Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5857

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-07-2017
Datum publicatie
04-08-2017
Zaaknummer
5891240 MB VERZ 17-1524
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Namens betrokkene hebben twee gemachtigden afzonderlijk ven elkaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om aan te geven of het zijn bedoeling was zich door beide gemachtigden te laten bijstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5891240 \ MB VERZ 17-1524

cjib-nummer: 198058753

registratienummer: IY8435

uitspraak: 19 juli 2017

beslissing van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ex artikel 13 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van:

betrokkene: [betrokkene]

adres: [straatnaam , huisnummer]

postcode en woonplaats: [postcode, plaatsnaam]

1 Het verloop van de procedure

Bij initiële beschikking van 31 mei 2016 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 130,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten, ter zake van “voor een kentekenplichtig motorvoertuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven”, geconstateerd op vrijdag 25 maart 2016 om 16:00 uur te Rotterdam tijdens een registercontrole (feitcode K045A).

Tegen deze beschikking is namens betrokkene op 1 juni 2016 administratief beroep ingesteld bij de officier van justitie door gemachtigde [W.]. Op 3 juli 2016 is, inzake dezelfde sanctie, namens betrokkene administratief beroep ingesteld door gemachtigde [N.]

De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 12 januari 2017 aan betrokkene verzonden.

Tegen deze beslissing van de officier van justitie is namens betrokkene door [W.] op 24 januari 2017 beroep aangetekend. Door gemachtigde [N.] is op 1 maart 2017 tegen deze beslissing beroep aangetekend.

De zaak is behandeld op de openbare zitting van 5 juli 2017, waar namens de officier van justitie de CVOM-vertegenwoordiger is verschenen. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.

2 De beoordeling

2.1

In deze zaak is door twee gemachtigden namens betrokkene opgetreden. Gelet op hun handelingen, alsmede de inhoud en de uiterlijke kenmerken van de door hen ingediende processtukken doet het aan alsof deze gemachtigden niet gezamenlijk, maar afzonderlijk van elkaar namens betrokkene optreden.

2.2

Artikel 3:65 BW bepaalt dat indien een volmacht aan twee of meer personen tezamen is verleend, ieder van hen bevoegd zelfstandig te handelen, tenzij anders is bepaald.

2.3

In dit geval is door beide gemachtigden een machtiging overgelegd. Echter, uit deze machtigingen blijkt niet dat betrokkene ten doel heeft gehad om de gemachtigden tezamen te machtigen. Ook is onduidelijk of een van deze machtigingen is vervallen nadat betrokkene een machtiging verleende aan de andere gemachtigde.

2.4

Door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is op 18 juli 2016 bepaald dat de kantonrechter, naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Awb, bevoegd is van een gemachtigde te verlangen dat deze een schriftelijk bewijs van machtiging overlegt ten einde vast te stellen of degene die zich als gemachtigde van een betrokkene aandient daartoe werkelijk bevoegd is (ECLI:NL:GHARL:2016:5803 r.o. 3).

2.5

Zeker nu het er de schijn van heeft dat de gemachtigden afzonderlijk van elkaar procederen, is het, gelet op de belangen van betrokkene, noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat zij tezamen of een van hen namens betrokkene optreedt. Immers, nu een expliciete verklaring van betrokkene hieromtrent ontbreekt, is het niet uit te sluiten dat een van de gemachtigden een reeds ingetrokken volmacht misbruikt. Daarbij zou betrokkene door twee afzonderlijk procederende gemachtigden, voor zover de wet dit toelaat, het risico lopen dat hij gebonden raakt aan onverenigbare rechtshandelingen.

2.6

In dit geval zal de kantonrechter, naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Awb, de gemachtigden gedurende vier weken na verzending van deze beslissing in de gelegenheid stellen een expliciete verklaring van betrokkene te overleggen waarin hij hetzij een van hen, hetzij hen tezamen een volmacht verleent om namens hem op te treden in deze procedure.

3 De beslissing

De kantonrechter:

stelt gemachtigden in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze beslissing een expliciete verklaring van betrokkene in te brengen zoals omschreven in 2.6.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare zitting.

30395

Datum toezending: