Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4794

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
23-06-2017
Zaaknummer
10/765044-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minimega Callot. Veroordeling voor (passieve) ambtelijke corruptie, valsheid in geschrift en oplichting. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in vordering tot schadevergoeding.

De verklaring van de ‘klokkenluider’ in deze zaak is voldoende betrouwbaar, maar daarop kan niet worden blindgevaren. Op de belangrijke onderdelen van de tenlastelegging is steeds enige nadere onderbouwing daarvan in ander bewijsmateriaal vereist.

De verdachte was beleidsadviseur bij een stichting. Hij was ambtenaar in de zin van artikel 363 Sr en kon vanuit zijn functie invloed uitoefenen op aan wie projecten vergund werden, de omvang daarvan en de financiële afwikkeling, en deed dat in de praktijk ook. Hij heeft steekpenningen aangenomen van personen, die als projectleider of aannemer voor deze stichting werkzaamheden verrichtten met betrekking tot verbouwingsprojecten bij scholen en in dat kader een zakelijke relatie hadden met de verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/765044-11

Datum uitspraak: 21 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. G.A. Soebhag, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 16, 18, 19 en 23 mei en 7 juni 2017.

Het onderzoek is gesloten op 21 juni 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 19 mei 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. van der Maas heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Waardering van het bewijs

Algemeen

Onderzoek [dossiernaam 1]

Begin 2011 is [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) naar buiten getreden als klokkenluider. Hij luidde de klok omdat bij de [naam stichting 1] (hierna: [naam stichting 1] ), die vanaf 2008 het openbaar onderwijs in Rotterdam en omstreken verzorgt, op grove wijze zou worden gefraudeerd. Nadat [naam medeverdachte 1] zijn verklaringen bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Criminele Inlichtingen Eenheid had afgelegd, heeft hij dit uiteindelijk ook gedaan in het opsporingsonderzoek [dossiernaam 2] . De resultaten van dat opsporingsonderzoek zijn in een achttal zaaksdossiers neergelegd. Op de tenlastelegging van de verdachte is een aantal van de acht zaaksdossiers in diverse feiten uitgewerkt.

Kort samengevat heeft [naam medeverdachte 1] verklaard dat binnen [naam stichting 1] de verdachte aan een [naam 1] clubje mensen, onder wie [naam medeverdachte 1] en medeverdachte [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ), gedurende een aantal jaren het advies- en aannemingswerk aan de openbare scholen van Rotterdam heeft toebedeeld. Tegenover dat toedelen van deze werkzaamheden zouden volgens [naam medeverdachte 1] diverse tegenprestaties hebben gestaan die ten goede zijn gekomen aan de verdachte. Hij noemt in dat verband - zakelijk weergegeven - een vakantiehuis in [dossiernaam 10] , verbouwingen aan zijn woning en diverse andere goederen en diensten. In een aantal gevallen is het volgens [naam medeverdachte 1] uiteindelijk [naam stichting 1] geweest die opdraaide voor de kosten van de tegenprestaties doordat deze werden doorbelast aan [naam stichting 1] en werden weggeschreven in de administratie van [naam stichting 1] door deze te boeken op de diverse verbouwing- en onderhoudsprojecten aan scholen. Om een en ander te verhullen zijn volgens [naam medeverdachte 1] ook vele documenten vals opgemaakt en/of vervalst.

Bij de waardering van het bewijs van de ten laste gelegde feiten speelt vrijwel steeds de verklaring van [naam medeverdachte 1] een rol. Voordat kan worden overgegaan tot de beantwoording van de vraag of voor de ten laste gelegde feiten voldoende overtuigend bewijs voorhanden is, zal die verklaring van [naam medeverdachte 1] op zijn betrouwbaarheid/ geloofwaardigheid moeten worden getoetst.

Betrouwbaarheid verklaring [naam medeverdachte 1]

In zijn algemeenheid kan over de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] het volgende worden gezegd. [naam medeverdachte 1] belast zichzelf met zijn verklaring in grote mate. De intrinsieke betrouwbaarheid - de betrouwbaarheid van de verklaring op zichzelf beschouwd - wordt hierdoor in enige mate vergroot. De andere kant is dat het bedrijf van [naam medeverdachte 1] , [naam bedrijf 1] ( [naam bedrijf 1] ) in eerste instantie sterk heeft geprofiteerd van de dubieuze gang van zaken bij [naam stichting 1] , maar dit bedrijf uiteindelijk ook failliet is gegaan als gevolg van afnemende opdrachten van [naam stichting 1] . Het is mede ook [naam medeverdachte 1] zelf die deze relatie in zijn verklaring legt. Het is daarom zeker niet onaannemelijk dat [naam medeverdachte 1] enige rancune voelt ten aanzien van een of meer van zijn medeverdachten. Om die reden staat de intrinsieke betrouwbaarheid ook enigszins onder druk.

In het opsporingsonderzoek is, wellicht mede vanwege deze achtergronden, steeds zoveel mogelijk geprobeerd om de verklaringen van [naam medeverdachte 1] te verifiëren en te controleren door op zoek te gaan naar feiten en omstandigheden die de verklaring van [naam medeverdachte 1] zouden kunnen bevestigen. Dit is op veel punten ook gelukt. Zeker op onderdelen wordt de verklaring van [naam medeverdachte 1] bevestigd door bijvoorbeeld de verklaring van zijn zoon en/ of door administratieve stukken afkomstig uit - onder meer - de administratie van [naam bedrijf 1] Echter ook in een substantieel aantal gevallen is gebleken dat [naam medeverdachte 1] in zijn verklaring heeft verwezen naar stukken die uiteindelijk niet zijn gevonden. Een en ander raakt de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] . Ten slotte komt [naam medeverdachte 1] soms op essentiële punten op zijn verklaring terug, baseert hij zich naar eigen zeggen soms op geruchten en blijken sommige uitspraken niet waar.

Al met al is de verklaring van [naam medeverdachte 1] voldoende betrouwbaar om te worden gebruikt voor het bewijs, maar kan daarop ook niet worden blindgevaren. De verklaring zal daarom met een zekere terughoudendheid aan een eventuele bewezenverklaring ten grondslag worden gelegd. Die terughoudendheid komt er neer dat op de belangrijke onderdelen van de tenlastelegging steeds zal moeten worden gezocht naar enige nadere onderbouwing daarvan in ander bewijsmateriaal alvorens te kunnen concluderen tot overtuigend bewijs voor die onderdelen.

Feit 1: Passieve ambtelijke corruptie

1.1

De verdachte is ambtenaar

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam is de [naam instantie 1] (hierna: [naam instantie 1] ) per 1 januari 2008 verzelfstandigd, en omgevormd tot twee stichtingen: de Stichting Prosco en [naam stichting 1] . Per 1 januari 2008 wordt de verdachte eervol ontslag verleend als ambtenaar bij de [naam instantie 1] . Hij treedt met ingang van diezelfde datum in dienst bij [naam stichting 1] in de functie van beleidsadviseur. De taken en werkzaamheden van de verdachte blijven dezelfde. Op de arbeidsovereenkomst is het Ambtenarenreglement Rotterdam van toepassing, voor zover de privaatrechtelijke aard van de dienstbetrekking zich daartegen niet verzet.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte sinds 1 januari 2008 geen ambtenaar meer is. Bij [naam stichting 1] voerde hij zijn werkzaamheden uit op basis van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst. Van een aanstelling met toezicht door of onder verantwoordelijkheid van de gemeente is geen sprake. Als de verdachte ambtenaar zou zijn, zou het niet nodig zijn te bepalen dat - kort gezegd - zijn pensioenaanspraken bij het ABP ondergebracht worden. Omdat de tenlastegelegde periode ziet op de periode na de verzelfstandiging, moet van de onder feit 1 ten laste gelegde passieve ambtelijke corruptie vrijspraak volgen.

Beoordeling

Artikel 363 Sr verbiedt een ambtenaar zich te laten omkopen.

Juist is, dat de verdachte bij [naam stichting 1] op basis van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst werkzaam is. Dat betekent niet, dat hij daarmee geen ambtenaar is in de zin van voornoemde strafrechtelijke bepaling. Het begrip ambtenaar in deze bepaling moet namelijk aldus worden uitgelegd, dat daaronder (ook) valt:

  • -

    degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld

  • -

    in een functie waaraan het openbaar karakter niet kan worden ontzegd

  • -

    teneinde een deel van de taak van de staat of zijn organen te verrichten.

Deze criteria (in andere volgorde) nalopend komt dit voor de verdachte op het volgende neer.

Taken [naam stichting 1]

Blijkens artikel 3.1 van de statuten van [naam stichting 1] heeft de stichting - kort samengevat - als doel het uitoefenen van alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag over die scholen in de zin van de onderwijswetgeving, het doen geven van openbaar onderwijs, en het bijdragen aan de realisatie van het Rotterdamse onderwijsbeleid.

Zoals in deze omschrijving ook al tot uitdrukking komt, is het (doen) geven van openbaar onderwijs bij uitstek een taak van de overheid. Dat de gemeente Rotterdam een deel van de taken op dit gebied aan de stichting heeft overgedragen wil niet zeggen dat het hiermee zijn publieke karakter verliest. De stichting verricht dus een overheidstaak.

De functie van de verdachte

De verdachte werkt binnen [naam stichting 1] als beleidsadviseur. Hij adviseert het college van bestuur ten aanzien van huisvestingskwesties en ook is hij belast met de uitvoering van aanbestedingen, het meerjaren onderhoudsplan, nieuwbouw en duurzame renovatie bij schoolgebouwen. Deugdelijke huisvesting van scholen valt ontegenzeggelijk binnen het bereik van de publieke taak op het gebied van openbaar onderwijs, zodat het openbaar karakter van deze functie eveneens evident is.

Toezicht en verantwoording

De statuten bepalen dat het bestuur van de stichting wordt gevormd door een algemeen bestuur, waarbinnen het college van bestuur het dagelijks bestuur vormt. Leden van het college van bestuur worden benoemd door de gemeenteraad (hierna: de raad). Er vindt jaarlijks, en zo vaak de raad dat nodig acht, overleg plaats tussen het college van bestuur en de raad over het te voeren beleid en/of verantwoording van het gevoerde beleid van de stichting. Artikel 14 bepaalt dat de gemeenteraad toezicht uitoefent op het bestuur van de stichting. In artikel 19 wordt uiteengezet hoe de raad beleidsplannen en begrotingen van de stichting ter goedkeuring krijgt voorgelegd.

Uit het voorgaande blijkt dat er een toezichthoudende relatie bestaat tussen de gemeente en [naam stichting 1] , en dat de laatste verantwoording af moet leggen aan de raad. Gelet op hetgeen de statuten in dit opzicht vermelden over het college van bestuur, valt niet in te zien waarom - zoals bepleit - de taken van de verdachte als adviseur van dit college op het gebied van huisvesting hierbuiten zouden vallen.

Conclusie

De verdachte is ambtenaar in de zin van artikel 363 Sr.

1.2

Functie en taken van de verdachte

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte vanuit zijn functie geen invloed heeft op de toewijzing van projecten aan projectleiders noch op de hoogte van de vergoedingen aan hen. Hij heeft geen uitvoerende taken, en geen contacten met aannemers. Zijn functie is die van beleidsadviseur, maar niet op de afdeling huisvesting; zo’n afdeling bestaat niet bij [naam stichting 1] .

De rechtbank begrijpt dit verweer zo, dat het zinloos was voor de verdachte om zich om te laten kopen, omdat dit de projectleiders of aannemers niet in een betere positie zou kunnen brengen, en dat hij daarom moet worden vrijgesproken van de ambtelijke corruptie.

