Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:5072

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
03-07-2017
Zaaknummer
C/10/507888 / HA ZA 16-804
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatig handelen jegens minderheidsaandeelhouder door verkoop aandelen? Verjaring. Vordering ex art. 843a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3431
NJF 2017/418
JONDR 2017/925
OR-Updates.nl 2017-0210
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/507888 / HA ZA 16-804

Vonnis van 21 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONDOR PROPERTY DEVELOPERS B.V.,

gevestigd te Oss,

eiseres,

advocaat mr. M.F.J. Martens te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXPLOITATIE- EN BEHEERSMAATSCHAPPIJ MERWESTREEK,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde,

advocaat mr. L. Alberts te Hardinxveld-Giessendam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2]

gevestigd te Rijsbergen,

gedaagde,

advocaat mr. J. van Oijen te Etten-Leur,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. L. Alberts te Hardinxveld-Giessendam,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. J. van Oijen te Etten-Leur.

Partijen zullen hierna Condor en (gedaagden gezamenlijk) Merwestreek c.s. genoemd worden. Gedaagden sub 1 en 3 worden tezamen als Merwestreek en gedaagden sub 2 en 4 gezamenlijk als [gedaagden 2 en 4] aangeduid. Voorts worden gedaagden afzonderlijk Merwestreek B.V., [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 juli 2016, met producties 1 tot en met 36;

  • -

    de conclusie van antwoord zijdens Merwestreek, met producties 37 tot en met 51;

  • -

    de conclusie van antwoord zijdens [gedaagden 2 en 4] , met producties 1 tot en met 12;

  • -

    de oproepingsbrief van 14 december 2016 van deze rechtbank, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de rechtbank van 5 april 2017, waarin een zittingsagenda is opgenomen;

  • -

    de brief van 12 mei 2017 aan de zijde van Condor, met producties 37 tot en met 67 (met uitzondering van productie 61);

  • -

    de brief van 22 mei 2017 aan de zijde van [gedaagden 2 en 4] , met producties 13 en 14;

  • -

    de brief van 24 mei 2017 aan de zijde van Condor, met productie 61;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 mei 2017, met de daarbij behorende pleitnotities van Condor, Merwestreek en [gedaagden 2 en 4] ;

  • -

    de brief van mr. Alberts van 12 juni 2017, waarin een opmerking over het proces-verbaal is gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 4 april 2003 is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TCN Merwestreek B.V. (hierna: TCN) opgericht, een vennootschap die zich bezig hield met projectontwikkeling in het vastgoed.

2.2.

Merwestreek B.V. en [gedaagde 2] waren de bestuurders van TCN. [gedaagde 3] en [gedaagde 4] zijn de bestuurders van respectievelijk Merwestreek B.V. en [gedaagde 2] De aandeelhouders in het kapitaal van TCN waren [gedaagde 2] (33%), Merwestreek B.V. (50%) en voor 17% (aanvankelijk de heer [bestuurder Condor] , later) Condor (waarvan [bestuurder Condor] bestuurder is).

2.3.

Op 21 mei 2003 hebben voormelde aandeelhouders in TCN een aandeelhoudersovereenkomst gesloten, waarin onder meer het volgende staat vermeld:

1. Arbeid

  1. De aandeelhouders willen gezamenlijk projecten ontwikkelen in TCN Merwestreek (…).

  2. Een project is een project als de aandeelhouders er gezamenlijk in TCN Merwestreek de schouders onder zetten.

  3. De inbreng van de aandeelhouders dient gelijkwaardig te zijn, waarbij ieder zijn sterke punten heeft.

De taakverdeling is daarbij al volgt:

[bestuurder Condor] :

acquisitie (beloning bij doorgaan project), onderhandelingen, vermarkting/inbreng marktkennis (vergoeding bij resultaat), public relations, accountmanagement;

[gedaagde 4] :

opzetten massa studies, maken van schetsplannen en verkoopdocumentatie (beloning afspreken per project), maken van kosten/baten analyses, projectontwikkeling, ondersteunen onderhandelingen;

[gedaagde 3] :

bouwprijs inschattingen, het voeren van onderhandelingen, het regelen van de inkoop, toets projectontwikkeling en sturing, organiseren van (voor)financiering van projecten, het verzorgen van de administratie voor de vennootschap en de projecten (vergoeding per project).

