Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5192

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
07-07-2017
Zaaknummer
10/732038-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor de artikelen 240a, 240b, 246 en 284 Sr.

De verdachte heeft gedurende een periode van drie jaren, meisjes in de leeftijd van (aanvankelijk) 11 tot 14 jaar gedwongen tot het maken en naar hem opsturen van naaktfoto’s van zichzelf. Tevens heeft hij de slachtoffers gedwongen tot het verrichten van ontuchtige handelingen bij zichzelf en het vervolgens naar hem opsturen van die foto’s waarop de ontuchtige handelingen te zien zijn. Voorts heeft hij een foto van zijn penis gestuurd naar een 11-jarig meisje.

Op de onder de verdachte inbeslaggenomen digitale gegevensdragers zijn in totaal 9532 afbeeldingen (9146 foto’s en 386 films) aangetroffen, die kinderpornografisch materiaal bevatten. Een deel daarvan is door de eerder genoemde meisjes gemaakt en door de verdachte op diverse internetsites geplaatst.

De rechtbank is van oordeel dat de betekenis die de Hoge Raad in het Pollepel‐arrest aan het ‘plegen’ heeft gegeven, van toepassing is in alle gevallen waarin de verdachte het binnendringen niet zelf ‘pleegt’, waardoor in casu artikelen 244 en 245 Sr toepassing missen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/732038-16

Datum uitspraak: 1 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .

Raadsvrouw mr. M.A. van Beek, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van respectievelijk 11 en 18 mei 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte, met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van

Strafrecht, tot jeugddetentie voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Vrijspraak feiten 2 primair, 3 en 6

4.2.1.

Standpunten officier van justitie en verdediging

De officier van justitie acht het onder 2 primair, 3 en 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de handelingen zoals ten laste gelegd, gelet op de jurisprudentie van onder meer de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag, vallen onder de zedenwetgeving van de artikelen 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht. Er is sprake geweest van seksueel binnendringen onder de druk van de verdachte.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 2 primair, 3 en 6 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat niet voldaan is aan het bestanddeel ‘binnendringen van het lichaam’ aangezien de slachtoffers de seksuele handelingen hebben verricht bij zichzelf. De raadsvrouw heeft gewezen op het arrest van de Hoge Raad met ECLI:NL:HR:2005:AT2972 waarin is overwogen: ‘indien het seksueel binnendringen is gepleegd door een ander dan degene die de dwang heeft uitgeoefend, er sprake is van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en niet van verkrachting’. Gezien die lijn, vindt de verdediging dat er evenmin sprake kan zijn van ontucht (mede) bestaand uit seksueel binnendringen, nu het gaat om binnendringen met de eigen vingers van de slachtoffers dan wel met voorwerpen die de slachtoffers zelf hebben ingebracht. Tevens heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is van ontucht conform de artikelen 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) nu de verdachte geen invloed heeft gehad op de handelingen die de slachtoffers bij zichzelf hebben verricht en er onvoldoende bewijsmiddelen zijn die een behoorlijke mate van interactie weergeven met betrekking tot het seksuele contact.

Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van de feiten 3 en 6 aangevoerd dat de handelingen die hebben plaatsgevonden, ook als vastgesteld wordt dat dit op verzoek van de verdachte is gedaan, sociaal-ethisch aanvaard zijn.

4.2.2.

Beoordeling

Voor de rechtbank staat het vast dat de verdachte via chatgesprekken zowel [naam slachtoffer 1] (feit 2) als [naam slachtoffer 2] (feit 3) als [naam slachtoffer 3] (feit 6) heeft gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen bij zichzelf (zichzelf te vingeren en/of voorwerpen in de vagina te brengen).

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de situatie dat de jeugdige bij zichzelf binnendringende handelingen verricht, valt onder het seksueel binnendringen van het lichaam zoals bedoeld in de artikelen 244 Sr (binnendringen van het lichaam van een 12‐minner) en 245 Sr (binnendringen van het lichaam van iemand tussen 12 en 16 jaar).

