Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5345

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
C/10/512901 / HA ZA 16-1040
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg samenwerkingsovereenkomst waaraan geen uitvoering is gegeven; Haviltex-norm. Algemene voorwaarden en uitleg daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3609
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/512901 / HA ZA 16-1040

Vonnis van 5 juli 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDERLANDSE KOOLZUUR CENTRALE B.V.,

gevestigd te Sittard,

eiseres,

advocaat mr. Q.J. van Riet te Venlo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KROON ARBOZAKEN B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

advocaat mr. J.M.C. Wessels te Zwijndrecht.

Partijen zullen hierna NKC en Kroon genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 april 2016, met producties 1 tot en met 11;

  • -

    het schriftelijk antwoord van Kroon, gedateerd 10 mei 2016;

  • -

    de rolbeslissing van de kantonrechter van 17 juni 2016, waarin eiseres wordt verzocht zich schriftelijk uit te laten omtrent de overschrijding van de competentiegrens en een verwijzing van de zaak te verwijzen naar de handelskamer van deze rechtbank;

  • -

    de akte houdende uitlating absolute bevoegdheid tevens houdende voorwaardelijke wijziging van eis van NKC;

  • -

    de brief van 19 juli 2016 van Kroon aan de kantonrechter;

  • -

    het vonnis van de kantonrechter van 23 september 2016, waarin de zaak naar de handelskamer van deze rechtbank wordt verwezen in de stand waarin zij zich thans bevindt;

  • -

    de akte vermeerdering van eis en (gedeeltelijke) wijziging van de grondslag van eis;

  • -

    de oproepbrief van de rechtbank van 25 januari 2017;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 3 april 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

NKC drijft een onderneming die gericht is op de levering en aanvulling van gascilinders en cilinderpakketten aan gebruikers van industriële en voedingsmiddelengassen in de Benelux. Afnemers zijn horecabedrijven, industriële ondernemingen en BHV (bedrijfshulp) ondernemingen.

2.2.

Kroon houdt zich onder meer bezig met het geven van opleidingen op het gebied van arbeidsomstandigheden en levert brandblusmiddelen aan eindgebruikers.

2.3.

NKC en Kroon hebben een ‘Samenwerkingsovereenkomst voor de levering van vloeibare koolzuur en het ter beschikking stellen van aluminium koolzuurproefbrandblussers’ gesloten, gedateerd 1 februari 2008 en door beide partijen ondertekend, waarin onder meer staat vermeld:

1. De Klant koopt zijn volledige behoefte aan koolzuur bij NKC tegen een prijs van 8,50 Euro/per 5 kg. Het jaarvolume van De Klant is geschat op 3750 kg. koolzuur per jaar.

(…)

6. Deze overeenkomst treedt in werking vanaf het moment van ondertekening en eindigt (…) 5 jaar na de eerste levering. Het wordt telkens met de initiële termijn verlengd, tenzij het uiterlijk zes maanden voor de afloop schriftelijk wordt opgezegd. De klant verbindt zich ertoe van de opzegtermijn geen gebruik te maken zonder eerst met NKC vriendschappelijke gesprekken te onderhouden om de overeenkomst zinvol te laten voortduren.

7. De algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van NKC zijn een integraal onderdeel van deze overeenkomst. Een exemplaar van deze voorwaarden is de klant voor de ondertekening van deze overeenkomst ter hand gesteld. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Maastricht onder nummer 14060541.

2.4.

In een ongedateerde en alleen door Kroon ondertekende ‘Samenwerkingsovereenkomst voor de levering van vloeibare koolzuur en het ter beschikking stellen van aluminium koolzuurproefbrandblussers’ staat vermeld dat het jaarvolume wordt geschat op 4400 kg tegen een prijs van 8 euro per 5 kg. Voor het overige is deze overeenkomst gelijkluidend aan de hiervoor onder 2.3 vermelde overeenkomst.

2.5.

Voorts hebben partijen een ‘samenwerkingsovereenkomst voor de levering van schuim en het ter beschikking stellen van aluminium 9 liter schuimproefbrandblussers’ gesloten, eveneens gedateerd op 1 februari 2008 en door beide partijen ondertekend, waarin is opgenomen:

1. De Klant koopt zijn volledige behoefte aan sproeischuim bij NKC tegen een prijs van 15.30 Euro/per 9 liter. Het jaarvolume van De Klant is geschat op 1800 liter schuim per jaar.

