Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4986

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
C/10/525901 / KG ZA 17-457
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot rectificatie van onrechtmatige publicaties op website van Turkse krant en verbod om in de toekomst opnieuw onrechtmatige uitlatingen te doen. Tegen de niet verschenen gedaagden wordt verstek verleend. Het gestelde onrechtmatige karakter van de publicaties is voldoende aannemelijk. De gevorderde rectificatie komt de voorzieningenrechter overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en is, nu geen verweer wordt gevoerd, daarom voor toewijzing vatbaar. De vorderingen worden onder voorwaarden toegewezen, onder oplegging van dwangsommen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/525901 / KG ZA 17-457

Vonnis in kort geding van 29 juni 2017

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. S.M. Kingma te Den Haag,

tegen

1. de rechtspersoon naar Turks recht

TURKUVAZ HABERLEŞME VE YAYINCILIK A.Ş.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

2. de rechtspersoon naar Duits recht

TURKUVAZ ATV SABAH GMBH,

gedaagden,

die niet zijn verschenen.

Partijen zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als de gemeente Rotterdam, [eiser 2] , Sabah Turkije en Sabah Duitsland.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 mei 2017, met 11 producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 15 juni 2017;

  • -

    de pleitaantekeningen van eisers;

  • -

    de betekeningsstukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vordering

2.1.

Eisers vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Sabah Turkije te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 12 maart 2017 met titel “İște FETÖ’nün Hollanda yapılanması!” (momenteel gepubliceerd op http://www.sabah.com.tr/gundem/2017/03/12/iste-fetonun-hollanda-yapilanmasi) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “TEKZİP” in het rood:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur.

Bu suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

2. Sabah Turkije te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 15 maart 2017 met titel “Zaman Hollanda vatandașlarımızı hedef gösteriyor” (momenteel gepubliceerd op

http://www.sabah.com.tr/gundem/2017/03/15/zaman-hollanda-vatandaslarimizi-hedef-gosteriyor) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “TEKZİP” in het rood:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur. Bu suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

3. Sabah Turkije te veroordelen om bovenaan de homepage van de website www.sabah.com.tr, binnen 24 uur na betekening van het vonnis, de volgende tekst te plaatsen, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, en deze tekst gedurende ten minste 14 dagen te laten staan:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur. Bu suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

4. Sabah Duitsland te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 15 maart 2017 met titel “Zaman Hollanda vatandașlarımızı hedef gösteriyor” (momenteel gepubliceerd op

http://www.sabah.de/gundem/2017/03/15/zaman-hollanda-vatandaslarimizi-hedef-gosteriyor-1489589262) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “TEKZİP” in het rood:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur.

Bu suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

5. Sabah Duitsland te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 23 maart 2017 met titel “AP’den utanç verici Daily Sabah kararı” (momenteel gepubliceerd op

http://www.sabah.de/gundem/2017/03/23/apden-utanc-verici-daily-sabah-karari) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “TEKZİP” in het rood:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur. Bu suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

6. Sabah Duitsland te veroordelen om bovenaan de homepage van de website www.sabah.de, binnen 24 uur na betekening van het vonnis, de volgende tekst te plaatsen, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, en deze tekst gedurende ten minste 14 dagen te laten staan:

“TEKZİP: bu ve diğer haberlerimizde bir Rotterdam Belediye Mecli üyesi [eiser 2] haksız olarak terör, dolancırıcılık ve Türkiyeli Hollandalıları ele vermekle suçladık. Bu suçlamalar Bay [eiser 2] ’ın gerek özel hayatına ve gerekse Belediye Meclis üyesi olarak görevini ifa etme hususunda ağır sonuçlar doğurmuștur. u suçlamalar mesnetsiz ve dolayısıyla bunu yayınlamamamız gerekirdi. Rotterdam tespit ve tedbir mahkemesi bizim suçlamalarımızı haksız bularak bu tekzip metnini yayınlamamızı emretmiștir.”

althans een andere, door de voorzieningenrechter te bepalen tekst van deze of vergelijkbare strekking;

7. gedaagden te verbieden om in de toekomst opnieuw uitlatingen te doen (hetzij online, hetzij op papier) over [eiser 2] waarin [eiser 2] in verband wordt gebracht met terreur, een terroristische organisatie, het regisseren van vijandschap ten opzichte van Turkije, het verraden van Turken aan de Nederlandse overheid, of het oplichten van in Nederland wonende Turken, of uitlatingen van dezelfde of vergelijkbare strekking;

8. te bepalen dat elk van gedaagden een dwangsom verbeurt van € 10.000,- per dag of deel daarvan voor elke keer dat zij niet of niet tijdig aan elk van de voorgaande bevelen of verboden voldoet (dus: per overtreding, per dag), met een maximum van € 1.000.000,-;

9. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2.