Uit het zogeheten Pollepel-arrest (ECLI: HR:2004:AQ0950) komt naar voren dat seksuele handelingen die zijn gepleegd door een ander dan degene die de dwang heeft uitgeoefend, geen verkrachting in de zin van artikel 242 Sr oplevert. Het ‘plegen’ is door de Hoge Raad zeer beperkt uitgelegd.

In het WODC onderzoek Herziening van de zedendelicten? Een analyse van Titel XIV, Tweede Boek, Wetboek van Strafrecht met het oog op samenhang, complexiteit en normstelling van mr. dr. K. Lindenberg en mr. dr. drs. A.A. van Dijk uit 2015 wordt beredeneerd dat “hetgeen de Hoge Raad in het Pollepel‐arrest aanvoert over de wetsgeschiedenis met betrekking tot artikel 242 Sr, evenzeer, gezien die wetsgeschiedenis, lijkt te moeten gelden voor de artikelen 243, 244 en 245 Sr. Ook die bepalingen waren vóór 1991 beperkt tot de ‘vleselijke gemeenschap’ en ook bij die bepalingen is niet gebleken van een wens tot het creëren van een ruimere strekking dan door de Hoge Raad beschreven. Tegen deze achtergrond kan het arrest dus van betekenis worden geacht voor alle delicten die op enigerlei wijze een seksueel binnendringen strafbaar stellen. In deze richting wijst ook de recente jurisprudentie van de Hoge Raad over de aard van het binnendringen (de nieuwe Tongzoen‐arresten), waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen artikel 242 Sr enerzijds en de andere delicten met het bestanddeel ‘seksueel binnendringen’ anderzijds.”

De rechtbank volgt die redenering. Daarbij acht de rechtbank tevens relevant dat de artikelen 244 en 245 Sr tekstueel gezien onvoldoende ruimte lijken te bieden om tot een zodanig extensieve uitleg te komen dat het bij zichzelf seksueel binnendringen door het kind jonger dan 12 of 16 daaronder valt.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de betekenis die de Hoge Raad in het Pollepel‐arrest aan het ‘plegen’ heeft gegeven, van toepassing is in alle gevallen waarin de verdachte het binnendringen niet zelf ‘pleegt’, waardoor in casu artikelen 244 en 245 Sr toepassing missen. Daarom dient de verdachte te worden vrijgesproken van het hem onder 2 primair, 3 en 6 ten laste gelegde.

Opmerking verdient nog dat, gelet op artikel 246 Sr, het vorenstaande niet meebrengt dat minderjarigen strafrechtelijke bescherming ontberen tegen inbreuken op hun seksuele integriteit door gedragingen als waarvan hier sprake is.

Gelet op het vorenstaande behoeven de overige verweren geen bespreking.

4.2.3.

Conclusie

Het onder 2 primair, 3 en 6 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.3.

Bewijswaardering feiten 2 subsidiair en 5

4.3.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie acht het onder 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de handelingen zoals ten laste gelegd, gelet op de jurisprudentie van onder meer de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag, vallen onder de zedenwetgeving van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht. Er is sprake geweest van overwicht, druk uitoefenen en het dreigen met het plaatsen van foto’s op internet. Tevens heeft de officier van justitie aangegeven dat, ongeacht het feit of de verdachte en het slachtoffer een relatie hebben gehad, een grens aan het toelaatbare kan worden gesteld.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 2 subsidiair en 5 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van ontuchtige handelingen. Zij heeft daarbij gewezen op het feit dat er geen lichamelijk contact is geweest tussen de verdachte en de slachtoffers. Voorts zijn er volgens de raadsvrouw onvoldoende bewijsmiddelen die een behoorlijke mate van interactie weergeven met betrekking tot het seksuele contact. Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat er geen sprake is geweest van dwang. De raadsvrouw ten aanzien van feit 5 subsidiair aangevoerd dat de opzet op dwang ontbrak.

