Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4892

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
10/681143-16 en 10/097177-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brandstichting, vernieling, poging diefstal met geweld en diefstal dmv braak. Hulpvraag? Onder meer klinische opname als bijzondere voorwaarde. Dadelijke uitvoerbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/681143-16 en 10/097177-16

Datum uitspraak: 23 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen als:

Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

FPK De Woenselse Poort te Eindhoven,

gemachtigd raadsman mr E.D.B. Groeneweg, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 09 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, alsmede het opleggen van bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende is gebleken dat door de brandstichting levensgevaar voor de zich in de belendende woningen bevindende personen dan wel andere personen is ontstaan. Het proces-verbaal van brandonderzoek is naar het oordeel van de rechtbank op dit punt onvoldoende onderbouwd. Ten tijde van de brandstichting was alleen de verdachte in de betreffende woning aanwezig. Uit voornoemd proces-verbaal kan niet worden afgeleid dat de mogelijkheid bestond dat de brand zich zou hebben kunnen uitbreiden naar de belendende woningen, terwijl bovendien niet is vastgesteld dat zich in die woningen mensen bevonden. De rechtbank acht, reeds gelet op het vorenstaande, dit onderdeel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan – partieel – vrijspreken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

(parketnummer 10/681143-16)

1.

hij op of omstreeks 03 mei 2016 te Gorinchem opzettelijk brand heeft gesticht

in en/of nabij een woning, gelegen aan de [adres delict 1] , immers heeft

verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval

opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met in die woning aanwezige

vitrage en/of met in (het schuurtje in) de achtertuin van die woning aanwezige

kranten en/of een houten pallet, althans met (een) brandbare stof(fen), ten

gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die vitrage geheel of gedeeltelijk is

/ zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de

belendende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en / of

levensgevaar voor de zich in die belendende woningen bevindende personen, in

elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 03 mei 2016 te Gorinchem opzettelijk en wederrechtelijk

een of meer keukenkastje(s) en/of (het) laminaat en/of twee, althans een of

meer, spiegel(s) en/of tafellamp(en) en/of een of meer foto('s) en/of

vaas/vazen en/of een lade van het dressoir en/of een televisie, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft / of vernield en beschadigd en /

of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij, op of omstreeks 23 november 2016 te Eindhoven op de openbare weg, te weten

het [plaats delict] , althans enige openbare weg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee en/of geld en/of

(een) goed(eren) van zijn, verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, aan de achterzak/broekzak van die [naam slachtoffer 2] (waarin zich diens portemonnee

bevond) heeft gevoeld en/of naar de zakken van de kleding van die [naam slachtoffer 2]

heeft gegrepen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en)

uit het vastpakken van die [naam slachtoffer 2] en/of het duwen van die [naam slachtoffer 2] en/of het

ten val brengen van die [naam slachtoffer 2] en/of het (meermalen) (met de gebalde vuist)

slaan en/of (meermalen) schoppen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of

(overige delen van) het lichaam van die [naam slachtoffer 2] ;

(parketnummer 10/097177-16)

4.

hij op of omstreeks 8 mei 2016 te Leerdam opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of de [naam slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 8 mei 2016 te Leerdam met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een Kiosk (gelegen aan de [adres delict 2] ) een AA-drink en/of Lays natural chips en/of Snelle Jelle ontbijtkoek heeft weggenomen, althans een of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door een of meer ruiten kapot te gooien.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

2.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen en beschadigen, meermalen gepleegd

3.

poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

4.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd

5.

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft op 3 mei 2016 – terwijl zijn moeder afwezig was in verband met een korte vakantie - in de woning van zijn moeder brand gesticht door de vitrages in de keuken en kranten onder de overkapping in de achtertuin met een aansteker in brand te steken en op de kranten een houten pallet te plaatsen. Op datzelfde moment heeft de verdachte ook een groot aantal goederen in de woning van zijn moeder beschadigd en vernield.

Kort daarna – op 8 mei 2016 – heeft de verdachte op en in de directe nabijheid van het NS-station te Leerdam een groot aantal ruiten van diverse bedrijven ingegooid of beschadigd met een steen en uit de Kiosk aldaar een aantal etenswaren en drank weggenomen en genuttigd.

De verklaring die de verdachte voor deze strafbare feiten heeft gegeven is dat de verdachte hulp wilde voor zijn psychische en financiële problemen en het plegen van delicten de enige manier is om de aandacht van de politie (en de gewenste hulp) te verkrijgen. Dit baart de rechtbank grote zorgen.

Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte ten slotte in november 2016 gepoogd om een man in Eindhoven te beroven van zijn portemonnee (en andere spullen) waarbij de verdachte het slachtoffer – onder meer - heeft geslagen en geschopt (ook tegen het hoofd). De verdachte heeft zich bij dit strafbare feit slechts bekommerd om zijn eigen financiële situatie (hij had geld nodig) en heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.

Behalve aan de bewezen feiten heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan de ad informandum gevoegde feiten die op de dagvaarding met parketnummer 10/681143-16 kort zijn omschreven (vernieling van twee auto’s op 3 december 2016 te Eindhoven) en waarvan is medegedeeld dat de verdachte ze heeft bekend. De officier van justitie heeft te kennen gegeven dat deze feiten niet afzonderlijk (verder) zullen worden vervolgd. Met deze strafbare feiten wordt bij de strafoplegging rekening gehouden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Palier forensische en intensieve zorg, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 juni 2017. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

“Er is gesproken met een 28-jarige man die verdacht wordt van brandstichting, vernieling en medeplegen diefstal met geweld, hetgeen hij bekent. Uit dossieronderzoek komt naar voren dat

betrokkene tot zijn negentiende goed leek te functioneren. Hij gebruikte echter drugs, ging door de gedragsproblemen uit huis en gleed steeds verder af. Betrokkene geeft aan de delicten te plegen als een schreeuw om aandacht om hulp te mobiliseren. Wanneer hij instabiliteit ervaart in zijn leven neemt zijn druggebruik toe. Tijdens het laatste reclasseringstoezicht is gebleken dat betrokkene in staat is zich te conformeren aan afspraken maar dat de mate van onmacht te hoog is om dit langdurig vol te houden. Betrokkene is gediagnosticeerd met een psychotische stoornis NAO en afhankelijkheid van diverse middelen. De diagnose is gesteld in PPC Scheveningen. Eerdere pogingen tot diagnostiek in het kader van PJ-onderzoek heeft betrokkene geweigerd. Nader diagnostisch onderzoek is wenselijk, om helder te krijgen hoe de stoornissen elkaar beïnvloeden. Daarnaast is onderzoek naar de persoonlijkheid van betrokkene wenselijk. Gezien de combinatie van psychiatrische problematiek en verslavingsproblematiek is het noodzakelijk dat hij behandeld wordt in een kliniek die expertise heeft op beide gebieden. Na de diagnostiekfase kan een behandeltraject uitgezet worden met als uiteindelijk doel een vorm van begeleid wonen.

Er werd vanuit PPC Vught een artikel 15.5 PBW aangevraagd bij het IFZ. Dit zou betrokkene in de gelegenheid stellen eerder te starten met diagnostiek en behandeling bij de FPA van de Woenselse Poort te Eindhoven. Het IFZ heeft ook een indicatie afgegeven voor een vervolgverblijf in het kader van een voorwaardelijke veroordeling hetgeen betekent dat betrokkene na een vonnis met de hieronder geformuleerde voorwaarden zijn plaatsing kan voortzetten in de Woenselse Poort.

GGZ Reclassering Palier adviseert de Rechtbank om aan betrokkene, indien hij schuldig wordt bevonden aan het hem ten laste gelegde, een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

Meldplicht, opname in een zorginstelling, plaatsing in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, behandelverplichting”.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Ter terechtzitting heeft de rapporteur mevrouw [naam] de huidige situatie van de verdachte nader toegelicht. Hieruit is gebleken dat de verdachte sinds korte tijd in de Woenselse Poort te Eindhoven verblijft op grond van artikel 15.5 van de Penitentiaire Beginselenwet (verdachte is detentieongeschikt). In de Woenselse Poort gaat het goed met de verdachte. De medicatie slaat aan en er wordt nadere diagnostiek verricht. De verdachte kan – ook als aan hem een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd dan de periode die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten - op de huidige titel in de Woenselse Poort blijven.

De psychiater dr. [naam deskundige 1] en de psycholoog drs. [naam deskundige 2] hebben een psychiatrisch cq psychologisch onderzoek willen instellen naar de persoon van de verdachte. Genoemde deskundigen hebben de verdachte niet kunnen onderzoeken omdat de verdachte zijn medewerking aan het onderzoek heeft geweigerd.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat hiervoor echter geen aanleiding, omdat de ernst van de feiten zulks niet toelaat en voorts omdat er naar het oordeel van de rechtbank een signaal naar de verdachte uit dient te gaan dat hij niet straffeloos strafbare feiten kan plegen als hij hulp verlangt.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden, inhoudende een klinische opname in een zorginstelling, een ambulante behandelverplichting en opname in een instelling voor begeleid wonen en het op te leggen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1], gevestigd te Amsterdam, ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.885,46 aan materiële schade.

Als benadeelde partij heeft zich voorts in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2], gevestigd te Utrecht, ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2806,62 aan materiële schade.

Als benadeelde partij heeft zich ten slotte in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3] te Eindhoven ter zake van het onder 1 ad informandum gevoegde feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 269,31 aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [naam benadeelde 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1558,23 omdat het bedrag aan BTW kan worden teruggevraagd. De vorderingen van [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] komen geheel voor vergoeding in aanmerking. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat voor alle toegewezen vorderingen de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de [naam benadeelde 1] moet worden afgewezen nu niet gebleken is van een juiste volmacht.

Ten aanzien van de vordering van de [naam benadeelde 2] heeft de verdediging betoogd dat deze eveneens moet worden afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat degene die de vordering heeft ondertekend daartoe gemachtigd was. De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat op het gevorderde bedrag 21% aan BTW in mindering moet worden gebracht.