2.4.

Op 14 november 2003 heeft TCN in verband met de ontwikkeling en verkoop van een winkelcentrum in Mersch, Luxemburg, de vennootschap naar Luxemburgs recht TOP Center Mersch GmbH (hierna: TOP) opgericht. TCN hield alle aandelen in TOP.

2.5.

Op 9 mei 2007 heeft TCN aan Condor onder meer het navolgende bericht:

‘(…)

Mersch had een mooi project kunnen worden, als er niet veelvuldig bezwaar was gemaakt. Er is nu ruim € 200.000,00 aan advocaatkosten gemaakt. Daarbij komen de kosten van de heren [gedaagde 4] en [gedaagde 3] voor het veelvuldig overleg, het aanpassen van de plannen en herberekenen. (…)

Om de vergunning voor grondwerk niet te laten verlopen, is er thans met de grondwerkzaamheden gestart. Er is echter geen geld om deze aannemer te betalen. De bank financiert pas als er 67% verhuurd is en er onderbouwing is door middel van getekende contracten. Kort gezegd: het gehele project staat op springen. Als er niet snel geld beschikbaar komt, zal dit project failliet gaan.

Gezien het bovenstaande, is er geen andere keuze dan met spoed de aandelen te verkopen en daarom wordt op 26 mei 2007 een aandeelhoudersvergadering belegd, waarvoor u hierbij wordt uitgenodigd.

Bij deze brief is een convocatie alsmede een notitie gevoegd. In de convocatie staat onder meer vermeld dat Condor is uitgenodigd om bij de aandeelhoudersvergadering aanwezig te zijn en is onder meer als agendapunt vermeld:

4. Voorstel tot verkoop aandelen van Top Center Mersch GmbH en besluitvorming’.

In de notitie staat onder meer vermeld:

Voorstel Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V.

Gelet op het feit dat Exploitatie- en Beheersmaatschappij B.V. het vertrouwen mist om nog verder te financieren binnen de huidige structuur van betrokken aandeelhouders, er geen financiering door Dexia wordt verschaft, maar niettemin de noodzaak aanwezig is het project te laten doorgaan om een negatief eindresultaat te voorkomen, heeft Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. het voorstel gedaan om de aandelen in Top Center Mersch GmbH te kopen van TCN Merwestreek B.V..

Merwestreek Projecten B.V. heeft zich bereid verklaard om tegen € 1,-- de aandelen over te nemen van TCN Merwestreek B.V. met daarin alle baten en lasten per heden.

Doordat Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. niet bereid is om binnen de huidige structuur van betrokken aandeelhouders Top Center Mersch GmbH nog verder te financieren en Merwestreek Projecten B.V. bereid is alle lasten door overname van de aandelen over te nemen, wordt daardoor aan TCN Merwestreek B.V. een passende oplossing geboden. TCN Merwestreek B.V. ziet zich verschoond van het dragen van de lasten van Top Center Mersch GmbH, terwijl zij anderzijds verlost wordt van de onzekerheid van de risico’s die dat project behelsd.

Wat de financiele zijde van het voorstel betreft, dient onderkend te worden dat de financiering door Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. € 4.684.279,-- bedraagt. Hiervoor zijn door TCN Merwestreek B.V. overigens ook de aandelen van Top Center Mersch GmbH verpand aan Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V.. Een overnameprijs van 1 euro is in dat licht bezien alleszins redelijk en doet recht aan de risico’s die zij daarmee op zich neemt en door verdere investeringen dient te verminderen.

2.6.

Op 23 mei 2007 heeft Condor aan TCN een brief met de navolgende inhoud – voor zover relevant – toegezonden:

Op uw beider verzoek om aanwezig te zijn op de aandeelhoudersvergadering van zaterdag 26 mei 2007, 10.00 uur, bericht ik u als volgt.

Ik verzoek u tot nadere aanhouding van de vergadering om reden dat ik met mijn adviseur en raadsman in overleg ben.