4.3.2.

Beoordeling

Interactie met betrekking tot het seksuele contact

Vooropgesteld moet worden dat van het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige

handelingen als bedoeld in artikel 246 Sr ook sprake kan zijn ingeval geen lichamelijke

aanraking tussen de dader en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Of in een

zodanig geval de gedraging of gedragingen van de dader ‐ al dan niet in hun onderlinge

samenhang bezien ‐ het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen

opleveren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt in het bijzonder betekenis toe aan het antwoord op de vraag of en zo ja, in hoeverre tussen de

dader en het slachtoffer enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie

heeft plaatsgevonden (ECLI:NL:HR 2011:BP1379).

De rechtbank stelt voorop dat op grond van de (in bijlage II) opgenomen bewijsmiddelen als vaststaand feit kan worden aangenomen dat de verdachte zowel aan [naam slachtoffer 1] (feit 2) en zijn ex-vriendin [naam slachtoffer 4] (feit 5) heeft gevraagd seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten, daar foto’s van te maken en deze naar de verdachte te sturen. Aldus heeft de verdachte iets van de minderjarigen verlangd en is sprake geweest van interactie.

Dwang

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid is vereist dat de dader een zodanige psychische druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend of deze in een zodanige afhankelijkheidspositie heeft gebracht dat deze zich niet tegen de seksuele handeling kon verzetten. Er kan sprake zijn van dwang in een situatie waarin het voor het slachtoffer erg moeilijk is zich aan bepaalde handelingen te onttrekken. Verzet van het slachtoffer is niet vereist.

De verdachte erkent dat hij bij [naam slachtoffer 1] (feit 2) er op heeft aangedrongen om naaktfoto’s van zichzelf te maken en te sturen naar de verdachte. Vervolgens heeft hij tegenover haar herhaaldelijk gedreigd die foto’s op internet te zetten als zij niet meer van dergelijke foto’s zou maken en sturen.

De verdachte erkent ook jegens [naam slachtoffer 4] de hiervoor vermelde dreigementen te hebben geuit en erkent voorts dat hij heeft gedreigd om de relatie met [naam slachtoffer 4] (feit 5) te verbreken als zij niet meer naaktfoto’s zou sturen.

De rechtbank overweegt dat de verdachte door aldus te handelen een zodanige psychische druk op de slachtoffers heeft uitgeoefend dat zij zich niet tegen de seksuele handelingen konden verzetten. De rechtbank weegt mee dat veelal sprake was van een aanmerkelijk leeftijdsverschil tussen verdachte en de nog (relatief) jonge slachtoffers. Ook acht de rechtbank relevant dat de verdachte eerst een vertrouwensrelatie heeft opgebouwd met de slachtoffers zodat een vorm van afhankelijkheid in het contact ontstond. Derhalve komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is geweest van dwang.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat te dezen sprake is van het dwingen tot het plegen van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 246 Sr. De verweren worden verworpen.

4.4

Bewijswaardering feit 7

4.4.1

Standpunten officier van justitie en verdediging

De officier van justitie acht het onder 7 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een foto van zijn ontblote penis heeft gestuurd aan de 11-jarig [naam slachtoffer 5] . De officier van justitie heeft daarbij aangegeven dat het bij de beoordeling niet gaat om de vraag of het meisje hierdoor geschokt is of zou kunnen zijn.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 7 tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet voldaan is aan het bestanddeel ‘schadelijk’ omdat er geen deskundigenrapport is aangeleverd, waaruit moet volgen dat het meisje schade heeft ondervonden of kon ondervinden aan deze foto.