Beoordeling

De verdachte werkt binnen [naam stichting 1] als beleidsadviseur. Hij heeft over zijn functie verklaard dat hij ten tijde van de [naam instantie 1] gedetacheerd was bij [naam instantie 2] , hetgeen staat voor [naam instantie 2] , en dat hij daar na de overgang naar [naam stichting 1] ook nog werkzaam was. Hoewel uit de stukken formeel niet blijkt van een ‘afdeling huisvesting’ binnen [naam stichting 1] , kan hiermee vastgesteld worden dat dit feitelijk wel het geval was, en verklaart dit ook dat verschillende medewerkers van [naam stichting 1] over een afdeling met die naam verklaren.

Met de verdediging stelt de rechtbank vast, dat een duidelijke taakomschrijving van de functie van de verdachte zich niet in het dossier bevindt. Wel verklaren getuigen, werkzaam bij [naam stichting 1] , hierover. Zo verklaart [naam getuige 1] , werkzaam bij het secretariaat van het bestuursbureau, dat alles op het gebied van huisvesting tot de taken van de verdachte behoorde, en dat hij zich overal wel mee bemoeide. Uit de verklaring van [naam getuige 2] , beleidsmedewerkster bij huisvesting, blijkt onder meer dat alle werkzaamheden die onder een project vielen voor rekening van de verdachte kwamen, zowel voor als na de afgifte van een beschikking (rb: van de [naam instantie 3] ) en dat hij degene was die de [dossiernaam 11] controleerde. [naam getuige 3] (hierna: [naam getuige 3] ), lid van het college van bestuur, verklaart onder meer dat het maken van een bestek, dus het beschrijven van de werkzaamheden van een project, onder verantwoordelijkheid viel van de verdachte, maar dat hij het in de praktijk uitbesteedde aan een projectleider.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn werkzaamheden in het kader van een bouwproject ophouden als er een budget verkregen is via een beschikking van de [naam instantie 3] van gemeente Rotterdam (hierna: dienst [naam instantie 3] ). De aanbesteding en de uitvoering vinden daarna buiten hem om plaats, hij controleert dan alleen nog of alle werkzaamheden binnen het budget blijven. Dit verhoudt zich niet alleen niet met hetgeen getuigen, zoals zojuist uiteengezet, verklaren, maar ook de verdachte zelf heeft anders verklaard bij de politie. Zo heeft hij uitgelegd over de werkwijze bij een aanbesteding, dat hij de uitvoering van de projecten controleert. Als de verdachte wordt gevraagd hoe het gaat als een projectleider als [naam medeverdachte 2] een opdracht wil, dan antwoordt de verdachte dat die ‘materieel’ eerst bij hem komt. Facturen met betrekking tot projecten komen bij hem, na zijn paraaf op de factuur komt het in het financiële systeem, en wordt het uitbetaald.

Dat de verdachte ook daadwerkelijk meer invloed had dan hij wil doen voorkomen, blijkt uit de verklaringen van de aannemers en projectleiders zelf. [naam medeverdachte 1] zegt immers dat hij zijn opdrachten van de verdachte niet kwijt wilde raken, en dat hij daarom geen andere keuze had dan mee te werken aan de constructie met het huis in [dossiernaam 10] . [naam medeverdachte 2] wilde de verdachte graag te vriend houden, omdat hij hoopte dat hij als een soort wederdienst werk danwel opdrachten zou krijgen. Ook projectleider [naam getuige 4] (hierna: [naam getuige 4] ) verklaart dat hij zijn opdrachten altijd van de verdachte kreeg.

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte vanuit zijn functie wel degelijk invloed kon uitoefenen op aan wie projecten vergund werden, de omvang daarvan en de financiële afwikkeling, en dat in de praktijk ook deed.

1.3

Juridisch kader passieve ambtelijke corruptie

Passieve ambtelijke corruptie (passieve omkoping) begint - kort gezegd - bij het aannemen of vragen van giften, beloften of diensten (hierna gezamenlijk: giften) door de ambtenaar van een ander (hierna: de gever). Als is komen vast te staan dat de ambtenaar giften heeft aangenomen of gevraagd, komt het er op aan om vast te stellen of die ambtenaar wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze giften hem werden gedaan om hem als ambtenaar iets te laten doen of na te laten. Voor weten lijkt op grond van de jurisprudentie voorwaardelijk opzet (bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden) de ondergrens. Redelijkerwijs moeten vermoeden komt er in gewone mensentaal op neer dat de ambtenaar op zijn klompen kon aanvoelen dat de giften hem niet (alleen) werden gedaan omdat men hem zo’n aardige vent vond maar tevens omdat het de gever een voordeel kon opleveren op enig moment. Op ‘enig moment’ omdat er niet een direct verband hoeft te worden vastgesteld tussen de gift en een bepaalde (concrete) tegenprestatie. Sterker nog, ook als er (nog) geen of in het geheel geen tegenprestatie door de ambtenaar is geleverd, kan er sprake zijn van passieve ambtelijke corruptie.

De verdachte heeft - kort gezegd - verklaard dat hij door de giften niet is bewogen tot een handelen of nalaten als ambtenaar bij [naam stichting 1] . Deze verklaring van de verdachte kan niet bijdragen tot het bewijs van weten of redelijkerwijs moeten vermoeden. Daarom zal moeten worden beoordeeld of (mede) uit de uiterlijke verschijningsvorm van de feiten en omstandigheden van en rondom de giften volgt dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het doel van de gift was om hem te bewegen tot een doen of nalaten.

1.4

Zaaksdossier [dossiernaam 3]

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. [naam medeverdachte 2] heeft een vakantiewoning gekocht met het adres [adres 1] in [plaats] te [dossiernaam 10] . Ter financiering van de woning is hij een hypothecaire lening aangegaan.

[naam medeverdachte 2] heeft middels valse facturen van zijn eigen bedrijf en het bedrijf van zijn vrouw de kosten die hij aan de hypothecaire lening had, door gefactureerd aan [naam medeverdachte 1] . Op de facturen heeft hij werkzaamheden als adviseur opgevoerd die niet zijn uitgevoerd. Op dezelfde wijze heeft [naam medeverdachte 2] dat gedaan met de facturen van het bedrijf van zijn vrouw. [naam medeverdachte 1] heeft op zijn beurt deze facturen doorbelast aan [naam stichting 1] alsof het daadwerkelijk werkzaamheden waren die door het bedrijf van [naam medeverdachte 2] en het bedrijf van zijn vrouw waren uitgevoerd. Deze facturen werden doorbelast aan [naam stichting 1] en werden weggeschreven in de administratie van [naam stichting 1] door deze te boeken op de diverse verbouwing- en onderhoudsprojecten aan scholen. De verdachte was op de hoogte van de doorbelasting.

De verdachte heeft met zijn gezin vele vakanties doorgebracht in de woning van [naam medeverdachte 2] en heeft hiervoor geen huur betaald.

Uiterlijke verschijningsvorm

Als de uiterlijke verschijningsvorm van het voorgaande wordt vastgesteld dan is te zien dat een projectleider/adviseur en een aannemer deelnemen aan een factuurconstructie om ten laste van [naam stichting 1] , bij welke stichting de verdachte - zoals hiervoor vastgesteld -, het werk verdeelde, een vakantiewoning te financieren. De ambtenaar die op de hoogte is van die factuurconstructie mag vele malen zonder daarvoor te betalen verblijven in die vakantiewoning. Behoudens contra-indicaties staat op grond van deze uiterlijke verschijningvorm vast dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de giften (het verblijf in de vakantiewoning tegen lagere kosten) en de daarmee samenhangende dienst om dit mogelijk te maken (de factuurconstructie) hem werden gedaan om hem als ambtenaar iets te laten doen of na te laten.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte weliswaar geen rekeningen heeft ontvangen voor de woning in [dossiernaam 10] en dat hij dus ook geen huur heeft betaald, maar dat de verdachte door middel van vergoeding van kosten van de vakantiewoning in feite een gebruikelijk tarief voor het verblijf in de vakantiewoning heeft betaald.

Beoordeling

Het standpunt van de verdachte wordt deels bevestigd door [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] , zij het dat [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat nooit een bedrag was afgesproken. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze medeverdachten door de officier van justitie hetzelfde - omgekeerde - verwijt wordt gemaakt, zodat zij ook belang hebben om aldus te verklaren. Voor het standpunt van de verdachte en zijn medeverdachten biedt het dossier echter verder geen enkel aanknopingspunt. Anders gezegd: het dossier geeft geen blijk van bescheiden die de gesuggereerde betaling van kosten kunnen bevestigen. Ook de verdachte en/of zijn medeverdachten hebben geen verificatoire bescheiden overgelegd: geen facturen, geen betalingsbewijzen geen bankafschriften, niets. Ten slotte kan ook niet onopgemerkt blijven dat de verdachte in zijn verklaring bij de politie van 13 november 2011 heeft opgemerkt dat hij in het tweede jaar al achterliep met het betalen van de energiekosten. Dit terwijl de energiekostenpost veruit de grootste post (meer dan de helft van het totaal) is, die door de verdachte bij pleidooi als betaling aan [naam medeverdachte 2] is opgegeven.

Conclusie

Al met al is niet aannemelijk geworden dat de verdachte een reële vergoeding: een vergoeding in overeenstemming met de waarde en de staat van de woning en inrichting en inventaris, heeft voldaan. Dat maakt dat op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de feiten en omstandigheden het niet anders kan zijn, dan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans voor lief heeft genomen dat [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] de giften en de dienst aan de verdachte heeft/hebben gedaan met als doel om een concrete tegenprestatie te krijgen of een speciale relatie te doen ontstaan die zal leiden tot een voorkeursbehandeling.

1.5

Zaaksdossier [dossiernaam 4]

Vrijspraken zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde met betrekking tot zaaksdossier [dossiernaam 4] op de volgende onderdelen niet wettig en overtuigend is bewezen:

  • -

    een of meer contante geldbedragen;

  • -

    verbouwingen aan de woning van de moeder van de verdachte;

  • -

    de aanleg en/of het onderhoud van de tuin rondom de woning van de verdachte;

  • -

    een dvd speler, telefoon, vaatwasmachine en/of vaatwasser.

Daarom zal de verdachte daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. [naam medeverdachte 1] heeft met zijn aannemingsbedrijf diverse werkzaamheden verricht voor de verdachte. De werkzaamheden bestonden uit:

  • -

    verbouwingen in de badkamer en de wc van de woning van de verdachte aan de [adres 2] te Capelle aan den IJssel;

  • -

    faciliteren van een groot aantal keer vervoer van en naar de luchthaven voor de verdachte of zijn familieleden met taxi’s;

  • -

    en het organiseren van een verjaardagsfeestje van de dochter van de verdachte.

Voor de werkzaamheden is door de verdachte niet aan (het bedrijf van) [naam medeverdachte 1] betaald. [naam medeverdachte 1] was - zoals hiervoor overwogen - voor het toedelen van projecten aan zijn bedrijf afhankelijk van de verdachte.

Uiterlijke verschijningsvorm

Als de uiterlijke verschijningsvorm van het voorgaande wordt vastgesteld dan is te zien dat een aannemer gratis handelingen verricht voor een ambtenaar die de projecten verdeelt. Behoudens contra-indicaties staat op grond van deze uiterlijke verschijningvorm vast dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke heeft aanvaard dat de diensten (faciliteren van vervoer en organiseren van een feestje) en giften (gratis werkzaamheden) hem werden verleend respectievelijk gedaan om hem als ambtenaar iets te laten doen of na te laten.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de werkzaamheden door het bedrijf van [naam medeverdachte 1] zijn uitgevoerd, maar dat de afspraak was dat in een keer zou worden betaald. Daarbij was de strikte voorwaarde dat het werk van goede kwaliteit zou zijn. Nu dit niet het geval was is de betaling uitgebleven.

