Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5496

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-07-2017
Datum publicatie
30-07-2017
Zaaknummer
5559757 \ CV EXPL 16-49610
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepassing inlenersbeloning ex artikel 19 ABU-cao. Valt pakstation onder AGF-cao? Uitleg definitie verzendhandelsfunctie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3984
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5559757 \ CV EXPL 16-49610

uitspraak: 21 juli 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1 [eiser],

wonende te Białystok (Polen),

2. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

3. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

4. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

5. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

6. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

7. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

8. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

9. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

10. [eiser],

wonende te Vlaardingen,

11. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

12. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

13. [eiser],

wonende te [plaatsnaam], en

14. [eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eisers,

gemachtigde: F.W. Roguski te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NL Jobs UZB B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.A. de Waard te Goes.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 25 november 2016, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 19 januari 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 21 maart 2017 gehouden comparitie van partijen (gelijktijdig met de comparitie van partijen in de zaak met kenmerk 5549575 \ CV EXPL 16-49105), met de ter zitting zijdens eisers overgelegde stukken.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Gedaagde is een uitzendorganisatie. Eisers zijn Poolse arbeidsmigranten, die voor gedaagde hebben gewerkt op basis van uitzendovereenkomsten.

2.2

Op de verschillende uitzendovereenkomsten tussen eisers en gedaagde is de ABU-cao van toepassing.

2.3

Eisers zijn door gedaagde te werk gesteld bij verpakkings- en distributiebedrijf Fa. Greenpack (hierna: Greenpack), waar zij tomaten hebben ingepakt.

2.4

Artikel 1 van de cao voor de groothandel in groenten en fruit (hierna: de AGF-cao) bepaalt, voor zover thans van belang, het volgende:

Artikel 1. Werkingssfeer en definities

1. In Artikel 1 lid 2 - definities van de cao - is met de definitie van het begrip werkgever de

werkingssfeer van deze cao bepaald. Onder de uitdrukking "uitsluitend of in hoofdzaak"

moet worden verstaan "50% of meer van de omzet in geld".

[…]

2. In deze Collectieve Arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

a. Werkgever:

Iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap, die uitsluitend of in hoofdzaak:

• de grossiers-, export- en/of verzendhandelsfunctie in groenten en/of fruit uitoefent;

• de functie van het bewerken van groenten en fruit uitoefent;

• en/of ten behoeve van genoemde ondernemingen werkzaamheden verricht van het sorteren en/of verpakken en/of bewerken, laden en lossen van de door die ondernemingen verhandelde producten, met uitzondering van producenten en veilingen;

[…]

e. Verzendhandel:

De bedrijfsuitoefening van commissionairs, tussenpersonen, collecterende groothandel,

sorteer- en pakstations betreffende in Nederland geteelde groenten en fruit ten behoeve

van binnen- en buitenlandse afnemers in de groothandel, detailhandel en de verwerkende

industrie.

3 De vordering

3.1

Eisers hebben bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat gedaagde als inleen-cao de AGF-cao had moeten hanteren voor eisers die voor gedaagde werkzaam waren bij inlener Greenpack, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten alsmede de nakosten, met rente.

3.2

Aan hun vordering hebben eisers naast de hiervoor vermelde vaststaande feiten

- zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

Voor de toepassing van de inlenersbeloning ex artikel 19 van de ABU-cao had gedaagde voor eisers de AGF-cao als inleen-cao moeten hanteren. Greenpack heeft een verzend-handelsfunctie in de zin van artikel 1 lid 2 sub a en e van de AGF-cao. Meer in het bijzonder is Greenpack een sorteer- en pakstation. Greenpack valt daarmee onder de werkingssfeer van de AGF-cao. Doordat gedaagde niet de AGF-cao als inleen-cao heeft gehanteerd, zijn eisers voor hun werkzaamheden bij Greenpack onderbetaald.

4 Het verweer

Gedaagde heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd dat Greenpack geen verzendhandelsfunctie in de zin van artikel 1 lid 2 sub a en e van de AGF-cao heeft. Greenpack valt dan ook niet onder de werkingssfeer van deze cao.

5 De beoordeling

5.1

Gedaagde heeft ter onderbouwing van haar betwisting dat Greenpack onder de AGF-

cao valt aangevoerd dat Greenpack (in hoofdzaak) niet verpakt ten behoeve van binnen- en buitenlandse afnemers, maar ten behoeve van de kweker. Tuinbouwbedrijven besteden het verpakken van de geoogste producten uit aan Greenpack. Zij geven Greenpack opdracht en instructie tot het inpakken van (bijvoorbeeld) de tomaten en Greenpack levert deze vervolgens weer terug. De kweker verkoopt zelf de tomaten aan de groothandel/detail-handelaar. Greenpack is derhalve geen handelaar doch slechts dienstverlener, terwijl de AGF-cao ziet op handelsbedrijven, aldus gedaagde.

5.2

Eisers stellen zich op het standpunt dat Greenpack verpakkingswerkzaamheden verricht met betrekking tot producten die zijn geteeld ten behoeve van afnemers in de groot- en detailhandel en dat Greenpack daarmee onder de definitie van verzendhandel valt. Dit blijkt volgens eisers onder meer uit het feit dat zij verpakkingsmateriaal van verschillende super-markten hebben gebruikt. De producten zijn niet geteeld noch verpakt ten behoeve van de teler. De afnemers zijn immers binnen- en buitenlandse groothandels en detailhandels. Een kweker kan geen afnemer zijn van zijn eigen tomaten, aldus eisers.