Daarnaast meld ik u reeds nu “niet” akkoord te kunnen gaan met de voorgenomen verkoop aan Merwestreek Projecten B.V. om tegen € 1,00 de aandelen over te nemen van T.C.N.-Merwestreek B.V. met daarin alle baten en lasten per 09 mei 2007.

(…)

2.7.

In de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van TCN van 26 mei 2007 staat onder meer het navolgende vermeld:

(…)

Afwezig zonder bericht

Condor Property Developers B.V., vertegenwoordigd door de heer A.J. [bestuurder Condor] , houder van 17% van het geplaatste en gestorte maatschappelijk kapitaal.

Voor de vergadering:

De heer [gedaagde 3] heeft op vrijdag 25 mei om ca. 12.00 uur en om ca. 17.00 uur naar dhr. [bestuurder Condor] gebeld. Om ca 17.00 uur kreeg hij zijn vrouw aan de telefoon, die niet wist dat er een vergadering was. Zij wist nergens van. Dhr. [bestuurder Condor] zou pas laat thuis komen, maar werd via zijn vrouw uitdrukkelijk verzocht om nog contact op te nemen met dhr. [gedaagde 3] , wat niet gebeurd is. Omdat de heer [bestuurder Condor] niet aanwezig was om 10.00 uur wordt geprobeerd hem alsnog te bellen (…). De telefoon werd niet opgenomen. Overigens hebben alle aanwezige aandeelhouders de convocatie met bijlagen tijdig conform de statuten ontvangen.

(…)

Het project Winkelcentrum te Mersch, Luxemburg, binnen TOP Center Mersch GmbH

Dit project verkeert in een kritieke fase om de volgende redenen:

  1. Er is niet voldoende verhuurd om aan de eis van de financier te voldoen. Dexia Bank, waarmee een financieringsovereenkomst is gesloten, verlangt een verhuurpercentage van 67% en er is slechts ongeveer 30% verhuurd, inclusief de 14% van Leen Bakker, die feitelijk afgezegd heeft, maar aan een huurovereenkomst gebonden is. In deze is het belangrijk te onderkennen dat de ondersteuning van de verhuur een aandeelhouderstaak is van Condor cq de heer [bestuurder Condor] en dat vooral hij derhalve verantwoordelijk is voor de slechte verhuursituatie. Hij heeft zelfs al lang geen contact meer gehad met de externe makelaar verhuur in Luxemburg.

  2. Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. heeft aangegeven niet meer te financieren in deze constellatie. De bedoeling was in eerste instantie twee jaar te financieren. Dat is nu veel langer geworden door het lange vergunningstraject van het project. Wel heeft zij in het belang van het project toegezegd 100.000 Euro voor het grondwerk te financieren om de start van de bouw mogelijk te maken. Op 30 april 2007 zou namelijk de vergunning voor het grondwerk vervallen met het perspectief, dat tegen een nieuwe vergunning weer nieuwe bezwaren gemaakt kunnen worden.

  3. Om te voorkomen dat de vergunning van het Ministerie Classe Moyenne vervalt, is het noodzakelijk dat wordt begonnen met de bouw van het project. Anders vervalt de vergunning, waarvoor jaren gestreden is en waartegen van een aantal zijden grote bezwaren bestaan.

Er dient op zeer korte termijn besloten te worden wat te doen met TOP Center Mersch GmbH, omdat het risico bestaat, dat bij een faillissement van TOP Center Mersch GmbH ook TCN Merwestreek wordt meegetrokken en dat het resultaat van het project Ede daarmee verloren gaat. Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. en [B.V. thans gedaagde 2] zien als enige mogelijkheid om de aandelen TOP Center Mersch GmbH over te nemen, waarbij [gedaagde 4] Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. heeft overtuigd alvast 100.000 Euro zeker te stellen voor de eerste fase van het grondwerk. Hiermee is voorkomen dat TCN Merwestreek B.V./TOP Center Mersch GmbH. haar eerste verplichtingen aan de aannemer niet na kan komen.

In 2003 is het project gestart met de verwachting, dat de financiering 2 jaar zou duren, hetgeen nu al twee keer zo lang is en het risico is nog steeds niet van het project af. Dit onderwerp is meer dan eens besproken in het veertiendaagse overleg tussen de aandeelhouders.

