Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5285

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-07-2017
Datum publicatie
10-07-2017
Zaaknummer
10/710099-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woninginbraak in vereniging, gevolgd door geweld tegen bewoners die de inbrekers hebben overlopen. 8 mnd, waarvan 4 voorwaardelijk.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot rol verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/710099-17

Datum uitspraak: 7 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

gemachtigd raadsvrouw mr. B.A.S.E. Maandag, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Baars heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 22 mei 2017.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Bepleit is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat slechts kan worden vastgesteld dat de verdachte te zien is op de camerabeelden bij het tankstation [naam tankstation] , maar dat er onvoldoende bewijs is voor zijn betrokkenheid bij de inbraak in de woning in Goedereede.

4.1.2.

Beoordeling

Op 18 maart 2017 heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning van aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] . Hierbij hebben de aangevers de twee inbrekers overlopen, waarna de inbrekers naar de bijkeuken van de woning vluchtten. Omdat de buitendeur van de bijkeuken aan de onderkant op slot zat, konden zij de woning echter niet meteen uit. Vervolgens is tegen de aangevers geweld gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte één van de twee inbrekers is geweest. Kort na de melding van de inbraak is de verdachte samen met de medeverdachte aangehouden bij een tankstation niet ver van de woning waar de inbraak had plaatsgevonden. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte kort voor de aanhouding iets tussen het elektriciteitskastje en de muur van het tankstation verstopt. Door verbalisanten is op die plaats een kussensloop met sieraden en inbrekerswerktuigen aangetroffen. Een deel van de sieraden is door [naam slachtoffer 2] herkend als haar eigendom. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor het bezit van de gestolen goederen kort na de inbraak. De medeverdachte, die tijdens de aanhouding bij de verdachte in de auto zat, heeft bij de politie verklaard dat hij samen met een ander heeft ingebroken in de woning in Goedereede en dat zij vervolgens samen in de auto zijn gestapt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak, gevolgd door geweld.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Goedereede, gemeente Goeree-Overflakkee,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

één of meer sieraden en/of een kussensloop, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die goederen onder

zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader

- bij ontdekking de woorden heeft/hebben geroepen: "schieten, je moet

schieten", althans woorden van dreigende aard en/of strekking en/of

- ( onverhoeds en met kracht) op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 2] heeft/hebben

geduwd en/of

- één of meermalen, met kracht op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1]

heeft/hebben gestompt en/of geslagen, waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val kwam

en/of

- ( vervolgens) één of meermalen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1]

heeft/hebben getrapt en/of geschopt, terwijl die [naam slachtoffer 1] op de grond lag.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar. Strafbaarheid verdachte

6 Motivering straf

6.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

6.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft met zijn mededader een woninginbraak gepleegd. Toen de bewoners thuis kwamen, hebben de verdachte en zijn mededader tegen hen geweld gebruikt om met de gestolen goederen uit de woning te kunnen vluchten. De verdachte heeft hierdoor de aangevers een zeer traumatische ervaring bezorgd. Dat komt naar voren in de schriftelijke slachtofferverklaring. De aangever is erg lang onrustig geweest en heeft moeite met in slaap komen. De gebeurtenissen hebben de aangevers ook het gevoel gegeven dat zij continu op hun hoede moeten zijn. Daarnaast blijkt uit de slachtofferverklaring dat de aangever nog steeds lichamelijke klachten heeft als gevolg van het op hem uitgeoefende geweld en dat hij binnenkort aan zijn schouder geopereerd moet worden. Delicten als het onderhavige dragen tot slot bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

6.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

6.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

6.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 mei 2017. Dit rapport houdt – samengevat en voor zover van belang - het volgende in.

“Indien betrokkene wordt veroordeeld, lijkt hij op basis van de beschikbare informatie baat te hebben bij interventies op het gebied van zijn dagbesteding, zijn sociale netwerk en zijn denkpatronen en gedragingen. Wij adviseren het jeugdstrafrecht toe te passen gezien zijn leeftijd, hij first-offender is en er voldoende pedagogische mogelijkheden zijn. Daarnaast wordt geadviseerd om het toezicht te laten uitvoeren door de volwassenenreclassering. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen waarbij de volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: meldplicht, gedragsinterventie, contactverbod, locatieverbod, locatiegebod en andere voorwaarden het gedrag betreffende.“

Mede gezien het advies van de reclassering om het toezicht uit te laten voeren door de volwassenenreclassering, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat hij beïnvloedbaar is, maken dat niet anders.

De rechtbank is van oordeel dat op het gepleegde feit niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan door de reclassering is geadviseerd, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor het opleggen van een locatieverbod, een locatiegebod en een contactverbod met de medeverdachte.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

7 Vordering benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 462,51 aan materiële schade en een vergoeding van € 1700,- aan immateriële schade.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 326,56 aan materiële schade.

7.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet betwist.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] bepleit de verdediging dat er onvoldoende causaal verband is tussen het ten laste gelegde feit en de taxatie van de sieraden.

7.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] door het bewezen verklaarde strafbare rechtstreeks schade is toegebracht, de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Ten aanzien van het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de bijgemaakte zilveren oorbel en de gemaakte reiskosten is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Dit deel van de vordering zal worden toegewezen. Het deel van de vordering dat ziet op het taxatierapport en de controle van de sieraden acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Dit deel van de vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard en kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partijen betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf 18 maart 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Nu de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] gedeeltelijk zal worden toegewezen, veroordeelt de rechtbank de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

7.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van € 2.162,51 vermeerderd met de wettelijke rente.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van € 131,56 vermeerderd met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie GI-RN Cognitieve Vaardigheden;

3. de veroordeelde zal zich inspannen tot het verkrijgen van een zinvolle dagbesteding in de vorm van een opleiding en/of werk en te behouden en daarvan bewijsstukken over te leggen aan de reclassering wanneer de reclassering daar om vraagt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] toe;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 131,56; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van € 2162,51 (zegge: tweeduizendhonderdtweeënzestig euro en eenenvijftig cent), bestaande uit € 462,51 aan materiële schade en € 1700,- aan immateriële schade, en aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 131,56 (zegge: honderdeenendertig euro en zesenvijftig cent);

te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 162,51 (hoofdsom, zegge: tweeduizendhonderdtweeënzestig euro en eenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.162,51 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 31 (eenendertig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 131,56 (zegge: honderdeenendertig euro en zesenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 131,56 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en S. Riege, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E.G. Busemeijer genaamd Lagemann, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Goedereede, gemeente Goeree-Overflakkee,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

één of meer sieraden en/of een kussensloop, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die goederen onder

zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader

- bij ontdekking de woorden heeft/hebben geroepen: "schieten, je moet

schieten", althans woorden van dreigende aard en/of strekking en/of

- ( onverhoeds en met kracht) op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 2] heeft/hebben

geduwd en/of

- één of meermalen, met kracht op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 1]

heeft/hebben gestompt en/of geslagen, waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val kwam

en/of

- ( vervolgens) één of meermalen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1]

heeft/hebben getrapt en/of geschopt, terwijl die [naam slachtoffer 1] op de grond lag;

(artikel 312 wetboek van strafrecht)