4.4.2

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het ongevraagd toesturen van een foto van een ontblote penis aan een 11-jarige meisje schokkend en derhalve schadelijk kan zijn. Het sturen van dit soort materiaal aan jonge kinderen maakt een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en kan hun ontwikkeling nadelig beïnvloeden. Blijkens de wetsgeschiedenis is een risico op het ontstaan van schade voldoende, vaststaande schade bij het slachtoffer in kwestie is niet vereist. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. Overigens blijkt uit de verklaring van de moeder van het meisje dat deze actie van de verdachte een flinke impact op het meisje en het gezin heeft gehad, in negatieve zin. Het verweer wordt verworpen.

4.5

Bewezenverklaring

Feiten 2 subsidiair, 4, 5 primair en 7

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 4, 5 primair en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Feit 1

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juli 2013 tot en met 16 juli 2015 te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films, en/of gegevensdragers, te weten een personal computer (merk Informatique) en/of een laptop (merk HP Pavillion) en/of een usb-stick (merk Emtec) en/of een telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid (door het plaatsen op de websites twitter.com en/of instagram.com en/of imgsrc.ru), aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad, en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [internetlink en bestandsnaam 1] ) en/of

het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [internetlink en bestandsnaam 2] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [internetlink en bestandsnaam 3] )

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [internetlink en bestandsnaam 4] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

(ZAAK [naam slachtoffer 1] )

Subsidiair,

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2014 tot en met 30 juni 2014 te Rotterdam,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het (telkens)

- maken van foto's en/of een filmpje waarop het ontblote lichaam en/of borsten en/of vagina en/of vagina met ingebrachte vinger(s) van die [naam slachtoffer 1] te zien zijn, en/of

- ( vervolgens) via Snapchat versturen van die foto's naar hem, verdachte,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (telkens)

- dreigen op internet naaktfoto's te plaatsen met daarop het hoofd van die [naam slachtoffer 1] "geplakt"/"ge-fotoshopt", en/of

- dreigen de eerder door hem, verdachte, van die [naam slachtoffer 1] ontvangen naaktfoto's op internet te plaatsen, indien zij niet méér naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen;

4.

(ZAAK [naam slachtoffer 6] )

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2014 tot en met 28 april 2014 te Rotterdam en/of te Elim, gemeente Hoogveen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[naam slachtoffer 6] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [naam slachtoffer 6] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, die [naam slachtoffer 6] via chatgesprekken heeft gedreigd dat hij, verdachte, foto’s van die [naam slachtoffer 6] op internet zou plaatsen als zij niet méér (naakt)foto’s van zichzelf zou sturen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

(ZAAK [naam slachtoffer 4] )

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 31 januari 2013 te Rotterdam en/of te Gorinchem en/of te Schiedam, in elk geval in Nederland,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer 4] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het (telkens)

- maken van foto's waarop het ontblote lichaam en/of borsten en/of vagina en/of opengehouden vagina en/of vagina met ingebrachte vinger(s) van die [naam slachtoffer 4] te zien zijn, en/of

- ( vervolgens) het (middels mobiele telefoon) via WhatsApp versturen van die foto's naar hem, verdachte,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (telkens)

- dreigen de relatie te beëindigen indien die [naam slachtoffer 4] geen naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen, en/of

- dreigen de eerder door hem, verdachte, van die [naam slachtoffer 4] ontvangen naaktfoto's op internet te plaatsen, indien zij niet méér naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen;

7.

(ZAAK [naam slachtoffer 5] )

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 29 april 2014 te Rotterdam en/of te Zaandijk,

een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [naam slachtoffer 5] , [geboortejaar 2002] , van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [naam slachtoffer 5] jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, via WhatsApp aan die [naam slachtoffer 5] op haar mobiele telefoon een foto van zijn/een ontblote penis toegestuurd;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte is gemaakt;

2 subsidiair

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

4

Poging een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk te dwingen iets te doen;

5 primair

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

7

Een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk te achten is voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte

uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft gedurende een periode van drie jaren, meisjes in de leeftijd van (aanvankelijk) 11 tot 14 jaar gedwongen tot het maken en naar hem opsturen van naaktfoto’s van zichzelf. Tevens heeft hij de slachtoffers gedwongen tot het verrichten van ontuchtige handelingen bij zichzelf en het vervolgens naar hem opsturen van die foto’s waarop de ontuchtige handelingen te zien zijn. Voorts heeft hij een foto van zijn penis gestuurd naar een 11-jarig meisje.

