Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5439

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
13-07-2017
Zaaknummer
C/10/526295 / KG ZA 17-474
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

ontvankelijkheid, royement lidmaatschap volkstuinencomplex.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3689
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/526295 / KG ZA 17-474

Vonnis in kort geding van 21 juni 2017

in de zaak van

1 [eiser] ,

2. [eiser 1],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. K. Zeylmaker,

tegen

de vereniging SCHIEDAMSE VOLKSTUINDERSVERENIGING "THURLEDE",

gevestigd te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E.G.M. Huisman.

Partijen zullen hierna [eiser 1] [eiser] , [eiser 1] en Thurlede genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de producties van [eiser 1] [eiser] en [eiser 1]

  • -

    de voorwaardelijke eis in reconventie

  • -

    de producties van Thurlede

  • -

    de mondelinge behandeling op 7 juni 2017

  • -

    de pleitnota van Thurlede.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

[eiser 1] heeft ter zitting verklaard dat zij na de datum van de dagvaarding is gehuwd met [eiser 1] [eiser] , zodat haar naam niet meer [eiser 1] is, maar [eiser 1] . De voorzieningenrechter zal haar desondanks in dit vonnis, om processuele redenen, in lijn met de aanduiding in de dagvaarding, met [eiser 1] aanduiden.

2 De feiten

2.1.

Thurlede beheert een complex met 248 volkstuinen aan de noordkant van het [adres] te [woonplaats] .

2.2.

In de statuten van Thurlede (hierna: de statuten) is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

“(…)

Lidmaatschap

Artikel 5.

Leden, kandidaat-leden, leden van verdienste, ereleden

1. Als lid kunnen worden toegelaten meerderjarige natuurlijke personen, aan wie naar het

oordeel van het bestuur een tuin als bedoeld in lid 2 bedoeld in gebruik kan worden

gegeven.

2. Ieder lid heeft recht op gebruik van een door het bestuur aan hem aan te wijzen

volkstuin.

(…)

6. In het huishoudelijk reglement kunnen verplichtingen aan leden, kandidaat-leden, leden

van verdienste en ereleden worden opgelegd en kunnen hun rechten worden beperkt of

gegeven.

7. Slechts leden als bedoeld in lid 1 van dit artikel zijn leden in de zin der wet.

(…)

Artikel 6.

Toelating

1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en kandidaat-leden.

2. Indien het bestuur negatief beslist omtrent de toelating van een lid of een kandidaat-lid

kan de Algemene Vergadering alsnog tot toelating besluiten.

3. Ereleden en leden van verdienste worden benoemd door de Algemene Vergadering op

voordracht van het bestuur. De Algemene Vergadering kan op voordracht van

het bestuur een erelidmaatschap of een lidmaatschap van verdienste ontnemen.

Artikel 7.

Aanvang van het lidmaatschap

1. Het lidmaatschap vangt aan bij de toetreding tot de vereniging.

2. Het moment van toetreding moet blijken uit een door het bestuur schriftelijk verstrekte

kennisgeving van toelating; toetreding is niet eerder mogelijk dan na de ondertekening

van een huurovereenkomst voor de huur van een tuin.

Artikel 8.

Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging namens de vereniging;

d. door ontzetting (royement).

(…)

4. a. Opzegging namens de vereniging kan geschieden met inachtneming van een

opzegtermijn van twee maanden en mits door het bestuur schriftelijk aan het lid bekend

gemaakt wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de statuten voor het

lidmaatschap gesteld te voldoen.

b Opzegging kan met onmiddellijke ingang mits door het bestuur schriftelijk aan het lid

bekend gemaakt, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het

lidmaatschap te laten voortduren.

(…)

6. Ontzetting (royement) kan worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid:

a. handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de

vereniging of

b. de vereniging opzettelijk benadeelt.

7. Het bestuur zal niet eerder tot ontzetting besluiten, dan nadat het lid bij aangetekend

schrijven ingebreke is gesteld en in de gelegenheid is gesteld binnen veertien dagen

alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

8. a. Bij ontzetting uit het lidmaatschap wordt het betrokken lid binnen een week, nadat het

bestuur tot ontzetting heeft besloten, schriftelijk van het besluit, met opgave van

redenen, in kennis gesteld.

b. Binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit tot ontzetting

staat voor het betrokken lid beroep open op de algemene vergadering. Maakt het lid

gebruik van zijn recht op beroep dan is het bestuur verplicht een algemene vergadering

uit te schrijven, die wordt gehouden binnen een maand na ontvangst van het

beroepsschrift. Voldoet het bestuur hieraan binnen de gestelde termijn niet, dan vervalt

de ontzetting.

Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

Gedurende de schorsingstermijn kan het betrokken lid geen van

zijn lidmaatschapsrechten uitoefenen. De lidmaatschapsverplichtingen van het

betrokken lid blijven tijdens de schorsing onverminderd bestaan, met uitzondering van

die verplichtingen die rechtstreeks verband houden met de lidmaatschapsrechten.

9. Indien het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt blijft niettemin de

jaarlijkse bijdrage voor zijn geheel verschuldigd.

(…)

Huishoudelijk Reglement

Artikel 23

1. De algemene vergadering stelt een huishoudelijk reglement vast.

2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd met de wet zijn, noch met de statuten.

(…)”

2.3.

Het huishoudelijk reglement van Thurlede luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

Algemene Bepalingen

Artikel 1

1. Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld, aangevuld en/of gewijzigd door de

algemene vergadering.