(…)

6. Deze overeenkomst treedt in werking vanaf het moment van ondertekening en eindigt (…) 5 jaar na de eerste levering. Het wordt telkens met de initiële termijn verlengd, tenzij het uiterlijk zes maanden voor de afloop schriftelijk wordt opgezegd. De klant verbindt zich ertoe van de opzegtermijn geen gebruik te maken zonder eerst met NKC vriendschappelijke gesprekken te onderhouden om de overeenkomst zinvol te laten voortduren.

7. De algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van NKC zijn een integraal onderdeel van deze overeenkomst. Een exemplaar van deze voorwaarden is de klant voor de ondertekening van deze overeenkomst ter hand gesteld. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Maastricht onder nummer 14060541.

2.6.

In de algemene leverings- en betalingsvoorwaarden is onder meer bepaald:

(…)

Artikel 4 Emballage

(…)

4.2

Leverancier is gerechtigd om hierbij vooraf hetzij achteraf vanaf de dag dat een cilinder of wisselcontainer is geleverd daarvoor een gebruiksvergoeding in rekening te brengen. De hoogte van de gebruiksvergoeding bedraagt met inachtneming van art. 2.2 tenminste dertig eurocent per cilinder of wisselcontainer per dag voor de periode tot aan inlevering van één tot twee maanden, tenminste vijfenveertig eurocent per cilinder of wisselcontainer per dag voor de periode drie tot vier maanden tot aan inlevering en tenminste zestig eurocent voor de periode vijf tot zes tot aan de inlevering, tenzij anders schriftelijk wordt overeengekomen. Voor emballage die langer dan zes maanden gerekend vanaf de eerste levering in bezit is geweest bij of onder verantwoordelijkheid van afnemer is leverancier gerechtigd een toeslag van tweehonderd procent te berekenen, onverminderd het bepaalde in 4.8 jo. 4.5. De gebruiksvergoeding wordt berekend over de periode vanaf de datum van levering tot en met de datum van teruggave van de cilinder of wisselcontainer door afnemer aan leverancier.

(…)

Artikel 12 Beëindiging, opschortende voorwaarde

(…)

12.3 (…)

De schade bij beëindiging door afnemer aan leverancier te voldoen wordt bij voorbaat reeds hierbij bij wege van vaststelling vastgesteld op driemaal het bedrag aan omzet per jaar of gedeelte van een jaar dat niet verstreken is tot aan het in het eerste lid voorziene einde van de overeenkomst, zulks berekend op basis van de omzet gedurende de laatste drie jaar dat afnemer de overeenkomst stipt is nagekomen, onverminderd de verplichtingen tot teruglevering met onmiddellijke ingang van cilinders en/of wisselcontainers e.d en onverminderd het recht van leverancier op gebruiksvergoedingen en (retour)kosten van cilinders en/of wisselcontainers e.d. alsmede onverminderd het recht van leverancier om in plaats van het gefixeerde bedrag aan schadevergoeding de daadwerkelijke schade, inclusief gevolgschade waaronder begrepen desinvestering-/verminderde inzetbaarheid cilinders en/of wisselcontainers wordt begrepen, te vorderen.

(…)

12.9

Indien de overeenkomst door afnemer onregelmatig en/of in strijd met dit artikel beëindigd wordt, dan is afnemer gehouden de schade te vergoeden op basis van normale afname, gebruiksvergoeding en dergelijke voor de resterende duur dat de overeenkomst nog zou hebben gelopen, althans leverancier af wenst te wijken van het in artikel 12.3 bepaalde.’

2.7.

Op 12 maart 2009 heeft NKC aan Kroon een brief toegezonden, waarin onder meer is opgenomen:

In aansluiting op ons telefonisch onderhoud van 9 maart jl. waarin u heeft aangegeven om geen gebruik meer te maken van onze samenwerkingsovereenkomsten voor de levering van de blusmiddelen CO2 en schuim en het ter beschikking stellen van blussers voor uw trainingsdoeleinden, kan ik u als volgt berichten.