Op de onder de verdachte inbeslaggenomen digitale gegevensdragers zijn in totaal 9532 afbeeldingen (9146 foto’s en 386 films) aangetroffen, die kinderpornografisch materiaal bevatten. Een deel daarvan is door de eerder genoemde meisjes gemaakt en door de verdachte op diverse internetsites geplaatst.

Dit zijn ernstige feiten. De contacten door middel van chat- en internetgesprekken met de minderjarige slachtoffers begonnen veelal vriendschappelijk teneinde hun vertrouwen te winnen. Gedurende die contacten greep de verdachte vervolgens zijn kans om middels het uiten van dreigementen meer beeldmateriaal te genereren. De verdachte dreigde de ontvangen naaktfoto’s van de minderjarige slachtoffers op internet te zetten indien zij niet meer foto’s en video’s van zichzelf zouden sturen. De verdachte heeft hierbij totaal geen rekening gehouden met de (privacy)belangen van de slachtoffers en had enkel zijn eigen doel voor ogen. Tussen de verdachte en de slachtoffers bestond een vertrouwensband en de verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op dit vertrouwen.

Ondanks het feit dat de slachtoffers de verdachte voorzagen van foto’s en video’s, en aldus voldeden aan zijn met dreigementen omklede verzoeken, heeft de verdachte herhaaldelijk zijn dreigementen waar gemaakt door de foto’s en video’s toch op het internet te plaatsen, soms zelfs direct nadat hij een foto verkreeg. Door het plaatsen van het beeldmateriaal op internet heeft de verdachte dus bewust de slachtoffers enorme schade toegebracht. Iets wat op het internet staat, is bijna onmogelijk te verwijderen. Nog jarenlang kunnen de slachtoffers door herkenning door derden geconfronteerd worden met het feit dat hun vertrouwen door de verdachte is beschaamd. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Hij heeft hun lichamelijke integriteit aangetast en hun leed aangedaan. De verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden.

De verdachte heeft uitsluitend ten behoeve van zijn eigen seksuele gerief gehandeld. Algemeen bekend is dat dit soort feiten, juist aan minderjarigen die nog in een seksuele ontwikkelingsfase verkeren, schade toebrengen.

Meer in het bijzonder hebben de slachtoffers [naam slachtoffer 4] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 7] ter zitting aangegeven welke psychische gevolgen zij nog steeds ondervinden van hetgeen hen is overkomen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 april 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

GZ psycholoog [naam deskundige] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 10 februari 2017. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte is een 21-jarige jongeman die thans op meerdere levensgebieden adequaat functioneert. In het onderhavig onderzoek wordt op dit moment geen verstoorde psychoseksuele ontwikkeling gezien. Er zijn er geen aanwijzingen voor een seksuele stoornis. Het is moeilijk te beoordelen in hoeverre hier twee tot vier jaar geleden wel sprake van was.