Beoordeling

De door de verdachte opgevoerde constructie van de uitgestelde betaling is niet aannemelijk geworden. Dat de verdachte een dergelijke afspraak had gemaakt wordt door de verdachte niet onderbouwd, wordt door [naam medeverdachte 1] tegengesproken en blijkt - ook overigens - niet uit het dossier. Ook blijkt niet dat de verdachte bij [naam medeverdachte 1] heeft geklaagd over de kwaliteit van de werkzaamheden. Daarbij komt nog dat een dergelijke afspraak ook niet voor de hand ligt. Er is geen goede reden te bedenken waarom bijvoorbeeld een betaling van taxikosten zou kunnen uitblijven wanneer een badkamer niet geheel naar wens is afgewerkt. Dit wordt nog onaannemelijker wanneer de werkzaamheden in tijd niet samenvallen.

Conclusie

Niet aannemelijk is geworden dat betalingsafspraken zijn gemaakt tussen de verdachte en (het bedrijf van) [naam medeverdachte 1] . Dat maakt dat op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de feiten en omstandigheden het niet anders kan zijn dan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans voor lief heeft genomen dat [naam medeverdachte 1] de diensten (faciliteren van vervoer en organiseren van een feestje) en giften (gratis werkzaamheden) heeft verleend respectievelijk gedaan aan verdachte met als doel om een concrete tegenprestatie terug te krijgen of een speciale relatie te doen ontstaan die zal leiden tot een voorkeursbehandeling.

1.6

Zaaksdossier [dossiernaam 5]

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Vanaf 2008 heeft [naam medverdachte] (hierna: [naam medverdachte] ) met zijn bedrijf gedurende een aantal jaren advieswerkzaamheden verricht voor [naam stichting 1] die vanaf dat jaar het openbaar onderwijs in Rotterdam verzorgde. Bij [naam stichting 1] is de verdachte de contactpersoon van [naam medverdachte] . In 2009 heeft de verdachte aan [naam medverdachte] gevraagd of hij nog een baan wist voor zijn echtgenote [naam medeverdachte 3] (hierna [naam medeverdachte 3] ). [naam medverdachte] heeft de verdachte gewezen op een vacature bij [naam bedrijf 2] en vervolgens de naam van [naam medeverdachte 3] aan [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van [naam bedrijf 2] doorgegeven. [naam medeverdachte 3] is in dienst gekomen bij [naam bedrijf 2] . en later bij [naam bedrijf 3] Tussen juni 2009 en mei 2012 zijn aan haar salarisbetalingen gedaan door deze B.V.’s. Het salaris is ontvangen op de en/of rekening van de verdachte en zijn echtgenote [naam medeverdachte 3] . [naam medeverdachte 3] heeft nooit werkzaamheden verricht voor de genoemde B.V.’s. Gesteld noch gebleken is dat [naam medeverdachte 3] in de periode van de salarisbetalingen bij een van beide bedrijven heeft gemeld dat zij werd betaald zonder daarvoor te werken en/of heeft gevraagd of er werk te doen was. De verdachte is een aantal keer langsgereden bij [naam 1] maar heeft hem niet thuis getroffen. Het salaris van [naam medeverdachte 3] is steeds doorbelast aan [naam bedrijf 4] Enig aandeelhouder van deze B.V. is Stichting [naam stichting 2] . [naam medverdachte] en [naam 1] zijn de bestuurders van laatstgenoemde B.V.

Beoordeling

Op grond van de uiterlijke verschijningvorm rondom de totstandkoming van de baan van [naam medeverdachte 3] en de salarisbetalingen zoals die blijken uit de feiten en omstandigheden hiervoor is niet vast te stellen dat de verdachte wist of willens en wetens de aanmerkelijke kans voor lief nam dat de baan werd geregeld of de salarisbetalingen aan de verdachte werden gedaan met als doel een concrete tegenprestatie terug te krijgen of een speciale relatie te doen ontstaan met [naam medverdachte] die zal leiden tot een voorkeursbehandeling. Daarbij speelt een rol dat de verdachte weliswaar op de hoogte was van de betrokkenheid van [naam medverdachte] bij de totstandkoming van de baan van [naam medeverdachte 3] maar dat geen direct bewijs voorhanden is dat de verdachte wist dat [naam medverdachte] met een aan hem gelieerd bedrijf achter de salarisbetalingen zat.

Wel leidt de uiterlijke verschijningsvorm van dit alles tot de vaststelling dat de verdachte op zijn klompen kon aanvoelen dat het [naam medverdachte] te doen was om met de dienst (het regelen van de baan) en de giften (de salarisbetalingen zonder arbeid) meer opdrachten te verkrijgen. Als gezegd wist de verdachte van de betrokkenheid van [naam medverdachte] bij de totstandkoming van de baan van [naam medeverdachte 3] en nam hij - daarmee in samenhang bezien - de aanmerkelijke kans voor lief dat [naam medverdachte] ook bij de salarisbetalingen op zijn en/of rekening betrokken was. Dit volgt deels al uit de al genoemde feiten en omstandigheden. Bovenal echter volgt dit ook uit de verklaring van de verdachte zelf. Daaruit is minst genomen op te maken dat hij bij de salarisbetalingen zonder tegenprestatie onraad rook. Wanneer de verdachte door de politie wordt gevraagd naar wat hem met betrekking tot het salaris van [naam medeverdachte 3] is voorgespiegeld antwoordt hij dat [naam medverdachte] zou hebben gezegd: ‘Jullie hebben een probleem, die meneer (rb: [naam 1] ) kan jouw vrouw aan een baan helpen en het is nooit van start gegaan. Natuurlijk, de constructie daar achter weet ik niet. Ik weet ook niet dat [naam 2] ... Ik dacht echt dat hij daarvoor gezorgd had voor eh... Ik heb het hem (rb: [naam medverdachte] ) meerdere malen gevraagd van zit daar een band verder tussen, we hopen dat je hem kent. Ik heb dat meerdere malen aan hem gevraagd. (…) In verband met wat er nu speelt. (…) Hij heeft mij altijd voorgehouden van er zit niks en die man is zo begaan.’

Conclusie

Op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de feiten en omstandigheden en de verklaring van de verdachte kan het niet anders zijn dan dat de verdachte redelijkerwijze moest vermoeden dat het [naam medverdachte] voor ogen stond om met de dienst (het regelen van de baan) en de giften (de salarisbetalingen zonder arbeid) heeft gedaan met als doel om een concrete tegenprestatie terug te krijgen of een speciale relatie te doen ontstaan die zal leiden tot een voorkeursbehandeling.

1.7

Handelen of nalaten in strijd met plicht

In de rechtspraak is het bestanddeel ‘handelen in strijd met zijn plicht’ zoals opgenomen in artikel 363 Sr ruim uitgelegd. De Hoge Raad heeft zelfs expliciet bepaald dat artikel 363 Sr mede ziet op het doen van giften of beloften aan een ambtenaar teneinde aldus een relatie met die ambtenaar te doen ontstaan of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen.

Vastgesteld is dat de verdachte giften en diensten heeft ontvangen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het doel was om een concrete tegenprestatie terug te krijgen of een speciale relatie te doen ontstaan die zal leiden tot een voorkeursbehandeling. Gelet op het voorgaande kan aldus worden bewezen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de giften en diensten werden gedaan respectievelijk verleend om hem te bewegen tot een doen of nalaten in strijd met zijn plicht.

1.8

Omkoping achteraf

Omdat de giften en/of diensten aan de verdachte op verschillende momenten plaatsvonden in dezelfde periode als [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en/of [naam medverdachte] opdrachten kregen, hadden deze giften en/of diensten mogelijk niet alleen het doel zo’n behandeling te krijgen, maar werden ze ook gedaan als dank daarvoor. Daarom acht de rechtbank ook bewezen dat de verdachte de giften en diensten aan de verdachte heeft gedaan ten gevolge van of naar aanleiding van een handelen of nalaten van de verdachte, de zogenaamde omkoping achteraf.

Feiten 2 en 3 Valsheid in geschrift en oplichting

2.1

Zaaksdossier [dossiernaam 6]

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Op de locatie [adres 3] van de Rotterdamse openbare basisschool [naam school 1] diende de zolderverdieping geïsoleerd te worden teneinde de ondergelegen verdieping, waar de bibliotheek gevestigd was, voor onderwijsdoeleinden geschikt te maken. Projectleider van dit verbouwproject met nummer [nummer 1] , dat plaatsvond in 2011, was [naam getuige 4] en de aannemer was [naam bedrijf 5] , vertegenwoordigd door [naam 3] (hierna: [naam 3] ).

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte toestemming had van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam om € 150.000,-- uit het aan [naam stichting 1] toegewezen budget voor energiebesparende maatregelen in te zetten voor [naam school 1] . De verdachte heeft dit medegedeeld aan [naam getuige 4] en [naam 4] (hierna: [naam 4] ). De verdachte had geen weet van de verdere gang van zaken. Het is hem dan ook een raadsel waarom facturen opgehoogd zijn naar € 150.000,--. Bij gebrek aan bewijs, en omdat er geen sprake is van medeplegen, dient de verdachte te worden vrijgesproken van zowel de valsheid in geschrift als de oplichting.

Beoordeling

In het midden kan blijven of de verdachte het bedrag van € 150.000,-- al dan niet kon gebruiken bij dit project. Het verwijt ziet immers op - kort gezegd - het ophogen van de offertes, de opdracht en facturen. Hetgeen namens de verdachte overigens, en zonder nadere onderbouwing is aangevoerd, wordt weerlegd door de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen.

Voor de vraag naar het medeplegen geldt het volgende. Dat zijn bemoeienis verder reikte dan de verdachte doet voorkomen, volgt reeds uit hetgeen 1.2 is opgemerkt over de functie en taken van de verdachte, en de wijze waarop hij die invulde en uitvoerde. Daarnaast komt de rol die de verdachte specifiek in dit project heeft vervuld tot uitdrukking door niet alleen zijn parafen te zetten op de (aangepaste) offertes en facturen, maar ook in de verklaring van [naam getuige 4] over de betaling van facturen die geen betrekking hadden op dit project. [naam getuige 4] heeft verklaard dat hij dat met toestemming van de verdachte heeft gedaan. De verdachte was volgens hem degene die de mogelijkheid zag nog openstaande facturen via [naam school 1] te betalen, en dat het klopt dat hiervoor de bedragen in de offertes van [naam bedrijf 5] (rb: [naam bedrijf 5] .) opgehoogd moesten worden. [naam getuige 4] gaf alleen aan wat er open stond en de verdachte bepaalde waar het ondergebracht moest worden, aldus [naam getuige 4] .

Conclusie

De verdachte kan voor zowel de valsheid in geschrift als de oplichting als medepleger aangemerkt worden.

2.2

Zaaksdossier [dossiernaam 7]

2.2.1

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Op de locatie [adres 3] van Rotterdamse openbare basisschool [naam school 1] moesten diverse verbouwwerkzaamheden plaatsvinden in verband met vochtproblemen. Constructiefouten moesten worden hersteld en kozijnen vervangen. Door de dienst [naam instantie 3] werd een bedrag ad € 200.000,-- ter beschikking gesteld om de verbouwing uit te voeren. De verbouwing werd ook nog uit verschillende andere potjes betaald.

Het opsporingsonderzoek heeft uitgewezen dat voor dit project voor een marktconforme prijs is gedeclareerd. Projectleider van dit verbouwproject met nummer [nummer 2] , dat plaatsvond in 2010, was [naam medeverdachte 2] en aannemer was [naam bedrijf 6] (hierna: [naam bedrijf 6] ), vertegenwoordigd door [naam 5] (hierna: [naam 5] ).

