Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5897

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-07-2017
Datum publicatie
27-07-2017
Zaaknummer
10/750222-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak diefstal en heling van zeecontainers met daarin ferro nikkel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750222-14

Datum uitspraak: 12 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres,

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw T. Fuchs, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 en 20 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.H. Slieker heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair onder B (opzetheling) en het onder 2 onder B ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering – feit 1 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak – feit 1 subsidiair en feit 2

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair onder B, alsmede het onder 2 onder B ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich gebaseerd op de volgende argumenten:

  1. Er was sprake van een vage afspraak/aankondiging van hoogwaardig materiaal;

  2. Het hoogwaardig materiaal was ferro-nikkel en werd geleverd in acht zeecontainers die niet op een kiepchassis stonden, terwijl het afkomstig zou zijn uit de inventaris van een bedrijf in Zeist, [naam bedrijf 1] ;

  3. De kraanmachinist moest tot in de nachtelijke uren doorwerken;

  4. De creditfacturen vermelden rvs terwijl het om ferro-nikkel gaat;

  5. De contante betaling van € 120.000,- volgens de overgelegde kwitantie is niet terug te vinden in de debiteurenlijst met betrekking tot [naam bedrijf 2] . en evenmin in het kasboek;

  6. Gelet op de koers van ferro-nikkel is het materiaal voor een te lage prijs ingekocht;

  7. De inhoud van de zeecontainers werd in delen doorverkocht;

  8. Elk spoor van de zeecontainers ontbreekt.

4.2.2.

Beoordeling

Feiten en omstandigheden

Op 30 juni 2014 is aangifte gedaan van de diefstal van acht containers met daarin een totaal gewicht van 190.000 kilogram ferro-nikkel. De containers waren opgeslagen bij de Euromax terminal en zijn op 26 juni 2014 opgehaald door chauffeurs die daartoe niet gerechtigd waren. Onder aansturing van de medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) zijn de containers vervoerd naar het terrein van [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] te Mijdrecht. De inhoud van de acht containers is door [naam medeverdachte] ( [naam bedrijf 2] .) verkocht aan [naam bedrijf 3] en vervolgens doorverkocht in drie delen aan twee bedrijven: [naam bedrijf 5] en [naam bedrijf 6] .

Ten aanzien van de in- en verkoop van de partij ferro-nikkel heeft de verdachte het volgende verklaard. In het voorjaar van 2014 is de verdachte tijdens een bezoek aan [naam bedrijf 7] te Utrecht door [naam zakelijke partner] , al meer dan tien jaar een betrouwbare zakelijke partner, voorgesteld aan [naam medeverdachte] . In juli 2014 is het project [naam project] van start gegaan: het op bevinding kopen van de bedrijfsinventaris van een door [naam medeverdachte] opgekochte fabriek in Zeist. [naam medeverdachte] had ruim voor 26 juni 2014 aangekondigd dat hoogwaardig materiaal binnenkort zou komen. Op 26 juni 2014 had [naam medeverdachte] telefonisch medegedeeld dat die dag twaalf containers met schroot uit het bedrijf in Zeist geleverd zouden worden. Uiteindelijk werden acht containers geleverd. Vanwege ruimtegebrek werden twee containers geplaatst op het terrein van [naam bedrijf 3] en zes op het naastgelegen terrein van [naam bedrijf 4] [naam medeverdachte] had aan de verdachte documenten (begeleidingspapieren) laten zien, maar die had de verdachte niet goed kunnen bekijken. Volgens [naam medeverdachte] bestond de partij voor 100% uit zuivere nikkel. Dit bleek niet te kloppen. De partij, bestaande uit ferro-nikkel werd ter bepaling van het nikkelgehalte gewogen en getest door een derde onafhankelijke partij, [naam bedrijf 8] . [naam medeverdachte] is akkoord gegaan met het door [naam bedrijf 8] vastgestelde nikkel-percentage. De verdachte heeft in totaal € 387.214,10 per bank en € 120.000,- contant betaald aan [naam medeverdachte] ( [naam bedrijf 2] .) voor de levering van de partij ferro-nikkel: dit komt uit op een bedrag van € 2,65 per kilogram. Deze betalingen betroffen voorschotten. Het definitief te betalen bedrag zou worden vastgesteld tijdens een afsluitende bespreking over de waarde van de ferro-nikkel. Deze bespreking en de definitieve betaling hadden nog niet plaats gevonden. Op de voorschotnota’s (creditfacturen) staat als omschrijving rvs vermeld omdat in het software programma dat [naam bedrijf 3] gebruikt de term ferro-nikkel niet bestaat.

