Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:547

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
30-01-2017
Zaaknummer
C/10/497240 / HA ZA 16-258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schending zorgplicht door assurantietussenpersoon bij sluiten rechtsbijstandverzekering; onvoldoende informatie verstrekt; tussenpersoon had moeten wijzen op algemene uitsluiting in polisvoorwaarden voor geschillen voortvloeiend uit overname van een bedrijf.

Proces-verbaal van comparitie. Een proces-verbaal vormt een zakelijke weergave van hetgeen ter comparitie is verklaard en besproken. Een proces-verbaal is geen letterlijke weergave van hetgeen is gezegd op de comparitie.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/505
AR 2017/2152
JA 2017/53
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/497240 / HA ZA 16-258

Vonnis van 25 januari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERBO TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Nieuw-Vennep,

eiseres,

advocaat mr. D.W. Giltay Veth,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCANIA INSURANCE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee,

gedaagde,

advocaat mr. W.M. Stolk.

Partijen zullen hierna Verbo en Scania genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 16;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 8;

  • -

    het tussenvonnis (althans de brieven) van deze rechtbank van 6 juli 2016 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van deze rechtbank van 21 juli 2016 met de zittingsagenda;

  • -

    de brief van mr. Stolk van 11 augustus 2016 met productie 9;

  • -

    de brief van mr. Giltay Veth van 16 augustus 2016 met producties 17 t/m 35;

  • -

    de akte wijziging van eis ex artikel 130 Rv van Verbo van 16 augustus 2016;

  • -

    de brief van mr. Giltay Veth van 26 augustus 2016 met productie 36;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 augustus 2016, waar de pleitnotities van partijen zijn aangehecht;

  • -

    de brieven met opmerkingen over het proces-verbaal van mr. Stolk van 15 en 19 september 2016 en van mr. Giltay Veth van 15, 16 en 19 september 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Verbo is een vennootschap die zich bezig houdt met het goederenvervoer over de weg en andere soorten van logistieke dienstverlening. Scania is een assurantietussenpersoon die zich onder meer bezig houdt met de bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen.

2.2.

In januari 2015 heeft [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ), de bestuurder van Verbo (destijds in oprichting), namens Verbo onderhandeld met [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ), vennoot van Verbo Transport VOF (hierna: de VOF), over een overname van (activa van) de VOF door Verbo.

2.3.

Scania trad in januari 2015 al enige tijd op als assurantietussenpersoon voor de VOF. Op 16 januari 2015 heeft er een bespreking plaatsgevonden waarbij in ieder geval [persoon 2] , [persoon 1] , [persoon 3] van Scania (hierna: [persoon 3] ) en [persoon 4] van Voogd & Voogd (hierna: [persoon 4] ) aanwezig waren.

2.4.

Bij e-mail van 17 januari 2015 heeft [persoon 3] een gesprekverslag van de bespreking van 16 januari 2015 aan [persoon 2] gezonden. In het gespreksverslag is onder meer opgenomen:

Algemeen

Besproken:

Relatie heeft de plannen om een B.V. op te richten. Ze wil graag weten wat de gevolgen zijn voor het verzekeringspakket. Het is verzekeringstechnisch geen probleem om het verzekeringspakket over te zetten. Het gesprek diende ook om het verzekeringspakket door te nemen. (…)

Rechtsbijstand bedrijf

Besproken:

Relatie heeft een brief van de verzekeraar Arag ontvangen dat zij de dekking beperken i.v.m. de vele schademeldingen. Mevr. [persoon 2] is het niet eens met de genomen maatregel, aangezien alle zaken winnend zijn afgesloten. [persoon 4] zal informatie bij de Arag opvragen en uitzoeken wat er mogelijk is.”

2.5.

Verbo is op 23 januari 2015 opgericht. Op 1 februari 2015 heeft Verbo het personeel van de VOF opgenomen. Voorts heeft Verbo op enig moment op of (kort) na
1 februari 2015 de goodwill, een deel van de bedrijfsinventaris en een deel van de bedrijfsmiddelen van de VOF overgenomen.

2.6.