Agendapunt 4

Samenvattende situatieschets:

  1. Geen financiering,

  2. Geen verhuur,

  3. De vergunningen Classe Moyenne dreigen te worden ingetrokken / Verplichting start bouw,

  4. De vergunning voor het grondwerk dreigen te worden ingetrokken / Verplichting start grondwerk,

  5. Winst uit Ede moet veilig gesteld worden,

  6. Faillissement TOP Center Mersch GmbH / TCN Merwestreek moet voorkomen worden.

Daarom wordt na enige discussie door de voorzitter voorgesteld de aandelen TOP Center Mersch GmbH te verkopen en wel aan:

  • -

    Exploitatie- en Beheersmaatschappij Merwestreek B.V. voor 60% van de aandelen van TOP Center Mersch GmbH voor in totaal 60 Eurocent;

  • -

    [B.V. thans gedaagde 2] voor 40% van de aandelen van Top Center Mersch GmbH voor in totaal 40 Eurocent.

Daarbij wordt aangetekend dat alle rechten, verplichtingen en financieringen, die op het project betrekking hebben, mede overgenomen worden per stand 26 mei 2007 11.10 uur. Daarmee is het risico voor TCN Merwestreek B.V. afgewend.

Het voorstel wordt aangenomen door het aanwezig aandelenkapitaal.

[gedaagde 4] wordt opgedragen te bewerkstelligen, dat het transport van de aandelen wordt uitgevoerd.

2.8.

Bij akte van 14 juni 2007 zijn de aandelen in TOP door TCN overgedragen aan Merwestreek B.V. (60%) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B.V. thans gedaagde 2] (40%). De koopprijs van de aandelen bedroeg in totaal € 1,00.

2.9.

Op 12 oktober 2009 is TCN opgehouden te bestaan.

2.10.

Op 17 september 2013 heeft mr. Martens een eensluidende brief toegezonden aan zowel Merwestreek B.V. als [B.V. thans gedaagde 2] , waarin onder meer staat vermeld:

Tot mij hebben zich gewend de directies van Condor Property Consultants Benelux BV en Condor Property Developers BV met het verzoek hun belangen te behartigen ten aanzien van de stuiting van de mogelijke verjaring van een vordering die zij op u hebben. (…) Indien en voor zover bij u de indruk mocht zijn ontstaan dat mijn cliënten geen aanspraak meer maken op hun vordering jegens u, dan is dat onjuist. Mijn cliënten wensen zich het recht op nakoming van de vordering welke zij op u hebben voor te behouden. (…)

Zoals u ongetwijfeld weet betreft de vordering onder meer een aanspraak op dividend, huuropbrengst alsook een courtage voor verrichte werkzaamheden. Deze opsomming is overigens niet uitputtend.

Ik vertrouw erop u met het vorenstaande in ieder geval voorlopig genoegzaam te hebben geïnformeerd. Op deze wijze is het voor u in ieder geval duidelijk dat mijn cliënten zich met betrekking tot hun vorderingen voorlopig nog alle rechten voorbehouden.

3 Het geschil

3.1.

Condor vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot het overleggen van een afschrift van de notariële akte – inclusief de door verkopers en kopers ondertekende koopovereenkomst – van 100% aandelen TOP Centre Mersch GmbH aan Triovast B.V., een overzicht/afrekening van de dividendverdeling alsook de notulen van de veertiendaagse vergaderingen van TCN vanaf 13 december 2006 tot aan de liquidatie van de vennootschap;

II. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Condor van het bedrag van

€ 1.411.788,-, althans een bedrag gebaseerd op de inhoud van de hiervoor onder I. gevorderde stukken, althans een bedrag zoals U Edelachtbaar College in goede justitie zal vermenen te behoren;

III. te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van

€ 6.775,--;

IV. en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over het verschuldigde dividendbedrag vanaf het moment dat ook de overige aandeelhouders een dividend uitbetaald hebben gekregen, althans vanaf een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum;

V. en voorts gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

3.2.

Het verweer van Merwestreek c.s. strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Condor bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Vordering sub II

4.1.