Een gedeelte van de partij ferro-nikkel is doorverkocht aan [naam bedrijf 5] voor € 4,65 en € 4,35 per kilogram en de rest aan [naam bedrijf 6] . voor € 3,85 per kilogram.

De rechtbank ziet zich tegen deze achtergrond gesteld voor de vraag of bewezen kan worden dat de verdachte wist dan wel had moeten weten dat de partij ferro-nikkel uit misdrijf afkomstig was.

Contante betaling

Door de verdediging zijn stukken ingebracht, een ontvangstbewijs/kwitantie van betalingen van € 70.000,- en € 50.000,- van de verdachte aan [naam medeverdachte] en vier kopieën van kasbonnen van betalingen van € 70.000,- en € 50.000,- waarop staat vermeld ‘rvs, inkoop uit bedrijfsvoering [naam bedrijf 1] ’. Daarbij heeft de verdachte erop gewezen dat op de kwitantie tevens een derde betaling (van € 50.000,00 met als datum 5 augustus) stond, voor welk bedrag niet getekend is op de kwitantie. De verdachte heeft uitgelegd dat die derde contante betaling destijds beoogd was, maar dat hiervan afgezien is en dat het alsnog per bank is betaald. Dit laatste vindt bevestiging in de bankafschriften die een betaling van een bedrag van € 50.000,00 per 6 augustus 2014 vermelden. Gelet op het voorgaande, ziet de rechtbank deze stukken als voldoende onderbouwing van de door de verdachte aangevoerde contante betaling van € 120.000,- aan [naam medeverdachte] ( [naam bedrijf 2] .) voor de levering van de partij ferro-nikkel, dit in aanvulling op de gedane bancaire betalingen. Dat de kwitantie slechts bestaat uit handgeschreven aantekeningen en de betalingen destijds niet goed waren verwerkt in de debiteurenlijst, leidt niet tot een ander oordeel.

Door de verdachte is aangevoerd dat contante betalingen in de schroothandel niet ongebruikelijk zijn en door de accountant van [naam bedrijf 3] is bevestigd dat inkooptransacties bij deze vennootschap inderdaad vaker via de kas verliepen. Deze uitleg wordt niet weerlegd door het dossier, komt niet onaannemelijk voor en de rechtbank gaat daar dan ook van uit.

Betaling als voorschot en omschrijving materiaal

Door de verdediging zijn stukken overgelegd waaruit naar het oordeel van de rechtbank blijkt dat de betaling van de partij ferro-nikkel door de verdachte middels voorschotnota’s heeft plaatsgevonden. Dit blijkt uit de omschrijvingen op de overgelegde nota’s en de daarbij behorende bankafschriften (vrijwel telkens: “voorschot (materiaal)”).

De verdachte heeft het gebruik van de term rvs op de voorschotnota’s verklaard door aan te geven dat de term rvs niet voorkomt in het door [naam bedrijf 3] gebruikte softwareprogramma. Ter ondersteuning van deze verklaring is een overzicht overgelegd waarop alle bestaande materiaalcodes staan vermeld en de term rvs niet voorkomt.

Waardeverschil

Op basis van de administratie van [naam bedrijf 3] in het dossier en de toelichting die hierbij is gegeven door de verdachte stelt de rechtbank vast dat de verdachte ongeveer € 505.000,- aan [naam medeverdachte] ( [naam bedrijf 2] .) als voorschot heeft betaald voor de levering van de partij ferro-nikkel. De verdachte heeft ongeveer € 833.000,- ontvangen voor de doorverkoop van de partij ferro-nikkel. Dit levert een brutomarge van ongeveer € 328.000,- op. In het licht van de door de verdachte aangevoerde afsluitende bespreking met [naam medeverdachte] aangaande de definitieve betalingen en waardebepaling die nog niet had plaatsgevonden ziet de rechtbank hierin niet een dusdanig groot verschil dat een nadere verklaring (anders dan die door de verdachte is gegeven) is vereist.

