Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5529

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-07-2017
Datum publicatie
18-07-2017
Zaaknummer
10/661238-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afpersing bewezen. De verklaring van de verdachte over de rol die hij zichzelf toebedeelt is ongeloofwaardig omdat deze geen enkele steun vindt in het dossier.

Poging tot zware mishandeling bewezen op grond van de aangifte en getuigenverklaringen dat dat door beide verdachten trappen zijn uitgedeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/661238-15

Datum uitspraak: 12 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. E. Manders, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 impliciet als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde;

  • -

    vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 impliciet als tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot:

 een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek van voorarrest;

 een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, dat hij zich zal melden voor ambulante behandeling voor zijn agressieproblematiek bij forensische polikliniek “De Waag” en dat hij zich zal inspannen voor het op orde krijgen van zijn financiën en een dagbesteding zal behouden;

 het verrichten van een taakstraf voor de duur van 240 uur en bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

4 Waardering van het bewijs en bewezenverklaring

4.1.

Bewijswaardering

Feit 1

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing in vereniging van de aangever [naam slachtoffer 1] .

De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat [naam slachtoffer 1] is gedwongen tot afgifte van 50 euro. Volgens de verdachte heeft hij daar echter zelf geen aandeel in gehad en is het [naam medeverdachte] geweest die [naam slachtoffer 1] met (bedreiging van) geweld heeft gedwongen het bedrag te pinnen. De verdachte heeft verklaard dat hij [naam slachtoffer 1] juist heeft willen beschermen tegen [naam medeverdachte] . Hij zou [naam slachtoffer 1] ook hebben geprobeerd te weerhouden om te gaan pinnen.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte over de rol die hij zichzelf toebedeelt ongeloofwaardig omdat deze geen enkele steun vindt in het dossier. De verklaring van aangever [naam slachtoffer 1] dat de verdachte hem samen met [naam medeverdachte] heeft afgeperst, alsmede dat de verdachte hierin de leiding nam, vindt daarentegen wel steun in het dossier. Zo heeft [naam getuige 1] verklaard dat de verdachte haar wegleidde van [naam slachtoffer 1] zodat zij geen contact met [naam slachtoffer 1] kon maken. Daarnaast volgt uit het proces-verbaal van het uitkijken van de pinbeelden dat de verdachte de regie over het pinnen lijkt te hebben doordat de verdachte langs [naam slachtoffer 1] reikt en ook iets op het scherm intoetst en hij [naam slachtoffer 1] van achteren continue in de gaten houdt.

Feit 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit geldt het volgende.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte [naam slachtoffer 2] ook heeft geschopt.

De rechtbank verwerpt dit verweer. [naam slachtoffer 2] heeft in zijn aangifte verklaard dat de verdachte hem met kracht met vermoedelijk zijn knie een stoot tegen zijn kaak gaf, waarna hij even buiten bewustzijn is geraakt. Ook de getuigen [naam getuige 2] en [naam getuige 3] verklaren dat er door beide verdachten trappen zijn uitgedeeld. De verklaring van de verdachte dat hij [naam slachtoffer 2] alleen een klap heeft gegeven acht de rechtbank dan ook ongeloofwaardig.

De rechtbank acht het onder 2 subsidiair ten laste gelegde dus wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten op of nabij de Bergselaan en/of de Schieweg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 50 euro, in

elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de

afgifte van 50 euro, in elk geval in een geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan die [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] , en/of

- ( met kracht) vastpakken van die [naam slachtoffer 1] bij zijn arm en/of schouder en/of

nek, en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) slaan/stompen op/tegen de borst,

althans en op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] ;

2.

Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [naam slachtoffer 2]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in de linker onderkaak, heeft

toegebracht door die [naam slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (terwijl die [naam slachtoffer 2]

op de grond lag) (met kracht) te slaan/stompen en/of schoppen/trappen

tegen zijn kaak, althans zijn hoofd;

Subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

Hij in of omstreeks op de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer 2]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [naam slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (terwijl die [naam slachtoffer 2] op de

grond lag) (met kracht) heeft geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt tegen

zijn kaak, althans zijn hoofd, en/of zijn schouder en/of zijn arm, althans

zijn lichaam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam, op of aan de openbare weg, te weten de Schieweg, in elk geval op of

aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 2] ,

welk geweld bestond het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan/stompen

en/of schoppen/trappen in/op/tegen zijn kaak, althans zijn hoofd, en/of zijn

schouder en/of zijn arm, althans zijn lichaam;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

Het onder 1 impliciet als tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan afpersing op de openbare weg. Het slachtoffer heeft nadat hij daartoe op hinderlijke wijze door de verdachte en zijn medeverdachte was benaderd, verdovende middelen aangenomen van de medeverdachte. Hierna is hij met geweld gedwongen om geld te gaan pinnen.

