Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4891

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
10/700107-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De tekst daarbij is: afpersing, voorbereiding van afpersing en het voorhanden hebben van een gaspistool en een stroomstootwapen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/700107-17

Datum uitspraak: 23 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Dordrecht,

raadsvrouw mr. D.D. Klieverik (voor mr. A.F.M. den Hollander), advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 09 juni 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Castelein heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, alsmede het opleggen van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde onder 2 en heeft hiertoe betoogd dat het opzetvereiste op het plegen van enig misdrijf niet bewezen kan worden omdat uit het dossier niet duidelijk blijkt wat de verdachte van plan was te gaan doen. Voorts heeft de verdachte betoogd dat sprake was van vrijwillige terugtred nu hij kort voor zijn aanhouding gewetenswroeging kreeg en net op weg was naar zijn auto toen hij werd aangehouden door de politie.

4.2.2.

Beoordeling

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte eerder – op 15 februari 2017 – nadat hij een advertentie op Autoscout24 had geplaatst voor een zwarte BMW 118 en hierover telefonisch en Whatsapp contact had gehad, een afspraak heeft gemaakt met een potentiële koper op de [adres delict] te Rotterdam en aldaar – onder bedreiging van een gaspistool – de koper een bedrag van € 3100,-- heeft afgeperst.

Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat de verdachte enige tijd later een valselijk opgemaakte advertentie voor een witte BMW 118 op Marktplaats heeft geplaatst en hierover onder een valse naam (‘ [naam] ’) heeft gecommuniceerd met een (pseudo)koper. De verdachte heeft de koper daarbij uiteindelijk instructies gegeven om naar de [adres delict] te Rotterdam te komen op 2 maart 2017 tussen 19:30 en 20:00 uur.

Uit de verklaringen van de verdachte en uit de observatie die heeft plaatsgevonden, volgt dat de verdachte vanaf de woning van zijn vriendin om 18:20 uur in de richting van de afgesproken plek is gereden en aldaar in een kelderbox zwarte kleding heeft aangetrokken en een gaspistool en een taser bij zich heeft gestoken. De verdachte heeft zich nadien enige tijd opgehouden in de directe omgeving van de afgesproken plek en heeft daar nog contact gehad met de (pseudo)koper alvorens hij werd aangehouden.

Anders dan door de verdediging is betoogd is de rechtbank op grond van het voorgaande van oordeel dat voldoende vast staat dat de verdachte van plan was om ook deze tweede (pseudo)koper geld afhandig te maken (door diefstal met geweld dan wel afpersing) en daartoe de nodige voorbereidingen heeft getroffen. Daarbij is allereerst van belang dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij van plan was om de (pseudo)koper te beroven waarbij hij ‘op het laatste moment’ gewetenswroeging kreeg. Verder wijzen ook alle andere omstandigheden (onder een valse naam communiceren, valselijk opgemaakte advertentie, zwarte kleding aantrekken, wapens bij je hebben) niet op zuivere bedoelingen van de verdachte. De rechtbank verwerpt het verweer.

De stelling van de verdachte dat sprake zou zijn van vrijwillige terugtred omdat hij op het laatste moment heeft afgezien van zijn plan en op weg was naar zijn auto toen hij werd aangehouden zal de rechtbank eveneens verwerpen. De rechtbank heeft – naast de enkele mededeling van de verdachte – geen aanwijzingen in het dossier aangetroffen waaruit volgt dat de verdachte actief iets heeft ondernomen waaruit zou kunnen volgen dat hij heeft afgezien van zijn plannen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2017 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam met het

oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en / of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van

3100 euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en)

uit het

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) (dreigend) tonen/voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden:

"Kom mee naar achter, er gebeurd niks" en/of "Geef mij het geld" en/of

"Geef het geld, als je mij het geld geeft dan doe ik niks",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2017 tot en met 02 maart 2017

te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,

ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is

gesteld, te weten

een diefstal met geweld (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312 van het

Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of

een afpersing (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 317 van het Wetboek van

Strafrecht oplevert)

althans een te plegen misdrijf waarop naar wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld

opzettelijk, bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven,

(valselijk)

- een advertentie, waarin een personenauto (merk: BMW) te koop werd aangeboden, heeft vervaardigd/aangemaakt en/of

- ( vervolgens) deze advertentie op Marktplaats heeft geplaatst/laten plaatsen en/of

- ( vervolgens) met een potentiele koper (telefonisch) contact heeft onderhouden en/of (daarbij) afspraken heeft gemaakt over de bezichtiging en/of aankoop en/of prijs van deze auto en/of