(…)

3. Ieder lid, als bedoeld in artikel 5 van de statuten wordt geacht de bepalingen van

statuten, reglementen, besluiten van de algemene vergadering en openbaar bekend

gemaakte bestuursbesluiten te kennen en na te leven.

(…)

Artikel 3 Rechten en verplichtingen leden

1. Ieder lid heeft de vrije beschikking over de tuin, die hem in gebruik is gegeven.

2. De tuin en de opstallen op de tuin dienen het recreatie-tuinieren voor het lid. Het

uitoefenen van beroepsmatige handelingen is verboden.

3. Ieder lid zorgt voor een goed zichtbaar en leesbaar tuinnummer op of nabij het tuinhek.

4. Leden zijn verplicht deel te nemen aan de algemene werkzaamheden ten behoeve van

de vereniging volgens een door het bestuur vast te stellen rooster.

5. Eigendommen van de vereniging moeten op verzoek van het bestuur of een door het

bestuur aangewezen persoon worden ingeleverd.

6. Leden worden geacht te weten, de opstallen en beplantingen op hun tuin in eigendom te

bezitten.

7. Leden mogen hun tuin, de opstallen en beplantingen slechts overdragen door

tussenkomst van het bestuur.

8. Het is niet toegestaan van 1 oktober tot 1 april op het complex te overnachten.

9. Het bestuur heeft het recht aan daarvoor in aanmerking komende leveranciers

vergunning te verlenen voor de verkoop van hun waren en producten op het complex.

Zonder toestemming van het bestuur is het niet toegestaan op het complex handel te

drijven

Het bestuur verbindt aan de vergunning de voorwaarden dat producten die schadelijk

zijn voor het milieu op het complex niet mogen worden verkocht.

10. Het is niet toegestaan:

a. Zich op een andere tuin te begeven zonder daartoe van het bestuur en/of de tuinder toestemming te hebben verkregen, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10 lid 8 onder d van de statuten en artikel 24 van dit huishoudelijk reglement;

b. In het gemeenschappelijke pad (brom)fietsen of andere voertuigen te plaatsen;

(…)

Artikel 6 Bouwsels

1. Aan de huurder van een volkstuin kan door het bestuur schriftelijk toestemming worden verleend tot het plaatsen van:

A. Een tuinhuis met serre, mits de bouw plaatsvindt overeenkomstig de door B&W goedgekeurde bouwvoorschriften, op een door of vanwege de gemeente [woonplaats] aangegeven en goedgekeurde tekening;

(…)

C.

(…)- een schuurtje met de afmetingen: lengte 2,00 mtr. X breedte 2,00 mtr. vloeroppervlak en nokhoogte 2,30 mtr; bij een lessenaardak maximaal 2,20 mtr.aflopend naar 1,90 mtr.;

(…)

1. Een windscherm, met een maximale hoogte van 1,80 meter en een maximale

breedte van 5,50 meter;

J. Een allesbrander, mits voorzien van een deugdelijke (gas)afvoer en mits er bij het

gebruik geen overlast voor andere tuinders ontstaat.

2. Het met de bovengenoemde bouwsels totaal bebouwde oppervlak mag niet meer dan

20 m2 zijn. Het tuinhuis met serre zijn hieronder niet begrepen.

3. Met de bouw van de onder 1a t/m 1h genoemde opstallen mag niet worden begonnen,

alvorens de schriftelijke toestemming van het bestuur is ontvangen. Andere bouwsels

dan in deze bouwvoorschriften genoemd zijn niet toegestaan.

4. Het maken van aanbouwsels e.d. en het aanbrengen van veranderingen in welke vorm

dan ook, is zonder schriftelijke toestemming van het bestuur verboden.

(…)”

2.4.

[eiser 1] is op 13 juni 2016 lid geworden van Thurlede en heeft de tuin met [nummer] (hierna: de tuin) in gebruik gekregen. Het contract tussen Thurlede en [eiser 1] is op 13 juni 2016 door [eiser 1] en een vertegenwoordiger van Thurlede ondertekend en luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) In aansluiting op het bepaalde in de statuten en het huishoudelijk reglement komen partijen overeen dat, indien tuinder zich in het eerste jaar na de ondertekening van deze overeenkomst, niet overeenkomstig de bepalingen in de statuten en huishoudelijk reglement gedraagt, Thurlede de overeenkomst binnen deze termijn [eiser 1] een jaar, na tuinder gewaarschuwd te hebben, zonder verdere procedure kan beëindigen.(…)”

2.5.

[eiser 1] heeft in juli 2016 een aanvraag ingediend voor de bouw van een pergola in de tuin. Op 25 juli 2016 heeft de voorzitter van Thurlede mondeling aan [eiser 1] medegedeeld dat de aanvraag van de pergola niet voldeed aan de bouwvoorschriften en de bepalingen in het huishoudelijk reglement. Deze mededeling is per e-mail van 25 juli 2016 bevestigd.

2.6.

Bij brief van 19 augustus 2016 heeft Thurlede [eiser 1] in gebreke gesteld, omdat, kort gezegd, [eiser 1] ondanks toestemming c.q. afwijzing van de aanvraag is gaan bouwen. In de brief wordt [eiser 1] een termijn van 14 dagen geboden om ‘de aanbouw’ te verwijderen.

2.7.