2.2.2

Partiële vrijspraken

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat hetgeen onder 2 met betrekking tot dit zaaksdossier is ten laste gelegd ten aanzien van het proces-verbaal van oplevering (tweede gedachtestreepje) niet wettig en overtuigend is bewezen. Daarom zal de verdachte daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat hetgeen onder 3 met betrekking tot dit zaaksdossier is ten laste gelegd ten aanzien van het inschakelen van [naam bedrijf 7] (vijfde gedachtestreepje) niet wettig en overtuigend is bewezen. Daarom zal de verdachte daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

2.2.3

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat er weliswaar waarschijnlijk een inschrijvingsbijeenkomst heeft plaatsgevonden, maar dat de opdracht aan [naam bedrijf 6] , die al geruime tijd bezig was met de uitvoering van het werk, in feit al was vergeven. Ook zijn facturen met betrekking tot dit project aangepast, waarbij de officier van justitie wijst op de verklaring van [naam 5] en andere medewerkers van [naam bedrijf 6] . De bij [naam stichting 1] ingediende (en betaalde) facturen van [naam bedrijf 7] wijken volgens de officier van justitie dermate af van kostenbegrotingen van anderen, dat sprake is van over facturering, en daarmee oplichting van [naam stichting 1] .

De officier van justitie acht de oplichting wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft met betrekking tot de valsheid in geschrift geconcludeerd dat de valse opdrachtbrief bewezen kan worden verklaard.

2.2.4

Beoordeling

Verklaring [naam medeverdachte 2]

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft [naam medeverdachte 2] - weliswaar alleen in zijn eigen zaak - verklaard over deze verbouwing. De balken in het schoolgebouw moesten worden vervangen en de aanvoer van materiaal kon niet anders gebeuren dan via het schoolplein. Dat kon niet onder schooltijd gebeuren en daarom moesten de verbouwwerkzaamheden in de schoolvakantie plaatsvinden. Om die reden waren bij deze verbouwing voorbereidende werkzaamheden noodzakelijk. [naam bedrijf 6] heeft die verricht, omdat bleek dat dit bedrijf daarvoor de goedkoopste was. De aanbesteding heeft wel degelijk plaatsgevonden, en betreft geen schijnconstructie. Dat er facturen moesten worden aangepast klopt, omdat die uit een ander potje voor dit project betaald moest worden dan de factuur vermeldde. Soms bracht dat met zich mee dat het bedrag op de factuur over verschillende facturen moest worden verdeeld, en dus ook in dat opzicht moest worden aangepast.

Aannemelijk is geworden, zoals ook de officier van justitie en de verdediging hebben betoogd, dat er op 27 mei 2010 een inschrijving voor een aanbesteding heeft plaatsgevonden. De opdracht is naar [naam bedrijf 6] gegaan, die blijkens de inschrijfformulieren de goedkoopste aannemer was. Als juist is, wat [naam medeverdachte 2] hierover heeft verklaard, dan is dit geen schijnconstructie geweest. Het verklaart waarom bijvoorbeeld de schooldirecteur volhoudt dat de werkzaamheden al rond maart 2010 zijn begonnen, en het verklaart ook waarom [naam 5] heeft gezegd dat de werkzaamheden al begonnen waren voordat de aanbesteding plaatsvond. Dat [naam bedrijf 6] werkzaamheden, zoals het plaatsen van stofschotten en sloopwerkzaamheden, van vóór de aanbesteding declareerde, is dan te verklaren door het verrichten van die voorbereidende werkzaamheden. Dat hij deze werkzaamheden op dit projectnummer heeft gedeclareerd, is niet onlogisch omdat voorbereidende werkzaamheden deel uitmaakten van zijn offerte van 26 mei 2010, die weer ten grondslag lag aan de inschrijving van 27 mei 2010. [naam 5] heeft verklaard dat hij de opdrachtbrief van 1 juni 2010 nooit heeft gekregen, hetgeen in lijn is met de verklaring van de verdachte, dat die er niet was, en dat hij die daarom pas achteraf heeft opgemaakt. Dit kan tevens verklaren waarom [naam 5] bij zijn facturatie niet verwees naar de opdrachtverlening (die had hij immers niet) maar naar zijn eigen prijsopgave van 26 mei 2010, die hij dan opdracht noemt. De verklaring van [naam medeverdachte 2] verhoudt zich in dit licht geheel met de bewijsmiddelen.

[naam 5] en werknemers van [naam bedrijf 6] hebben verklaard over het aanpassen van facturen in opdracht van [naam medeverdachte 2] . Vastgesteld wordt dat de uitleg die [naam medeverdachte 2] hieraan heeft gegeven, evenmin onverenigbaar is met deze bewijsmiddelen.

Overfacturering door [naam medeverdachte 2] ?

Min of meer losstaand hiervan is de kwestie van de bij [naam stichting 1] ingediende facturen van [naam bedrijf 7] , de eenmanszaak van [naam medeverdachte 2] . Deze wijken volgens de officier van justitie dermate af van kostenbegrotingen van anderen, dat sprake is van over facturering, en daarmee oplichting van [naam stichting 1] .

[naam medeverdachte 2] heeft in totaal een bedrag van ruim € 95.000,-- gedeclareerd en heeft dat ook van [naam stichting 1] betaald gekregen. De kostenraming van [naam bedrijf 8] voor de werkzaamheden van de projectleider komt uit op een bedrag van ruim

€ 46.500,--. Vastgesteld wordt evenwel, dat eerstgenoemd bedrag betrekking heeft op alle werkzaamheden van [naam medeverdachte 2] met betrekking tot [naam school 1] , en dat de kostenraming slechts betrekking heeft op de werkzaamheden met betrekking tot de vochtproblematiek (pagina 614 zaaksdossier [dossiernaam 7] ). Betalingen aan [naam medeverdachte 2] op dit project met nummer [nummer 2] belopen een bedrag van in totaal

€ 56.772,92 (pagina 42 en 43 en pagina 546 en 547 zaaksdossier [dossiernaam 7] ). Gesteld noch gebleken is, dat niet is gewerkt voor een bedrag van deze omvang. Bovendien wijkt dit bedrag niet dermate af van de raming, dat reeds om die reden gesproken kan worden van oplichting.

De begroting door de deskundige, ingeschakeld door het door [naam stichting 1] in de arm genomen onderzoeksbureau [naam bedrijf 9] , is buiten beschouwing gelaten. Niet blijkt dat deze deskundige over alle informatie uit het opsporingsonderzoek beschikte.

Opdrachtbrief

De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij - alleen - de opdrachtbrief van [naam stichting 1] aan [naam bedrijf 6] , projectnummer [nummer 2] valselijk heeft opgemaakt, zodat dit onderdeel, anders dan de raadsman heeft bepleit, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Zonder deze opdrachtbrief in de administratie zou de dienst [naam instantie 3] of [naam stichting 1] mogelijk niet tot betaling in dit project zijn overgegaan, maar niet kan worden bewezen dat het opnemen in de administratie gebeurde met het oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling. De opdracht was uitgevoerd, en er moest voor betaald worden. De verdachte moet in zoverre worden vrijgesproken van de oplichting.

2.2.5

Conclusie

De valsheid in geschrift met betrekking tot de opdrachtverstrekking kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Voor het overige dient de verdachte van dit feit te worden vrijgesproken. Voor de oplichting met die brief wordt de verdachte, zoals hierdoor overwogen, vrijgesproken. Voor hetgeen verder in het kader van de oplichting ten laste is gelegd geldt dat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de verklaring van [naam medeverdachte 2] , eveneens vrijspraak moet volgen.

2.3

Zaaksdossier [dossiernaam 8]

2.3.1

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Op de openbare montessorischool [naam school 2] te Rotterdam moesten diverse verbouwwerkzaamheden verricht worden in verband met een lekkage bij het dak en problemen met de riolering. Door de dienst [naam instantie 3] werd een bedrag ad € 111.725,75 ter beschikking gesteld om de verbouwing uit te voeren. Projectleider van dit verbouwproject met nummer [nummer 3] , dat plaatsvond in 2011, was [naam medeverdachte 2] en de aannemer was [naam bedrijf 1] vertegenwoordigd door [naam medeverdachte 1] . [naam bedrijf 1] heeft de opdracht gekregen voor een bedrag dat € 54.000,-- hoger lag dan het bedrag waarmee het bedrijf zich had ingeschreven.

2.3.2

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat bewezen kan worden verklaard dat de opdracht aan [naam medeverdachte 1] door het opnemen van een omvangrijke stelpost voor een veel te hoog bedrag is verleend. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard, dat vooraf al bekend was dat de betreffende werkzaamheden niet zouden worden uitgevoerd. Er heeft, anders dan het (valse) proces-verbaal van inschrijving wil doen voorkomen, geen inschrijving plaatsgevonden, en de facturen zijn opgehoogd om privé-zaken van de verdachte via dit project te kunnen doorfactureren. De officier van justitie heeft hierbij onder meer gewezen op de verklaringen van [naam medeverdachte 1] .

De officier van justitie acht ten aanzien van de verdachte bewezen dat hij samen met [naam medeverdachte 2] het proces-verbaal van inschrijving, samen met [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] de factuur van 13 juli 2009 valselijk heeft opgemaakt en de valsheid in geschrift ten aanzien van de opdrachtbrief. Hij heeft zich bovendien samen met [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde oplichting.

2.3.3

Beoordeling

Werkzaamheden stelpost

[naam medeverdachte 2] heeft - ook hier in zijn eigen zaak - tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard dat de stelpost van deze omvang was, omdat rekening gehouden moest worden met een ‘worst case scenario’. Omdat deze werkzaamheden nog onzeker waren, was het niet de bedoeling dat deze door de inschrijvers meegenomen zouden worden in hun begroting. Daarom is de opdracht vermeerderd met een stelpost, voor elke inschrijver even groot. De werkzaamheden met betrekking tot de riolering zijn wel degelijk verricht. [naam medeverdachte 2] heeft nooit een eindafrekening of een overzicht van meer- of minderwerk gezien, zodat hij niet heeft kunnen nalopen, of alle in de stelpost meegenomen werkzaamheden verricht zijn. De aanbesteding heeft gewoon plaatsgevonden.

[naam medeverdachte 1] heeft - eveneens in zijn eigen zaak - tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard, dat zijn zoon degene was die de werkzaamheden aan het riool zou uitvoeren, en dat hij bij navraag van hem heeft gehoord, dat deze werkzaamheden wel geheel uitgevoerd zijn.

Op grond van deze verklaringen is het door de officier van justitie geschetste beeld in een ander licht komen te staan. Kern van haar betoog is immers, dat de opdracht verleend is met een vooraf al niet reële stelpost voor werkzaamheden, die niet zijn verricht, en dat daar wel voor betaald is. Dit nu kan niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid vastgesteld worden.

De officier van justitie heeft nog gewezen op het onderzoek van het [naam bedrijf 9] , waarin de conciërge van de school heeft verklaard dat deze rioolwerkzaamheden niet zijn uitgevoerd. De door de [naam bedrijf 9] ingeschakelde deskundige heeft achteraf, bij gebreke van tekeningen, slechts beperkt onderzoek kunnen doen naar de verrichtte werkzaamheden. Over de werkzaamheden aan het riool vermeldt hij slechts voornoemde mededeling van de conciërge, zonder enige reden van wetenschap te vermelden (pagina 175 zaaksdossier [dossiernaam 8] ). De rechtbank schuift dit schriftelijk bescheid daarom als onvoldoende redengevend terzijde.

De facturen van 13 juli 2009

Nu de facturen van 13 juli 2009 overeen stemmen met het met de uiteindelijke opdracht gemoeide bedrag, en in het verlengde van het voorgaande niet gesteld kan worden, dat dit bedrag te hoog of anderszins onjuist is, is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat deze vals opgemaakt zijn, en dat door middel van deze facturen teveel betaald is.

De verklaring van [naam medeverdachte 1] , dat met de teveel ontvangen gelden - kort gezegd - mede het huis in [dossiernaam 10] voor de verdachte en diens badkamer diende te worden gefinancierd, ontbeert hiermee feitelijke onderbouwing. Daarbij komt dat zijn verklaring op dit punt niet wordt ondersteund door aanwijsbare facturen.

Was er een aanbesteding?