- ( vervolgens) deze potentiele koper naar een locatie heeft gelokt/laten komen en/of

- ( vervolgens) (op de afgesproken locatie) een (gas)pistool en/of een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad (en aldaar deze potentiele koper heeft opgewacht);

3.

hij op of omstreeks 02 maart 2017 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam (een) wapen(s)

van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische

stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden

toegebracht, voorhanden heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2017 tot en met 02 maart 2017

te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,

een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 van categorie I onder 7° van

de Wet Wapens en Munitie, te weten een nabootsing van een pistool,

zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen

een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen,

te weten een pistool (merk/type: Colt 911-A1 Gold Cup), voorhanden heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

afpersing

2.

voorbereiding van diefstal met geweld of afpersing

3.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II van die wet

4.

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft – naar eigen zeggen vanwege acute financiële problemen – valselijk een advertentie opgemaakt en geplaatst waarin hij een auto te koop heeft aangeboden en vervolgens de potentiële kopers bedreigd met een (gas)pistool en hen een bedrag van
€ 3100,-- afhandig gemaakt. Enkele weken later heeft de verdachte zich voorts schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een tweede beroving waarbij de verdachte tot aan zijn aanhouding dezelfde werkwijze heeft gevolgd als bij de voltooide beroving zoals ten laste gelegde onder 1. Bij zijn aanhouding droeg de verdachte bovendien een stroomstootwapen en een gaspistool op zijn lichaam, klaarblijkelijk bedoeld om te gebruiken bij de tweede voorgenomen beroving.

Dit zijn ernstige feiten waarbij de verdachte enkel uit financieel gewin heeft gehandeld en zich – voor de pleegdatum – geen rekenschap heeft gegeven van de ernstige gevolgen voor de slachtoffers. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.

De omstandigheid dat de verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij de laakbaarheid van zijn handelen heeft ingezien en voorts zijn excuses heeft aangeboden aan de slachtoffers spreekt in het voordeel van de verdachte.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 mei 2017. Dit rapport houdt-– onder meer - het volgende in.

“De heer [naam verdachte] is een 31-jarige man die verdacht wordt van het plegen van een overval op twee autohandelaren, gepleegd op 15 februari 2017 en het voorbereiden van een overval en wapenbezit, gepleegd op 2 maart 2017. Hij bekent de delicten gepleegd te hebben.

Onderhavige feiten pleegde hij uit financieel oogpunt, omdat hij geen inkomen had en schulden opbouwde. Hij heeft onvoldoende inzicht in zijn keuzes en gedrag en neemt onverantwoordelijke (impulsieve) beslissingen. De heer [naam verdachte] heeft de neiging (delict)gedrag te bagatelliseren, informatie achter te houden of veelal positieve informatie over zichzelf verschaft. De reclassering kan zich niet aan de indruk onttrekken dat betrokkene niet het achterste van zijn tong laat zien en ook vader bevestigt dat zijn zoon niet altijd de waarheid heeft verteld. Volgens vader blijken financiële problemen te zijn, maar het is onduidelijke hoe groot de schulden zijn. Volgens vader heeft zijn zoon hulp nodig om deze problemen op te lossen. De heer [naam verdachte] zegt zelf zijn schulden te hebben afgelost met het geld van de eerste overval.

Betrokkene ontkent (overmatig) middelengebruik, maar hij heeft alcohol gerelateerde delicten gepleegd en hij heeft aan vader verteld dat hij voorafgaand aan het delict veel softdrugs heeft gebruikt. Tijdens de rapportbespreking zegt hij dit verzonnen te hebben, zodat hij niet volledig verantwoordelijk gehouden kon worden voor het delict. Het is niet duidelijk of middelengebruik een negatieve invloed heeft op het leven van de heer [naam verdachte] .

Een beschermende factor kan het werk van betrokkene zijn, waar naar eigen zeggen veel werk voor is en hij veel geld mee kan verdienen. Echter, hij blijkt vanaf 1 januari 2017 in bezit te moeten zijn van een certificaat en hij anders niet ingehuurd zal worden door opdrachtgevers. Het wel of niet hebben van een dagbesteding, is van invloed of het een criminogene of beschermende factor zal zijn.

De heer [naam verdachte] stelt zich gemotiveerd en bereidwillig op om mee te werken aan alle gestelde voorwaarden. In de toekomst zal moeten blijken of hij deze motivatie vast weet te houden en daadwerkelijk werkt aan gedragsverandering.

