Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5289

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
10-07-2017
Zaaknummer
10/741091-17 TUL 10/812048-15 en 22/002629-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal meermalen gepleegd en vernieling. Oplegging ISD maatregel met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft in de periode die hij recentelijk in voorarrest heeft doorgebracht laten zien dat hij op de goede weg is

door onder meer een VCA-certificaat te behalen. De nog ten uitvoer te leggen vrijheidsstraffen voorafgaand aan de ISD-maatregel bieden

de mogelijkheid om reeds eerder aan de uitvoering/vormgeving van de maatregel te gaan werken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/741091-17

Parketnummers vorderingen TUL: 10/812048-15 en 22/002629-15

Datum uitspraak: 15 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsvrouw mr. L.M. Verkuil, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd die is doorgebracht in voorarrest;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/812048-15 en de zaak met parketnummer 22/002629-15.

4 Waardering van het bewijs

Feit 1

4.1.1.1. Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu de verdachte dit feit heeft ontkend.

4.1.1.2. Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er, ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte, voldoende bewijs voorhanden is voor bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 19 februari 2017 te Rotterdam bij de Kruidvat een doosje Melatonine heeft gepakt uit de schappen en daarvan de alarmsticker heeft verwijderd. Vervolgens heeft hij het doosje in zijn zak gedaan.Toen de verdachte werd gevolgd door de beveiliging van de Kruidvat, is hij uiteindelijk weggevlucht, heeft de kassa’s gepasseerd zonder te betalen en heeft hij het doosje, in het zicht van de beveiliging, in een prullenbak gegooid. In de betreffende prullenbak is een doosje Melatonine aangetroffen. Het door de verdachte gegeven alternatieve scenario is, in het licht van het voorgaande, onaannemelijk. In de Kruidvat is geen alarmsticker aangetroffen van een product van een andere winkel, maar juist van een doosje Melatonine van de Kruidvat.

Feit 2

4.1.2.1 Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het “boos” opzet ontbreekt, maar dat wel sprake is van voorwaardelijk opzet.

4.1.2.2 Vast staat dat de verdachte bij het verlaten van de Kruidvat (feit 1) wegvluchtte voor de beveiliging van de Kruidvat die hem achtervolgde. Op dat moment was de verdachte, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, al wazig van de door hem gedronken alcohol en schrok hij van zijn achtervolgers. Vervolgens is de verdachte lukraak het Rotterdamse atelier ingevlucht, door hemzelf aangeduid als kunstwinkel, om te ontkomen aan zijn achtervolgers. In het atelier lagen diverse schilderijen op de grond. De verdachte liep kriskras door het atelier op zoek naar een uitgang, terwijl hij had gezien dat de ruimte vol stond met spullen, in zijn woorden: “troep”. De verdachte heeft, zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard, ook geconstateerd dat hij in het atelier op iets is gestapt. Door in de gegeven omstandigheden het atelier te doorkruisen enkel met het doel om aan zijn achtervolgers te ontkomen heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat schade aan spullen zou ontstaan en is het opzet van de verdachte in voorwaardelijke zin daarop gericht geweest. De verdachte had om aan zijn achtervolgers te ontkomen immers geen oog voor het kunstwerk en het canvas doek die op de grond lagen van het atelier. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom het onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

4.1.3.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 3 ten laste gelegde feit is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.1.4.

Conclusie

Op grond van het voorgaande kan wettig en overtuigend worden bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 3. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een doosje Melatonine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 19 februari 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een kunstwerk en/of canvas doek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 8 maart 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Coop, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 diefstal;

2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;

3. diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering maatregel

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft twee winkeldiefstallen gepleegd. Hij heeft daarbij geen respect getoond voor het eigendom van de betreffende winkels. De omstandigheid dat het weliswaar diefstal betrof van een beperkt aantal goederen, een doosje Melatonine en een blikje bier, doet niet af aan de overlast die dergelijke delicten veroorzaken. Na de diefstal bij de Kruidvat is de verdachte op zijn vlucht een kunstwinkel in gerend waar hij een kunstwerk en een canvasdoek heeft beschadigd. Met zijn handelen heeft verdachte onnodig overlast aan de winkels en schade aan de eigendommen van anderen toegebracht. Het spreekt voor zich dat dit vervelende overlastgevende en hinderlijke feiten zijn.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Het Leger des Heils, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 april 2017. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De reclassering ziet alcohol- en druggebruik, mogelijk in combinatie met persoonlijkheidsproblematiek en een verminderd IQ als belangrijkste criminogene factoren bij de verdachte. Daarnaast zijn er problemen op vrijwel alle andere leefgebieden. De verdachte beschikt niet over huisvesting, heeft geen zinvolle dagbesteding en kent problemen met zijn financiën. Tot heden zijn er meerdere trajecten gestart vanuit de reclassering, maar lukt het niet om tot een werkbare relatie met de verdachte te komen. Hierdoor is het niet gelukt om tot de gewenste gedragsverandering te komen. Dit beeld wordt bevestigd door nachtopvang Havenzicht. De verdachte verblijft daar de nachten die hij er moet verblijven om zijn uitkering veilig te stellen, maar staat verder bekend als zorgmijder. Het recidiverisico en het risico op onttrekking aan voorwaarden wordt als hoog ingeschat. Aan de rechtbank wordt daarom geadviseerd om aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.