Op 13 februari 2015 heeft er een telefonisch overleg plaatsgevonden tussen [persoon 1] en [persoon 3] . In het gespreksverslag dat [persoon 3] naar aanleiding van dit overleg heeft opgesteld is opgenomen:

Algemeen

Besproken:

Relatie heeft een nieuwe B.V. opgestart:

Verbo Transport B.V.

Nachtschadestraat 59

2153 EK Nieuw Vennep

(…)

De huidige verzekeringen moeten zoals onderstaand worden omgezet. (…)

Rechtsbijstand bedrijf

Besproken:

De polis van de v.o.f. moet per 01-03-2015 worden beëindigd. Per 01-02-2015 moet er voor de B.V. een nieuwe polis opgemaakt worden. I.v.m. de beperking van dekking d.m.v. het uitsluiten van het arbeidsrecht kijken we welke mogelijkheden DAS heeft. De loonsom bedraagt € 250.000,-.”

2.7.

De VOF is beëindigd per 1 maart 2015.

2.8.

Bij e-mail van 24 maart 2015 heeft [persoon 3] aan Verbo onder meer bericht:

“(…) Wat betreft de Rechtsbijstand, in ons gesprek van 13-02-2015 hebben wij jullie geïnformeerd m.b.t. de uitsluiting van het arbeidsrecht door de verzekeraar Arag. Dit i.v.m. de vele meldingen m.b.t. het arbeidsrecht. We zouden kijken of de DAS mogelijkheden heeft, maar die geven nu ook aan het risico arbeidsrecht niet mee te willen verzekeren. De dekking die nu overblijft is:
- Verkeersrechtbijstand

- Geschil m.b.t. door jullie geleverde diensten

Kun jij aangeven of jullie deze dekking in tact willen laten of de verzekering willen beëindigen?”

2.9.

Op 24 maart 2015 heeft Scania in opdracht van Verbo (onder meer) een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij ARAG. Op deze rechtsbijstandverzekering zijn de Voorwaarden ARAG ProRechtCombinatie Zakelijke Markt en Particulier 2015 (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing. De rechtsbijstandverzekering van Verbo bevat de modules A (Verkeer), B (Bedrijfsvoering & Incasso dekking, C (Inkoop) en D (Verkoop). De rechtsbijstandverzekering is met terugwerkende kracht per 1 februari 2015 ingegaan. De polisvoorwaarden luiden, voor zover van belang, als volgt:

4. In welke gevallen bestaat geen aanspraak op rechtsbijstand?
In de volgende gevallen kunt u geen beroep doen op uw rechtsbijstandverzekering:

(…)

o. Als het geschil verband houdt met of voortvloeit uit een fusie of overname van een bedrijf, de verkoop of beëindiging van het verzekerde bedrijf of een samenwerkingsovereenkomst met een soortgelijk bedrijf als het uwe.

(…)

B. Module Bedrijfsvoering en Incasso
(…)

2. Dekking
U heeft aanspraak op rechtsbijstand wanneer u als bedrijf of beoefenaar van een beroep aan het economisch verkeer deelneemt en:
(…)

g. u krijgt een geschil in verband met een arbeidsovereenkomst met een (ex-)werknemer; (…)”

2.10.

Bij e-mail van 28 juli 2015 heeft [persoon 1] aan [persoon 4] onder meer bericht:

“(…) 6. De rechtsbijstandsverzekering, polisnummer [polisnummer] , daarvan staat de particuliere dekking op naam van [persoon 2] . Is deze particuliere dekking verplicht in dit pakket, of is dit een verzoek van [persoon 2] geweest? Als het er los van staat kan deze stopgezet worden, danwel op mijn naam gezet worden (ik ben zelf wel al prive verzekerd bij Unive). Is het zonder [persoon 2] ook weer mogelijk om alle onderdelen van de rechtsbijstand, waaronder het arbeidsrecht te kunnen verzekeren? Immers, de weigering betrof destijds de vele meldingen mbt het arbeidsrecht in Verbo Transport VOF, maar dat staat in mijn ogen compleet los van Verbo Transport BV, daardoor begreep ik de weigering toen ook niet. (…)”

In reactie op die e-mail heeft [persoon 4] bij e-mail van 29 juli 2015 aan [persoon 1] bericht dat hij de vragen over de verzekeringen zou doorsturen aan [persoon 3] . [persoon 3] heeft een kopie van betreffende e-mail ontvangen.

