Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4995

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
10/017245-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee bedreigingen van zijn ex-vriendin en haar nieuwe partner. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf, wel is er een contactverbod opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-017245-15

Datum uitspraak: 22 juni 2017

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht: schuldig verklaren zonder oplegging van straf;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel, te weten een contactverbod met [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] voor de duur van 2 jaar. Bij overtreding van dat verbod dient er (telkens) 1 week hechtenis te worden toegepast, met een maximum van 6 maanden;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij, op of omstreeks 11 juni 2014 te Rotterdam, [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft hij voornoemd slachtoffer, via sms berichten, opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "If you toch my wife [naam] again i promise that i kill you" en/of "Let your shit home and let her alone. I promis to god that i kill you", terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied;

2.

hij, in de periode van 16 juni 2014 tot en met 20 juni 2014, te Rotterdam, [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met brandstichting, en/of enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk het voornoemde slachtoffer, via sms berichten in de Roemeense taal, dreigend de woorden toegevoegd :"Vanavond branden jullie als ratten, klotewijf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De kennelijke verschrijvingen in de bewezen verklaarde tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt, meermalen gepleegd.

2.

Bedreiging met brandstichting en zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering maatregel

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging die hij heeft geuit naar zijn ex-vriendin en een schriftelijke bedreiging onder voorwaarden naar de nieuwe partner van zijn ex-vriendin. Daarmee heeft hij hen angst aangejaagd. Mede gelet op de uit het dossier gebleken feiten en omstandigheden kon bij de aangevers de angst ontstaan dat de verdachte daadwerkelijk gevolg zou geven aan die bedreigingen.

7.3.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 januari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

7.4.1.

Geen straf

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals in dit geval, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De verdachte is in de onderhavige zaak op 21 juni 2014 gehoord als verdachte door de politie. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Tussen 21 juni 2014 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van bijna drie jaar. Nu in deze zaak wordt uitgegaan van een redelijke termijn van twee jaar, is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van bijna een jaar. Deze overschrijding is niet toe te rekenen aan de verdachte.

Aan de verdachte is blijkens zijn uittreksel uit de justitiële documentatie op 12 oktober 2016 straf opgelegd door de meervoudige strafkamer in Zwolle. De feiten die in dit vonnis bewezen zijn verklaard zijn (ruim) voor die datum gepleegd. De verdachte is het voordeel, dat de samenloopbepalingen hem bij gelijktijdige berechting zouden hebben geboden, misgelopen. Op grond van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht dient de rechtbank zich af te vragen welke straf er zou zijn opgelegd als deze feiten samen met de reeds bij vonnis van 12 oktober 2016 afgedane feiten zouden zijn berecht. Gelet daarop acht de rechtbank het passend om voor deze feiten aan de verdachte geen straf op te leggen.

Nu de rechtbank geen straf zal opleggen aan de verdachte, volstaat zij met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.

7.4.2.

Maatregel

Ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met de aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] .

Nu de aangevers ter terechtzitting hebben aangegeven dat er thans geen contact meer is met de verdachte, is geen sprake van een situatie waarin er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens de aangevers. De rechtbank zal daarom, anders dan door de officier van justitie gevorderd, niet bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500, - aan materiële schade.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 224, - aan materiële schade en € 2.500, - aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om de vordering van [naam benadeelde 1] bij wijze van tegemoetkoming toe te wijzen tot een bedrag van € 150, -.

Ten aanzien van de vordering van [naam benadeelde 2] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de post reiskosten naar Eindhoven, en de post immateriële schade tot een bedrag van € 500,-.

8.2.

Beoordeling

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] zal worden afgewezen nu uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte (zelf) geen schade heeft geleden.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat er tussen de verdachte en de benadeelde partij [naam benadeelde 2] meerdere incidenten hebben plaatsgevonden. Nu niet is gebleken van een nadere onderbouwing van de schade die als gevolg van de bewezenverklaarde feiten is geleden, is er thans onvoldoende grond om dit deel van de vordering toe te wijzen. Deze vordering dient nader te worden onderbouwd. Als de benadeelde partij echter hiertoe de gelegenheid zou worden geboden zou dit een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. Ditzelfde geldt voor de vordering die ziet op de materiële schade; hier ontbreken de onderbouwende stukken.

Dit leidt ertoe dat de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8.3.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] .

In deze procedure wordt over de door [naam benadeelde 2] gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is de artikelen 36f, 38v, 38w, 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten geen straf wordt opgelegd;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 2 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] , na het onherroepelijk worden van dit vonnis;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 week, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

wijst af de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] ;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.I. Mentink, voorzitter,

en mrs. S.N. Abdoelkadir en K.J. van den Herik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij, op of omstreeks 11 juni 2014 te Rotterdam, [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft voornoemd slachtoffer, via sms berichten, opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "If you toch my wife [naam] again i promise that i kill you" en/of "Let your shit home and let her alone. I promis to god that i kill you", terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 11 juni 2014, te Rotterdam, [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemd slachtoffer, via sms berichten, dreigend de woorden toegevoegd : "If you toch my wife [naam] again i promise that i kill you" en/of "Let your shit home and let her alone. I

promis to god that i kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij, in de periode van 16 juni 2014 tot en met 20 juni 2014, te Rotterdam, [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met brandstichting, en/of enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde slachtoffer, via sms berichten in de Roemeense taal, dreigend de woorden toegevoegd :"Vanavond branden jullie als ratten, klotewijf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.