantwoorden.

4.1.3.

Conclusie

Gelet op het voorgaande slagen de verweren van de raadsman niet.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair A, 2 primair A en 3 impliciet primair A ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Primair

A.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de Euromaxterminal gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft weggenomen acht, althans één of meer, zeecontainer(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) met een (valselijk verkregen) pincode, die hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die zeecontainers (met die Ferro-Nikkel) van voornoemde Euromax-terminal op te halen en/of weg te voeren en/of (vervolgens) naar Mijdrecht te vervoeren;

2.

A

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meer medewerker(s) van de Euromaxterminal (gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer

191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    zich voorgedaan als (een) chauffeur(s) die gerechtigd was/waren om voornoemde (zee)containers van de Euromaxterminal op te halen en weg te voeren, en/of

  • -

    (aldus) bij de beveiliging van Euromaxterminal een of meer dagkaart(en) gekocht, en/of

  • -

    (aldus) aan de beveiliging (een lijstje met) (een) containernummer(s) en de daarbij behorende PINnummer(s) overhandigd/doorgegeven en gevraagd of die container(s) nog binnen op het terrein stond(en);

3.

A.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 30 september 2014,

te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. van een of meer voorwerpen, te weten

  • -

    acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

  • -

    geld (404.000 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, en/of

b. een of meer voorwerp(en), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of geld (404.000 euro), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel;

2

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

3.

Witwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn mededaders hebben ervoor gezorgd dat acht containers van het beveiligde terrein van een containerterminal naar een openbare weg zijn verplaatst en aldaar zijn opgehaald en weggenomen. De verdachte heeft zich op deze wijze schuldig gemaakt aan diefstal en oplichting. Uit het dossier blijkt dat de rol van de verdachte cruciaal was. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van de door hem verworven containers en van de opbrengst van de verkoop van de inhoud daarvan.

Door het plegen van deze feiten hebben de verdachte en zijn mededaders er aan bijgedragen dat niet alleen de eigenaar van de lading van de containers grote financiële schade heeft geleden, maar ook andere daarbij betrokken partijen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank zal in strafverminderende zin laten meewegen dat sprake is van een geringe overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM en dat de verdachte zwaarwegende medische omstandigheden naar voren heeft gebracht.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Voor zover de raadsman van de verdachte heeft verzocht om een detentiegeschiktheidsonderzoek, wijst de rechtbank dit verzoek af, nu een dergelijk verzoek zich meer leent voor een behandeling in het kader van de executie van deze straf.

8 Vorderingen benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 503.569,84 aan materiële schade inclusief rente en kosten, met hoofdelijke toewijzing van de vordering en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vordering van [naam benadeelde] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 14.554,12 (de waarde van de acht weggenomen containers van [naam benadeelde] ), ter zake van dat bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman stelt primair, in het verlengde van de door hem bepleite vrijspraak, dat de vordering van [naam benadeelde] primair dient te worden afgewezen subsidiair niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de beoordeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren en dat de schadevergoedingsmaatregel niet dient te worden opgelegd.

8.3.

Beoordeling

Op grond van artikel 51a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch dat van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.

De rechtbank stelt vast dat [naam benadeelde] door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 14.554,12, de onbetwiste waarde van de gestolen containers die haar eigendom waren. Dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen en wel (omdat de verdachte de feiten in vereniging met anderen heeft gepleegd) op hoofdelijke basis.

De rechtbank stelt verder vast dat het overige gedeelte van de vordering van [naam benadeelde] ziet op de schade die zij heeft geleden doordat zij in rechte is betrokken door [naam verzekeringsmaatschappij] , de (hoofd)verzekeraar van [naam slachtoffer 1] (de expediteur van de onderhavige containers). [naam verzekeringsmaatschappij] vorderde vergoeding kennelijk (mede) uit hoofde van een of meerdere cessies, zoals beschreven op p. 3 van de overgelegde uitspraak van het Hanseatisches Oberlandesgericht uit Hamburg. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat deze kosten in een te ver verwijderd verband met de bewezen verklaarde strafbare feiten staan. De enkele stelling dat [naam benadeelde] ook zonder de schikking gehouden zou zijn tot schadevergoeding – wat daar verder ook van zij – maakt dit niet anders: zij heeft betaald aan [naam verzekeringsmaatschappij] op de wijze en basis zoals hiervoor geschetst. [naam benadeelde] wordt daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 900,-, aan salaris voor de advocaat (1 punt voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding en 1 punt per zittingsdag voor het verschijnen ter terechtzitting met een waarde per punt van € 300,-, waarbij de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij het in Nederlandse civiele procedures voor kosten van rechtsbijstand gebruikelijke liquidatietarief voor kantonzaken).

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 57, 310, 311, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair A, onder 2 onder primair A en onder 3 impliciet primair A ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 14.554,12 (zegge: veertienduizendvijfhonderdvierenvijftig euro en twaalf euro cent), aan materiële schade;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 900,- aan salaris voor de advocaat;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 14.554,12 (hoofdsom, zegge: veertienduizendvijfhonderdvierenvijftig euro en twaalf euro cent); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 14.554,12 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 107 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter,

en mrs. I.W.M. Laurijssens en D.L. Spierings, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.F. Meiland, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

A.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de Euromaxterminal gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft weggenomen acht, althans één of meer, zeecontainer(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) met een (valselijk verkregen) pincode, die hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die zeecontainers (met die Ferro-Nikkel) van voornoemde Euromax-terminal op te halen en/of weg te voeren en/of (vervolgens) naar Mijdrecht te vervoeren;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 2] ., op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de Euromaxterminal gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft weggenomen acht, althans één of meer, zeecontainer(s) (totaal inhoudende 191.000 kilogram ferro-nikkel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam bedrijf 2] . en/of haar mededader(s), waarbij [naam bedrijf 2] . en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) met een (valselijk verkregen) pincode, die [naam bedrijf 2] . en/of haar mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die zeecontainers van voornoemde Euromax-terminal op te halen en/of weg te voeren en/of (vervolgens) naar Mijdrecht te vervoeren, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en)

opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan

bovenomschreven verboden gedraging(en);

Subsidiair

A. hij op of omstreeks de periode van 26 en/of 27 juni 2014 te Mijdrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goed(eren), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (inhoudende in totaal ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 2] ., op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Mijdrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goed(eren), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s)

(inhoudende in totaal ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl [naam bedrijf 2] . en haar mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

2.

A.

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meer medewerker(s) van de Euromaxterminal (gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer

191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    zich voorgedaan als (een) chauffeur(s) die gerechtigd was/waren om voornoemde (zee)containers van de Euromaxterminal op te halen en weg te voeren, en/of

  • -

    (aldus) bij de beveiliging van Euromaxterminal een of meer dagkaart(en) gekocht, en/of

  • -

    (aldus) aan de beveiliging (een lijstje met) (een) containernummer(s) en de daarbij behorende PINnummer(s) overhandigd/doorgegeven en gevraagd of die container(s) nog binnen op het terrein stond(en);

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 2] ., op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om [naam bedrijf 2] . en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,één of meer medewerker(s) van de Euromaxterminal

(gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het

verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), hebbende [naam bedrijf 2] . en/of haar mededader(s)

  • -

    zich voorgedaan als (een) chauffeur(s) die gerechtigd was/waren om voornoemde (zee)containers van de Euromaxterminal op te halen en weg te voeren, en/of

  • -

    (aldus) bij de beveiliging van Euromaxterminal een of meer dagkaart(en) gekocht, en/of

  • -

    (aldus) aan de beveiliging (een lijstje met) (een) containernummer(s) en de daarbij behorende PINnummer(s) overhandigd/doorgegeven en gevraagd of die container(s) nog binnen op het terrein stond(en),

zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

3.

A.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 30 september 2014,

te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. van een of meer voorwerpen, te weten

  • -

    acht, althans één of meer, (zee)container(s)(totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

  • -

    geld (408.951 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, en/of

b. een of meer voorwerp(en), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of geld (408.951 euro), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 2] , in of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 30 september 2014, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. van een of meer voorwerp(en), te weten

  • -

    acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

  • -

    geld (408.951 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, en/of b. een of meer voorwerp(en), te weten

- acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

- geld (408.951 euro),

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl [naam bedrijf 2] . wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan

bovenomschreven verboden gedraging(en).