2.11.

Bij e-mail van 28 september 2015 heeft [persoon 1] aan [persoon 3] bericht:

“Kun jij jouw opvolger met mij een afspraak laten maken om o.a. mijn vragenreeks samen door te nemen zodat alles voor eens en altijd helder is? Wat tevens prioriteit bij mij heeft is de vraag waarom ik in de BV (die vanaf het begin op mijn naam staat) geen arbeidsrecht kon verzekeren? Ik snapte destijds de weigering niet, en nu nog steeds niet. [persoon 2] was enkel een medewerker binnen de BV, en ze is nooit eigenaar geweest.”

2.12.

Verbo heeft in 2015 in zeven geschillen, waaronder twee arbeidsrechtelijke geschillen met (ex-)werknemers [persoon 2] en [persoon 5] , rechtsbijstand gezocht bij ARAG. Naar aanleiding hiervan heeft ARAG bij brief van 29 oktober 2015 aan Verbo bericht dat voor die geschillen op grond van artikel 4 sub o van de polisvoorwaarden (hierna: de Uitsluitingsclausule) geen dekking bestaat.

2.13.

Bij brief van 19 november 2015 heeft Verbo (althans haar advocaat) Scania aansprakelijk gesteld voor de schade van Verbo als gevolg van tekortkomingen van Scania.

2.14.

Bij e-mail van 4 mei 2016 heeft ARAG aan de advocaat van Verbo bericht dat ten aanzien van het arbeidsrechtelijke geschil met [persoon 5] alsnog dekking aan Verbo wordt verleend onder haar rechtsbijstandverzekering.

2.15.

Bij e-mail van 23 augustus 2016 heeft ARAG aan de advocaat van Verbo bericht dat ten aanzien van het arbeidsrechtelijke geschil met [persoon 2] alsnog dekking aan Verbo wordt verleend onder haar rechtsbijstandverzekering.

3 Het geschil

3.1.

Verbo vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat Scania aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade van Verbo als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de op Scania als assurantietussenpersoon rustende zorgplicht, alsmede veroordeling van Scania tot betaling van schadebedragen groot € 25.572,80, € 17.965,70,
€ 2.741,39, € 25.000,00, € 5.673,60, tot vergoeding van de overige schade, nader op te maken bij staat, en ten slotte tot betaling van de kosten van rechtsbijstand primair begroot op € 2.125,00 en subsidiair op € 1.637,55, alle gevorderde bedragen vermeerderd met rente en (na)kosten. Verbo stelt hiertoe dat Scania haar zorgplicht jegens Verbo heeft geschonden en dat Verbo hierdoor schade geleden.

3.2.

Scania betwist dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. Voorts betwist Scania de hoogte van de door Verbo gevorderde schade alsmede het causaal verband tussen die schade van Verbo en de (vermeende) beroepsfout van Scania.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Proces-verbaal van comparitie

4.1.

Het proces-verbaal van comparitie is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om de rechtbank per brief te wijzen op wezenlijke onjuistheden of omissies in het proces-verbaal. Bij brieven van 15, 16 en 19 september 2016 hebben partijen verzocht om aanvulling danwel wijziging van het proces-verbaal (zie 1.1). De rechtbank overweegt dat een proces-verbaal een zakelijke weergave vormt van hetgeen ter comparitie is verklaard en besproken. Een proces-verbaal is geen letterlijke weergave van hetgeen is gezegd op de comparitie. In de hiervoor vermelde brieven met opmerkingen over het proces-verbaal ziet de rechtbank geen aanleiding het proces-verbaal aan te passen. De voorgestelde wijzigingen behelzen veeleer een nadere uitleg van danwel aanvulling op het ter zitting verklaarde – hetgeen gelet op de goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegestaan – en niet een onjuiste interpretatie door de rechtbank daarvan. Overigens leiden de voorgestelde wijzigingen niet tot een andere beoordeling van het geschil.

Schending zorgplicht?

4.2.

Tussen partijen is in geschil of Scania haar zorgplicht jegens Verbo heeft geschonden.

4.3.