De rechtbank komt tot de volgende conclusies. Noch het waardeverschil, noch de wijze van betaling, noch de gebruikte terminologie op de creditnota’s leidt tot de overtuigende conclusie dat de verdachte wist of had moeten vermoeden dat de partij ferro-nikkel gestolen was. Dit wordt niet anders door de overige door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden. Dit geldt ook als alle omstandigheden in onderlinge samenhang worden bekeken. Daarbij is meegewogen dat bij de beoordeling van die omstandigheden enige behoedzaamheid gepast is. Voorkomen dient te worden dat met kennis achteraf en op basis van een verkeerde inschatting van de gebruiken binnen deze branche tot een onterechte veroordeling wordt gekomen.

4.2.3.

Conclusie

Gelet op het voorgaande dient de verdachte van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Gelet hierop dient de verdachte eveneens van het onder feit 2 ten laste gelegde – kort gezegd het witwassen – te worden vrijgesproken.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt verdediging/officier van justitie

De raadsvrouw heeft bepleit de in beslag genomen geldbedragen van € 5.000,- en € 1.790,- terug te geven aan de verdachte. De officier van justitie heeft eveneens de teruggave van die geldbedragen gevorderd.

5.2.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte die als rechthebbende kan worden aangemerkt.

6 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 503.569,84 aan materiële schade, inclusief rente en kosten alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde diefstal van de acht zeecontainers van [naam benadeelde] .

6.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw stelt, in het verlengde van de door haar bepleite vrijspraak, dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.

6.3.

Beoordeling

De rechtbank zal de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren, nu de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde is vrijgesproken en om die reden aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal hij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

7 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen als volgt:

- gelast de teruggave aan de verdachte van:

1. geld euro 5.000,00

2. geld euro 1.790,00.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter,

en mrs. I.W.M. Laurijssens en D.L. Spierings, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.F. Meiland, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

A.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de Euromaxterminal gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft weggenomen acht, althans één of meer, zeecontainer(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) met een (valselijk verkregen) pincode, die hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die zeecontainers (met die Ferro-Nikkel) van voornoemde Euromax-terminal op te halen en/of weg te voeren en/of (vervolgens) naar Mijdrecht te vervoeren;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 3] , op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 en/of 27 juni 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de Euromaxterminal gelegen aan de Maasvlakteweg) heeft weggenomen acht, althans één of meer, zeecontainer(s) (totaal inhoudende 191.000 kilogram ferro-nikkel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam bedrijf 3] en/of haar mededader(s), waarbij [naam bedrijf 3] en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) met een (valselijk verkregen) pincode, die [naam bedrijf 3] en/of haar mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die zeecontainers van voornoemde Euromax-terminal op te halen en/of weg te voeren en/of (vervolgens) naar Mijdrecht te vervoeren, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en)

opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan

bovenomschreven verboden gedraging(en);

Subsidiair

A. hij op of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 14 juli 2014 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goed(eren), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 3] , op of omstreeks 26 juni 2014 tot en met 14 juli 2014 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goed(eren), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl [naam bedrijf 3] en haar mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

2.

A.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 30 september 2014,

te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. van een of meer voorwerpen, te weten

- acht, althans één of meer, (zee)container(s)(totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

- geld (408.951 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad,

en/of

b. een of meer voorwerp(en), te weten acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of geld (408.951 euro), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en/of

B.

een onderneming, te weten [naam bedrijf 3] , in of omstreeks de periode van 26 juni 2014 tot en met 30 september 2014, te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. van een of meer voorwerp(en), te weten

- acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

- geld (408.951 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, en/of

b. een of meer voorwerp(en), te weten

- acht, althans één of meer, (zee)container(s) (totaal inhoudende ongeveer 191.000 kilogram Ferro-Nikkel, althans een grote hoeveelheid Ferro-Nikkel) en/of

- geld (408.951 euro),

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl [naam bedrijf 3] wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) en/of dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en).