5.3

Het geschil komt in de kern neer op de uitleg van de in artikel 1 lid 2 sub e van de

AGF-cao gehanteerde bewoordingen “ten behoeve van”. In de visie van gedaagde slaat dit terug op “de bedrijfsuitoefening van sorteer- en pakstations”. Omdat Greenpack haar werkzaamheden verricht ten behoeve van de teler, en niet ten behoeve van afnemers in de groot- en detailhandel, valt Greenpack volgens gedaagde niet onder de definitie van verzendhandel. Eisers stellen dat “ten behoeve van” terug slaat op “in Nederland geteelde groenten en fruit”. Nu de producten die Greenpack verpakt worden geteeld ten behoeve van afnemers in de groot- en detailhandel, verricht Greenpack volgens eisers wél een verzendhandelsfunctie in de zin van de AGF-cao.

5.4

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij de uitleg van een cao-bepaling de bewoordingen waarin deze is gesteld, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele, voor derden kenbare toelichting daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Daarbij komt het niet aan op een strikt grammaticale uitleg, maar op het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de bepaling is gesteld. Bij deze uitleg kunnen als - objectief kenbare - gezichtspunten onder meer betrokken worden de elders in de cao gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook kan bij deze uitleg rekening worden gehouden met de kennelijke ratio en strekking van de regeling waartoe de bepaling behoort en de bedoeling van de opstellers, voor zover deze objectief uit de tekst van de cao en de eventuele toelichting daarop voor derden kenbaar is (o.a. HR 17 september 1993, NJ 1994, 173, HR 31 mei 2002, NJ 2003, 110, HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 en HR 11 november 2005, JAR 2005, 286).

5.5

De bewoordingen waarin artikel 1 lid 2 sub e van de AGF-cao is gesteld kunnen, strikt grammaticaal bezien, worden uitgelegd op zowel de door eisers als door gedaagde voorgestane wijze. Elders in de cao gebruikte formuleringen noch de toelichting op de cao bieden in casu aanknopingspunten voor de betekenis die aan de betreffende bewoordingen moet worden toegekend. Het komt daarom naar het oordeel van de kantonrechter aan op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden tekstinterpretaties zouden leiden, in het licht van de kennelijke ratio en strekking van de cao.

5.6

Vanuit die optiek onderschrijft de kantonrechter de uitleg die gedaagde geeft aan de bewoordingen “ten behoeve van”. In de visie van eisers zouden namelijk álle pakstations die groenten en fruit verpakken dat is geteeld om uiteindelijk te worden afgenomen door groot- en detailhandel, ongeacht in wiens opdracht de verpakkingswerkzaamheden worden uitgevoerd en aan wie de producten na verpakking worden geleverd, vallen onder de werkingssfeer van de AGF-cao. Dit lijkt, mede in samenhang met de termen “cao voor de groothandel in groenten en fruit” en “verzendhandel”, een te brede uitleg, daar handel in het algemeen duidt op de aan- en verkoop van goederen. De kantonrechter kent in dit kader mede betekenis toe aan het - door eisers niet weersproken - feit dat Greenpack niet valt onder het pensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel, terwijl aanmelding bij de pensioenregeling van dit pensioenfonds in artikel 41 van de AGF-cao verplicht is gesteld.

5.7

Voor zover eisers hebben bedoeld aan te voeren dat, uitgaande van de door gedaagde (en de kantonrechter) gehanteerde uitleg van artikel 1 lid 2 sub e van de AGF-cao, Greenpack haar verpakkingswerkzaamheden verricht ten behoeve van binnen- en buitenlandse afnemers in de groot- en detailhandel, geldt het volgende. Uit productie 1 bij de conclusie van antwoord, die eisers niet hebben betwist, volgt dat minimaal 85% van de omzet van Greenpack wordt behaald bij telers. Dit onderschrijft de stelling van gedaagde dat Greenpack in hoofdzaak (zie artikel 1 lid 1 van de AGF-cao) van telers opdracht en instructie krijgt tot het inpakken van de producten, die Greenpack vervolgens teruglevert, waarna de teler de producten zelf verkoopt aan de groothandel/detailhandelaar. Dat Greenpack blijkens haar website tevens kan verpakken in opdracht van retailers en/of werkt met klantspecifieke verpakkingen, maakt dit zonder bijkomende omstandigheden, die niet zijn gesteld, niet anders. In dit kader is, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 5.6 is overwogen, mede relevant dat - zoals door eisers niet is weersproken - Greenpack door de Belastingdienst is ingedeeld in de sector zakelijke dienstverlening en ook eisers zich op het standpunt stellen dat Greenpack geen handelaar is.

5.8

De kantonrechter komt aldus tot de conclusie dat Greenpack geen verzendhandelsfunctie in de zin van artikel 1 lid 2 sub a en e van de AGF-cao uitoefent en derhalve niet valt onder de werkingssfeer van deze cao. De gevorderde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen.

5.9

Eisers worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De door gedaagde gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proces-kostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eisers in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagde vastgesteld op € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde, en indien eisers niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig hieraan hebben voldaan, begroot op € 15,00 aan nasalaris, te verhogen met € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

673