Ter onderbouwing van haar stelling dat Scania haar zorgplicht heeft geschonden, stelt Verbo dat zij Scania op 16 januari 2015 de opdracht heeft gegeven om voor Verbo een verzekeringspakket met een zo compleet mogelijke dekking af te sluiten, minimaal gelijk aan het verzekeringspakket van de VOF. Bij het sluiten van de rechtsbijstandverzekering voor Verbo heeft Scania haar zorgplicht geschonden, doordat zij Verbo onvolledig en onjuist heeft geïnformeerd over de dekking van deze verzekering. Zo heeft Scania Verbo nooit gewezen op de Uitsluitingsclausule. Verbo heeft daarvan pas kennisgenomen bij brief van ARAG van 29 oktober 2015. Daarnaast heeft Scania Verbo onjuist geïnformeerd over de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen. Scania heeft ten tijde van het sluiten van de rechtsbijstandverzekering medegedeeld dat arbeidsrechtelijke geschillen zijn uitgesloten van dekking, terwijl het Verbo later is gebleken dat er onder haar rechtsbijstandverzekering onder artikel 2 sub g van Module B wel degelijk dekking is voor deze geschillen. Nu Scania de verzekeringsvoorwaarden van ARAG niet voorafgaand aan het sluiten van de verzekering ter hand heeft gesteld, is Verbo in deze afgegaan op de onjuiste en onvolledige informatie die Scania haar heeft verstrekt. Ten slotte stelt Verbo dat Scania is tekortgeschoten in haar begeleiding toen bleek dat ARAG geen dekking wilde verlenen op grond van de Uitsluitingsclausule. Scania had zich op dat moment meer voor Verbo moeten inspannen en tenminste tekst en uitleg bij ARAG moeten vragen.

4.4.

Scania stelt dat zij pas tijdens het telefoongesprek op 13 februari 2015 (zie 2.6) de opdracht heeft gekregen om een verzekeringspakket voor Verbo af te sluiten. Op 24 maart 2015 heeft Scania deze opdracht uitgevoerd. De rechtsbijstandverzekering van Verbo biedt dezelfde dekking als de verzekering van de VOF; beide verzekeringen bevatten de modules A tot en met D. Een ruimere dekking was niet mogelijk. Scania betwist dat zij Verbo onvolledig en onjuist heeft geïnformeerd en (dus) dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. In ieder geval bij e-mail van 24 maart 2015 (zie 2.8) heeft Scania Verbo deugdelijk geïnformeerd over de omvang van de dekking. Volgens Scania kan van een assurantietussenpersoon niet worden verwacht dat deze iedere afzonderlijke polisvoorwaarde met diens opdrachtgever bespreekt. Scania hoefde in de gegeven omstandigheden niet expliciet te wijzen op de Uitsluitingsclausule omdat zij niet bekend was met de voorgenomen overname van de VOF door Verbo. Dat arbeidsrechtelijke geschillen zouden zijn uitgesloten van dekking, heeft Scania voorafgaand aan het sluiten van de rechtsbijstandverzekering van ARAG begrepen. Dat deze geschillen uiteindelijk toch gedekt blijken te zijn onder de polis, is geen beroepsfout van Scania. Scania wist bovendien niet dat Verbo arbeidsrechtelijke geschillen had en van haar kan dus ook niet worden verwacht dat zij in deze actie zou ondernemen.

4.5.

Beoordeeld dient te worden of Scania als assurantietussenpersoon jegens Verbo de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. De reikwijdte van deze zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de opdracht en de belangen van de opdrachtgever voor zover kenbaar voor de tussenpersoon.

Ad 1; niet geïnformeerd over de Uitsluitingsclausule

4.6.