De verdediging heeft ten aanzien van de vordering van [naam benadeelde 3] betoogd dat deze beperkt dient te blijven tot een bedrag van € 150 aan eigen risico.

De verdediging heeft ten slotte verzocht het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel achterwege te laten.

8.3.

Beoordeling

[naam benadeelde 1]

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de vordering geen uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht van de directie/bestuurder is gehecht waaruit volgt dat de indiener van de vordering bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen en dit evenmin op een andere wijze uit het dossier kan volgen.

[naam benadeelde 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de [naam benadeelde 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit onder 4 rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de vordering naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen. De rechtbank merkt daarbij op dat genoegzaam is gebleken dat op de overgelegde factuur geen bedrag aan BTW is meegenomen (‘BTW verlegd’) zodat het gehele bedrag voor toewijzing in aanmerking komt.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 8 mei 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Nu de [naam benadeelde 2] de procesvoering in eigen hand heeft gehouden en aldus niet is gebleken van betaalde rechtsbijstand worden deze kosten tot op heden begroot op nihil.

[naam benadeelde 3]

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 ad informandum gevoegde strafbare feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank is voorts van oordeel dat de vordering genoegzaam is onderbouwd, zodat deze, ondanks de betwisting door de verdachte, zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 3 december 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding door [naam benadeelde 1] geen inhoudelijke beslissing genomen.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van

€ 2806,62, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2016.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van € 269,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2016 en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 157, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Novadic Kentron, op het adres [adres] te Eindhoven, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich voor diagnostiek en behandeling van zijn verslavings- en psychische problematiek - gedurende maximaal 12 maanden of zoveel korter als de (geneesheer-) directeur van die instelling in overleg met de reclassering verantwoord vindt - klinisch laten opnemen in een intramurale inrichting, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven;

3. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd – aansluitend aan de klinische opname - onder ambulante behandeling stellen van een Forensische Polikliniek voor zijn psychiatrische problematiek en middelengebruik;

4. de veroordeelde zal aansluitend aan de klinische opname verblijven in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven;

5. de veroordeelde zal zich – indien de situatie daar volgens de behandelaars in het ambulante traject en de reclassering aanleiding toe geeft – in verband met een crisissituatie, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek gedurende maximaal 7 weken voor een kortdurende klinische opname laten opnemen in een intramurale inrichting, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de onder nummers 1 tot en met 5 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

[naam benadeelde 1]
verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

[naam benadeelde 2]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij , te betalen een bedrag van € 2806,62 (zegge: achtentwintighonderd en zes euro en tweeënzestig cent), aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

[naam benadeelde 3]

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij , te betalen een bedrag van € 269,31 (zegge: tweehonderdnegenenzestig euro en eenendertig cent), aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen

€ 269,31 (hoofdsom, (zegge: tweehonderdnegenenzestig euro en eenendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 269,31 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

mr. S.H. Poiesz en mr. E.M.D. Angela, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

(parketnummer 10/681143-16)

1.

hij op of omstreeks 03 mei 2016 te Gorinchem opzettelijk brand heeft gesticht

in en/of nabij een woning, gelegen aan de [adres delict 1] , immers heeft

verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval

opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met in die woning aanwezige

vitrage en/of met in (het schuurtje in) de achtertuin van die woning aanwezige

kranten en/of een houten pallet, althans met (een) brandbare stof(fen), ten

gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die vitrage geheel of gedeeltelijk is

/ zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de

belendende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en / of

levensgevaar voor de zich in die belendende woningen bevindende personen, in

elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 03 mei 2016 te Gorinchem opzettelijk en wederrechtelijk

een of meer keukenkastje(s) en/of (het) laminaat en/of twee, althans een of

meer, spiegel(s) en/of tafellamp(en) en/of een of meer foto('s) en/of

vaas/vazen en/of een lade van het dressoir en/of een televisie, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en /

of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij, op of omstreeks 23 november 2016 te Eindhoven op de openbare weg, te weten

het [plaats delict] , althans enige openbare weg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee en/of geld en/of

(een) goed(eren) van zijn, verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, aan de achterzak/broekzak van die [naam slachtoffer 2] (waarin zich diens portemonnee

bevond) heeft gevoeld en/of naar de zakken van de kleding van die [naam slachtoffer 2]

heeft gegrepen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en)

uit het vastpakken van die [naam slachtoffer 2] en/of het duwen van die [naam slachtoffer 2] en/of het

ten val brengen van die [naam slachtoffer 2] en/of het (meermalen) (met de gebalde vuist)

slaan en/of (meermalen) schoppen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of

(overige delen van) het lichaam van die [naam slachtoffer 2] ;

(parketnummer 10/097177-16)

4.

hij op of omstreeks 8 mei 2016 te Leerdam opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of de [naam slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 8 mei 2016 te Leerdam met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een Kiosk (gelegen aan de [adres delict 2] ) een AA-drink en/of Lays natural chips en/of Snelle Jelle ontbijtkoek heeft weggenomen, althans een of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door een of meer ruiten kapot te gooien.