Dit feit is niet alleen zeer bedreigend en (mogelijk) traumatiserend voor het slachtoffer, maar veroorzaakt bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt in aanmerking dat de verdachte bij de afpersing een leidende rol heeft gehad.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot zware mishandeling door het slachtoffer – die opkwam voor een bekende die door de verdachte en zijn medeverdachte werd afgeperst – te slaan en op hem in te trappen terwijl hij op de grond lag.

De verdachte heeft hiermee blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachte is volledig voorbijgegaan aan de psychische en lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [naam slachtoffer 2] volgt dat dit feit verstrekkende gevolgen voor hem heeft gehad en dat hij, ruim twee jaar na dit feit, nog steeds psychische hinder hiervan ondervindt.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank houdt rekening ten aanzien van de op te leggen straf met artikel 63 Wetboek van strafrecht.

7.3.2.

Rapportages

Kinder- en jeugdpsychiater, [naam psychiater] , heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 december 2015. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van cannabisafhankelijkheid en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens gelet op de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en afhankelijke trekken. Voorts was sprake van misbruik van alcohol en van cocaïne. Constitutionele factoren en een traumatisch verlopen ontwikkelingsgeschiedenis liggen hieraan ten grondslag, met als belangrijkste kenmerken verslavingsgedrag met verstoorde agressieve impulsregulatie en gebrekkige gewetensvorming. Bij de verdachte is daarbij tevens sprake van een beneden gemiddelde cognitieve ontwikkeling. De cannabisafhankelijkheid, het misbruik van alcohol en de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en afhankelijke trekken waren aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde.

Op basis van zijn verslavingsgedrag en zijn persoonlijkheidsontwikkeling, afgezet tegen de aanzienlijke doorwerking van deze stoornis in het tenlastegelegde, is het advies om de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen betreffende zaak 2 van het hem tenlastegelegde. Met betrekking tot zaak 1 onthoudt de rapporteur zich van een uitspraak met betrekking tot toerekeningsvatbaarheid vanwege de ontkennende houding van de verdachte in deze zaak.

Het gevaar voor herhaling is hoog zolang de verdachte niet wordt behandeld. De prognose met betrekking tot zijn verdere ontwikkeling is onbehandeld evenmin gunstig. Gelet hierop is intensieve behandeling en begeleiding nodig. Een voorwaardelijk juridisch kader voor een dergelijke behandeling acht de rapporteur daarbij geïndiceerd en haalbaar, ook omdat de verdachte aangeeft gemotiveerd te zijn voor zijn toekomstige behandeling. Als juridisch kader adviseert de rapporteur de rechtbank daarom, bij bewezenverklaring van de tenlastelegging, de verdachte een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen, met binnen het voorwaardelijk strafdeel een verplicht reclasseringstoezicht en een (klinische) behandeling binnen een forensisch psychiatrische afdeling (FPA).

GZ-psycholoog drs. [naam psycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 29 december 2015. De psycholoog komt tot soort gelijke conclusies en advies als de psychiater.

Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 26 oktober 2016. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De verdachte is in 2016 gestart met de opleiding Chauffeur Goederenvervoer BBL. De verdachte heeft sinds ongeveer een halfjaar een vriendin. Verder zegt de verdachte steun te hebben aan zijn moeder. Zij zou hem helpen bij het op orde krijgen van zijn leven. De reclassering heeft contact gehad met zijn toezichthouder, de heer [naam toezichthouder] . Sinds een aantal maanden verloopt het toezicht goed, de verdachte is gemotiveerd en houdt zich aan de afspraken. De verdachte werd niet eerder veroordeeld voor een soortgelijk delict als het tenlastegelegde. Onderhavige tenlastelegging past daarmee niet in een zichtbaar delictpatroon.

Het delictgedrag van de verdachte is direct gerelateerd aan zijn persoonlijkheidsproblematiek. Dit maakt dat hij impulsief handelt en er sprake is van een zwakke emotie- en agressieregulatie. Daarbij heeft zijn middelengebruik van dat moment mogelijk een ontremmende werking gehad. Algemene factoren die in relatie hebben gestaan tot het delictgedrag is zijn instabiele thuissituatie, zijn negatieve sociale netwerk, schuldenproblematiek en het gebrek aan dagbesteding.