Ten aanzien van het verwijt dat Verbo niet is geïnformeerd over de Uitsluitingsclausule, oordeelt de rechtbank als volgt. Als onbetwist staat vast dat Scania Verbo nooit expliciet heeft gewezen op de Uitsluitingsclausule. Voorts staat vast dat er op 16 januari 2015 een bespreking heeft plaatsgevonden, tijdens welke bespreking - blijkens het gespreksverslag van [persoon 3] (zie 2.4) - in ieder geval aan de orde is gesteld dat er een B.V. zou worden opgericht, dat er is gevraagd naar de consequenties daarvan voor het verzekeringspakket en dat het overzetten van het verzekeringspakket van de VOF naar de B.V. is besproken. [persoon 3] heeft ter comparitie verklaard dat het voor hem tijdens de bespreking op 16 januari 2015 niet duidelijk was dat het om een overname door [persoon 1] ging en dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het om een doorstart ging waarbij [persoon 1] en Borst samen een B.V. zouden oprichten. Blijkens zijn eigen gespreksverslag van 16 januari 2015 en zijn toelichting ter comparitie moet het voor [persoon 3] echter in ieder geval duidelijk zijn geweest dát er een B.V. werd opgericht en dat die B.V. de activiteiten van de VOF zou gaan overnemen. Met die informatie had een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon bedacht moeten zijn op het belang van de Uitsluitingsclausule, ongeacht door wie die B.V. zou worden opgericht. De Uitsluitingsclausule voorziet immers in de algemene uitsluiting voor geschillen die voortvloeien uit ‘de overname van een bedrijf’, zonder dat daarbij wordt gedefinieerd om wat voor overname het precies moet gaan. Zoals Scania zelf bij conclusie van antwoord heeft aangevoerd, betreft dit een standaard uitsluitingsclausule die door vele rechtsbijstandsverzekeraars wordt gehanteerd. [persoon 3] had naar aanleiding van de bespreking op 16 januari 2015 tenminste moeten signaleren dat de Uitsluitingsclausule gevolgen zou kunnen hebben voor de dekking van de nog op te richten B.V. onder de rechtsbijstandverzekering. [persoon 3] had Verbo (in oprichting) dan ook tijdens of in ieder geval kort na de bespreking op 16 januari 2015 over de Uitsluitingsclausule moeten informeren, met name nu er tijdens de bespreking is gesproken over de mogelijkheid om het verzekeringspakket van de VOF over te zetten naar de B.V. en bovendien expliciet is gevraagd naar de consequenties voor het verzekeringspakket. Door Verbo (in oprichting) daarover niet te informeren, heeft [persoon 3] jegens Verbo niet de zorg betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht.

4.7.

Of er tussen Verbo (in oprichting) en Scania op 16 januari 2015, zoals gesteld door Verbo, of pas op 13 februari 2015, zoals gesteld door Scania, een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, doet naar het oordeel van de rechtbank in dit verband niet ter zake. Ook voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst van opdracht is Scania jegens haar potentiële opdrachtgever immers gebonden aan een (precontractuele) zorgplicht en dient zij juiste en relevante informatie te verstrekken. Indien wordt aangenomen dat nog geen opdracht was verstrekt, geldt dat [persoon 3] in deze omstandigheden heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, door ondanks de informatie die hij heeft verkregen tijdens de bespreking op 16 januari 2015 niet bedacht te zijn op de Uitsluitingsclausule en door Verbo (in oprichting) daarover niet te informeren. In beide situaties is Scania dus aansprakelijk voor de schade die Verbo door de beroepsfout van [persoon 3] heeft geleden.

Ad 2: onjuist geïnformeerd over dekking arbeidsrechtelijke geschillen

4.8.

Wat betreft het verwijt dat Scania Verbo onjuist heeft geïnformeerd over de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen, overweegt de rechtbank als volgt.
Scania heeft onbetwist gesteld dat zij voorafgaand aan het sluiten van de rechtsbijstandverzekering van ARAG heeft begrepen dat er, evenmin als aan de VOF, geen dekking aan Verbo zou worden verleend voor arbeidsrechtelijke geschillen en dat zij, Scania, Verbo naar aanleiding van die mededeling daarover heeft geïnformeerd.
Op 24 maart 2015 heeft Scania de rechtsbijstandverzekering voor ARAG afgesloten en op of kort na die datum heeft Scania kennis kunnen nemen van het polisblad, waaruit geen uitsluiting voor arbeidsrechtelijke geschillen volgt. Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht dat deze na het afsluiten van een verzekering en na ontvangst van het polisblad tenminste een globaal onderzoek doet naar de (definitieve) dekking onder die polis. Na ontvangst van het polisblad van Verbo had Scania dit polisblad dan ook globaal moeten doornemen en had zij op dat moment moeten opmerken dat er onder de polis, in tegenstelling tot de eerdere berichtgeving van ARAG, toch dekking was voor arbeidsrechtelijke geschillen. Zij had Verbo op die (extra) dekking behoren te wijzen, zodat Verbo in voorkomende gevallen (tijdig) een beroep had kunnen doen op haar rechtsbijstandverzekering. Zij had die (extra) dekking in ieder geval moeten opmerken, en Verbo hierover moeten informeren, nadat [persoon 1] na het afsluiten van de rechtsbijstandverzekering bleef vragen om tekst en uitleg ten aanzien van de (vermeende) uitsluiting voor arbeidsrechtelijke geschillen (zie de e-mails van [persoon 1] van 28 juli en 28 september 2015 hiervoor onder 2.10 en 2.11). Of Verbo Scania heeft geïnformeerd over concrete arbeidsrechtelijke geschillen die zich voordeden, doet in dit verband niet ter zake. Door Verbo niet te wijzen op de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen en door Verbo, ook nadat deze vragen heeft gesteld, hierover onjuist te blijven informeren, heeft Scania haar zorgplicht als assurantietussenpersoon jegens Verbo geschonden.