Condor grondt haar vordering sub II op onrechtmatige daad. Condor stelt daartoe – kort weergegeven – dat Merwestreek c.s. welbewust haar meerderheidsbelang in TCN heeft gebruikt om de aandelen in TOP voor slechts € 1,00 te verkopen aan vennootschappen die gelieerd waren aan Merwestreek c.s. Door deze aandelenoverdracht behoefde Merwestreek c.s. de winst uit het vastgoedproject te Mersch, Luxemburg, niet met Condor te delen. Ter comparitie heeft Condor verklaard dat de vordering niet (mede) is gebaseerd op artikel 2:23b lid 1 BW, zodat deze grondslag geen bespreking meer behoeft.

4.2.

Als meest verstrekkende verweer heeft Merwestreek c.s. aangevoerd, dat de vordering inmiddels is verjaard. De aandelen in TCN zijn verkocht op 14 juni 2007 en de vordering die is gebaseerd op de onrechtmatigheid van deze aandelenoverdracht is niet tijdig, te weten binnen een termijn van vijf jaren na 14 juni 2007, gestuit. Condor wist na ontvangst van de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van 26 mei 2007 dat de aandelen zouden worden verkocht. De verjaringstermijn heeft daarmee op 26 mei 2007 een aanvang genomen. Voorts stelt Merwestreek c.s. dat Condor op 31 december 2008 moet hebben geweten dat de verkoop van de aandelen daadwerkelijk had plaatsgevonden, omdat dit uit de jaarrekening blijkt. Daarmee is de verjaringstermijn in ieder geval op 31 december 2008 aangevangen. Merwestreek c.s. stelt zich primair op het standpunt dat de stuitingsbrief van 17 september 2013 te laat is, subsidiair dat de stuiting niet ziet op de onderhavige vordering maar op de in de brief expliciet vermelde vermeende aanspraken van Condor op Merwestreek c.s.

4.3.

Volgens Condor is er geen sprake van verjaring. Zij is pas sinds eind 2014, begin 2015 op de hoogte van wat er vanaf mei 2007 precies is gebeurd. Na intensief onderzoek is Condor er uiteindelijk achter gekomen dat de aandelen eerst aan Merwestreek B.V. (€ 0,60) en [B.V. thans gedaagde 2] , thans [gedaagden 2 en 4] , zijn overgedragen. Drie maanden daarna heeft Merwestreek B.V. haar aandelenpakket voor € 600.000,00 verkocht aan [B.V. van gedaagde 3] en heeft [B.V. thans gedaagde 2] 18% van haar aandelen voor € 180.000,00 verkocht aan Eyewo B.V. Vervolgens vond op 29 augustus 2008 een aandelenoverdracht plaats aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Triovast B.V. tegen een voor Condor onbekende verkoopprijs. Uit de jaarstukken van desbetreffende vennootschappen is echter af te leiden dat liquide middelen in totaal

€ 8.304.638,00 zijn toegenomen. De vordering van Condor bedraagt om deze reden 17% van laatstgenoemd bedrag, te weten € 1.411.788,00.

4.4.

De rechtbank overweegt dat op deze vordering, voortvloeiend uit onrechtmatige daad, een verjaringstermijn van vijf jaren van toepassing is. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:310 BW begint deze verjaringstermijn te lopen op de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Volgens vaste rechtspraak dient voormelde eis aldus te worden opgevat dat het hier gaat om daadwerkelijke bekendheid en volstaat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet. In het arrest van 31 oktober 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AL8168) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dat erop neerkomt dat de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW, gelet op de strekking van deze bepaling, pas begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen. Daarvan is sprake als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid hoeft te zijn – heeft verkregen dat er schade is die is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van betrokkene. Niet noodzakelijk is dat zoveel informatie beschikbaar is dat een dagvaarding kan worden opgesteld. Dit betekent evenmin dat is vereist dat de benadeelde steeds ook met de (exacte) oorzaak van de schade bekend is (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8903). Het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen, is afhankelijk van alle ter zake dienende omstandigheden (HR 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2015:3240). Zie voor het voorgaande ook de recente uitspraak van de Hoge Raad van 31 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:552).