[naam medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat er geen, of geen normale aanbesteding heeft plaatsgevonden met enveloppen, en dat die er op het laatste moment doorheen gedrukt moest worden in verband met de zomervakantie. Bij de rechter-commissaris verklaart hij met betrekking tot [naam school 2] over een aanbesteding, waar een envelop werd opengemaakt en waar ook [naam 4] bij was. De agenda van [naam 4] vermeldt de bewuste dag (8 juli 2009) een aanbesteding, en hij merkt hierbij op dat alleen hij en het secretariaat afspraken in zijn agenda kunnen zetten. Hoewel [naam 6] , (een van) de (andere) inschrijver(s), zegt zich niet ingeschreven te hebben en zich geen proces-verbaal van inschrijving herinnert, blijft er zodanig veel ruimte voor twijfel, dat de valsheid van het proces-verbaal van inschrijving, en daarmee de oplichting middels dit stuk, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

2.3.4

Conclusie

De verdachte zal op grond van het voorgaande worden vrijgesproken van de valsheid in geschrift.

Het oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling, noch de oplichtingsmiddelen kunnen bewezen worden verklaard en de verdachte dient ook van de oplichting te worden vrijgesproken.

2.4

Zaaksdossier [dossiernaam 9]

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] heeft van [naam stichting 1] in 2009 opdracht gekregen voor de verbouwing van de openbare basisschool (O.B.S) [naam school 3] voor een bedrag van € 165.500,-- exclusief BTW. De uitgevoerde werkzaamheden werden dienovereenkomstig gefactureerd in augustus en september 2009 en door [naam stichting 1] betaald. Bij mail van 23 december 2010 heeft [naam medverdachte] aan de verdachte een factuur van Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] , gedateerd 2 juli 2010, gestuurd voor een bedrag van € 169.114,99 inclusief BTW, met als omschrijving “Verbouwing O.B.S. [naam school 3] ” en met de vraag of de stukken zo akkoord zijn. Blijkens het projectnummer heeft deze factuur geen betrekking op [naam school 3] , maar op het project [projectnaam 1] . De verdachte heeft [naam medverdachte] bij mail van 24 december 2010 geantwoord onder meer nog inschrijvingen van drie aannemers nodig te hebben.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat de valsheid in geschrift ten aanzien van het inschrijfbiljet van [naam bedrijf 1] , de opdrachtverstrekking alsmede de factuur gedateerd 2 juli 2010 wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard, zij het dat ten aanzien van de opdrachtverstrekking geen sprake is van medeplegen. Ten aanzien van de oplichting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld, dat dat integraal wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu verdachte en zijn medeverdachten met hun gedragingen hebben bijgedragen aan de oplichting van [naam stichting 1] / [naam instantie 3] en/of de gemeente Rotterdam en dat het niet noodzakelijk is, dat alle gedragingen, iedere valsheid, listige kunstgreep of verdichtsel door allen in nauwe en bewuste samenwerking zijn uitgevoerd, maar dat voldoende is, dat een ieder zijn bewuste bijdrage heeft geleverd aan de oplichting in zijn geheel.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is, dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken, omdat hij alleen bij het voortraject betrokken is geweest, de uitvoering van een project volledig in handen was de projectleider en dit project overeenkomstig de opdracht is uitgevoerd en gefactureerd.

Beoordeling

Uit het dossier blijkt, dat het project [projectnaam 2] door Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] overeenkomstig de opdracht is uitgevoerd en gefactureerd en dat diezelfde vennootschap het werk [projectnaam 1] overeenkomstig het bedrag van de begroting heeft gefactureerd en betaald gekregen van [naam stichting 1] .

Uit het dossier blijkt niet, dat [naam stichting 1] / [naam instantie 3] en/of de gemeente Rotterdam is/zijn bewogen tot betaling van enig geldbedrag, het aangaan van een verplichting of een schuld dan waartoe hij of één hunner op grond van de door genoemd aannemingsbedrijf verrichte werkzaamheden gehouden was. Reeds om die reden dient vanwege het ontbreken van het vereiste oogmerk van de onder feit 3 ten laste gelegde oplichting vrijspraak te volgen.

Voor de onder feit 2 ten laste gelegde valsheid in geschrift geldt het volgende.

- Inschrijfbiljet

[naam medeverdachte 1] heeft in een politieverhoor verklaard, dat voor dit werk geen aanbesteding heeft plaatsgevonden en dat hij op verzoek van de verdachte een reeds ingevuld inschrijfbiljet heeft getekend. Daartegenover staat de verklaring van [naam getuige 5] (één van de bestuurders van Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] ), die bij de rechter-commissaris heeft verklaard, dat er wel een aanbesteding heeft plaatsgevonden en dat het werk conform de opdracht is uitgevoerd en gefactureerd. Nu [naam medeverdachte 1] bij zijn verhoor door de rechter-commissaris op zijn eerdere verklaring is teruggekomen in die zin, dat hij het bedrag wel heeft ingevuld, zijn firmastempel heeft geplaatst en heeft geparafeerd, maar dat hij aan dit project niet heeft gerekend, is er reden temeer om de eerdere, op zichzelf staande verklaring terzijde te schuiven. De verdachte dient wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs van dit onderdeel te worden vrijgesproken.

- Opdrachtverstrekking

De verdachte heeft bekend de opdrachtverstrekking aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] te hebben geantedateerd en van een gekopieerde handtekening te hebben voorzien, zodat dit onderdeel, anders dan de raadsman heeft bepleit, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

- Factuur 2 juli 2010

[naam medverdachte] heeft verklaard deze factuur van Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] te hebben ontvangen en daarop zijn firmastempel en handtekening te hebben geplaatst voor de uitvoering van het project, en die doorgestuurd te hebben aan de verdachte, voor wie de stukken bestemd waren, maar dat hem destijds is ontgaan dat de omschrijving niet correspondeerde met het projectnummer. [naam getuige 5] heeft als getuige bij de rechter-commissaris verklaard, dat hij de verdachte alleen van naam kent en hem niet in het kader van dit project heeft gesproken of ontmoet, dat hij de factuur op verzoek van de administratie van [naam stichting 1] heeft toegestuurd aan [naam medverdachte] dat dat wel eens vaker gebeurde aan het eind van het jaar als er projecten afgesloten moesten worden of stukken kwijt waren.

Uit de bewijsmiddelen blijkt niet, dat [naam medverdachte] opzettelijk op deze factuur de omschrijving en/of de bedragen heeft aangepast en blijkt evenmin van een bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachten, zodat de verdachte ook van dit onderdeel moet worden vrijgesproken.

Conclusie

De valsheid in geschrift met betrekking tot de opdrachtverstrekking kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Voor het overige dient de verdachte te worden vrijgesproken.

2.5

Zaaksdossier [dossiernaam 10]

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte van het onder 2 met betrekking tot zaaksdossier [dossiernaam 10] ten laste gelegde moet worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs. De valsheid in geschrift, zoals hier ten gelegd, is gebaseerd op de belastende verklaringen van [naam medeverdachte 1] en die worden verder in het dossier niet ondersteund. Voor medeplegen is in het dossier geen enkel bewijs aanwezig.

Beoordeling

Dit verweer wordt weerlegd door de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, waaronder de door de verdachte bij de politie afgelegde verklaring. Zoals hiervoor is overwogen, kan onder meer op basis van die verklaring worden bewezen dat de verdachte betrokken was bij de onder 1 met betrekking tot zaaksdossier [dossiernaam 10] ten laste gelegde constructie met valse facturen. Dit betreffen dezelfde facturen als die onder 2 zijn opgenomen. Bovendien blijkt uit die bewijsmiddelen, dat de verdachte hierbij een zodanig gewichtige rol vervulde, dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en dus de rol van medepleger heeft gehad.

Conclusie

Medeplegen van valsheid in geschrift door de verdachte, zoals onder 2 ten laste gelegd ten aanzien van zaaksdossier [dossiernaam 10] , kan daarom worden bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 in zaaksdossiers [dossiernaam 6] , [dossiernaam 7] , [dossiernaam 9] en [dossiernaam 10] en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In deze bijlage heeft de rechtbank ten aanzien van feit 2 [dossiernaam 11] een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde in zoverre heeft bekend en ten aanzien daarvan nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 in zaaksdossier [dossiernaam 11] ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 11 juli 2011 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Soest en/of Schiedam en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland en/of [dossiernaam 10]

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en)

in zijn functie als ambtenaar, te weten als hoofd van de afdeling huisvesting en/of projectmanager bij nieuwbouw c.q. renovatiewerkzaamheden bij de [naam stichting 1] ( [naam stichting 1] ), in elk geval enig ambtelijke functie

meermalen, althans eenmaal

opzettelijk (een) gift(en) en of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en) te weten, (onder meer)

(zaaksdossier [dossiernaam 10] )

- het op naam van [naam medeverdachte 2] stellen/houden van een vakantiewoning (met het adres [adres 1] ) in [plaats] ( [dossiernaam 10] ) terwijl verdachte de feitelijk rechthebbende is, dan wel dient te worden en/of

- het gebruik van een vakantiewoning (met het adres [adres 1] ) in [plaats] ( [dossiernaam 10] ) om niet, althans tegen een lagere vergoeding dan in overeenstemming met de waarde en/of staat van dat appartement en/of de daar aanwezige inrichting en inventaris

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2]

en/of

- het door [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 11] laten opstellen van valse facturen aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] en/of (vervolgens) het door [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] middels verhoogde en/of valse facturen doorbelasten aan [naam stichting 1] , althans medewerking verlenen aan een (financiële) constructie om kosten en/of afbetalingen voor/aan een vakantiewoning (met het adres [adres 1] ) in [plaats] ( [dossiernaam 10] ) door te berekenen aan [naam stichting 1] (middels opgehoogde/valse facturen)

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2] en/of

- [naam medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder en/of aandeelhouder van [naam bedrijf 12] en/of [naam bedrijf 1] ( [naam bedrijf 1] )

en/of

(zaaksdossier [dossiernaam 12] )

- een of meer contante geldbedragen en/of

- een of meer verbouwingen in/aan de woning van verdachte (met het adres [adres 2] , Capelle a/d IJssel) en/of aan de woning van zijn, verdachtes, moeder en/of

- aanleg en/of onderhoud van de tuin rondom de woning van verdachte (met het adres [adres 2] , Capelle a/d IJssel) en/of

- faciliteren van vervoer van en naar de luchthaven en/of

- organiseren en/of betalen van de kosten van het (verjaardags)feestje van zijn, verdachtes, dochter ( [naam 7] ) en/of

- een laptop en/of dvd-speler en/of telefoon(s) en/of wasmachine en/of vaatwasser,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder en/of aandeelhouder van [naam bedrijf 12] en/of [naam bedrijf 1] ( [naam bedrijf 1] )

en/of

(zaaksdossier Salaris [naam medeverdachte 3] )

- een aanstelling/tewerkstelling van [naam medeverdachte 3] bij onderneming [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3] en/of

- ( maandelijkse) (salaris)betalingen aan [naam medeverdachte 3] en /of [naam verdachte] door onderneming [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3]

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medverdachte] (in zijn hoedanigheid van (extern) projectleider / toezichthouder en/of directeur van [naam bedrijf 13] en/of bestuurder van Stichting [naam stichting 3] ) en/of

- [naam 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3] en/of bestuurder van [naam bedrijf 4] en/of bestuurder van Stichting [naam stichting 2] )

heeft aangenomen, terwijl hij en/of de mededader(s)

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of aangeboden teneinde verdachte te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of aangeboden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door verdachte in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten en/of

- deze giften en/of belofte en/of diensten heeft/hebben gevraagd teneinde verdachte te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- deze giften en/of belofte en/of diensten heeft/hebben gevraagd ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door verdachte in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten

te weten (telkens)

het in strijd met het beleid van [naam stichting 1] en/of de aanbestedingsprocedure te handelen en/of

het (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van [naam stichting 1] en/of

het geven van een voorkeursbehandeling (anders dan om zakelijke redenen) en/of

een relatie te doen ontstaan en/of te onderhouden anders dan op basis van objectieve gronden zou behoren;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 11 juli 2011,

te Rotterdam en/of Maasdam en/of Mussel en/of Capelle aan den IJssel en/of Soest en/of Apeldoorn en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Uden en/of Veghel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen

meermalen, althans eenmaal (telkens) (een inschrijfformulier(en) en/of (een) opdrachtverstrekking(en)/opdrachtbrie(f)(ven) en/of (een) offerte(s) en/of (een) factu(u)r(en), zijnde (elk) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk - immers in strijd met de waarheid -