Ad 3; gebrek aan begeleiding richting ARAG

4.9.

Wat betreft het (vermeende) gebrek aan begeleiding richting ARAG, is de rechtbank tenslotte van oordeel dat dit geen schending van de zorgplicht door Scania oplevert. ARAG heeft bij brief van 29 oktober 2015 aan Verbo bericht dat er op grond van de Uitsluitingsclausule geen dekking bestaat. [persoon 1] heeft ter comparitie verklaard dat hij na ontvangst van die brief in eerste instantie zelf, en later zijn advocaat, het contact met ARAG heeft onderhouden en dat hij Scania op dat moment niet meer serieus nam. Kennelijk heeft Verbo Scania nadien dus ook niet of nauwelijks meer geïnformeerd over de geschillen die Verbo had en het contact hierover met ARAG. Bovendien heeft Verbo Scania kort na ontvangst van de brief van ARAG een advocaat ingeschakeld, die Scania bij brief van
19 november 2015 aansprakelijk heeft gesteld voor de schade als gevolg van de tekortkoming van Scania. Nog daargelaten of Verbo wat betreft het gebrek aan begeleiding überhaupt voldoende concrete stellingen heeft ingenomen voor een zelfstandig beroep op schending van de zorgplicht, kon onder voornoemde omstandigheden van Scania in redelijkheid niet worden verwacht dat zij nadien nog namens Verbo contact zou hebben opgenomen met ARAG.

Schade en causaal verband?

4.10.

Voorts dient beoordeeld te worden óf Verbo door de beroepsfouten van Scania (het niet informeren over de Uitsluitingsclausule en het onjuist informeren over de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen) schade heeft geleden en zo ja, tot welk bedrag.

Ad 1: schade door niet informeren over de Uitsluitingsclausule

4.11.

Verbo stelt dat zij schade heeft geleden doordat zij niet is geïnformeerd over de Uitsluitingsclausule. Als Scania Verbo hierover volledig en juist zou hebben geïnformeerd, zou Verbo de overname niet hebben doorgezet en de rechtsbijstandverzekering ook niet hebben afgesloten. Verbo zou dan ook geen kosten hebben gemaakt voor rechtsbijstand in diverse geschillen. Ter toelichting op dit standpunt heeft [persoon 1] ter comparitie verklaard dat hij een risicomijdend persoon is, dat hij - met name gelet op de bijzondere aard van de transportsector en zijn gebrek aan ervaring als ondernemer in die sector - niet exact wist wat voor geschillen hij na de overname kon verwachten, dat hij zo goed mogelijk verzekerd wilde zijn met zijn bedrijf, juist voor rechtsbijstand, en dat een rechtsbijstandverzekering met volledige dekking daarom doorslaggevend was voor zijn beslissing tot overname. De bespreking op 16 januari 2015 was essentieel voor hem; naar aanleiding van deze bespreking is [persoon 1] doorgegaan met de oprichting van Verbo. [persoon 1] had op dat moment nog een vast dienstverband bij Stichting Ymere. [persoon 1] heeft dit dienstverband pas tegen
1 juni 2015 opgezegd, toen de overname van de VOF door Verbo helemaal rond was.
Ter onderbouwing van het standpunt dat een rechtsbijstandverzekering met volledige dekking doorslaggevend was voor [persoon 1] , heeft Verbo voorts een schriftelijke verklaring van K. Duivenvoorde, de partner van [persoon 1] , in het geding gebracht. Zij heeft verklaard dat [persoon 1] haar daags vóór de bespreking op 16 januari 2015 heeft medegedeeld dat hij enkel bij het kunnen krijgen van een goede rechtsbijstandverzekering de B.V. (Verbo) zou oprichten en de overname door zou zetten, omdat hij het anders niet aan durfde om aan dat avontuur te beginnen. Voorts heeft zij verklaard dat er voor [persoon 1] geen noodzaak was om de overname door te zetten, aangezien hij op dat moment een goed betaalde baan had waar hij naar volle tevredenheid van zijn werkgever functioneerde.