4.5.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep op verjaring slaagt. Uit de brief van Condor van 23 mei 2007 blijkt dat Condor op de hoogte was van het voornemen om de aandelen in TCN voor een bedrag van € 1,00 te verkopen. Condor heeft in deze brief vermeld dat zij niet akkoord ging met de voorgenomen aandelenoverdracht. In de daaropvolgende algemene vergadering van aandeelhouders van 26 mei 2007 is Condor niet verschenen. Vervolgens is in die vergadering van aandeelhouders het besluit tot de verkoop van de aandelen genomen. Dat staat in de notulen van de vergadering van 26 mei 2007 vermeld. Deze notulen zijn – tezamen met een uitnodiging voor de volgende aandeelhoudersvergadering – aan Condor toegestuurd per brief van 1 juni 2007. Uit productie 46 bij conclusie van antwoord zijdens Merwestreek blijkt, dat deze brief zowel per fax als per e-mail is toegezonden. Dat Condor deze correspondentie heeft ontvangen en hiervan kennis heeft genomen, blijkt uit de daaropvolgende vergadering van 20 juni 2007 waarvoor zij zich schriftelijk heeft afgemeld (productie 48 bij conclusie van antwoord). In die notulen staat expliciet vermeld dat de aandelenoverdracht op 14 juni 2007 is geëffectueerd. Ook laatstgenoemde notulen van de vergadering van 20 juni 2007 zijn aan Condor per brief en e-mail op 27 juni 2007 verzonden. Tevens is als productie 48 bij conclusie van antwoord zijdens Merwestreek een e-mail gevoegd, waaruit blijkt dat Condor deze e-mail op 27 juni 2007 om 14.31 uur heeft gelezen.

4.6.

De geschetste gang van zaken leidt de rechtbank tot de conclusie dat Condor in ieder geval op 27 juni 2007 op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat de aandelen inmiddels waren verkocht voor € 1,00. Condor heeft zich op dat moment moeten realiseren dat deze overdracht de thans in rechte gevorderde schade voor Condor met zich bracht. Dit ligt besloten in de kennis en mate van betrokkenheid van Condor in het project. Condor was immers middellijk aandeelhouder in TOP en de enig bestuurder van Condor, de heer [bestuurder Condor] , was in verregaande mate betrokken bij het project. Conform de aandeelhoudersovereenkomst (rechtsoverweging 2.3) hield hij zich bezig met de acquisitie (beloning bij doorgaan project), onderhandelingen, vermarkting/inbreng marktkennis (vergoeding bij resultaat), public relations en accountmanagement van alle projecten van TCN. Dat hij van de hoed en de rand wist, blijkt onder meer uit de pleitaantekeningen van Condor van de comparitie waarin is gesteld dat in het TOP-project alles volgens plan verliep en dat – ook in juni 2007 – bij alle partijen bekend was dat het project een succes zou worden. Uit deze omstandigheden kan niet anders worden afgeleid dan dat Condor toen al wist dat de aandelenoverdracht voor een koopprijs van € 1,00 nadelig voor haar was gelet op de omvang en de stand van zaken van het project. Dat zij zich dit ook realiseerde blijkt ook uit de concreetheid van de brief van 23 mei 2007, waarin zij zich duidelijk verzet tegen de voorgenomen aandelenoverdracht: de heer [bestuurder Condor] zag perspectieven om het project te doen slagen. Niet van belang is dat Condor op dat moment zich niet of onvoldoende van de precieze omvang van de schade een voorstelling kon maken (omdat de aandelen pas later voor hogere bedragen zijn doorverkocht). Kennis van de precieze omvang van de schade is immers niet vereist voor het aanvangen van de verjaringstermijn. Voldoende is de bekendheid met de schade en de daarvoor aansprakelijke personen. Aan dat laatste vereiste is ook voldaan, nu Condor immers wist dat het haar medeaandeelhouders in TCN waren die het besluit tot verkoop van de aandelen in TOP hadden genomen.

4.7.