Op uw verzoek zouden de leveringen medio 2008 van start gaan. Dit op het moment dat uw firma in het bezit zou zijn van een REOB-erkenning gezien u bepaalde werkzaamheden tot dit moment door uw huidige leverancier nog zou laten uitvoeren. Hiermee hebben wij ingestemd en vervolgens hebben wij nog diverse malen hierover contact gehad. De startdatum werd hierbij steeds met een bepaalde periode uitgesteld.

Het verbaasd ons dan ook dat in ons laatste onderhoud werd aangegeven dat geen gebruik meer wenste te maken van onze samenwerkingsovereenkomst. Dit omdat u met uw huidige leverancier verder wenst te werken.

Nederlandse Koolzuur Centrale stelt zich op het standpunt dat het niet mogelijk is om onze samenwerkingsovereenkomst eenzijdig en voortijds te beëindigen. Zoals in ons onderhoud aangegeven, heeft onze firma reeds voor uw firma investeringen gepleegd om van haar kant de met uw firma overeengekomen afspraken na te komen.

U zult begrijpen dat onze firma door uw eenzijdige en voortijds beëindiging schade zal ondervinden. Deze schade dienen wij in dit geval op uw firma te verhalen. (…)

2.8.

Op 9 april 2010 heeft Kroon aan NKC een mailbericht toegezonden waarin staat vermeld:

Naar aanleiding van u mail kan ik u verzekeren dat wij geen blusser afnemen (…).

3 Het geschil

3.1.

NKC vordert – na eiswijziging – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

B. primair: gedaagde te veroordelen om aan eiser een bedrag van € 165.092,80 te betalen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 25.000,00 met ingang van 19 april 2016 en over € 140.092,80 met ingang van 14 december 2016, de dag van de vermeerdering van eis, alles te berekenen tot de dag der volledige voldoening;

subsidiair: gedaagde te veroordelen om aan eiser een bedrag van € 95.074,05 te betalen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 25.000,00 met ingang van 19 april 2016 en over € 70.074,05 met ingang van 14 december 2016, de dag van de

vermeerdering van eis, alles te berekenen tot de dag der volledige voldoening;

C. Gedaagde te veroordelen tot betaling van de door NKC gemaakte kosten buiten rechte, primair ter grootte van € 2.750,-- subsidiair vast te stellen conform de maatstaven van het Rapport BGK-Integraal 2013;

E. Gedaagde te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

3.2.

Het verweer van Kroon strekt tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

NKC vordert op basis van het bepaalde in artikel 6:74 BW een vergoeding van de door haar geleden en (deels subsidiair) te lijden schade ten gevolge van het niet (volledig) nakomen van de afnameverplichting ter zake van de minimale overeengekomen hoeveelheid. Doordat Kroon haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen en de overeenkomsten eenzijdig heeft beëindigd, heeft NKC een bedrag van

€ 82.375,00 aan bruto omzet voor te leveren CO2-gas/vullingen en sproeischuim gemist over een periode van vijf jaar. Deze omzetschade dient Kroon op grond van het bepaalde in artikel 12.9 van de algemene voorwaarden te vergoeden. Daarnaast heeft NKC gedurende de contractsperiode van vijf jaren 151 drukhouders ter beschikking gesteld. Op grond van artikel 4.2 van de algemene voorwaarden is Kroon hiervoor een vergoeding verschuldigd van € 82.717,80. Primair vordert NKC derhalve € 82.375,00 + € 82.717,80 = € 165.092,80.

NKC vordert subsidiair een schadevergoeding bestaande uit gederfde winst op basis van 15% winst na belastingen, zijnde € 12.356,25. De subsidiaire vordering komt derhalve uit op € 12.356,25 + € 82.717,80 = € 95.074,05.

4.2.

Kroon heeft hiertegen aangevoerd dat er geen enkele uitvoering is gegeven aan de samenwerkingsovereenkomsten. Er is geen afnameverplichting. De algemene voorwaarden zijn niet ter hand gesteld en zijn daarom niet van toepassing. Enkele dagen na de ondertekening van het contact is het contract mondeling opgezegd. De materialen van NKC bleken niet over de juiste certificaten te beschikken. Omdat Kroon zich toelegt op het geven van opleidingen, heeft zij brandblussers nodig die aan alle kwaliteitseisen voldoen. Om die reden zijn de overeenkomsten beëindigd. Voorts heeft Kroon de hoogte van de vordering betwist. Er is geen sprake van schade. NKC heeft nooit geïnvesteerd in nog te leveren materialen aan Kroon.