Op 10 september 2016 heeft [eiser 1] met een vertegenwoordiging van het bestuur van Thurlede gesproken. De voorzitter van Thurlede, de [persoon 1] , heeft de toen gemaakte afspraken per mail aan Thurlede bevestigd. De mail luidt, voor zover [eiser 1] belang, als volgt:

“(…)

- aanbouw aan het huisje. Voor het plaatsen van de aanbouw - door u pergola genoemd - werd geen toestemming gevraagd of verleend. Eerder werd u meegedeeld dat die toestemming voor de constructie, zoals die er nu staat niet verleend wordt en het bestuur opdracht zal geven die te verwijderen. Na overleg is het volgende besloten: U kort de balken, die haaks op het huisje zijn geplaatst en daaraan zijn bevestigd één meter in. De dan vrijstaande constructie wordt aan de zijde waar deze is ingekort ‘opgevangen door een balk en er worden op die plaats twee extra palen in de grond geplaatst. Hiermee wordt de constructie een meter smaller en komt een meter uit de voorzijde van het huisje te staan, waardoor het meer oogt als een vrijstaande pergola. U vraagt voor de aldus overeengekomen wijziging schriftelijk toestemming aan; het bestuur zal dit verzoek welwillend beoordelen. Het bestuur zal vanwege deze afspraak de voorgenomen verwijdering van de constructie vooralsnog niet ten uitvoer brengen.

Een omissie bij deze afspraak is dat er geen termijn is afgesproken waarbinnen deze wijziging gerealiseerd moet worden. Wij achten een termijn van drie weken redelijk. Wij verzoeken u daarom de schriftelijke aanvraag voor de aanpassing zo spoedig mogelijk aan te vragen. Wij verlenen u hierbij, in afwachting van het op dat verzoek te nemen bestuursbesluit, toestemming om die wijziging, zoals hiervoor genoemd, reeds uit te voeren en er voor te zorgen dat de aanpassing uiterlijk op 3 oktober 2016 is gerealiseerd.

(…)

2.8.

[eiser 1] heeft op 14 september 2016 aan Thurlede, voor zover van belang, per e-mail bericht:

“(…)

Uiteindelijk kunnen wij ons redelijk kunnen vinden in de afspraken die zaterdag jl. gemaakt zijn. Zoals [eiser] al zei de beste van de slechtste.

Wij hebben ons uiterste best gedaan om de bestaande tekeningen aan te passen aan de afgesproken situatie. Het gaat totaal om de aanvraag van de pergola, windscherm, allesbrander (nieuw), natuurlijk volgens de eisen van de brandweer, gezien [eiser] een brandweerman van beroep is, lijkt ons dit niet meer dan logisch. Ik heb e.e.a. met kleur aangegeven, dus als u in kleur kan printen is het wat duidelijker denk ik.

Op de tekeningen is de aanvraag van het schuurtje ook nog steeds van kracht.

Afgesproken is dat W. Boonstra dit zou gaan navragen bij iemand van de gemeente eind oktober maar wij willen eigenlijk niet tot die tijd wachten daar wij de ruimte hard nodig hebben als wij het dak gaan repareren na onze vakantie in oktober. Vandaar ook de nieuwe aanvraag allesbrander.

Gezien het feit dat er vele schuurtjes niet voldoen op het complex, zoals u weet zijn er ook vele met meerdere schuren, schuur + kist en kast, tot zelfs bouwsels waar ik geen naam aan kan geven. I.v.m. deze vele variaties lijkt het ons voor het bestuur toch geen probleem om hier alvast toch toestemming voor te geven. Ook omdat je vanaf het pad de 170 afmeting ziet en niet de 230. Dus a.u.b. geef ons daarvoor ook akkoord.

Wat betreft het tijdsbestek waarin de pergola aangepast zou moeten gaan worden naar de nieuwe situatie kunnen wij geen akkoord geven op de voorgestelde 3 weken die wij per mail ontvingen.

Dit onder meer vanwege een vakantie aan onze zijde, inkoop materiaal, en de snelheid van toestemming bestuur etc.(al zal dat vast nu wel snel kunnen gaan)

Maar ook ARAG moet nog e.e.a. doornemen wat betreft de stand van zaken.

Natuurlijk willen ook wij dit z.s.m. ten uitvoer brengen maar het moet wel haalbaar zijn, als het ons lukt willen we dit zeker graag voor de 24e september in orde hebben, maar moeten wel een slag om de arm hebben.

(…)

2.9.

Bij brief van 19 september 2016 heeft Thurlede aan [eiser 1] , voor zover van belang, bericht:

“(…)

In de tekst van uw bericht geeft u aan dat u zich in de afspraken ‘redelijk kunnen vinden” en

verder “Maar ook ARAG moet nog e.e.a. doornemen wat betreft de stand van zaken.”

Verder stelt u dat u geen akkoord kunt geven op de voorgestelde 3 weken. Wij hebben u echter niet gevraagd om akkoord te gaan met die termijn: wij hebben u reeds eerder gesommeerd de aanbouw uiterlijk op 3 september 2016 te verwijderen. Daarna gaven wij u toestemming de aanbouw aan te passen. Van de termijn van drie weken wijken wij niet af. De oorspronkelijke termijn is immers al lang verstreken.

(…)

Met uw aanvraag voor het aanpassen van de aanbouw - strijdig met de op 10 september gemaakte en op 12 september bevestigde afspraken - , uw hernieuwde aanvraag voor het plaatsen van een schuurtje waarvan u bekend is dat dit niet aan de geldende voorschriften voldoet en (…) geeft u opnieuw aan dat u wederom en bij voortduring geen gevolg zult of wil geven aan de voor onze vereniging geldende regels en/of met het bestuur gemaakte afspraken en blijkbaar voornemens bent in strijd met deze regels te blijven handelen.