De verdachte heeft in het verleden, met name in de kritische jaren van de puberteit waarbij het ontwikkelen van een eigen identiteit en het vormgeven van relaties (zowel seksueel als vriendschappelijk) centraal staan, zich onvoldoende gezien gevoeld. Hij heeft door het feit dat hij zakte voor zijn eindexamen nieuwe contacten moeten leggen. Deze periode kenmerkt zich, zoals betrokkene het omschrijft, door eenzaamheid. Het in eerste instantie experimenteren met zijn ex-vriendin door het versturen van seksueel-getinte foto's is uit de hand gelopen. De verdachte lijkt daarin niet altijd goed zicht te hebben gehad op zijn eigen grenzen en op de grenzen van de ander. Om de eenzaamheid te verzachten heeft hij contact gezocht met mensen via KIK. Het is onderzoeker niet duidelijk geworden wat de achterliggende gedachten of emotionele beleving hierbij is geweest. Wat wel duidelijk is geworden is dat de verdachte op de hoogte was van het feit dat hetgeen hij deed niet juist en strafbaar was. De verdachte werd echter onvoldoende geremd door innerlijke grenzen en hij lijkt onvoldoende stil te hebben gestaan bij de consequenties van zijn gedrag. Dat er sprake lijkt te zijn geweest van eenzaamheid, experimenteren, het opzoeken van spanning en mogelijk ook het gevoel willen creëren ergens bij te horen of het gevoel te hebben 'gezien te worden' wijzen op een in die tijd onzekere jongen. Hij lijkt moeite te hebben gehad met het herkennen en reguleren van zijn emoties. Retrospectief lijkt er sprake te zijn geweest van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, maar de verdachte heeft inmiddels door de jaren heen, het volgen van een behandeling en het verbeteren van externe factoren (zoals vrienden en vriendin) zijn ontwikkeling ten positieve gekeerd. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen voor een persoonlijkheidsstoornis of bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling.

De verdachte wordt toerekeningsvatbaar geacht. Toepassing van het minderjarigenstrafrecht wordt geadviseerd.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 februari 2017. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Gedurende de periode van de tenlastelegging was er sprake van een negatieve fase in zijn leven. Er waren negatieve vrienden, op school ging het minder goed en er was sprake van veel alcoholgebruik bij het uitgaan. De verdachte heeft inmiddels een behandeling bij de Waag gevolgd. Tijdens de behandeling is er afstand gedaan van de foute vrienden, is de scholing afgemaakt en is er een netwerk opgebouwd dat ondersteunend is. Het lijkt de reclassering wenselijk om de situatie rondom de verdachte ook op dit gebied te blijven volgen zodat hij wederom voor een (zeden)behandeling aangemeld kan worden indien hij in oud gedrag lijkt te vervallen.

De kans op recidive wordt ingeschat als laag. De verdachte heeft de behandeling doorlopen en als hij zijn leven in blijft richten zoals hij dat de afgelopen ander halfjaar gedaan heeft, zal de recidivekans laag kunnen blijven.

Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen. Tevens wordt geadviseerd aan de verdachte op te leggen een werkstraf en een (gedeeltelijk) voorwaardelijke jeugddetentie, met toezicht uitgevoerd door de volwassenenreclassering, en een meldplicht.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus toerekeningsvatbaar geacht.

De rechtbank ziet ook aanleiding ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten, met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, het sanctierecht voor jeugdigen toe te passen. De verdachte heeft de feiten gepleegd in de periode dat hij 16 tot 19 jaar oud was, terwijl in de persoonlijkheid van de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten (in de gehele periode), gezien de rapportages, grond wordt gevonden ten aanzien van de tijdens zijn meerderjarigheid gepleegde feiten recht te doen overeenkomstig de bepalingen geldend voor jeugdigen.

Gezien de ernst van de feiten, de hoeveelheid feiten, de omvang van het verzamelde beeldmateriaal, de lange pleegperiode en de minimale uitleg van de verdachte over waarom hij de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Een voorwaardelijke werkstraf zoals door de verdediging is verzocht, is daarom niet aan de orde. De rechtbank acht strafverzwarend dat de verdachte de slachtoffers veel extra schade heeft berokkend door het van hun verkregen kinderpornografisch materiaal op internet te plaatsen. De verdachte plaatste het beeldmateriaal op internet terwijl hij zich er van bewust moet zijn geweest hoe erg zijn slachtoffers dat zouden vinden. Hij dreigde hen immers telkens met plaatsing van beeldmateriaal op internet, om op die manier zijn zin te krijgen en nieuw beeldmateriaal toegestuurd te krijgen. Extra zorgelijk is dat niet inzichtelijk is geworden wat de beweegredenen van de verdachte waren om het beeldmateriaal op internet te plaatsen. De verdachte heeft bij de psycholoog noch op zitting kunnen verklaren welk voordeel hij daarvan had. Hij heeft ter zitting desgevraagd weersproken dat hij in ruil voor door hem geplaatst materiaal, in het bezit kwam van ander kinderpornografisch materiaal via internet.