4.3.

Tussen partijen is in debat of uit de gesloten overeenkomsten een afnameverplichting voortvloeit. In alle overeenkomsten is de navolgende passage opgenomen:

“De Klant koopt zijn volledige behoefte aan [koolzuur/sproeischuim] bij NKC tegen een prijs van […] Euro/per […] kg. Het jaarvolume van De Klant is geschat op […]”.

4.4.

Ter beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen, dienen de samenwerkingsovereenkomsten te worden uitgelegd. Daarbij is de tekst en de taal van de overeenkomst van belang, maar komt het tevens aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen en aan de bepalingen van dat geschrift mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 – Haviltex). Hierbij zijn van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427 – DSM/Fox).

4.5.

De rechtbank overweegt dat de geciteerde passage bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds beoogt de passage exclusiviteit te waarborgen: Kroon neemt het koolzuur/sproeischuim dat hij nodig heeft enkel en alleen af bij NKC. Anderzijds is er sprake van een schatting van het verbruik van het koolzuur/sproeischuim. Deze formulering rechtvaardigt niet de conclusie van NKC dat er sprake is van een afnameverplichting: de klant verbindt zich met de ondertekening van het contract als klant van NKC en op basis van een geschatte afname wordt de prijs vastgesteld. In de overeenkomst staat niet expliciet opgenomen dat Kroon verplicht is om minimaal het geschatte verbruik af te nemen bij NKC. Het had op de weg van NKC als opsteller van de overeenkomsten en als professionele aanbieder van de producten gelegen om hierover een duidelijke contractuele bepaling in de samenwerkingsovereenkomsten op te nemen indien NKC dit voor ogen stond. Voor eenzelfde oordeel over voormelde passage verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de kantonrechter te Limburg van 18 januari 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:364). Nu er geen sprake is van een contractuele afnameverplichting voor Kroon, is er geen sprake van de gestelde tekortkoming aan de zijde van Kroon en is een schadevergoeding om die reden niet op haar plaats.

4.6.

Voor zover NKC heeft bedoeld om geen schadevergoeding, maar (mede) een gebruiksvergoeding te vorderen voor de drukhouders op grond van het bepaalde in artikel 4.2 van de algemene voorwaarden, overweegt de rechtbank dat eerst dient te worden beoordeeld of de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval: in de overeenkomst is uitdrukkelijk opgenomen dat de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden onderdeel uitmaken van de overeenkomst en dat deze aan Kroon ter hand zijn gesteld voor diens ondertekening van de overeenkomsten. Door de plaatsing van de handtekening heeft Kroon zich mede verbonden aan de algemene voorwaarden. Echter, dit leidt in het onderhavige geval niet tot de conclusie dat een gebruiksvergoeding door Kroon is verschuldigd. Daartoe overweegt de rechtbank dat tussen partijen niet in geschil is dat Kroon nimmer materialen bij NKC heeft afgenomen. Kroon heeft derhalve geen beschikking heeft gehad over cilinders of wisselcontainers geleverd door NKC. Nu in artikel 4.2 van de algemene voorwaarden uitdrukkelijk is opgenomen dat de gebruiksvergoeding wordt berekend over de periode vanaf de datum van levering tot en met de datum van teruggave, terwijl die levering nooit heeft plaatsgevonden, is Kroon derhalve geen gebruiksvergoeding op grond van het bepaalde in de toepasselijke algemene voorwaarden verschuldigd.

4.7.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen dienen te worden afgewezen.

4.8.

NKC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kroon worden begroot op:

- griffierecht 1.929,00

- salaris advocaat 894,00 (1,0 punt × tarief € 894,00)

Totaal € 2.823,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt NKC in de proceskosten, aan de zijde van Kroon tot op heden begroot op € 2.823,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A. Muilwijk-Schaaij en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017.

2053/1515