4.12.

Scania betwist dat er causaal verband bestaat tussen de (vermeende) beroepsfout van Scania en de door Verbo gevorderde schade. Zij stelt hiertoe dat de overname op
1 februari 2015 is voltooid, terwijl Verbo pas op 13 februari 2015 de opdracht heeft gegeven om een rechtsbijstandverzekering voor haar af te sluiten. Voorts stelt zij dat de beslissing tot overname op 16 januari 2015 feitelijk al was genomen. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat de omvang van de dekking van de rechtsbijstandverzekering doorslaggevend was voor de beslissing tot overname en dat van de overname zou zijn afgezien indien de (vermeende) beroepsfout achterwege zou zijn gebleven, aldus Scania.

4.13.

De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat Verbo op 23 januari 2015 is opgericht, dat Verbo op 1 februari 2015 in ieder geval het personeel van de VOF heeft overgenomen en dat Verbo op enig moment op of na 1 februari 2015 ook de goodwill, een deel van de bedrijfsinventaris en een deel van de bedrijfsmiddelen van de VOF heeft overgenomen. Indien [persoon 3] [persoon 1] tijdens of kort na de bespreking op 16 januari 2015 juist en volledig zou hebben geïnformeerd over de Uitsluitingsclausule, had [persoon 1] dus op basis van die gegevens en bij ontbreken van andere informatie feitelijk nog kunnen afzien van de oprichting van Verbo en van de overname van het personeel en de hiervoor genoemde activa van de VOF. Het is echter de vraag of die informatie zodanig beslissend voor [persoon 1] was, dat dit hem daadwerkelijk zou hebben doen besluiten om af te zien van de oprichting en de overname. Voor de beantwoording van die vraag is mede van belang of [persoon 1] op dat moment al bindende afspraken met [persoon 2] had gemaakt en zo ja, welke, en of hij die afspraken op dat moment nog wel zonder verplichting tot schadevergoeding kon ontbinden. Nu de gemotiveerde stelling van Verbo door Scania gemotiveerd is betwist, rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv op Verbo de bewijslast van haar stelling dat zij van de overname zou hebben afgezien, indien zij op of omstreeks 16 januari 2015 correct door Scania zou zijn geïnformeerd over de Uitsluitingsclausule. Verbo zal, conform haar aanbod, worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling.

4.14.

Indien Verbo niet slaagt in het bewijs van haar stelling, staat daarmee vast dat Verbo de overname na de bespreking op 16 januari 2015 had doorgezet en dat zij de kosten die zij heeft gemaakt voor rechtsbijstand in de diverse geschillen sowieso kwijt zou zijn geweest. De vorderingen van Verbo zullen alsdan op dit punt wegens het ontbreken van causaal verband tussen de beroepsfout van [persoon 3] en de (gestelde) schade van Verbo worden afgewezen.

4.15.

Indien Verbo slaagt in het bewijs van haar stelling, staat daarmee vast dat er causaal verband bestaat tussen de beroepsfout van [persoon 3] en de (gestelde) schade van Verbo. Alsdan zal het debat tussen partijen over de hoogte van de schade door het niet informeren over de Uitsluitingsclausule nog wel verder moeten worden gevoerd.

Ad 2; schade door onjuiste informatie over dekking arbeidsrechtelijke geschillen

4.16.

Verbo stelt dat zij, doordat zij onjuist is geïnformeerd over de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen, schade heeft geleden en dat die schade als zelfstandige schadepost voor vergoeding in aanmerking komt. Omdat Scania heeft medegedeeld dat er op dit punt geen dekking was, heeft Verbo, toen de geschillen met [persoon 2] en [persoon 5] zich voordeden, geen beroep gedaan op haar rechtsbijstandverzekering bij ARAG en heeft Verbo in die zaken op eigen kosten een advocaat ingeschakeld. Toen later bleek dat er toch dekking werd verleend (zie hiervoor onder 2.14 en 2.15), zijn de reeds gemaakte advocaatkosten geclaimd bij ARAG. ARAG heeft weliswaar aangekondigd een deel van die kosten te vergoeden, maar vergoedt niet het gehele bedrag omdat zij maximum tarieven hanteert voor advocaten die zij niet zelf heeft ingeschakeld. Als Verbo juist was geïnformeerd, had zij de arbeidsrechtelijke geschillen direct bij ARAG aangemeld en zou ARAG een advocaat hebben ingeschakeld die volledig door ARAG zou zijn vergoed. De schade van Verbo bestaat uit het verschil tussen enerzijds de daadwerkelijk door haar gemaakte advocaatkosten in de procedures tegen [persoon 2] en [persoon 5] en anderzijds het bedrag dat ARAG ten behoeve van die procedures alsnog uitkeert uit hoofde van de rechtsbijstandverzekering. De exacte hoogte van de te ontvangen vergoeding is nog niet bekend. Verbo heeft ter comparitie aangekondigd te zijner tijd nog een vermindering van eis te willen nemen zodra ARAG duidelijkheid heeft verstrekt over de (hoogte van de) vergoeding en de arbeidsrechtelijke procedure tegen [persoon 5] volledig is afgerond.

4.17.

Scania betwist dat sprake is van een zelfstandige schadepost, nu ARAG in de geschillen met [persoon 2] en [persoon 5] heeft aangekondigd alsnog dekking te zullen verlenen.

4.18.

Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat Verbo, gelet op hetgeen zij ter onderbouwing van haar vordering naar voren heeft gebracht, schade heeft geleden doordat zij onjuist is geïnformeerd over de dekking voor arbeidsrechtelijke geschillen en dat die schade als zelfstandige schadepost, dus los van de vraag of Verbo slaagt in het hiervoor onder 4.13 opgedragen bewijs, voor vergoeding in aanmerking komt. Scania heeft immers niet betwist dat ARAG een maximum tarief hanteert (zie hiervoor onder 4.16). Noodzakelijk is echter wel, voor het ontstaan van schade, dat dat maximum daadwerkelijk is overschreden, want andere schade is niet aannemelijk. Verbo dient haar schade in deze dus nog nader te onderbouwen. Verbo zal na de bewijslevering in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte hierover uit te laten, samen met de onderbouwing van de (hoogte van de) schade ten gevolge van het niet informeren over de Uitsluitingsclausule.

Resumé

4.19.

Gelet op het aan Verbo opgedragen bewijs alsmede het nadien nog te voeren debat over de hoogte van de schade, zal voorlopig in deze zaak geen eindvonnis kunnen worden gewezen. De rechtbank geeft partijen in overweging om, met inachtneming van hetgeen in dit tussenvonnis is overwogen, een minnelijke regeling te betrachten. Indien en voor zover partijen hier niet in slagen, zal de zaak naar de rol worden verwezen, opdat Verbo zich kan uitlaten over de wijze waarop zij het bewijs van het causaal verband wenst te leveren. Iedere verdere beslissing wordt thans aangehouden. Na sluiting van de enquête en (eventuele) contra-enquête zal de rechter-commissaris met partijen overleg voeren over de voortgang van de procedure.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

laat Verbo toe feiten en/of omstandigheden te bewijzen waaruit kan worden opgemaakt dat zij van de overname zou hebben afgezien, indien zij op of omstreeks
16 januari 2015 correct door Scania zou zijn geïnformeerd over de uitsluitingsclausule in artikel 4 sub o van de polisvoorwaarden van ARAG,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 februari 2017 voor uitlating door Verbo of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat Verbo, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat Verbo, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden maart tot en met juni 2017 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van
mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125,

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Amperse en in het openbaar uitgesproken op
25 januari 2017.1

1 106/2544