Omdat de kans dat de verdachte steeds verder zou afglijden in criminaliteit hoog werd ingeschat, achtte de Pro Justitia rapporteurs het van belang dat de verdachte intensieve behandeling zou krijgen voor zijn verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek in een forensische verslavingskliniek voor jongvolwassenen met aansluitend een intensief resocialisatietraject. Nu, bijna elf maanden verder blijkt dat de verdachte is gestopt met drugsgebruik, een fulltime leerwerktraject volgt en gebroken heeft met zijn negatieve sociale netwerk. Doordat de verdachte zijn leven weer goed lijkt op te pakken en zichtbaar blijft doorzetten, vindt de reclassering een klinische opname niet meer passend (omdat dit zijn huidige resocialisatie belemmert). Wel acht de reclassering een begeleidings- en ambulant behandelingstraject van belang, allereerst gericht op zijn emotie- en agressieregulatie, maar ook op zijn middelenproblematiek en praktische problemen. Volgens de reclassering vormt detentie ook een belemmering voor zijn resocialisatie. Een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur is passender.

Het recidiverisico wordt (o.b.v. de beschikbare informatie) ingeschat als gemiddeld.

Geadviseerd wordt een toezicht met bijzondere voorwaarden op te leggen als neergelegd in het rapport.

Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een aanvullend rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 februari 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

Op 7 februari 2017 heeft de reclassering contact gehad met de toezichthouder van betrokkene, de heer [naam toezichthouder] . Hieruit blijkt dat het toezicht (nog steeds) goed verloopt en dat de verdachte zich houdt aan de voorwaarden die hem worden gesteld. De verdachte heeft pas sinds een aantal maanden een omslag in zijn leven gemaakt en de reclassering schat in dat hij dit nodig heeft om zich te blijven inzetten. Om deze reden blijft de reclassering bij het eerder uitgebrachte advies.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij ten aanzien van dit feit in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De verdachte lijkt zijn leven inmiddels een positieve wending te hebben gegeven. Tot op heden heeft hij goed meegewerkt aan de begeleiding door de reclassering en lijkt hij nog steeds gemotiveerd tot medewerking aan behandeling gericht op emotie- en agressieregulatie, maar ook op behandeling gericht op middelenproblematiek en begeleiding met betrekking tot praktische problemen.

Gelet op het voorgaande, en met inachtneming van de straffen die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd, zal de rechtbank de officier van justitie volgen in haar eis.

De rechtbank zal de verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die reeds door de verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht, te weten drie dagen. Daarnaast zal aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd met daaraan verbonden een proeftijd van twee jaren. Dit voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast worden aan die voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd.

Gezien de ernst van de feiten zal aan de verdachte tevens een taakstraf van maximale duur worden opgelegd, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

8 Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , bij wege van zijn gemachtigde raadsman, mr. J-W.B. Geurts, ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van in totaal € 1.955,39 (posten 1 tot en met 13 op het formulier) aan materiële schade, kosten voor rechtsbijstand en een vergoeding van € 2.500,-- aan uitkering wegens letsel, welk bedrag reeds door het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan de benadeelde is vergoed en daarom ook weer in mindering is gebracht op het totaal.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de volgende posten kunnen worden toegewezen: de tandartskosten van € 185,04, de apotheekkosten van € 14,72, de ov-kosten voor bezoek aan arts van € 25,--, de kleding/schoenen tot een bedrag van € 75,--, het inkomstenverlies ten bedrage van € 576,74 en de kosten rechtsbijstand van € 250,--.

Ten aanzien van de overige posten is niet ontvankelijkheid bepleit door de officier van justitie, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 2 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft tevens oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, afgezien van de posten die zien op de kosten van de staafmixer en de ov-kosten voor artsbezoek, de vordering tot schadevergoeding primair moet worden afgewezen, subsidiair, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat ten aanzien van de posten: de tandartskosten, de apotheekkosten en het inkomstenverlies de onderbouwing ontbreekt. Ten aanzien van de gevorderde kosten voor de posten: de simkaart en telefoon, het beltegoed en het extra leefgeld, ontbreekt een aantoonbaar causaal verband met het ten laste gelegde feit. De post deelbetaling schuld café staat te ver verwijderd van het ten laste gelegde feit om voor toewijzing in aanmerking te komen. De behandeling van de gevorderde kosten ten aanzien van ‘de uitkering wegens letsel’ is niet van eenvoudige aard en past niet in dit strafgeding.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde] door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ten aanzien van dit deel ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt zal de vordering worden toegewezen ten aanzien van de volgende posten: de tandartskosten van € 185,04, de apotheekkosten van € 14,72, de staafmixer ter waarde van € 39,95, de ov-kosten arts van € 25,--, het inkomstenverlies van € 576,74 en de uitkering wegens letsel van € 2.500,--. De rechtbank overweegt ten aanzien van de posten die zien op de kleding en schoenen dat vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Die schade is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gelet op de mogelijke ouderdom van de kleding en schoenen, vastgesteld op € 75,--, zodat deze posten tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen ten aanzien van kleding en schoenen meer is gevorderd. Dit leidt tot het totaalbedrag van (€ 185,04 + € 14,72 + € 39,95 + € 25,-- + € 75,-- + € 576,74 + € 2.500,-- =) € 3.416,45.

