Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4792

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
23-06-2017
Zaaknummer
10/765055-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/765055-11

Datum uitspraak: 21 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

gemachtigd raadsman mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 16, 18, 19 en 23 mei en 7 juni 2017. Het onderzoek is gesloten op 21 juni 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 19 mei 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. van der Maas heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (medeplegen van passieve ambtelijke corruptie), althans het subsidiair ten laste gelegde (medeplichtigheid aan passieve ambtelijke corruptie), althans het meer subsidiair ten laste gelegde (witwassen), althans het impliciet meest subsidiair ten laste gelegde (schuldwitwassen);

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Waardering van het bewijs

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende vast. Tussen 1 juni 2009 en 31 mei 2012 zijn aan de verdachte maandelijks salarisbetalingen gedaan door [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] Het salaris is ontvangen op de en/of rekening van de verdachte en haar echtgenoot [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ). Van die en/of rekening zijn gedurende die maanden vele en diverse - huishoudelijke - betalingen gedaan. De verdachte heeft nooit werkzaamheden verricht voor de genoemde bedrijven. Gesteld noch gebleken is dat de verdachte in de periode van de salarisbetalingen bij een van beide bedrijven heeft gemeld dat zij werd betaald zonder daarvoor te werken en/of heeft gevraagd of er werk te doen was.

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat uit het dossier volgt dat de salarisbetalingen aan de verdachte en haar echtgenoot [naam medeverdachte 1] werden gedaan zonder dat de verdachte daarvoor hoefde te werken, om die [naam medeverdachte 1] , ambtenaar bij de [naam stichting 1] , ertoe te bewegen - kort samengevat - meer opdrachten aan een bepaalde adviseur te verstrekken. Met hetzelfde doel zou ook de functie aan de verdachte zijn aangeboden en aan haar zijn verleend. De verdachte is de medepleger van deze passieve ambtelijke corruptie van [naam medeverdachte 1] , dan wel is zij [naam medeverdachte 1] daarbij behulpzaam geweest. Indien de wetenschap van de ambtelijke corruptie niet zou komen vast te staan volgt uit het dossier minst genomen dat de verdachte de salarisbetalingen heeft witgewassen.

Beoordeling

Uit het onderzoek op de zitting en/of uit het daar besproken dossier volgt niet op overtuigende wijze dat de verdachte wetenschap heeft gehad dat [naam medeverdachte 1] als ambtenaar met giften en een dienst werd verleid om bepaalde werkzaamheden toe te delen aan een bepaalde adviseur. Van het primair en subsidiair ten laste gelegde wordt de verdachte daarom vrijgesproken.

Dat ligt anders voor het meer subsidiair ten laste gelegde.

De feiten en omstandigheden zoals die hiervoor onder het kopje ‘Inleiding’ zijn besproken rechtvaardigen het vermoeden dat de salarisbetalingen, die in de tenlastelegging worden genoemd, afkomstig zijn uit enig misdrijf. Misschien kan die conclusie nog niet worden getrokken voor de eerste of kort daarop volgende op de en/of rekening binnengekomen betalingen. Op het moment echter dat bij voortduring en met tussentijdse salarisverhoging door de verdachte gedurende 36 maanden salarisbetalingen worden ontvangen zonder dat daarvoor behoeft te worden gewerkt en zonder dat daarover enige vraag is gesteld kan zeker tot dat vermoeden worden geconcludeerd.

Bij die stand van zaken mag van de verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de ‘echte’ herkomst van de salarisbetalingen.
De verdachte heeft die verklaring niet gegeven. Bij de politie heeft zij zich grotendeels op haar zwijgrecht beroepen en op de zitting is zij niet verschenen. De conclusie is daarom dat het niet anders kan zijn dan dat de salarisbetalingen direct of indirect (‘onmiddellijk of middellijk’) uit enig misdrijf afkomstig zijn. Anders dan de raadsman heeft bepleit, is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat de gelden afkomstig zijn uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf.