Het bestuur heeft het hiervoor genoemde besproken.

In de eerste plaats staat vast dat u kennis heeft van de statuten en het huishoudelijk reglement van onze vereniging. (…) In aansluiting op het bepaalde in de statuten en het

huishoudelijk reglement komen partijen overeen dat, indien tuinder zich in het eerste jaar na de

ondertekening van deze overeenkomst, niet overeenkomstig de bepalingen in de statuten en

huishoudelijk reglement gedraagt, Thurlede de overeenkomst binnen deze termijn van een jaar, na tuinder gewaarschuwd te hebben, zonder verdere procedure kan beëindigen.”

Het bestuur heeft op vrijdag 16 september 2016 over de hiervoor beschreven situatie het volgende besluit genomen:

Het bestuur is van oordeel dat zij zonder verdere procedure uw lidmaatschap kan beëindigen op

grond van de door beide partijen ondertekende overeenkomst, zoals hiervoor genoemd, waarbij u het lidmaatschap van onze vereniging aanvaardde.

Daarnaast kent het bestuur een aantal bevoegdheden c.q. verplichtingen om het lidmaatschap van een lid te beëindigen, zoals onder meer genoemd in artikel 8 van de statuten van onze vereniging.

Het bestuur is gehouden de verenigingsregels te handhaven en is tot het besluit gekomen dat haar in deze situatie het recht c.q. de verplichting toekomt uw lidmaatschap thans te beëindigen. U bent immers meer dan eens gewaarschuwd dat u zich aan de regels dient te houden en u leeft die regels niet na. Het bestuur kan dit, gelet op de bepalingen in het contract, thans met onmiddellijke ingang doen.

Het bestuur heeft u echter op zaterdag 10 september een aanbod gedaan, dat u accepteerde om

alsnog tot een oplossing te komen. Hoewel u er door (de tekeningen bij) uw aanvraag van 14

september blijk van geeft u niet aan die afspraak te willen houden, zal het bestuur wel consistent zijn in haar afspraken. Gezien het gehele verloop ziet het bestuur hierbij thans - naast de bevoegdheid tot onmiddellijke beëindiging van uw lidmaatschap - nog één mogelijkheid om de overtreding van de verenigingsregels te handhaven: Het bestuur stelt u thans middels dit (aangetekend) schrijven (opnieuw) in gebreke.

Wij geven u de gelegenheid binnen veertien dagen, uiterlijk op 3 oktober 2016 alsnog aan uw

verplichtingen te voldoen. Dat wil dus concreet zeggen:

-u past de aanbouw aan uw huisje aan, zoals mondeling overeengekomen op 10 september en

schriftelijk bevestigd in onze email van 12 september;

- u verwijdert uiterlijk binnen 14 dagen, uiterlijk op 3 oktober 2016, alle goederen die door u in de windkering naast uw tuin zijn geplaatst;

Het bestuur wijst u er op dat, indien u op laatstgenoemde datum nog niet aan de genoemde

verplichtingen voldoet, het bestuur - conform de bepalingen in de statuten van onze vereniging - geen andere mogelijkheid ziet dan u uit het lidmaatschap van onze vereniging te ontzetten (royeren) indien u dan nog steeds in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging.

Dus concreet: u wordt als lid geroyeerd als na 3 oktober 2016 nog niet aan de hiervoor genoemde verplichtingen heeft voldaan.

De grondslag van dit besluit berust op het bepaalde in artikel 8 lid 6 van onze statuten: Ontzetting (royement) kan worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid: handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging (...)

Op grond van artikel 8 lid 7 stellen wij u in de gelegenheid binnen veertien dagen alsnog aan uw

verplichtingen te voldoen, zoals hiervoor beschreven.

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat u conform onze statuten binnen een maand na ontvangst van deze kennisgeving beroep open staat op de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep bent u alsdan geschorst. Gedurende de schorsingstermijn kunt u geen van uw lidmaatschapsrechten uitoefenen. De lidmaatschapsverplichtingen blijven tijdens de schorsing onverminderd bestaan, met uitzondering van die verplichtingen die rechtstreeks verband houden met de lidmaatschapsrechten.

Een eventueel beroep heeft evenwel geen schorsende werking. Dat betekent dat als u de aanbouw op genoemde datum niet heeft verwijderd dan wel conform de op de email van 12 september beschreven situatie heeft aangepast, het bestuur opdracht zal geven tot verwijdering van het bouwsel, waarbij kosten en risico voor uw rekening zijn. Het zelfde geldt ten aanzien van de stenen en de bigbag met inhoud in de windkering.

(…)”

2.10.

Bij e-mail van 28 september 2016 mr. A.R.A. Bloem (hierna mr. Bloem) namens [eiser 1] aan Thurlede, voor zover van belang, bericht:

“(…)

Inmiddels nam ik kennis van uw aangetekende brief welke u 19 september jl. zond aan cliënten.