Proceskosten

Nu de vordering van de benadeelde partij ten dele zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt. De rechtbank verstaat dat hieronder de door de benadeelde partij gevorderde kosten voor rechtsbijstand vallen. Bij het bepalen van de hoogte van de proceskosten zal de rechtbank aansluiten bij het liquidatietarief in kantonzaken, omdat de totale vordering lager is dan € 25.000,00. De rechtbank zal, uitgaande van het toe te wijzen bedrag uitgaan van het tarief van € 175,-- per punt. Nu de proceskosten door de gemachtigde zijn vastgesteld op het bedrag van € 250,-- zal de rechtbank dit bedrag aan de benadeelde partij toekennen.

Niet-ontvankelijk

De benadeelde partij zal ten aanzien van het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu onvoldoende is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 2 bewezen verklaarde feit. Dit geldt voor de volgende posten: simkaart en telefoon, beltegoed en extra leefgeld, deelbetaling schuld café en afbetaling bon.

Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Uitkering wegens letsel door het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Uit het door de benadeelde partij ingevulde formulier schadevergoeding en uit hetgeen de gemachtigde van de benadeelde partij mr. J-W.B. Geurts heeft meegedeeld ter terechtzitting, is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door Schadefonds Geweldsmisdrijven reeds een schadevergoeding van € 2.500,-- is uitgekeerd. Het betreft echter een financiële tegemoetkoming die bij een eventueel ontvangen schadevergoeding van anderen achteraf moet worden terugbetaald. Gelet hierop zal dit bedrag van € 2.500,-- in mindering worden gebracht op het toe te wijzen bedrag van € 3.416,45. Dit betekent dat het bedrag van (€ 3.416,45 - € 2.500,-- =) € 916,45 voor toewijzing gereed ligt.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 916,45.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 302 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 impliciet als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en het onder 2 primair ten laste gelegde, heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 impliciet als tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden en 3 (drie) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Daartoe moet de veroordeelde zich melden bij de reclassering zolang en zo frequent als de reclassering gedurende deze periode nodig acht;

2. de veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen voor zijn agressieproblematiek bij forensische polikliniek “De Waag”, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, indien en zolang de reclassering dat nodig acht;

3. de veroordeelde wordt verplicht zich in te spannen voor het op orde krijgen van

zijn financiën en het behouden van dagbesteding (werk en/of opleiding);

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd van 3 (drie) dagen die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 916,45, bestaande uit aan materiële schade;

verklaart de benadeelde partij, voor zover zijn vordering niet is afgewezen, niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 250,00, aan salaris voor de gemachtigde en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 916,45; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 916,45; vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 18 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter,

en mrs. J. de Lange en D. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam, althans in Nederland,

op de openbare weg, te weten op of nabij de Bergselaan en/of de Schieweg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 50 euro, in

elk geval enig geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de

afgifte van 50 euro, in elk geval in een geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan die [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] , en/of

- ( met kracht) vastpakken van die [naam slachtoffer 1] bij zijn arm en/of schouder en/of

nek, en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) slaan/stompen op/tegen de borst,

althans op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan [naam slachtoffer 2]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in de linker onderkaak, heeft

toegebracht door die [naam slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (terwijl die [naam slachtoffer 2]

op de grond lag) (met kracht) te slaan/stompen en/of schoppen/trappen

tegen zijn kaak, althans zijn hoofd;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer 2]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [naam slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (terwijl die [naam slachtoffer 2] op de

grond lag) (met kracht) heeft geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt tegen

zijn kaak, althans zijn hoofd, en/of zijn schouder en/of zijn arm, althans

zijn lichaam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te

Rotterdam, op of aan de openbare weg, te weten de Schieweg, in elk geval op of

aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 2] ,

welk geweld bestond het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan/stompen

en/of schoppen/trappen in/op/tegen zijn kaak, althans zijn hoofd, en/of zijn

schouder en/of zijn arm, althans zijn lichaam;