Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5692

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-07-2017
Datum publicatie
21-07-2017
Zaaknummer
10/712074-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen door een vijftienjarig meisje te slaan en te schoppen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/712074-16

Datum uitspraak: 19 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .

Raadsman mr. H.W.F. Klarenaar, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 juli 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. van Veen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft zich niet schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging of aan mishandeling in vereniging. De verdachte heeft geprobeerd de ruzie te sussen en hij heeft geprobeerd om een schop van de medeverdachte in de richting van de aangeefster tegen te houden. Mogelijk heeft hij de aangeefster daarbij geraakt, maar hij heeft zelf geen geweld gebruikt.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de lezing van de verdachte dat hij ertussenin is gesprongen om de boel te sussen geen steun vindt in het dossier. Er zijn twee onafhankelijke getuigen, niet zijnde vrienden of familie van de aangever of de verdachten, die los van elkaar verklaren dat de verdachte en zijn medeverdachte allebei geweld hebben gebruikt tegen de aangeefster. Bovendien heeft medeverdachte [naam medeverdachte] in zijn verhoor bij de politie, nadat hij had bekend geweld te hebben gebruikt, verklaard dat de verdachte ook geweld had gebruikt. Het primair ten laste gelegde is in zoverre overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 29 juli 2015 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee, op of aan de openbare weg, de [plaats delict] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] , welk geweld bestond uit het

- slaan en/of stompen in/tegen de zij, althans het lichaam, en/of op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of

- schoppen en/of trappen op/tegen de kuit en/of de knie, althans tegen de/het be(e)n(en), en/of tegen de rug, althans het lichaam, van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte was als vriend van de familie op bezoek bij de medeverdachte en zijn vrouw, toen de (ten tijde van het feit) 15-jarige dochter van die vrouw spullen kwam ophalen. De verdachte is achter de medeverdachte aan gegaan nadat deze naar buiten ging en de confrontatie zocht met de vader van het meisje, de ex-man van de vrouw van de medeverdachte. Op een gegeven moment heeft de verdachte zich, samen met de medeverdachte, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door de dochter te slaan en te schoppen. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen het slachtoffer schade en leed toegebracht, maar ook de samenleving. Uitingen van geweld op de openbare weg zorgen doorgaans voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

7.3.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd. Het feit is enige tijd geleden gepleegd en in de tussentijd is de verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.

De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 96 (zesennegentig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 48 (achtenveertig) dagen;

bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 50 (vijftig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.L. Spierings, voorzitter,

en mrs. G.A.J.M. van Vugt en S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 29 juli 2015 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee, op of aan de openbare weg, de [plaats delict] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] , welk geweld bestond uit het

- slaan en/of stompen in/tegen de zij, althans het lichaam, en/of op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of

- schoppen en/of trappen op/tegen de kuit en/of de knie, althans tegen de/het

be(e)n(en), en/of tegen de rug, althans het lichaam, van die [naam slachtoffer] ;

Subsidiair

hij op of omstreeks 29 juli 2015 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [naam slachtoffer] heeft mishandeld door

- te slaan en/of te stompen in/tegen de zij, althans het lichaam, en/of op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of

- te schoppen en/of te trappen op/tegen de kuit en/of de knie, althans tegen

de/het be(e)n(en), en/of tegen de rug, althans het lichaam, van die [naam slachtoffer] .