Aan de vorderingen hebben eisers het volgende ten grondslag gelegd.

[eiser 2] is politicus en verkozen als gemeenteraadslid voor het CDA in de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam. Gedaagden brengen de veelgelezen Turkse krant Sabah (online en op papier) uit. In maart 2017 hebben gedaagden ieder een tweetal artikelen op hun website geplaatst, waarin [eiser 2] kort gezegd wordt uitgemaakt voor:

  • -

    geestelijk leider van een terroristische organisatie;

  • -

    regisseur van vijandschap ten opzichte van Turkije;

  • -

    coördinator van een operatie waarbij namen en foto’s van Turkse demonstranten zouden zijn doorgegeven aan de Nederlandse politie;

  • -

    verrader;

  • -

    oplichter.

Met de publicatie van de artikelen handelen gedaagden onrechtmatig jegens eisers.

De uitlatingen over [eiser 2] zijn ongefundeerd, onjuist en bijzonder grievend. De berichten hebben geleid tot scheldpartijen en talloze bedreigingen aan het adres van [eiser 2] , die zowel in privé als in zakelijk opzicht een enorme impact hebben gehad. Zo zijn er maatregelen getroffen voor de veiligheid van [eiser 2] en heeft hij zich genoodzaakt gezien om zijn werkzaamheden als gemeenteraadslid voorlopig neer te leggen. Eisers vragen om een rectificatie van de berichten van gedaagden om daarmee zoveel mogelijk de aangerichte schade te beperken en een eind te maken aan de aanhoudende stroom lasterlijke berichten over [eiser 2] .

3 De beoordeling van de vordering

Verstekverlening

3.1.

In de eerste plaats moet worden beoordeeld of tegen – de niet in de procedure verschenen – gedaagden verstek kan worden verleend. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.2.

Ten aanzien van de betekening van de dagvaarding aan Sabah Duitsland is de Herziene EG-Verordening inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken

(nr. 1393/2007, hierna: EBET-Vo II) van toepassing, nu zowel Nederland als Duitsland lidstaten zijn van de Europese Unie. Overeenkomstig de EBET-Vo II hebben eisers twee afschriften van het exploot van dagvaarding en de vertalingen daarvan in het Duits via een gerechtsdeurwaarder (de verzendende instantie) doen verzenden aan Amtsgericht Frankfurt am Main (de ontvangende instantie) met het verzoek om het exploot aan Sabah Duitsland te betekenen of daarvan kennis te geven volgens de wet van de aangezochte staat. Uit de betekeningsstukken blijkt dat Amtsgericht Frankfurt am Main het exploot vervolgens op

3 juni 2017 aan Sabah Duitsland heeft betekend middels verzending per post alsook achterlating van een exemplaar in de brievenbus. Van deze betekening heeft zij een certificaat betreffende de voltooiing van de handelingen zoals bedoeld in artikel 10 EBET-Vo II opgesteld en toegezonden aan de verzendende instantie. Daarmee zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen Sabah Duitsland verstek zal worden verleend.

3.3.

In het geval van Sabah Turkije is op de betekening van de dagvaarding het Haags Betekeningsverdrag 1965 (hierna: Betekeningsverdrag) van toepassing. Zowel Nederland als Turkije zijn daarbij partij en Sabah Turkije heeft een bekende woonplaats in Turkije.

Eisers hebben het voor Sabah Turkije bestemde dagvaardingsexploot van 9 mei 2017, op de voet van artikel 55 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en artikel 7 Uitvoeringswet Haags Betekeningsverdrag 1965, betekend aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Rotterdam, met achterlating van twee afschriften van het exploot en de Turkse vertaling daarvan. Daarbij is verzocht het exploot aan Sabah Turkije te betekenen overeenkomstig artikel 3 t/m 6 Betekeningsverdrag, door eenvoudige afgifte of – zo dit niet mogelijk is – door betekening met inachtneming van de lokale wetgeving, in beide gevallen onder afgifte van een bewijs van ontvangst.