Uw bericht heb ik thans met cliënten besproken. Namens cliënten bevestig ik hierbij dat zij – ter voorkoming van escalatie van het conflict – ervoor zullen zorgen alsnog aan de door u gestelde verplichtingen te voldoen. Dit betekent dat cliënten de pergola zullen aanpassen conform uw beschrijvingen. Voor aanvang van hun vakantie hebben zij hiervoor reeds een start gemaakt. Wel plaatsen zij daarbij de opmerking dat gedurende het gesprek van 10 september 2016 er niet in detail is gesproken over het naar voren plaatsen van de pergola met 1 meter. Het verzoek omtrent het verplaatsen met 1 meter hadden cliënten dan ook naar eigen inzicht ingedeeld. Desalniettemin zullen zij ook hierin meegaan in uw verzoek. In het verlengde hiervan treft u bijgaand een aangepaste tekening aan. Volledigheidshalve wordt u verzocht om hierop uw schriftelijke akkoord te verlenen en daarbij de bijgevoegde tekening ook voor akkoord te ondertekenen en de ondertekende versie aan cliënten, via ondergetekende, te doen toekomen.

Tevens hebben cliënten inmiddels al de big bag verplaatst. Hetgeen heden nog aan goederen in de windkering ligt betreft uitdrukkelijk geen eigendommen van cliënten.

Hoewel zij reeds voor aanvang van hun vakantie een concrete start hebben gemaakt, zijn de werkzaamheden / aanpassingen nog niet volledig afgerond. Wegens de vakantie van heden tot en met 2 oktober 2016 kunnen cliënten dit ook niet eerder dan 3 oktober a.s. nader oppakken en afronden. Via deze weg doen zij u de toezegging dat in week 40 (3 t/m 9 oktober 2016) volledig gehoord wordt gegeven aan de door u gestelde verplichtingen. Cliënten vertrouwen er op dat, gelet op het vergevorderde stadium van aanpassingen alsmede voormelde bevestiging aan u gericht, dit voor u geen probleem zal vormen. Zonder andersluidend tegenbericht gaan zij ervan uit dat u pas op de plaats neemt en tot 10 oktober a.s. dan ook geen nadere (rechts)maatregelen neemt.

(…)”

2.11.

Bij brief van 4 oktober 2016 heeft W. Boonstra, voorzitter van Thurlede, per brief aan [eiser 1] , voor zover van belang, bericht:

“(…)

Thans delen wij u mee dat uw lidmaatschap van onze vereniging is beëindigd c.q. dat u als lid bent geroyeerd met ingang van heden, 4 oktober 2016, aangezien u niet aan de gestelde verplichtingen en gemaakte afspraken voldeed.

(…)

Binnen het bestuur bestaat een stevige, unaniem gedragen opvatting om u niet opnieuw de

gevraagde ruimte te bieden. Dit betekent dat de in onze brief van 19 september 2016 genoemde

beëindiging van uw lidmaatschap c.q. royement thans van kracht is. Wij baseren dit besluit op de eerder in onze brief van 19 september 2016 genoemde bepalingen in uw contract met de vereniging en in de statuten van onze vereniging.

Met ingang van vandaag, 4 oktober 2016, is uw lidmaatschap van onze vereniging beëindigd / wordt uw royement als lid van onze vereniging van kracht, zoals in onze brief van 19 september vermeld.

U heeft met onmiddellijke ingang geen toegang meer tot de tuin met [nummer] op het complex van onze vereniging. Voorts ontzeggen wij u de toegang tot enig ander terrein of gebouw in gebruik bij onze vereniging.

(…)”

2.12.

Thurlede heeft bij brief van 30 oktober 2016 aan [eiser 1] aangezegd dat [eiser 1] uiterlijk 30 november 2016 de tuin als ‘zwarte grond’ diende op te leveren.

2.13.

[eiser 1] heeft bij brief van 3 november 2016, voor zover van belang, aan Thurlede bericht:

“(…)

Bezwaar tegen royement c.q. beëindiging dd. 4 oktober 2016.

Cliënte kan zich op geen enkele wijze verenigen met uw beëindiging c.q. royement. Middels deze brief tekent cliënte dan ook bezwaar aan tegen de beëindiging van haat lidmaatschap bij Schiedamse Volkstuindersvereniging Thurlede. Hiermee maakt cliënte dan ook gebruik van haar recht op een beroep, welke u — conform artikel 8 uit uw statuten — hiermee tijdig heeft bereikt. U wordt derhalve gehouden een algemene

vergadering uit te schrijven, waarin alle leden schriftelijk worden uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn

en zijn/haar stem uit te brengen. In het navolgende worden de grieven van cliënten kenbaar gemaakt, welke

aldus nader dienen te worden behandeld gedurende de nog door u in te plannen algemene ledenvergadering

(…)

Grieven van [eiser 1]

Het geschil gaat terug naar de aanbouw van een pergola. U stelt dat cliënte hiervoor nimmer een aanvraag

heeft ingediend, zodat ook geenszins sprake kan zijn [eiser 1] een geaccordeerde aanvraag. U stelt dan ook dat

cliënte de voorschriften niet in acht neemt. Zij heeft een bouwsel geplaatst zonder schriftelijke goedkeuring

van een ingediende aanvraag. Cliënte erkent niet te beschikken over een geaccordeerde aanvraag doch

wel de pergola te hebben geplaatst. Echter, het gebrek hieraan is het gevolg van het reeds mondelinge

akkoord dat de [persoon 3] bij aankoop van het tuinhuisje aan cliënte heeft gegeven. Cliënte was dan

ook in de veronderstelling correct te hebben gehandeld toen de pergola door haar werd geplaatst. Inmiddels is haar bekend welke bouwvoorschriften door u gehanteerd worden, doch ten tijde van het plaatsen van de pergola/aanbouw heeft cliënte vertrouwd op de gedane mondelinge toezeggingen.