De rechtbank overweegt dat uit de rapportages en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er nog zorgen zijn omtrent de verdachte en dat hij begeleiding nodig heeft.

De rechtbank acht het dan ook van belang dat er naast een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie, een fors voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd, met een proeftijd, om de noodzakelijke begeleiding en controle te kunnen realiseren en om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegende acht de rechtbank het aangewezen om aan de verdachte op te leggen jeugddetentie voor de duur van twaalf maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland.

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij hebben zich in het geding gevoegd:

[naam benadeelde 1] ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2500,- aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[naam benadeelde 2] ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1600,- aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[naam benadeelde 3] ter zake van het onder 4 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 150,- aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

[naam benadeelde 4] ter zake van het onder 5 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 52,59 aan materiele schade en een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vorderingen van [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 3] en [naam benadeelde 4] geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [naam benadeelde 2] geconcludeerd tot toewijzing van de immateriële schade tot € 500,- en niet-ontvankelijkverklaring van het overige.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen althans niet-ontvankelijk te verklaren gezien de gevraagde vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de bedragen te matigen en de persoonlijke omstandigheden mee te wegen bij de matiging. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht de vorderingen niet-ontvankelijke te verklaren nu de behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1500, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1500, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 6] door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] door de onder 1 en 5 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal de vordering ten aanzien van dit deel, worden toegewezen.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] door de onder 1 en 5 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar

maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2500,-, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van

€ 1500,-.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van € 1500,-.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van € 150,-.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 4] een schadevergoeding betalen van € 2552,59.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45,77a, 77c, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 240a, 240b, 246 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 primair, 3 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het de onder 1, 2 subsidiair, 4, 5 primair en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door Reclassering Nederland te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] toe tot een bedrag van

€ 1500,- (vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 1500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] toe tot een bedrag van

€ 1500,- (vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 1500,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] toe tot een bedrag van

€ 150,- (honderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 150,- (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 150,- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] toe tot een bedrag van

€ 2552,59 (vijfentwintighonderd tweeënvijftig euro en negenenvijftig cent), bestaande uit een bedrag van € 2500,- aan immateriële schade en een bedrag van € 52,59 aan materiele schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2552,59 (vijfentwintighonderd tweeënvijftig euro en negenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 2552,59 vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.P. van der Stroom, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mr. M. de Geus en mr. E. Huls,

in tegenwoordigheid van mr. H.E.M. Broeders, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2017.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juli 2013 tot en met 16 juli 2015 te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films, en/of gegevensdragers, te weten een personal computer (merk Informatique) en/of een laptop (merk HP Pavillion) en/of een usb-stick (merk Emtec) en/of een telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid (door het plaatsen op de websites twitter.com en/of instagram.com en/of imgsrc.ru), aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad, en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [internetlink en bestandsnaam 1] ) en/of

het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [internetlink en bestandsnaam 2] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [internetlink en bestandsnaam 3] )

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [internetlink en bestandsnaam 4] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

(ZAAK [naam slachtoffer 1] )

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2014 tot en met 30 juni 2014 te Rotterdam