3.4.

Van de centrale autoriteit van Turkije of de daarvoor door deze staat aangewezen autoriteit is tot op heden geen verklaring in de zin van artikel 6 Betekeningsverdrag ontvangen en ook anderszins is niet gebleken dat eenvoudige afgifte, kennisgeving of betekening van het exploot van dagvaarding aan Sabah Turkije conform het Betekeningsverdrag en de wetgeving van Turkije heeft plaatsgevonden. Nu Sabah Turkije niet is verschenen en niet gebleken is dat aan de vereisten van artikel 15 lid 1 Betekeningsverdrag is voldaan, dient de beslissing ter zake de verstekverlening in beginsel te worden aangehouden. Echter, ingevolge artikel 15 lid 3 Betekeningsverdrag belet het bepaalde in dit artikel niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen worden genomen. Op grond hiervan kan de voorzieningenrechter in een kort geding verstek tegen een in het buitenland woonachtige gedaagde verlenen zonder dat ‘in spoedeisende gevallen’ behoeft te blijken dat aan de voorwaarden van artikel 15 is voldaan. Wel zal met inachtneming van de vereiste spoed, zoveel mogelijk, overeenkomstig de doelstelling van het verdrag, gewaarborgd moeten zijn dat een uitgebracht exploot degene voor wie het is bestemd daadwerkelijk bereikt en, indien het gaat om een dagvaarding, zo tijdig dat deze nog de mogelijkheid heeft verweer te voeren (HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7192).

3.5.

Ter zake het spoedeisend belang hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van onrechtmatige uitlatingen over [eiser 2] die, zolang zij ongecorrigeerd op internet staan, een voortdurende inbreuk maken op de rechten van [eiser 2] . Daarmee is de spoedeisendheid van de zaak voldoende gegeven.

Voorts is voldoende aannemelijk te achten dat Sabah Turkije daadwerkelijk en tijdig van de dagvaarding heeft kunnen kennisnemen om verweer te voeren. Naast de formele route van het Betekeningsverdrag hebben eisers de dagvaarding op verschillende wijzen rechtstreeks doen toekomen aan Sabah Turkije. Bij e-mail van 2 mei 2017 (aan: editor@sabah.com.tr) hebben eisers, onder verzending van de concept-dagvaarding met Turkse vertaling, aan Sabah Turkije mededeling gedaan van de zittingsdatum. Een kopie van de definitieve dagvaarding met Turkse vertaling is daarna op 5 mei 2017 per e-mail verzonden. Tevens is een exemplaar van de definitieve dagvaarding met Turkse vertaling op 10 mei 2017 per FedEx-koerier verzonden. Blijkens het ontvangstbewijs van FedEx is het pakket op 12 mei 2017 aangekomen op het adres van Sabah Turkije.

3.6.

Het voorgaande leidt ertoe dat, met toepassing van artikel 15 lid 3 Betekeningsverdrag, ook verstek zal worden verleend tegen Sabah Turkije.

Rechtsmacht

3.7.

Vervolgens moet worden onderzocht of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. Het geschil heeft immers een internationaal karakter, nu beide gedaagden zijn gevestigd in het buitenland.

3.8.

Ten aanzien van Sabah Duitsland is in dat verband de herschikte EU-Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijk en handelszaken (nr. 1215/2012, hierna: Herschikte EEX-Vo) van toepassing. Artikel 7 lid 2 Herschikte EEX-Vo bepaalt dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, in een andere lidstaat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Dit laatste doelt zowel op de plaats van de veroorzakende gebeurtenis als de plaats waar de schade is ingetreden. In het specifieke geval van een beweerde schending van de persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content, heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat de gelaedeerde zich kan wenden tot hetzij de gerechten van de lidstaat waar de uitgever van de content gevestigd is, hetzij de gerechten van de lidstaat waar het centrum van de belangen van de gelaedeerde zich bevindt (HvJ EU, 25 oktober 2011, C-509/09 en C-161/10). Nu de woonplaats van [eiser 2] , zijnde [woonplaats] , moet worden aangemerkt als het centrum van zijn belangen, komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.

3.9.