Psychiater [naam psychiater] heeft geprobeerd om de verdachte in het kader van een ISD-traject-consult te zien, maar de verdachte heeft geweigerd met de psychiater te spreken.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De verdachte heeft zich opnieuw schuldig gemaakt aan misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 mei 2017 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte weer een misdrijf zal begaan. De rechtbank baseert dat mede op de omstandigheid dat de diefstal van het blikje bier (feit 3) is gebeurd op een moment dat de voorlopige hechtenis van de verdachte door de rechter-commissaris ten aanzien van feit 1 en 2 kort daarvoor was geschorst.

De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat en waarom oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. De rechtbank stelt mede op grond van genoemde rapportage vast dat de eerder aan de verdachte opgelegde strafrechtelijke sancties niet hebben geleid tot verandering van zijn gedrag. Meerdere malen heeft verdachte zich onttrokken aan hem in een verplicht kader aangeboden toezicht en kansen ter verbetering van zijn situatie.

De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de maximale duur van twee jaren. Zowel voor de samenleving als de verdachte zelf biedt de ISD-maatregel een strak juridisch kader van langere duur, waarin de verdachte met uitgebreide hulpverlening en begeleiding kan werken aan zijn problemen. Het biedt de verdachte ook de mogelijkheden om zijn leven weer (verder) op de rails te krijgen. Daarbij is ook gelet op de ernst van de begane feiten en de veelvuldigheid van de voorafgaande veroordelingen.

De rechtbank zal, met de officier van justitie en de verdediging, rekening houden met de tijd die door de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht en die in mindering brengen op de totale duur van de ISD-maatregel. De rechtbank gaat hiertoe mede over nu de verdachte in de periode die hij recentelijk in voorarrest heeft doorgebracht heeft laten zien dat hij op de goede weg is door onder meer een VCA-certificaat te behalen. Daarbij bieden de nog ten uitvoer te leggen vrijheidsstraffen, die tenuitvoergelegd zullen worden voorafgaand aan de ISD-maatregel, de mogelijkheid om reeds eerder aan de uitvoering/vormgeving van de maatregel te gaan werken.

Voor een voorwaardelijke ISD-maatregel dan wel een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van een kortere duur dan 2 jaren al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijk deel, zoals de verdediging heeft voorgesteld, ziet de rechtbank in de gegeven omstandigheden geen aanleiding.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.

8 Vorderingen tenuitvoerlegging

8.1.

Vonnissen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Parketnummer 10/812048-15

Bij vonnis van 18 november 2015 van de politierechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan een gedeelte groot 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Van die 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf is bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 25 januari 2017 de tenuitvoerlegging van 1 week gelast. Per saldo resteert van dit vonnis dus nog een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Parketnummer 22-002629-15

Bij arrest van 29 januari 2016 van het gerechtshof Den Haag is de verdachte ter zake van

wederspannigheid, diefstal meermalen gepleegd alsmede diefstal veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan een gedeelte groot 1 week voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging dienen te worden toegewezen.

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen af te wijzen, omdat deze niet opportuun zijn indien de ISD-maatregel zou worden opgelegd.

8.2.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan voormelde uitspraken verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de nog resterende voorwaardelijk opgelegde straffen worden gelast. Nu de rechtbank aan de verdachte de ISD-maatregel zal opleggen ziet de rechtbank, gelet op het karakter van deze maatregel, geen aanleiding die last te geven. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen onder de parketnummers 10/812048-15 en 22/002629-15 zullen dus worden afgewezen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 38m, 38n, 57, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde (ISD-)maatregel in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Vordering TUL parketnummer 10/812048-15:

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 18 november 2015 van de politierechter in deze rechtbank aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

Vordering TUL parketnummer 22-002629-15

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van het bij arrest van 29 januari 2016 van het gerechtshof Den Haag aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Jordaan, voorzitter,

en mrs. J. van Dort en D. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

een doosje Melatonine, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de Kruidvat, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 19 februari 2017 te Rotterdam opzettelijk en

wederrechtelijk een kunstwerk en/of canvas doek, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 8 maart 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een blikje bier, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Coop, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht