Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5859

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-02-2017
Datum publicatie
04-08-2017
Zaaknummer
5268546 CV EXPL 16-31558
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betaling van zorgpremie. De zorgverzekeraar dient betalingen eerst in mindering te laten strekken van premie. Een achterstand in de betaling van premie kan er, anders dan bij zorgkosten, toe leiden dat gedaagde wordt aangemeld bij het Zorginstituut.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5268546 CV EXPL 16-31558

uitspraak: 3 februari 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de naamloze vennootschap,

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 21 juli 2016,

gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 21 juli 2016, met producties;

  • -

    de aantekeningen van het mondelinge antwoord en de schriftelijke aanvulling daarop;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis, met producties;

  • -

    de aantekeningen van de mondelinge conclusie van dupliek en de schriftelijke aanvulling daarop;

  • -

    de akte uitlating zijdens Zilveren Kruis, tevens akte vermindering van eis.

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

[gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een basis- en een aanvullende verzekering afgesloten. Uit hoofde van die verzekeringsovereenkomsten is [gedaagde] gehouden om maandelijks bij vooruitbetaling premie en/of eigen risico te voldoen.

2.2

In de betaling van de premie is een achterstand ontstaan. De achterstand ziet op de periode december 2014 t/m 1 juni 2016.

3. De vordering (na eisvermindering)

3.1

Zilveren Kruis vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 447,46, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 629,13 vanaf 21 juli 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Zilveren Kruis legt nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen partijen gesloten overeenkomst aan haar vordering ten grondslag. Het door haar gevorderde bedrag van € 447,46 bestaat uit € 367,83 aan hoofdsom, € 73,75 aan buitengerechtelijke kosten en € 5,88 aan tot 21 juli 2016 vervallen rente.

3.3

Ondanks aanmaning en sommatie heeft [gedaagde] niet voldaan aan haar betalingsverplichtingen. Zilveren Kruis was daardoor genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken, die op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden dan wel op grond van de wet als vermogensschade voor rekening komen van [gedaagde].

4 Het verweer

[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Zij stelt de gehele achterstand te hebben ingelopen. Aanvankelijk was zij een bedrag van € 146,06 per maand verschuldigd voor de basis- en de aanvullende verzekering, maar vanwege haar financiële problemen zijn partijen overeengekomen dat de aanvullende verzekering werd stopgezet. Doordat [gedaagde] toch een bedrag van € 146,06 per maand bleef betalen liep zij in op de achterstand. Inmiddels heeft zij meer betaald dan in deze procedure gevorderd wordt, aldus [gedaagde].

5 De beoordeling van de vordering

5.1

Zilveren Kruis weerspreekt dat partijen afspraken hebben gemaakt over de beëindiging van de aanvullende verzekering. Zij heeft aangevoerd dat zij de aanvullende verzekering per 1 september 2014 heeft beëindigd wegens wanbetaling. Tussen partijen is niet in geschil dat de aanvullende verzekering van [gedaagde] per 1 september 2014 is beëindigd. De reden voor beëindiging kan in deze procedure verder in het midden blijven.

5.2

[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij met Zilveren Kruis is overeengekomen dat haar aanvullende verzekering per 1 januari 2016 weer zou worden hervat. Zilveren Kruis weerspreekt dat. Aangezien [gedaagde] geen tegeneis heeft ingediend, maakt dit geschilpunt geen onderdeel uit van deze procedure. Hierover zal dan ook geen beslissing worden gegeven.

5.3

Uit de dagvaarding blijkt dat de vordering van Zilveren Kruis betrekking heeft op de premie over de maanden december 2014 tot en met mei 2016. Dit komt neer op een bedrag van in totaal € 944,55, na vermindering op een bedrag van € 367,83. Beoordeeld dient te worden of en in hoeverre [gedaagde] de (uiteindelijk) gevorderde hoofdsom nog niet heeft betaald.

5.4

In reactie op de betaalbewijzen die door [gedaagde] in het geding zijn gebracht, heeft Zilveren Kruis een financieel overzicht overgelegd. Vanwege de wijze waarop Zilveren Kruis de betalingen in het overzicht heeft opgenomen – de betalingen worden vermeld zoals deze door Zilveren Kruis zijn afgeboekt en niet (tevens) zoals ze zijn ontvangen – kan niet eenvoudig worden afgelezen of alle door [gedaagde] gedane betalingen door Zilveren Kruis zijn verwerkt. Wanneer alle bedragen afzonderlijk worden gecontroleerd, blijkt echter dat alle betalingen die [gedaagde] stelt te hebben verricht door Zilveren Kruis zijn verwerkt. In zoverre wordt dan ook van de juistheid van het overzicht uitgegaan.

5.5

Uit het overzicht volgt echter dat Zilveren Kruis in totaal een bedrag van € 110,00 aan incassokosten in rekening heeft gebracht. Deze kosten is [gedaagde] niet verschuldigd. Gesteld noch gebleken is immers dat Zilveren Kruis - alvorens die kosten in rekening te brengen - een aanmaning heeft verzonden die voldoet aan de vereisten van art. 6:96 lid 6 BW. Op de vordering dient daarom een bedrag van € 110,00 in mindering te worden gebracht (het bedrag dat door Zilveren Kruis op incassokosten is afgeboekt).

5.6

Voorts blijkt uit het overzicht dat Zilveren Kruis de betalingen van [gedaagde] eerst heeft afgeboekt op de openstaande zorgkosten en niet (altijd) eerst op de openstaande premie. Zilveren Kruis had de betalingen op grond van art. 6:43 lid 2 BW echter eerst in mindering moeten brengen van de openstaande premies. Een achterstand in de betaling van premie kan er immers, anders dan een achterstand in de betaling van zorgkosten, toe leiden dat [gedaagde] wordt aangemeld bij het Zorginstituut Nederland. De verbintenis tot voldoening van premie heeft daarom als meest bezwarende premie te gelden, zoals bedoeld in artikel 6:43 lid 2 BW.

5.7

Het vorenstaande leidt ertoe dat aan hoofdsom nog een bedrag open staat van € 257,83 (€ 367,83 - € 110,00), welk bedrag bestaat uit zorgkosten. Dit bedrag zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd, zoals in het dictum vermeld.

5.7

Zilveren Kruis maakt ook in deze procedure aanspraak op buitengerechtelijke kosten. Ook deze kosten is [gedaagde] niet verschuldigd, omdat de door Zilveren Kruis verzonden brief niet voldoet aan de vereisten van art. 6:96 lid 6 BW. In de brief van 14 januari 2015 staat immers geen betalingstermijn van veertien dagen vermeld ingaande de dag na (ontvangst van de) aanmaning (zie: Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704). Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

5.8

Partijen zijn over en weer op punten in het ongelijk gesteld. Zilveren Kruis heeft de procedure bovendien onnodig gecompliceerd gemaakt door geen duidelijk overzicht te geven van de betalingen die zij van [gedaagde] heeft ontvangen (zie r.o. 5.4). De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 263,71, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het saldo vanaf 21 juli 2016 dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan tot aan de dag van algehele voldoening;

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371