Het betreft hier ernstige strafbare feiten en het Ministerie van Justitie heeft bepaald dat zaken betreffende overvallen onder een verscherpt reclasseringstoezicht geplaatst dienen te worden. Dat betekent toezicht op niveau 3 en elektronische controle (EC).

Op 22 mei 2017 heeft er een haalbaarheidsonderzoek EC plaatsgevonden. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat het toepassen van elektronisch controle mogelijk is. Het haalbaarheidsonderzoek heeft opgeleverd dat aan de voorwaarden voldaan kan worden”.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het ter zitting getoonde inzicht door de verdachte in de laakbaarheid van zijn handelen en zijn positieve houding ten opzichte van hulp en begeleiding en de door hem inmiddels ondernomen stappen in dat proces (behalen van een diploma in detentie, hulp bij het aflossen van schulden). De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan de duur van de reeds ondergane detentie. Hiervoor bestaat naar het oordeel van de rechtbank echter geen aanleiding, gelet op de ernst van de gepleegde delicten en de impact daarvan op de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1], gevestigd te Alphen aan den Rijn, ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3100,-- aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij ontvankelijk is en dat de vordering integraal kan worden toegewezen.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 februari 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3100,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 46, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt, op vooraf door de reclassering vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op zijn verblijfadres: [adres] te Rotterdam. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Het Openbaar Ministerie kan op advies van de reclassering het locatiegebod laten vervallen of de bloktijden wijzigen;

3. de veroordeelde zal medewerking verlenen aan een persoonlijkheidsonderzoek en hij zal zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de behandelaar verantwoord vindt, onder ambulante behandeling stellen van de forensische polikliniek het Dok, of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering;

4. de veroordeelde zal ter controle van de onder 2. genoemde voorwaarde gebruik maken van het door Reclassering Nederland aangewezen technische hulpmiddel ter ondersteuning van het elektronisch toezicht, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;

5. de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het voeren van gesprekken met een adoptie-agent van de politie (zowel op het politiebureau als ook tijdens huisbezoeken);

6. de veroordeelde heeft gedurende de proeftijd of zolang de reclassering dit noodzakelijk acht een inspanningsverplichting om te beschikken over zinvolle dagbesteding, legale inkomsten en/of hier actief naar te zoeken, regelingen te treffen met schuldeisers en de afspraken na te komen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

geeft aan Reclassering Nederland opdracht elektronisch toezicht te houden op de naleving van de onder nummer 2 genoemde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], gevestigd te Alphen aan den Rijn, te betalen een bedrag van

€ 3100,- (zegge: eenendertighonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1], gevestigd te Alphen aan den Rijn, te betalen € 3100,-- (hoofdsom, zegge: eenendertighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 3100,-- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 41 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

mr. S. Poiesz en mr. E.M.D. Angela, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2017 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam met het

oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en / of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van

3100 euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en)

uit het

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) (dreigend) tonen/voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden:

"Kom mee naar achter, er gebeurd niks" en/of "Geef mij het geld" en/of

"Geef het geld, als je mij het geld geeft dan doe ik niks",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2017 tot en met 02 maart 2017

te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,

ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is

gesteld, te weten

een diefstal met geweld (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312 van het

Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of

een afpersing (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 317 van het Wetboek van

Strafrecht oplevert)

althans een te plegen misdrijf waarop naar wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld

opzettelijk, bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven,

(valselijk)

- een advertentie, waarin een personenauto (merk: BMW) te koop werd aangeboden, vervaardigd/aangemaakt en/of

- ( vervolgens) deze advertentie op Marktplaats geplaatst/laten plaatsen en/of

- ( vervolgens) met een potentiele koper (telefonisch) contact onderhouden en/of (daarbij) afspraken gemaakt over de bezichtiging en/of aankoop en/of prijs van deze auto en/of

- ( vervolgens) deze potentiele koper naar een locatie gelokt/laten komen en/of

- ( vervolgens) (op de afgesproken locatie) een (gas)pistool en/of een stroomstootwapen voorhanden gehad (en aldaar deze potentiele koper opgewacht);

3.

hij op of omstreeks 02 maart 2017 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam (een) wapen(s)

van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische

stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden

toegebracht, voorhanden heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2017 tot en met 02 maart 2017

te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,

een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 van categorie I onder 7° van

de Wet Wapens en Munitie, te weten een nabootsing van een pistool,

zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen

een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen,

te weten een pistool (merk/type: Colt 911-A1 Gold Cup), voorhanden heeft gehad;