(in zaaksdossier [dossiernaam 6] )

onder meer:

- op de offerte d.d. 16 maart 2011, offertenummer 11-off-150 (p.839 e.v.) en/of

- op de offerte d.d. 16 maart 2011, offertenummer 11-off-171 (p. 389 e.v.) (telkens) een bedrag vermeld en/of doen/laten vermelden dat (veel) hoger was dan het werkelijke/oorspronkelijke bedrag voor de betreffende werkzaamheden, en/of de offerte(s) (telkens) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of

- op de factuur d.d. 16 maart 2011, factuurnummer 201130150 (p. 397) en/of

- op de factuur d.d. 31 mei 2011, factuurnummer 201130289 (p. 407) (telkens) een hoger bedrag vermeld en/of doen/laten vermelden dan het werkelijke bedrag voor de op de factu(u)r(en) omschreven werkzaamheden en/of

- op de factuur van [naam bedrijf 14] d.d. 29 april 2011, factuurnummer 2011-0055 (p. 417) en/of

-op de factuur van [naam bedrijf 15] d.d. 22 maart 2011, factuurnummer 20110522 (p. 420)

(telkens) de locatie en/of de schoolnaam van de werkzaamheden gewijzigd en/of doen/laten wijzigen in ' [naam school 1] '

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 7] )

onder meer:

- de opdrachtverstrekking/opdrachtbrief van [naam stichting 1] aan [naam bedrijf 6] , projectnummer [nummer 2] geantedateerd op 1 juni 2010 en/of doen/laten antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of een (gekopieerde) handtekening (p. 484, 503-506, 572) en/of

- het proces-verbaal van oplevering d.d. 15 september 2010 doen/laten voorzien van een handtekening namens [naam bedrijf 6] op naam van [naam 5] (p. 352)

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 9] )

onder meer:

- het inschrijfbiljet van [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] opgesteld en/of doen/laten opstellen en/of het bedrag reeds ingevuld en/of doen/laten invullen terwijl geen sprake was van een bieding (p. 344)

- de opdrachtverstrekking aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] met het kenmerk AR-79713/B5/ [naam instantie 3] inzake SBO [naam school 3] (p. 335) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of een (gekopieerde) handtekening (p. 207, 220, 234-237) en/of

- op de factuur d.d. 2 juli 2010, factuurnummer 15835 - 9800020 de omschrijving en/of de bedragen aangepast en/of doen/laten aanpassen (p. 103, 106 e.v.)

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 11] )

onder meer:

- de opdrachtbrief aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] met het kenmerk Ar-79636 inzake [projectnaam 1] (p. 4 en 5) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of (gekopieerde) handtekening en/of

- de opdrachtbrief aan [naam 8] met het kenmerk AB/ab-040.2010 inzake [naam 9] (p. 547) doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of (gekopieerde) handtekening en/of

- de opdrachtbrief aan [naam bedrijf 6] met het kenmerk 10-138 inzake school [naam 10] (p.530) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of (gekopieerde) handtekening

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 10] )

op (een) factu(u)r(en) van [naam bedrijf 11] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] , waaronder

- een factuur d.d. 11 maart 2008, factuurnummer 0803.03 (p. 41) en/of

- een factuur d.d. 3 april 2009, factuurnummer 0904.01(p. 49) en/of

op factu(u)r(en) van [naam bedrijf 7] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] , waaronder

- een factuur d.d. 30 september 2008, factuurnummer 08.0047 (p.45) en/of

- een factuur d.d. 3 april 2009, factuurnummer 09.011(p. 48)

werkzaamheden beschreven en/of doen laten omschrijven die niet, althans niet in zijn geheel zijn uitgevoerd zulks met het oogmerk om (telkens) een of meer van voormelde geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 11 juli 2011, te Rotterdam, en/of Capelle aan den IJssel en/of Maasdam en/of Mussel en/of Soest en/of Apeldoorn en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Uden en/of Veghel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de Stichting [naam stichting 1] en/of de dienst [naam instantie 3] van de gemeente Rotterdam ( [naam instantie 3] ) en/of de gemeente Rotterdam heeft/hebben bewogen tot het aangaan van (een) schuld(en) en/of verplichting(en) voortvloeiend uit een overeenkomst, althans heeft opgelicht tot de afgifte betaling van een of meer geldbedrag(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s)

met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

(zaaksdossier [dossiernaam 6] )

mbt het/de verbouwproject(en) (isolatie zolderetage) aan/bij Openbare Basisschool [naam school 1] ( [adres 3] , projectnr. [nummer 1] )

onder meer:

- op het gunningsvoorstel / advies d.d. 14-02-2011 (p. 370) een aanpassing gedaan in de hoogte van het gegunde bedrag en/of

- de opdracht aan [naam bedrijf 5] doen/laten verstrekken voor een hoger bedrag dan geoffreerd was (p.763) en/of (vervolgens)

- op een of meer factu(u)r(en) m.b.t. de betalingstermijnen van [naam bedrijf 5] (p.397- 403) en/of een of meer factu(u)r(en) m.b.t. het buitenwerk (offerte 11-off-150) en het zink- en dakwerk (offerte 11-off-171) van [naam bedrijf 5] (p. 404-409) (telkens) een

hoger bedrag doen/laten vermelden dan het werkelijke bedrag voor de op de factu(u)r(en) omschreven werkzaamheden en/of (vervolgens)

- deze factu(u)r(en) in de administratie van [naam stichting 1] opgenomen en/of doen/laten opnemen en/of die (ver)vals(t)e factu(u)r(en) betaalbaar gesteld en/of doen/laten betaalbaar stellen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

als ambtenaar een gift en/of dienst aannemen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem verleend en/of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, meermalen gepleegd

en/of

als ambtenaar een gift en/of dienst aannemen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan en/of aangeboden wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige bediening is gedaan en/of nagelaten, meermalen gepleegd

en/of

als ambtenaar een gift en/of dienst vragen teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, meermalen gepleegd

en/of

als ambtenaar een gift en/of dienst vragen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige bediening is gedaan of nagelaten, meermalen gepleegd;

2.

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

3.

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Standpunt verdediging

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde [dossiernaam 11] (in zaaksdossiers [dossiernaam 7] en [dossiernaam 11] ) is het volgende aangevoerd. De geplakte handtekeningen zijn door de verdachte aangebracht, omdat [naam getuige 3] niet met terugwerkende kracht wilde tekenen en de verdachte vervolgens in opdracht van [naam 11] de projectdossiers sluitend moest maken. Gegeven de arbeidsrechtelijke verhouding en de instructie van de werkgever beroept de verdachte zich op afwezigheid van alle schuld en dient hij - primair - van alle rechtsvervolging te worden ontslagen.

Beoordeling

Aan het verweer ligt de stelling ten grondslag dat de verdachte heeft gehandeld conform instructie, dus met een opdracht ‘van bovenhand’. Nu zo’n instructie of opdracht door de verdachte op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt en ook uit de bewijsmiddelen niet blijkt wordt het verworpen.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen. Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft als ambtenaar bij [naam stichting 1] steekpenningen aangenomen van personen, die als projectleider of aannemer voor deze stichting werkzaamheden verrichtten met betrekking tot verbouwingsprojecten bij scholen en in dat kader een zakelijke relatie hadden met de verdachte. Hij heeft samen met zijn gezin enkele jaren voor vakanties gebruik gemaakt van een vakantiewoning in [dossiernaam 10] , die eigendom was van een projectleider, [naam medeverdachte 2] . Deze woning gebruikte hij tegen een te lage vergoeding. Deze projectleider had dit huis gekocht voor ruim € 100.000,-. Dit bedrag is in overleg met de verdachte middels een constructie met valse facturen voor een (groot) deel via de hierbij betrokken aannemer, [naam medeverdachte 1] , doorbelast aan [naam stichting 1] .

Ook heeft de verdachte door deze aannemer, zonder daarvoor op enig moment te hebben betaald, verbouwingen laten verrichten aan zijn woning (de badkamer en de wc), taxiritten voor hem en zijn familieleden laten regelen en een verjaardagsfeestje voor zijn dochter laten organiseren en betalen.

Verder heeft een andere projectleider, [naam medverdachte] , een baan geregeld voor zijn echtgenote. De echtgenote van de verdachte heeft van de bedrijven bij wie zij in dienst was 36 maanden lang salaris ontvangen, terwijl zij nooit werkzaamheden heeft verricht voor deze bedrijven. Nu dit salaris werd betaald op de en/of rekening van de verdachte en zijn echtgenote, heeft de verdachte daar ook voordeel van genoten.

De verdachte heeft zich op de hiervoor beschreven wijze, steeds laten omkopen. Gebleken is dat de verdachte zichzelf en zijn gezin hiermee in grote mate bevoordeeld heeft. Dat legt bij de op te leggen straf groot gewicht in de schaal. Het exacte bedrag is niet vast te stellen, maar duidelijk is wel dat dit een bedrag betreft van een aantal tienduizenden euro’s. Daarnaast heeft de verdachte met voornoemde factuurconstructie de intentie gehad om [naam stichting 1] te laten betalen voor de aankoop van het vakantiehuis in [dossiernaam 10] . Dit betreft weliswaar geen directe bevoordeling voor de verdachte, maar wel een directe benadeling van [naam stichting 1] .

Daarnaast wordt het de verdachte zwaar aangerekend dat hij dit alles heeft gedaan als ambtenaar. Hij heeft hiermee het in hem gestelde vertrouwen beschaamd en zijn positie misbruikt voor persoonlijk voordeel. De overheid moet kunnen vertrouwen op de loyaliteit, betrouwbaarheid en onkreukbaarheid van de eigen ambtenaren. Ook heeft hij hiermee de integriteit van de overheid ernstig aangetast en het vertrouwen dat de burger in de overheid moet kunnen stellen, geschaad.

De verdachte heeft zich ook diverse malen, alleen of als medepleger, schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Het gaat om een groot aantal stukken. Dit betreffen valse facturen, die onderdeel waren van voornoemde factuurconstructie, en daarnaast ook verschillende stukken, zoals offertes, facturen en opdrachtbrieven , die zijn opgesteld in het kader van verbouwingsprojecten bij scholen. Met deze handelingen heeft hij het vertrouwen beschaamd dat men in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van deze stukken moet kunnen stellen.

Door middel van de valse stukken, die zijn opgesteld in het kader van de het project Isolatie zolder bij de school [naam school 1] , hebben de verdachte en zijn mededader(s) [naam stichting 1] , de dienst [naam instantie 3] van de gemeente en/of de gemeente Rotterdam opgelicht. Ook daarmee heeft hij het in hem gestelde vertrouwen geschaad. Meegewogen wordt wel dat dit geen persoonlijk voordeel heeft opgeleverd voor de verdachte.

Persoonlijke omstandigheden

Acht is geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 april 2017. Dit rapport houdt - kort weergegeven - onder meer het volgende in.

De verdachte en zijn echtgenote hebben een thuiswonende zoon, die PDD NOS heeft en daarom extra aandacht behoeft. Als gevolg van deze zaak is de verdachte ontslagen bij [naam stichting 1] . Sinds 2013 werkt hij voor een schoonmaakbedrijf als administratief medewerker. Zijn werkgever is positief over hem. Een veroordeling kan volgens de werkgever negatieve gevolgen hebben voor zijn baan.