Ter zake van een mogelijke stuiting overweegt de rechtbank als volgt. Condor heeft ten eerste gesteld dat de kwestie ‘in ieder geval nooit vijf jaar onbesproken is geweest’. Dit is echter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van stuiting. Voorts heeft Condor zich beroepen op de stuitingsbrief van 17 september 2013. Echter, nu deze brief meer dan vijf jaren na de aanvang van de termijn, op 27 juni 2007, is verzonden, heeft deze brief de verjaring niet gestuit.

4.8.

Nu Condor na 27 juni 2007 een termijn van vijf jaren heeft laten verlopen voordat hij een vordering in rechte heeft ingesteld, is haar vordering inmiddels is verjaard.

4.9.

Voor zover Condor heeft gesteld (dagvaarding, randnummer 33) dat de bestuurders onrechtmatig jegens Condor hebben gehandeld door het aandelenpakket van Condor van 17% op 14 juni 2007 te verkopen, overweegt de rechtbank dat op 14 juni 2007 niet de aandelen in TCN, maar de aandelen in TOP zijn overgedragen. De aandelen in TCN heeft Condor tot aan de liquidatie van TCN in 2009 behouden. Van enige onrechtmatigheid – danwel beschikkingsonbevoegdheid – bij een overdracht van aandelen in TCN is derhalve geen sprake nu deze niet heeft plaatsgevonden. Uit de pleitnotities van Condor leidt de rechtbank overigens af dat Condor deze stelling niet langer aan haar vordering ten grondslag heeft willen leggen.

4.10.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering uit onrechtmatige daad voor afwijzing gereed ligt.

Vordering sub I

4.11.

Voorts heeft Condor gevorderd dat Merwestreek c.s. op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv de noodzakelijke informatie in het geding brengt, waaronder in ieder geval een afschrift van de notariële akte houdende de aandelenoverdracht aan Triovast B.V., alsook een overzicht/afrekening van de dividendverdeling. Daarnaast dienen alle notulen van de veertiendaagse vergaderingen van TCN vanaf 13 december 2006 te worden overgelegd. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Condor gesteld dat de door Triovast B.V. betaalde koopprijs het bedrag is dat TCN had moeten ontvangen, zodat Condor bij de verdeling van het liquidatieoverschot zou hebben meegedeeld in de opbrengst.

4.12.

Volgens Merwestreek c.s. heeft Condor bij de vordering tot afgifte van stukken geen recht en belang, nu haar vordering voor afwijzing gereed ligt. Subsidiair merkt Merwestreek c.s. op dat de vordering dient te worden afgewezen omdat deze te onbepaald is. Daarnaast hebben er geen veertiendaagse vergaderingen plaatsgevonden. Condor is in het bezit van alle notulen van de aandeelhoudersvergaderingen die hebben plaatsgevonden. Tot slot kan een beoordeling van het geschil dat partijen verdeeld houdt ook zonder een inhoudelijke kennisneming van deze stukken plaatsvinden.

4.13.

De rechtbank overweegt dat nu de vordering sub II voor afwijzing gereed ligt, het belang aan het overleggen van voormelde stukken eveneens is komen te ontvallen. Nu de vordering is verjaard, is de precieze hoogte van de vermeende schade aan de zijde van Condor – die volgens Condor dient te worden vastgesteld aan de hand van het afschrift van de akte houdende aandelenoverdracht aan Triovast B.V. – niet meer relevant. Ter zake van de overige gevorderde stukken heeft Condor nagelaten te onderbouwen welke relevante informatie deze Condor kunnen opleveren. De vordering uit hoofde van artikel 843a Rv zal daarom wegens gebrek aan belang worden afgewezen.

Vordering sub III, IV en V

4.14.

Nu de vorderingen sub I en II worden afgewezen, treffen de overige vorderingen hetzelfde lot.

De kosten

4.15.

Condor zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van Merwestreek worden begroot op:

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 10.325,00

De kosten aan de zijde van [gedaagden 2 en 4] worden begroot op:

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 10.325,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Condor in de proceskosten, aan de zijde van Merwestreek tot op heden begroot op € 10.325,00 en aan de zijde van [gedaagden 2 en 4] eveneens begroot op

€ 10.325,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, mr. A.A. Muilwijk-Schaaij en mr. M.J.M. van Beckhoven en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.

2053/1980/2868