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat de verdachte van die criminele herkomst van de salarisbetalingen minst genomen in voorwaardelijke zin op de hoogte is geweest: zij heeft bewust die aanmerkelijke kans aanvaard. Door de salarisbetalingen aan te wenden voor privégebruik heeft de verdachte de herkomst van het geld verhuld en zo de geldbedragen witgewassen zoals meer subsidiair ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 mei 2012, te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Schiedam, en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens)

a)

van een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en), zijnde maandelijkse salarisstorting(en) (op de bankrekening [rekeningnummer] ), tot een totaalbedrag van € 64.808,50 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrage(n),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel verborgen heeft gehouden en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op dit voorwerp / deze voorwerpen is en/of dit voorwerpen / deze voorwerpen voorhanden heeft gehad

dan wel

b)

een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrage(n), zijnde maandelijkse salarisstorting(en) (op de bankrekening [rekeningnummer] ), tot een totaalbedrag van € 64.808,50 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrage(n),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen of omgezet en/of heeft gebruik gemaakt terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geldbedrag(en), althans dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte had een baan bij [naam bedrijf 1] en later bij [naam bedrijf 2] , maar alleen op papier. Zij heeft nooit werkzaamheden verricht voor deze bedrijven. Zij kreeg echter wel salaris. Dit gebeurde 36 maanden lang. Zij had daarover aan de bel moeten trekken bij deze bedrijven, maar dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft dit door laten gaan en het geld gebruikt voor diverse privé-uitgaven. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan witwassen van een groot aantal geldbedragen. Dit betreft in totaal een bedrag van tienduizenden euro’s. Dit vormt een aantasting van de legale economie. De rechtbank rekent het de verdachte ook aan dat zij geen enkel inzicht heeft gegeven in deze gang van zaken. Bij de politie heeft zij grotendeels gezwegen en op de zitting is zij niet verschenen.

Persoonlijke omstandigheden

Acht is geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Conclusie

Met name gelet op de vrijspraak voor het primair en subsidiair ten laste gelegde (medeplegen van/medeplichtigheid aan ambtelijke omkoping), is er geen aanleiding voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals is geëist door de officier van justitie. Toch is een zware straf op zijn plaats in de vorm van een forse taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstaf.

Als leidraad bij het bepalen van de hoogte van de straf is gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. In strafmatigende zin wordt in aanmerking genomen dat de verdachte een blanco strafblad heeft en dat er veel media-aandacht is geweest voor deze zaak. De officier van justitie heeft gesteld dat die media-aandacht het directe gevolg is van de aard en de omvang van de verdenkingen tegen de verdachten in deze zaak (ambtelijke omkoping en fraude bij [naam stichting 1] ). Dat is waar, maar dat neemt niet weg dat de impact van de zaak op de verdachte door die media-aandacht wel is vergroot. De verdenkingen tegen de verdachte en de medeverdachten waren algemeen bekend en bleven door de lange tijd, die is verstreken tot aan de behandeling van de zaak, ook lang ‘rondsuizen’, zonder een echte mogelijkheid voor het geven van een weerwoord hierop. Daarom wordt dit - anders dan de officier van justitie wenste - in enige mate meegewogen bij het bepalen van de straf.

Verder neemt de rechtbank ambtshalve in aanmerking dat in deze zaak de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak moet worden uitgegaan van een redelijke termijn van 2 jaar waarbinnen de zaak voor de rechtbank zou moeten zijn berecht. Deze termijn is in dit geval aangevangen op het moment van de doorzoeking van de woning van de verdachte, namelijk op 11 juli 2011. Tussen die datum en de datum van het eindvonnis ligt een periode van bijna 6 jaar. Er is dus sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 4 jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf.

Alles afwegend zou de rechtbank, in het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden hebben opgelegd.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden,

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 166 (honderdzesenzestig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 83 (drieëntachtig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. L.C. van Walree en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

(zaaksdossier [dossiernaam] )

zij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van juni 2009 tot en

met 11 juli 2011 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Schiedam

en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met [naam medeverdachte 1] en/of (een) ander(en),

zijnde die [naam medeverdachte 1] , in functie als ambtenaar, te weten als hoofd van de

afdeling huisvesting en/of projectmanager bij nieuwbouw c.q.

renovatiewerkzaamheden bij de [naam stichting 1]

, in elk geval enige ambtelijke functie

meermalen, althans eenmaal

opzettelijk (een) gift(en) en of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en)

te weten, (onder meer)

- een aanstelling/tewerkstelling van haar, verdachte [naam verdachte] , bij

onderneming [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of

- ( maandelijkse) (salaris)betalingen aan haar, verdachte [naam verdachte] , en/of [naam medeverdachte 1]

door onderneming [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2]

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2] (in zijn hoedanigheid van (extern) projectleider /

toezichthouder en/of directeur van [naam bedrijf 3] en/of bestuurder van

[naam stichting 2] ) en/of

- [naam] (in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2]

en/of bestuurder van [naam bedrijf 4]

en/of bestuurder van [naam stichting 3]

heeft aangenomen, terwijl zij en/of die [naam medeverdachte 1] en/of die ander(en)