De verdenkingen tegen de verdachte, die veel aandacht hebben gehad in de media, en de problematiek rond zijn zoon, hebben psychisch een behoorlijke impact gehad op de verdachte. Hij heeft hiervoor hulp gezocht en hij is naar eigen zeggen nu emotioneel gezien redelijk stabiel. Wel maakt hij zich zorgen om zijn gezin, in het bijzonder zijn zoon die een veilige omgeving nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

De reclassering onthoudt zich van advies over de straf, omdat de verdachte de feiten ontkent en het recidiverisico daardoor niet goed is in te schatten. Wel concludeert de reclassering dat de verdachte sociaal maatschappelijk goed lijkt te functioneren en er geen recidive verhogende factoren zijn.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

De verdachte en zijn raadsman hebben op de zitting gewezen op de grote impact op hem en zijn gezin van de media-aandacht voor deze zaak, waarin hij als hoofdverdachte en herkenbaar, soms zelfs met naam en toenaam, werd genoemd. Gesteld is dat er veel meer aan de hand is bij [naam stichting 1] , maar dat de verdachte wordt ‘geofferd’; de pijlen zijn op hem gericht en hij wordt in de media ten onrechte beticht van ‘miljoenenfraude bij [naam stichting 1] ’.

De verdachte heeft ook benadrukt dat hij en zijn vrouw permanent de zorg hebben voor hun zoon en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook in dit opzicht grote nadelige gevolgen zal hebben.

Conclusie

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdachte en zijn raadsman hebben verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten, met name vanwege de zorg voor zijn zoon. Gelet op de ernst van de feiten, het langdurige en structurele karakter daarvan en de grote verantwoordelijkheid die de verdachte had als ambtenaar, kan de rechtbank daar niet in mee gaan.

In strafmatigende zin wordt in aanmerking genomen dat de verdachte een blanco strafblad heeft en dat er veel media-aandacht is geweest voor deze zaak, zowel aan de start en in de loop van het onderzoek als bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. De officier van justitie heeft gesteld dat die media-aandacht het directe gevolg is van de aard en de omvang van de verdenkingen tegen de verdachten in deze zaak (ambtelijke omkoping en fraude bij [naam stichting 1] ). Dat is waar, maar dat neemt niet weg dat de impact van de zaak op de verdachte en zijn leven door die media-aandacht wel is vergroot. De verdenkingen tegen hem en de medeverdachten waren algemeen bekend en bleven door de lange tijd, die is verstreken tot aan de behandeling van de zaak, ook lang ‘rondsuizen’, zonder een echte mogelijkheid voor het geven van een weerwoord hierop. De rechtbank ziet daarom - anders dan de officier van justitie - wel reden om dit mee te wegen. Dit geldt zeker voor de verdachte, op wie in de media vooral de pijlen waren gericht. Verder houdt de rechtbank rekening met de ‘samenloop’ tussen een deel van de feiten.

Tenslotte neemt de rechtbank ambtshalve in aanmerking dat in deze zaak de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak moet worden uitgegaan van een redelijke termijn van 2 jaar waarbinnen de zaak voor de rechtbank zou moeten zijn berecht. Deze termijn is in dit geval aangevangen op het moment van de doorzoeking van de woning van de verdachte, dus op 11 juli 2011. Tussen die datum en de datum van het eindvonnis ligt een periode van bijna 6 jaar. Er is dus sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 4 jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf.

Alles afwegend zou de rechtbank, in het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden hebben opgelegd.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opleggen.

Vordering benadeelde partij

Inleiding

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , bijgestaan door mr. J. Barensen. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 312.084,30 van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De gestelde schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    een bedrag van in totaal € 158.764,31 (€ 44.872,92 + € 113.891,39) aan rechtstreekse schade als gevolg van de feiten in de zaaksdossiers [dossiernaam 7] , en [dossiernaam 6] ;

  • -

    een bedrag van € 74.922,99 aan rechtstreekse schade als gevolg van de feiten in zaaksdossier [dossiernaam 8] ;

  • -

    een bedrag van € 78.397,-- aan onderzoekskosten van [naam bedrijf 9] (hierna: [naam bedrijf 9] ), te weten 10 % van de totale onderzoekskosten van € 783.974,71, welk deel volgens de benadeelde partij kan worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van de schade (in de zin van artikel 6:96, tweede lid onder b van het Burgerlijk Wetboek) in de zaken [dossiernaam 13] , [dossiernaam 8] en [dossiernaam 9] .

De benadeelde partij vordert tevens om de verdachte te veroordelen in de kosten die zij heeft gemaakt voor juridische bijstand in deze procedure ter hoogte van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Beoordeling

De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen onder 2 ten laste is gelegd in zaaksdossier [dossiernaam 8] en van hetgeen onder 3 ten laste is gelegd in de zaaksdossiers [dossiernaam 7] , [dossiernaam 8] en [dossiernaam 9] . Reeds om deze reden moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering voor zover deze strekt tot vergoeding van schade als gevolg van deze feiten en kosten ter vaststelling van die schade.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij voor het overige een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij gaat met betrekking tot de gestelde schade als gevolg van de feiten uit van de onderzoeksresultaten van [naam bedrijf 9] , met name de conclusie van [naam bedrijf 9] dat sprake is van ‘overfacturering’ en/of ‘overbetaling’ en de totaalbedragen die daarbij zijn genoemd. De benadeelde partij stelt voor die bedragen te zijn opgelicht. De onderzoeksresultaten van [naam bedrijf 9] wijken echter af van de onderzoeksresultaten in het opsporingsonderzoek, onder meer voor wat betreft de mogelijke schade voor de benadeelde partij. Daarnaar gevraagd bij het onderzoek ter zitting kon de raadsman de schade niet nader specificeren dan met een verwijzing naar het onderzoeksrapport.

Met betrekking tot het gevorderde bedrag aan onderzoekskosten van [naam bedrijf 9] is niet inzichtelijk gemaakt in hoeverre dit bedrag is aan te merken als redelijke kosten ter vaststelling van schade als gevolg van de feiten in de zaken [dossiernaam 13] , [dossiernaam 8] en [dossiernaam 9] . De raadsman heeft desgevraagd ter zitting zelf opgemerkt dat dit lastig is vast te stellen, omdat het onderzoek door [naam bedrijf 9] zeer omvangrijk is geweest en veel meer omvatte dan het onderzoek naar de bouwprojecten bij [dossiernaam 13] , [dossiernaam 8] en [dossiernaam 9] . Het is niet op eenvoudige wijze in kaart te brengen welk deel van de onderzoekskosten te herleiden is naar de bewezen verklaarde feiten en vast te stellen of deze kosten zijn aan te merken als redelijke kosten ter vaststelling van schade als gevolg van die feiten. Dat de benadeelde partij de vordering heeft beperkt tot 10% van de kosten is niet afdoende, omdat bij gebreke van objectieve gegevens niet kan worden beoordeeld of dat percentage een reële schatting van de werkelijk gemaakte kosten oplevert.

Conclusie

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die de verdachte ter verdediging van de vordering heeft gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij verdachte te veroordelen in de kosten van juridische bijstand van de benadeelde partij wordt afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 57, 225, 326 en 363 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. L.C. van Walree en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot

en met 11 juli 2011 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Soest

en/of Schiedam en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland en/of

[dossiernaam 10]

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en)

In zijn functie als ambtenaar, te weten als hoofd van de afdeling huisvesting

en/of projectmanager bij nieuwbouw c.q. renovatiewerkzaamheden bij de

[naam stichting 1] ( [naam stichting 1] ), in elk geval enig

ambtelijke functie

meermalen, althans eenmaal

opzettelijk (een) gift(en) en of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en)

te weten, (onder meer)

(zaaksdossier [dossiernaam 10] )

- het op naam van [naam medeverdachte 2] stellen/houden van een vakantiewoning

(met het adres [adres 1] ) in [plaats] ( Turkije )

terwijl verdachte de feitelijk rechthebbende is, dan wel dient te worden en/of

- het gebruik van een vakantiewoning ( met het adres [adres 1]

) in [plaats] ( Turkije ) om niet, althans tegen een lagere

vergoeding dan in overeenstemming met de waarde en/of staat van dat

appartement en/of de daar aanwezige inrichting en inventaris

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2]

en/of

- het door [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 11] laten opstellen van

valse facturen aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] en/of (vervolgens) het

door [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] middels verhoogde en/of valse

facturen doorbelasten aan [naam stichting 1] , althans medewerking verlenen aan een

(financiële) constructie om kosten en/of afbetalingen voor/aan een

vakantiewoning (met het adres [adres 1] ) in

[plaats] ( [dossiernaam 10] ) door te berekenen aan [naam stichting 1] (middels opgehoogde/valse

facturen)

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2] en/of

- [naam medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder en/of

aandeelhouder van [naam bedrijf 12] en/of [naam bedrijf 1]

( [naam bedrijf 1] ))

en/of

(zaaksdossier [dossiernaam 12] )

- een of meer contante geldbedragen en/of

- een of meer verbouwingen in/aan de woning van verdachte (met het adres

[adres 2] , Capelle a/d IJssel) en/of aan de woning van zijn, verdachtes,

moeder en/of

- aanleg en/of onderhoud van de tuin rondom de woning van verdachte (met het

adres [adres 2] , Capelle a/d IJssel) en/of

- faciliteren van vervoer van en naar de luchthaven en/of

- organiseren en/of betalen van de kosten van het (verjaardags)feestje van

zijn, verdachtes, dochter ( [naam 7] ) en/of

- een laptop en/of dvd-speler en/of telefoon(s) en/of wasmachine en/of

vaatwasser,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder en/of

aandeelhouder van [naam bedrijf 12] en/of [naam bedrijf 1]

( [naam bedrijf 1] ))

en/of

(zaaksdossier Salaris [naam medeverdachte 3] )

- een aanstelling/tewerkstelling van [naam medeverdachte 3] bij onderneming [naam bedrijf 2]

en/of [naam bedrijf 3] en/of

- ( maandelijkse) (salaris)betalingen aan [naam medeverdachte 3] en /of [naam verdachte]

door onderneming [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3]

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medverdachte] (in zijn hoedanigheid van (extern) projectleider /

toezichthouder en/of directeur van [naam bedrijf 13] en/of bestuurder van

[naam stichting 2] ) en/of

- [naam 1] (in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3]

en/of bestuurder van [naam bedrijf 4]

en/of bestuurder van [naam stichting 2]

)

heeft aangenomen, terwijl hij en/of de mededader(s)

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden teneinde verdachte te bewegen om in strijd met zijn plicht, in

zijn bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door verdachte in strijd

met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of

nagelaten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd teneinde

verdachte te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te

doen en/of na te laten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd ten gevolge of

naar aanleiding van hetgeen door verdachte in strijd met zijn plicht in zijn

huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten

te weten (telkens)

het in strijd met het beleid van [naam stichting 1] en/of de

aanbestedingsprocedure te handelen en/of

het (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van [naam stichting 1]

en/of

het geven van een voorkeursbehandeling (anders dan om zakelijke redenen) en/of

een relatie te doen ontstaan en/of te onderhouden anders dan op basis van

objectieve gronden zou behoren;

(art. 363 jo 47 WvSr)

art 363 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot

en met 11 juli 2011,

te Rotterdam en/of Maasdam en/of Mussel en/of Capelle aan den IJssel en/of

Soest en/of Apeldoorn en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Uden en/of

Veghel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen

meermalen, althans eenmaal (telkens) (een inschrijfformulier(en) en/of (een)

opdrachtverstrekking(en)/opdrachtbrie(f)(ven) en/of (een) offerte(s) en/of

(een) factu(u)r(en), zijnde (elk) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken

en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens)

valselijk - immers in strijd met de waarheid -

(in zaaksdossier [dossiernaam 6] )

onder meer:

- op de offerte d.d. 16 maart 2011, offertenummer 11-off-150 (p.839 e.v.) en/of

- op de offerte d.d. 16 maart 2011, offertenummer 11-off-171 (p. 389 e.v.)