(door middel van chatgesprekken) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [naam slachtoffer 1] ( [geboortejaar 2003] ), (telkens) handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (op verzoek en/of instructie van verdachte) (telkens) aanraken door die [naam slachtoffer 1] van haar ontblote borsten en/of vagina en/of brengen van (een) vinger(s) in haar vagina;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2014 tot en met 30 juni 2014 te Rotterdam,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het (telkens)

- maken van foto's en/of een filmpje waarop het ontblote lichaam en/of borsten en/of vagina en/of vagina met ingebrachte vinger(s) van die [naam slachtoffer 1] te zien zijn, en/of

- ( vervolgens) via Snapchat versturen van die foto's naar hem, verdachte,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (telkens)

- dreigen op internet naaktfoto's te plaatsen met daarop het hoofd van die [naam slachtoffer 1] "geplakt"/"ge-fotoshopt", en/of

- dreigen de eerder door hem, verdachte, van die [naam slachtoffer 1] ontvangen naaktfoto's op internet te plaatsen, indien zij niet méér naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen;

3.

(ZAAK [naam slachtoffer 2] )

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2014 te Rotterdam en/of te Middelburg,

(door middel van chatgesprekken) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 2] ( [geboortejaar 1999] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (op verzoek en/of instructie van verdachte) (telkens) aanraken door die [naam slachtoffer 2] van haar ontblote borsten en/of vagina en/of brengen van (een) vinger(s) en/of (een) stift(en) en/of een pen en/of (een) borstel(s) in haar vagina;

4.

(ZAAK [naam slachtoffer 6] )

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2014 tot en met 28 april 2014 te Rotterdam en/of te Elim, gemeente Hoogveen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[naam slachtoffer 6] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [naam slachtoffer 6] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, die [naam slachtoffer 6] via chatgesprekken heeft gedreigd dat hij, verdachte, foto’s van die [naam slachtoffer 6] op internet zou plaatsen als zij niet méér (naakt)foto’s van zichzelf zou sturen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

(ZAAK [naam slachtoffer 4] )

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 31 januari 2013 te Rotterdam en/of te Gorinchem en/of te Schiedam, in elk geval in Nederland,

(telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer 4] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het (telkens)

- maken van foto's waarop het ontblote lichaam en/of borsten en/of vagina en/of opengehouden vagina en/of vagina met ingebrachte vinger(s) van die [naam slachtoffer 4] te zien zijn, en/of

- ( vervolgens) het (middels mobiele telefoon) via What'sApp versturen van die foto's naar hem, verdachte,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (telkens)

- dreigen de relatie te beëindigen indien die [naam slachtoffer 4] geen naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen, en/of

- dreigen de eerder door hem, verdachte, van die [naam slachtoffer 4] ontvangen naaktfoto's op internet te plaatsen, indien zij niet méér naaktfoto's naar hem, verdachte, zou sturen;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 31 januari 2013 te Rotterdam en/of te Gorinchem en/of te Schiedam,

(door middel van chatgesprekken) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 4] [geboortejaar 1998] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (op verzoek en/of instructie van verdachte) (telkens) aanraken door die [naam slachtoffer 4] van haar ontblote borsten en/of vagina en/of openhouden van haar vagina en/of brengen van (een) vinger(s)in haar vagina;

6.

(ZAAK [naam slachtoffer 3] )

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 te Rotterdam en/of te Oegstgeest,

(door middel van chatgesprekken) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 3] ( [geboren in 1999] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (op verzoek en/of instructie van verdachte) (telkens) aanraken door die [naam slachtoffer 3] van haar ontblote borsten en/of vagina en/of brengen van (een) vinger(s) en/of een voorwerp in haar vagina;

7.

(ZAAK [naam slachtoffer 5] )

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 29 april 2014 te Rotterdam en/of te Zaandijk,

een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [naam slachtoffer 5] , [geboortejaar 2002] , van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [naam slachtoffer 5] jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, via What'sApp aan die [naam slachtoffer 5] op haar mobiele telefoon een foto van zijn/een ontblote penis toegestuurd;