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) haar / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden teneinde die [naam medeverdachte 1] te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn

bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- ( telkens) wist(en) of redelijkerwijs vermoedde(n) dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) haar / hen werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [naam medeverdachte 1] in strijd

met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of

nagelaten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd teneinde die

[naam medeverdachte 1] te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen

en/of na te laten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd ten gevolge of

naar aanleiding van hetgeen door die [naam medeverdachte 1] in strijd met zijn plicht in zijn

huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten

te weten (telkens)

het in strijd met het beleid van [naam stichting 1] en/of de

aanbestedingsprocedure te handelen en/of

het (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van [naam stichting 1]

en/of

het geven van een voorkeursbehandeling (anders dan om zakelijke redenen) en/of

een relatie te doen ontstaan en/of te onderhouden anders dan op basis van

objectieve gronden zou behoren;

(art. 363 jo 47 WvSr)

art 363 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

Subsidiair,

[naam medeverdachte 1] , althans een mededader,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van juni 2009 tot en

met 11 juli 2011 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Schiedam

en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland

in zijn functie als ambtenaar, te weten als hoofd van de

afdeling huisvesting en/of projectmanager bij nieuwbouw c.q.

renovatiewerkzaamheden bij de [naam stichting 1]

), in elk geval enige ambtelijke functie

meermalen, althans eenmaal

opzettelijk (een) gift(en) en of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en)

te weten, (onder meer)

- een aanstelling/tewerkstelling van haar, verdachte [naam verdachte] , bij

onderneming [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of

- ( maandelijkse) (salaris)betalingen aan haar, verdachte [naam verdachte] , en/of [naam medeverdachte 1]

door onderneming [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2]

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door

- [naam medeverdachte 2] (in zijn hoedanigheid van (extern) projectleider /

toezichthouder en/of directeur van [naam bedrijf 3] en/of bestuurder van

[naam stichting 2] ) en/of

- [naam] (in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2]

en/of bestuurder van [naam bedrijf 4]

en/of bestuurder van [naam stichting 3]

heeft aangenomen, terwijl die [naam medeverdachte 1]

- ( telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn

bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- ( telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn

bediening iets te doen en/of na te laten en/of

- ( telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze gift(en) en/of

belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan en / of verleend en/of

aangeboden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in strijd

met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of

nagelaten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd teneinde die

[naam medeverdachte 1] te bewegen om in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen

en/of na te laten en/of

- deze gift en/of belofte en/of dienst heeft/hebben gevraagd ten gevolge of

naar aanleiding van hetgeen door die [naam medeverdachte 1] in strijd met zijn plicht in zijn

huidige en/of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten

te weten (telkens)

het in strijd met het beleid van [naam stichting 1] en/of de

aanbestedingsprocedure te handelen en/of

het (pogen te) beïnvloeden van besluitvormingsprocedures van [naam stichting 1]

en/of

het geven van een voorkeursbehandeling (anders dan om zakelijke redenen) en/of

een relatie te doen ontstaan en/of te onderhouden anders dan op basis van

objectieve gronden zou behoren

tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven zij, verdachte,

op of omstreeks de periode van 1 januari2009 tot en met 11 juli 2011,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

heeft verschaft, door toen en daar

- een (fictieve) arbeidsovereenkomst aan te gaan en/of in stand te houden en/of

- de (gezamenlijke) bankrekening, te weten [rekeningnummer] , beschikbaar te stellen en/of te houden voor de betalingen van de maandelijkse salarissen;

(art. 363 jo 48 van het Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair,

zij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 mei 2012,

te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Schiedam, en/of Nieuwerkerk aan den IJssel,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens)

a)

van een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en), zijnde

maandelijkse salarisstorting(en) (op de bankrekening [rekeningnummer] ), tot een totaalbedrag van € 64.808,50 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrage(n),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel verborgen heeft gehouden en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op dit voorwerp / deze voorwerpen is en/of dit voorwerpen / deze voorwerpen voorhanden heeft gehad

dan wel

b)

een of meerdere voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrage(n), zijnde maandelijkse salarisstorting(en) (op de bankrekening [rekeningnummer] ), tot een totaalbedrag van € 64.808,50 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrage(n),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen of omgezet en/of heeft gebruik gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geldbedrag(en), althans dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

art 420bis Wetboek van Strafrecht

art 420quater Wetboek van Strafrecht