(telkens) een bedrag vermeld en/of doen/laten vermelden dat (veel) hoger was

dan het werkelijke/oorspronkelijke bedrag voor de betreffende werkzaamheden,

en/of de offerte(s) (telkens) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of

- op de factuur d.d. 16 maart 2011, factuurnummer 201130150 (p. 397) en/of

- op de factuur d.d. 31 mei 2011, factuurnummer 201130289 (p. 407)

(telkens) een hoger bedrag vermeld en/of doen/laten vermelden dan het

werkelijke bedrag voor de op de factu(u)r(en) omschreven werkzaamheden en/of

- op de factuur van [naam bedrijf 14] d.d. 29 april 2011,

factuurnummer 2011-0055 (p. 417) en/of

-op de factuur van [naam bedrijf 15] d.d. 22 maart 2011,

factuurnummer 20110522 (p. 420)

(telkens) de locatie en/of de schoolnaam van de werkzaamheden gewijzigd en/of

doen/laten wijzigen in ' [naam school 1] '

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 7] )

onder meer:

- de opdrachtverstrekking/opdrachtbrief van [naam stichting 1] aan [naam bedrijf 6] ,

projectnummer [nummer 2] geantedateerd op 1 juni 2010 en/of doen/laten antedateren

en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of een (gekopieerde)

handtekening (p. 484, 503-506, 572)

en/of

- het proces-verbaal van oplevering d.d. 15 september 2010 doen/laten

voorzien van een handtekening namens [naam bedrijf 6] op naam van [naam 5]

(p. 352)

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 8] )

onder meer:

- op het proces-verbaal van inschrijving d.d. 8 juli 2009 van [naam bedrijf 16]

, betreffende werkzaamheden obs [dossiernaam 8] ingeschreven

bedrijven/ aannemer(s) genoemd en/of doen/laten noemen die niet bij de

inschrijving betrokken is/zijn geweest en/of geen offerte heeft/hebben

uitgebracht en/of een paraaf en/of handtekening en/of stempel geplaatst

en/of doen/laten plaatsen van [naam getuige 3] en/of [naam 4] , althans van

medewerkers van [naam stichting 1] en/of

- ( op) de opdrachtverstrekking d.d. 9 juli 2009 inzake [dossiernaam 8] ,

projectnummer [nummer 3] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] het offertebedrag

verhoogd en/of doen/laten verhogen met een stelpost van 54.500,- voor

werkzaamheden die niet, althans niet t.b.v. [dossiernaam 8] zouden worden

uitgevoerd en/of

- de factuur d.d. 13-07-2009, factuurnummer 200930460, ter zake werkzaamheden

obs [dossiernaam 8] , 1e termijn verhoogd en/of doen/ laten verhogen tot een bedrag

van 27.477,54 (p. 367 e.v.) en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 9] )

onder meer:

- het inschrijfbiljet van [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] opgesteld en/of

doen/laten opstellen en/of het bedrag reeds ingevuld en/of doen/laten

invullen terwijl geen sprake was van een bieding (p. 344)

- de opdrachtverstrekking aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] met het

kenmerk AR-79713/B5/ [naam instantie 3] inzake SBO [dossiernaam 9] (p. 335) geantedateerd en/of

doen/laten antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam

en/of een (gekopieerde) handtekening (p. 207, 220, 234-237) en/of

- op de factuur d.d. 2 juli 2010, factuurnummer 15835 - 9800020 de

omschrijving en/of de bedragen aangepast en/of doen/laten aanpassen (p. 103,

106 e.v.)

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 11] )

onder meer:

- de opdrachtbrief aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] met het kenmerk

Ar-79636 inzake [projectnaam 1] (p. 4 en 5) geantedateerd en/of doen/laten

antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of

(gekopieerde) handtekening

en/of

- de opdrachtbrief aan [naam 8] met het kenmerk AB/ab-040.2010 inzake [naam 9] (p.

547) doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of (gekopieerde)

handtekening

en/of

- de opdrachtbrief aan [naam bedrijf 6] met het kenmerk 10-138 inzake school

[naam 10] (p.530) geantedateerd en/of doen/laten antedateren en/of

doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of (gekopieerde) handtekening

en/of

(in zaaksdossier [dossiernaam 10] )

op (een) factu(u)r(en) van [naam bedrijf 11] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1]

waaronder

- een factuur d.d. 11 maart 2008, factuurnummer 0803.03 (p. 41) en/

- een factuur d.d. 3 april 2009, factuurnummer 0904.01(p. 49) en/of

op factu(u)r(en) van [naam bedrijf 7] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1]

waaronder

- een factuur d.d. 30 september 2008, factuurnummer 08.0047 (p.45) en/of

- een factuur d.d. 3 april 2009, factuurnummer 09.011(p. 48)

werkzaamheden beschreven en/of doen laten omschrijven die niet, althans niet

in zijn geheel zijn uitgevoerd

zulks met het oogmerk om (telkens) een of meer van voormelde geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen

gebruiken;

(art. 225 jo 47 WvSr)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008

tot en met 11 juli 2011, te Rotterdam, en/of Capelle aan den IJssel en/of

Maasdam en/of Mussel en/of Soest en/of Apeldoorn en/of Nieuwerkerk aan den

IJssel en/of Uden en/of Veghel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen

meermalen, althans eenmaal,

(telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

de Stichting [naam stichting 1] ( [naam stichting 1] ) en/of de [naam instantie 3]

van de gemeente Rotterdam ( [naam instantie 3] ) en/of de gemeente

Rotterdam heeft/hebben bewogen tot het aangaan van (een) schuld(en) en/of

verplichting(en) voortvloeiend uit een overeenkomst, althans heeft opgelicht

tot betaling van een of meer geldbedrag(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s)

met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

(zaaksdossier [dossiernaam 6] )

mbt het/de verbouwproject(en) (isolatie zolderetage) aan/bij Openbare

Basisschool [naam school 1] ( [adres 3] , projectnr. [nummer 1] )

onder meer:

- op het gunningsvoorstel / advies d.d. 14-02-2011 (p. 370) een aanpassing

gedaan in de hoogte van het gegunde bedrag en/of

- de opdracht aan [naam bedrijf 5] doen/laten verstrekken voor

een hoger bedrag dan geoffreerd was (p.763) en/of (vervolgens)

- op een of meer factu(u)r(en) m.b.t. de betalingstermijnen van

[naam bedrijf 5] (p.397- 403) en/of een of meer factu(u)r(en)

m.b.t. het buitenwerk (offerte 11-off-150) en het zink- en dakwerk (offerte

11-off-171) van [naam bedrijf 5] (p. 404-409) (telkens) een

hoger bedrag doen/laten vermelden dan het werkelijke bedrag voor de op de

factu(u)r(en) omschreven werkzaamheden en/of (vervolgens)

- deze factu(u)r(en) in de administratie van [naam stichting 1] opgenomen en/of doen/laten

opnemen en/of die (ver)vals(t)e factu(u)r(en) betaalbaar gesteld en/of

doen/laten betaalbaar stellen;

en/of

(zaaksdossier [dossiernaam 7] )

mbt het/de verbouwproject(en) ( [projectnaam 3] ) aan/bij Openbare

Basisschool [naam school 1]

onder meer:

- het/de inschrijfformulier(en) van [naam bedrijf 6] en/of van [naam bedrijf 17]

en/of van [naam bedrijf 18] (p. 127 - 130) en /of een Nota van

inschrijving (p. 131)

doen/laten opmaken terwijl de werkzaamheden / verbouwingen reeds waren gegund

en/of gestart aan/door [naam bedrijf 6] en/of

- de opdrachtverstrekking/opdrachtbrief van [naam stichting 1] aan [naam bedrijf 6] ,

projectnummer [nummer 2] , geantedateerd en/of doen/laten antedateren op 1 juni

2010 en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of een

(gekopieerde) handtekening (p. 484, 503-506, 572) en/of

- de omschrijving en/of de bedragen op de factu(u)r(en) van projectnummer

[nummer 2] doen/laten aanpassen en/of (vervolgens)

- deze factu(u)r(en) in de administratie van [naam stichting 1] opgenomen en/of doen/laten

opnemen en/of geaccordeerd en/of doen/laten accorderen en/of betaalbaar

gesteld en/of doen/laten betaalbaar stellen en/of

- in strijd met de aanbestedingsvoorschriften [naam bedrijf 7]

ingeschakeld en/of doen/ laten inschakelen en/of

- de bouwmanagement- en toezichtkosten 'overgefactureerd' en/of doen/laten

'overfactureren' en/of (vervolgens) uitbetaald en/of doen/ laten uitbetalen;

en/of

(zaaksdossier [dossiernaam 8] )

mbt het/de verbouwproject(en) ( [dossiernaam 8] ) aan/bij Openbare Basisschool [naam school 2]

onder meer:

- op het proces-verbaal van inschrijving d.d. 8 juli 2009 van [naam bedrijf 16]

, betreffende werkzaamheden obs [dossiernaam 8] ingeschreven bedrijven

/aannemer(s) genoemd en/of doen/laten noemen die niet bij de inschrijving

betrokken is/zijn geweest en/of geen offerte heeft/hebben uitgebracht en/of

een paraaf en/of handtekening en/of stempel geplaatst en/of doen/laten

plaatsen van [naam getuige 3] en/of [naam 4] , althans van medewerkers van [naam stichting 1] en/of

- ( op) de opdrachtverstrekking d.d. 9 juli 2009 inzake [dossiernaam 8] ,

projectnummer [nummer 3] aan [naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] het offertebedrag

verhoogd en/of doen/ laten verhogen met een stelpost van 54.500,- voor

werkzaamheden die niet , althans niet t.b.v. [dossiernaam 8] zouden worden

uitgevoerd en/of (vervolgens)

- de (deel)facturen gerelateerd aan het oorspronkelijke offertebedrag van

[naam bedrijf 1] / [naam bedrijf 1] ad 22.467,90 gecrediteerd en/of doen/laten

crediteren en/of (vervolgens)

- de factu(u)r(en) ter zake werkzaamheden obs [dossiernaam 8] met factuurnummer

200930460 (p. 686) en/of factuurnummer 200930461 (p. 688) en/of factuurnummer

200930462 (p. 690) en/of factuurnummer 200930681(p. 692) verhoogd en/of doen

/laten verhogen en/of (vervolgens)

- deze factu(u)r(en) in de administratie van [naam stichting 1] opgenomen en/of doen/laten

opnemen en/of geaccordeerd en/of doen/laten accorderen en/of betaalbaar

gesteld en/of doen/laten betaalbaar stellen;

en/of

(zaaksdossier [dossiernaam 9] )

mbt het/de verbouwproject(en) aan/bij Openbare Basisschool [dossiernaam 9]

onder meer:

- de opdrachtverstrekking aan Aannemingsbedrijf [naam bedrijf 10] met het kenmerk

AR-79713/B5/ [naam instantie 3] inzake [naam school 3] (p. 207) geantedateerd en/of doen/laten

antedateren en/of doen/laten voorzien van een (gekopieerde) naam en/of een

(gekopieerde) handtekening (p. 207, 220, 234-237) en/of

- op de factuur d.d. 2 juli 2010, factuurnummer 15835 - 9800020 de

omschrijving en/of de bedragen aangepast en/of doen/laten aanpassen (p. 103,

106 e.v.) en/of (vervolgens)

- deze factuur in de administratie van [naam stichting 1] opgenomen en/of doen/laten opnemen

en/of geaccordeerd en/of doen/laten accorderen en/of betaalbaar gesteld

en/of doen/laten betaalbaar stellen;

waardoor [naam stichting 1] , althans de stichting en/of [naam instantie 3] , althans die dienst, althans de

gemeente Rotterdam (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van (een)

geldbedrag(en) en/of het aangaan van verplichting(en) en/of schulden;

(art 326 jo 47 WvSr)

art 326 Wetboek van Strafrecht