De basis van dit geschil — en het daaruit voortvloeiende royement — berust aldus op miscommunicatie. Dit

kan geen reden zijn voor royement.

(…)”

2.14.

[eiser 1] is niet tot oplevering van de tuin als ‘zwarte grond’ overgegaan. Thurlede heeft geen ledenvergadering georganiseerd.
Partijen hebben getracht een minnelijke oplossing te bereiken, onder meer door te spreken over het opnieuw lid worden van [eiser 1] onder voorwaarden. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser 1] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. (het bestuur van) Thurlede te verbieden ten aanzien van [eiser 1] uitvoering te geven aan het besluit tot ontzetting/royement;

II. (het bestuur van) Thurlede te verbieden ten aanzien [eiser 1] uitvoering te geven aan enig besluit van de algemene ledenvergadering, voor zover dat een bekrachtiging van het royementsbesluit inhoudt of anderszins een besluit tot beëindiging van het lidmaatschap pretendeert te zijn;

III. (het bestuur van) Thurlede te verbieden [eiser 1] te beperken in hun rechten uit hoofde van het lidmaatschap van Thurlede;

IV. (het bestuur van) Thurlede te gebieden [eiser 1] ongehinderd en onbelemmerd tot de verenigingsactiviteiten en de bijeenkomsten georganiseerd door derden binnen de vereniging toe te laten en eisers op de gebruikelijke wijze als volwaardig lid van de verenigiging te behandelen;

V. te bepalen dat Thurlede een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per dag of dagdeel bij overtreding van voornoemde verboden of geboden;

VI. Thurlede te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente wanneer niet binnen veertien dagen na het vonnis wordt betaald, en in de nakosten.

3.2.

Thurlede voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Thurlede vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

In conventie:

1. [eiser 1] en [eiser 1] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vorderingen af te wijzen,

In reconventie – voorwaardelijk in die zin dat aan de beoordeling eerst wordt toegekomen bij niet-ontvankelijkheid of afwijzing van de vorderingen in conventie – verzoekt Thurlede:

2. [eiser 1] te gebieden om binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis de tuin als ‘zwarte grond’ op te leveren en te verlaten met al wie of wat zich van de zijden van [eiser 1] en [eiser 1] daarin of daarop mocht bevinden, met machtiging van Thurlede ingeval [eiser 1] weigering of nalatigheid die ontruiming te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm.

In reconventie – voorwaardelijk in die zin dat aan de beoordeling eerst wordt toegekomen bij toewijzing van de vorderingen in conventie – verzoekt Thurlede:

3. [eiser 1] te gebieden om binnen twee weken na betekening van het vonnis over te gaan

tot het indienen van een bouwtekening voor de aanbouw conform de bepalingen in de

bouwvoorschriften, waarna het bestuur zal overgaan tot het geven van toestemming bij gebreke waarvan het lidmaatschap alsnog is beëindigd en binnen veertien dagen na het eindigen van het lidmaatschap het tuinperceel als ‘zwarte grond’ dient op te leveren en te verlaten met al wie of wat zich van de zijden van [eiser 1] en [eiser 1] daarin of daarop mocht bevinden, met machtiging van Thurlede ingeval van weigering of nalatigheid die ontruiming te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm, waarbij [eiser 1] een dwangsom van € 1.000,00 per dag verbeurt bij overtreding per vastgestelde termijn met een maximum van € 25.000,00 per overtreding,

4. [eiser 1] te gebieden om zich te houden aan de bepalingen in de statuten, het huishoudelijk reglement en de bouwvoorschriften waarbij bij de overtreding daarvan het lidmaatschap alsnog is beëindigd en binnen veertien dagen na het eindigen van het lidmaatschap het tuinperceel als ‘zwarte grond’ op te leveren en te verlaten met machtiging van Thurlede ingeval van weigering of nalatigheid die ontruiming te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm, waarbij [eiser 1] een dwangsom van € 1.000,00 per dag verbeurt bij overtreding per vastgestelde termijn met een maximum [eiser 1] € 25.000,00 per overtreding,

In conventie en in reconventie [eiser 1] en [eiser 1] hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan Thurlede de geliquideerde kosten, de nakosten daaronder begrepen, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW daarover, te rekenen vanaf de 15e dag na het vonnis.

4.2.

[eiser 1] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Ontvankelijkheid

5.1.

Thurlede heeft allereerst geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] . Zij heeft hiertoe aangevoerd dat [eiser 1] niet kwalificeert als haar wederpartij, omdat enkel [eiser 1] in juni 2016 lid is geworden van Thurlede.

5.2.

[eiser 1] en [eiser 1] hebben de stelling van Thurlede weersproken en aangevoerd dat ook [eiser 1] moet worden aangemerkt als lid. Zij stellen hiertoe dat zij beiden lid wilden worden en dat zij dit vanaf het begin duidelijk hebben aangegeven. De reden dat het contract alleen op naam [eiser 1] staat, is omdat het bestuur het ten tijde [eiser 1] het ondertekenen [eiser 1] het contract niet nodig vond om ook [eiser 1] [eiser] het contract te laten tekenen, aldus [eiser 1] en [eiser] .

5.3.

Het niet-ontvankelijkheidsverweer van Thurlede slaagt.