Voor Sabah Turkije geldt artikel 6 sub e Rv, op grond waarvan de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Aangezien de gevolgen van de vermeende onrechtmatige daad zich voordoen in Rotterdam, is ook hier de Nederlandse rechter bevoegd.

3.10.

Voor beide gedaagden geldt voorts dat op grond van artikel 102 Rv de rechtbank te Rotterdam, in dit spoedeisende geval de voorzieningenrechter in kort geding, bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht

3.11.

De grondslag van de vorderingen is gelegen in een onrechtmatige daad zijdens gedaagden. Voor de bepaling van het toepasselijk recht is in dat geval de EG-Verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (864/2007, hierna: Rome II) van toepassing. Ingevolge artikel 10:159 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geldt Rome II ook in de verhouding tussen eisers en Sabah Turkije.

Uit artikel 4 lid 1 Rome II volgt dat het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. De gestelde schade doet zich voor in Nederland, zodat Nederlands recht van toepassing is op het onderhavige geschil.

(Spoedeisend) belang

3.12.

Zoals reeds overwogen onder 3.5. is evident dat [eiser 2] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde rectificatie.

3.13.

Voor wat betreft het belang van de gemeente Rotterdam in deze, hebben eisers aangevoerd dat de negatieve berichten over [eiser 2] op het internet mede verband houden met [eiser 2] in zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid van de gemeente Rotterdam en dat [eiser 2] als gevolg van de smaad en laster gedwongen is geweest zijn functie van gemeenteraadslid (tijdelijk) neer te leggen. De Hoge Raad heeft bepaald dat aan de werkgever de bevoegdheid toekomt tot het instellen van een vordering uit hoofde van een eigen belang bij de bescherming van zijn werknemers alsook ter bescherming van die werknemers, mede op grond van goed werkgeverschap (HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR: 2017:569). Naar analogie oordeelt de voorzieningenrechter dat een gemeentelijke instantie in rechte kan optreden in het geval dat een gemeenteraadslid wordt gehinderd in zijn functioneren bij de gemeente als gevolg van smaad en laster. De gemeente Rotterdam is wezenlijk in haar belangen aangetast door de handelwijze van gedaagden, zodat zij in die zin belang heeft bij toewijzing van de vorderingen.

De vorderingen

3.14.

De vorderingen komen er onder meer op neer dat gedaagden een rectificatie in de Turkse taal dienen te plaatsen, zowel bij de betreffende artikelen op de site van gedaagden als op de homepagina van hun website. Bij het petitum hebben eisers als voetnoot de Nederlandse vertaling van de door hen gewenste rectificatie vermeld.

De gewenste rectificatie bij de artikelen luidt als volgt:

“RECTIFICATIE: in deze en andere publicaties hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

De gewenste rectificatie op de homepagina luidt als volgt:

“RECTIFICATIE: onlangs hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

3.15.

Het gestelde onrechtmatige karakter van de publicaties is voldoende aannemelijk. De gevorderde rectificatie komt de voorzieningenrechter overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en is, nu geen verweer wordt gevoerd, daarom voor toewijzing vatbaar.

Wel wordt het volgende overwogen. Hoewel de voorzieningenrechter de Turkse taal niet machtig is, merkt hij op dat de rectificaties in het Turks onder de punten 1 t/m 6 van het petitum volledig gelijk zijn, terwijl in de Nederlandse vertaling van de twee soorten teksten verschil zit in de eerste zin. Kennelijk hebben eisers abusievelijk in alle gevallen dezelfde Turkse rectificatie-tekst overgenomen, doch dat leidt ertoe dat niet kan worden uitgegaan van de volledige juistheid van de Turkse tekst. Eisers dienen zorg te dragen voor een Turkse vertaling van bovengenoemde rectificatie in het Nederlands door een beëdigde vertaler. Gedaagden zullen worden veroordeeld tot het plaatsen van de door eisers aangeleverde beëdigde vertaling. De rectificatie bij de artikelen dient op de site vermeld te blijven zolang de artikelen op die site blijven staan. De rectificatie op de homepagina dient gedurende

7 dagen zichtbaar te blijven.

3.16.

Het gevorderde onder punten 7 en 8 ligt als na te melden voor toewijzing gereed. De dwangsommen zullen worden beperkt en gemaximeerd.

3.17.

Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 97,31

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat € 527,00

Totaal € 1.242,31

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden;

4.2.

veroordeelt Sabah Turkije om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 12 maart 2017 met titel “İște FETÖ’nün Hollanda yapılanması!” (momenteel gepubliceerd op http://www.sabah.com.tr/gundem/2017/03/12/iste-fetonun-hollanda-yapilanmasi) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden zolang het artikel op de website blijft staan, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “RECTIFICATIE” in het rood, de door eisers aan te leveren beëdigde vertaling in het Turks van de volgende rectificatie-tekst:

“RECTIFICATIE: in deze en andere publicaties hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.3.

veroordeelt Sabah Turkije om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 15 maart 2017 met titel “Zaman Hollanda vatandașlarımızı hedef gösteriyor” (momenteel gepubliceerd op

http://www.sabah.com.tr/gundem/2017/03/15/zaman-hollanda-vatandaslarimizi-hedef gosteriyor) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden zolang het artikel op de website blijft staan, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “RECTIFICATIE” in het rood, de door eisers aan te leveren beëdigde vertaling in het Turks van de volgende rectificatie-tekst:

“RECTIFICATIE: in deze en andere publicaties hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.4.

Sabah Turkije te veroordelen om bovenaan de homepagina van de website www.sabah.com.tr, binnen 24 uur na betekening van het vonnis, de door eisers aan te leveren beëdigde vertaling in het Turks van de volgende tekst te plaatsen, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, en deze tekst gedurende 7 dagen te laten staan:

“RECTIFICATIE: onlangs hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.5.

veroordeelt Sabah Duitsland om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 15 maart 2017 met titel “Zaman Hollanda vatandașlarımızı hedef gösteriyor” (momenteel gepubliceerd op http://www.sabah.de/gundem/2017/03/15/zaman-hollanda-vatandaslarimizi-hedef-gosteriyor-1489589262) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden zolang het artikel op de website blijft staan, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “RECTIFICATIE” in het rood, de door eisers aan te leveren beëdigde vertaling in het Turks van de volgende rectificatie-tekst:

“RECTIFICATIE: in deze en andere publicaties hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.6.

veroordeelt Sabah Duitsland om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de tekst van het item op haar website van 23 maart 2017 met titel “AP’den utanç verici Daily Sabah kararı” (momenteel gepubliceerd op

http://www.sabah.de/gundem/2017/03/23/apden-utanc-verici-daily-sabah-karari) toe te voegen, in een opvallende banner bovenaan het bericht, en daar toegevoegd te houden zolang het artikel op de website blijft staan, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte, maar vet en met het woord “RECTIFICATIE” in het rood, de door eisers aan te leveren beëdigde vertaling in het Turks van de volgende rectificatie-tekst:

“RECTIFICATIE: in deze en andere publicaties hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.7.

veroordeelt Sabah Duitsland om bovenaan de homepagina van de website www.sabah.de, binnen 24 uur na betekening van het vonnis, de volgende tekst te plaatsen, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, en deze tekst gedurende 7 dagen te laten staan:

“RECTIFICATIE: onlangs hebben wij het Rotterdamse gemeenteraadslid [eiser 2] ten onrechte in verband gebracht met terrorisme, oplichting en het verraden van Turkse Nederlanders. Deze beschuldigingen hebben ernstige gevolgen gehad voor het privéleven en het als gemeenteraadslid functioneren van de heer [eiser 2] . Voor deze beschuldigingen bestond geen grond en die hadden wij dan ook niet mogen plaatsen.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft onze beschuldigingen inmiddels als onrechtmatig beoordeeld en heeft ons bevolen deze rectificatie te plaatsen.”

4.8.

verbiedt gedaagden om in de toekomst opnieuw uitlatingen te doen (hetzij online, hetzij op papier) over [eiser 2] waarin [eiser 2] in verband wordt gebracht met terreur, een terroristische organisatie, het regisseren van vijandschap ten opzichte van Turkije, het verraden van Turken aan de Nederlandse overheid, of het oplichten van in Nederland wonende Turken;

4.9.

veroordeelt ieder van gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van € 1.000,- per dag of deel daarvan voor elke keer dat zij niet of niet tijdig aan elk van de voorgaande bevelen of verboden voldoet (dus: per overtreding, per dag), met een maximum van € 100.000,- voor iedere gedaagde;

4.10.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.242,31, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

4.11.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2017.

2091 / 676