Voor het sluiten van een overeenkomst is vereist dat sprake is van aanbod en aanvaarding. Uit de overgelegde producties kan niet worden afgeleid dat ook tussen Thurlede en [eiser] aanbod en aanvaarding heeft plaatsgevonden. Het contract staat enkel op naam [eiser 1] en is ook uitsluitend door haar en niet door [eiser] ondertekend, terwijl alle correspondentie van Thurlede ook uitsluitend aan [eiser 1] is gericht. Van enig stuk waaruit de toetreding van (ook) [eiser] is af te leiden is niet gebleken. De enkele stelling [eiser 1] en [eiser] dat het hun bedoeling was om beiden lid te worden van Thurlede is bij deze stand van zaken onvoldoende om aan te nemen dat [eiser] kan worden aangemerkt als contractspartij ten aanzien van het lidmaatschap met Thurlede. Nu de ingestelde vorderingen zijn gegrond op het gestelde lidmaatschap van Thurlede, kan [eiser] niet worden ontvangen in de vorderingen.

5.4.

Voor zover Thurlede ook tot niet-ontvankelijkheid [eiser 1] heeft geconcludeerd, zal dat verweer worden verworpen. Ten aanzien van de vorderingen [eiser 1] overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Spoedeisend belang

5.5.

Het spoedeisend belang volgt voldoende uit de stellingen [eiser 1] dat zij de rechten als lid van Thurlede wil uitoefenen, terwijl Thurlede zich op het standpunt stelt dat geen sprake (meer) is van een lidmaatschap.

De vorderingen

5.6.

De voorzieningenrechter zal in dit kort geding beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [eiser 1] niet op rechtsgeldige wijze is geroyeerd en het lidmaatschap – anderszins - niet op rechtsgeldige wijze is beëindigd, nu de vordering [eiser 1] strekt tot nakoming van de lidmaatschapsovereenkomst.

5.7.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vereniging bij het nemen van een besluit strekkende tot royement of het op andere wijze beëindigen van een lidmaatschap gebonden is aan dwingende wettelijke bepalingen en de bepalingen in haar statuten.

5.8.

Voor het nemen van een royementsbesluit bevatten de statuten een procedure. Gelet op die procedure kon de brief van 4 oktober niet verwijzen naar de brief van 19 september 2016, waarin de termijn van 14 dagen werd geboden om alsnog (onder meer) de aanbouw te verwijderen, als het royementsbesluit. Artikel 8 lid 7 van de statuten bepaalt immers dat, kort gezegd, pas een besluit tot ontzetting kan worden genomen nadat na de ingebrekestelling veertien dagen zijn verstreken. Nu die veertien-dagentermijn pas aanving op 19 september 2016, kon niet vóór 3 oktober 2016 een besluit tot ontzetting worden genomen.

Voor zover de brief van 4 oktober 2016 kon worden aangemerkt als een royementsbesluit, wat door Thurlede is weersproken, is aannemelijk dat conform de procedure in de statuten in reactie op het bezwaar van [eiser 1] een algemene vergadering had moeten worden belegd en dat bij gebreke daarvan het besluit op grond van artikel 8 lid 8 sub b van de statuten is komen te vervallen.

5.9.

Voor de beoordeling van het standpunt van Thurlede dat sprake is van beëindiging op basis van de overeenkomst is - onder meer - relevant hetgeen partijen op 10 september 2016 met elkaar hebben afgesproken. Zoals uit de na 10 september 2016 gevoerde correspondentie volgt, twisten partijen over de details en reikwijdte van de gemaakte afspraken. Voor de voorzieningenrechter is echter voldoende duidelijk dat de kern van de afspraken is dat (onderdelen van) de pergola zouden worden verwijderd, zodat gekomen zou worden tot een situatie die niet langer in strijd was met de bouwvoorschriften, statuten en reglementen.

5.10.

Gelet op die kern van de afspraken en ter beoordeling van de vraag of [eiser 1] de daaruit voortvloeiende verplichtingen is nagekomen, omdat dat ook de kern van het verweer van Thurlede is en het door Thurlede genomen besluit raakt, is ter zitting gesproken over de situatie in de tuin.

5.11.

[eiser 1] heeft daarbij een foto getoond, waaruit is af te leiden dat op het moment van het maken van de foto de balken, die kennelijk eerder nog uitstaken, waren ingekort en dat tussen het bouwwerk en het huisje een meter ruimte bestond. Namens Thurlede is desgevraagd bevestigd dat de foto niet duidde op een situatie in strijd met de gemaakte afspraken.

Blijkens de geprinte datum op de achterzijde van de foto kan worden aangenomen dat de foto op 24 september 2016 is gemaakt. Aangenomen kan daarom worden dat het verwijderen van het bouwwerk, vóór 3 oktober 2016 en conform de afspraken, heeft plaatsgevonden. De ongemotiveerde betwisting van de juistheid van de datum op de foto door Thurlede maakt dit oordeel niet anders.

5.12.

Thurlede heeft aangevoerd dat, ook wanneer de datum op de foto juist zou zijn, nog steeds sprake was van handelen in strijd met de afspraken, omdat de bouw van de pergola niet uiterlijk 3 oktober 2016, maar pas op 9 oktober 2016 was afgerond, en omdat de nieuwe bouwtekening ter zake de pergola niet overeen kwam met de afspraken, zodat op grond van de overeenkomst het lidmaatschap kon worden beëindigd.

5.13.

Dat standpunt acht de voorzieningenrechter onjuist.

Kern van het geschil was het bouwwerk dat in strijd was met de afspraken. Dat bouwwerk was op 24 september 2016 voor zover het in strijd kwam met de gemaakte afspraken afgebroken. Door [eiser 1] , en mr. Bloem namens [eiser 1] , waren expliciete toezeggingen gedaan, kort gezegd inhoudende dat volledig gehoor zou worden gegeven aan de door Thurlede gestelde verplichtingen en dat uiterlijk op 9 oktober de bouw van de pergola zou zijn afgerond. In het bijschrift bij de tekening heeft [eiser 1] daarnaast beschreven dat zij haar best had gedaan de tekening aan te passen aan de afgesproken situatie. Gelet op deze toezeggingen kon Thurlede de (nog niet afgeronde) bouw van de pergola en de tekening niet reeds op 4 oktober 2016 aanmerken als blijk van zodanig handelen in strijd met de afspraken dat beëindiging van het lidmaatschap op grond van de bij toetreding getekende overeenkomst [eiser 1] gerechtvaardigd was.

5.14.

Van andere handelingen die een dergelijke beslissing zouden rechtvaardigen is de voorzieningenrechter niet gebleken.

5.15.

Het voorgaande betekent dat het gevorderde onder 1 zal worden toegewezen op de wijze als in het dictum bepaald. De voorzieningenrechter zal daarbij gelet op de stellingen van Thurlede het besluit aanduiden als het besluit d.d. 19 september 2016 respectievelijk 4 oktober 2016.

5.16.

Ook het gevorderde onder 4 is toewijsbaar.

5.17.

De vorderingen onder 2, 3 en 5 zullen worden afgewezen. Niet is gebleken dat een besluit van de algemene ledenvergadering is genomen en het verbieden van Thurlede om [eiser 1] te beperken in haar rechten acht de voorzieningenrechter te verstrekkend. Het bestuur van Thurlede moet in staat zijn te besturen. Daarbij past in de gegeven situatie niet dat de bevoegdheden van Thurlede als voorlopige voorziening worden beperkt. Voor het opleggen van een dwangsomveroordeling ziet de voorzieningenrechter in de gegeven situatie onvoldoende aanleiding.

5.18.

Thurlede zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde [eiser 1] worden begroot op:

- dagvaarding € 97,31

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.200,31

De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden aanleiding geen proceskostenveroordeling op te leggen in de verhouding tussen Thurlede en [eiser] .

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Ten aanzien van het in reconventie onder 1. gevorderde geldt dat de voorwaarde niet is ingetreden, zodat de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt.

6.2.

Ten aanzien van het onder 2 gevorderde volgt uit hetgeen in conventie is overwogen dat de vordering niet toewijsbaar is.

6.3.

Het gevorderde onder 3 zal ook worden afgewezen. Gelet op hetgeen in dit vonnis is overwogen, moet worden aangenomen dat de situatie voor Thurlede voldoende duidelijk moet zijn. Er is geen sprake meer van bouwwerken in strijd met de statuten of reglementen en de toestemming voor de pergola dient geacht te worden te zijn gegeven.
Voor zover de toestemming niet reeds schriftelijk is verleend, moet worden aangenomen dat dit vonnis volstaat wat betreft de goedkeuring van de tekening bij de aanvraag voor de pergola. Bij deze stand van zaken ontbreekt aan de zijde van Thurlede een rechtsgeldig belang om afgifte van een nieuwe tekening te verlangen, zoals door haar wordt gevorderd.

6.4.

De verplichting die op [eiser 1] rust om zich te houden aan de statuten, het huishoudelijk reglement en de bouwvoorschriften vloeit reeds voort uit de wet. Onvoldoende duidelijk is waarin het belang van Thurlede bij het gevorderde gebod is gelegen. Het op voorhand uitspreken van een beëindiging van het lidmaatschap acht de voorzieningenrechter niet toewijsbaar. Voor zover sprake zal zijn van handelen in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement en de bouwvoorschriften zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of dat handelen een besluit tot het beëindigen van het lidmaatschap rechtvaardigt.

6.5.

Thurlede zal in de proceskosten [eiser 1] worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde [eiser 1] worden begroot op:
salaris advocaat € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00).

De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden aanleiding geen proceskostenveroordeling op te leggen in de verhouding tussen Thurlede en [eiser] .

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie
7.1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;

7.2.

verbiedt Thurlede ten aanzien [eiser 1] uitvoering te geven aan het besluit tot beëindiging van het lidmaatschap van 19 september 2016 respectievelijk 4 oktober 2016;

7.3.

gebiedt Thurlede [eiser 1] ongehinderd tot de verenigingsactiviteiten, waaronder bijeenkomsten georganiseerd door derden binnen de vereniging, toe te laten en [eiser 1] op de gebruikelijke wijze als lid van de verenigiging te behandelen;

7.4.

veroordeelt Thurlede in de proceskosten, aan de zijde [eiser 1] , tot op heden begroot op 1.200,31,

7.5.

bepaalt dat in de verhouding [eiser] en Thurlede geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken,

7.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in (voorwaardelijke) reconventie
7.8. wijst de vorderingen af,

7.9.

veroordeelt Thurlede in de proceskosten, aan de zijde [eiser 1] tot op heden begroot op € 408,00,

7.10.

bepaalt dat in de verhouding [eiser] en Thurlede geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken,

7.11.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.1634/676