Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4613

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-06-2017
Datum publicatie
16-06-2017
Zaaknummer
10/965105-12 10/965106-12 10/965048-14 10/965046-14 10/965049-14 10/965045-14 10/ 965101-14 10/965093-14 10/965090-14 10/965084-14 10/965095-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak op de verzoeken tot nader onderzoek in de zaak Dotterbloem (verdachten corruptie defensie/politie). De rechtbank heeft verschillende onderzoekswensen van de verdediging, waaronder het horen van getuigen, toegewezen en een aantal afgewezen. De verzoeken tot het horen van de voormalige ministers van Defensie Kamp en Van Middelkoop worden afgewezen. Deze verzoeken zijn onvoldoende onderbouwd. De beslissing tot het horen van de voormalige minister van Defensie Hillen wordt aangehouden. De rechtbank wil eerst kennis nemen van het proces-verbaal van het verhoor van Hillen door de Rijksrecherche.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2(vul parketnummer in)

Parketnummers: 10/965105-12 [verdachte 1]

10/965106-12 [verdachte 2]

10/965048-14 [verdachte 3]

10/965046-14 [verdachte 4]

10/965049-14 [verdachte 5]

10/965045-14 [verdachte 6]

10/965101-14 [verdachte 7]

10/965093-14 [verdachte 8]

10/965090-14 [verdachte 9]

10/965084-14 [verdachte 10]

10/965095-14 [verdachte 11]

Datum beslissing: (vul parketnummer in)16 juni 2017

Tegenspraak

Tussenbeslissing (vul parketnummer in)van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachten:

[Verdachte 1](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

raadsman mr. B.D.W. Martens(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te ‘s-Gravenhage(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 2](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsman mr. D. Duivelshoff(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Amsterdam(vul vestigingsplaats advocaat in)(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 3](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsman mr. M.P.K. Ruperti(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Baarn(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 4](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsman(maak een keuze) mr. K.A. Krikke(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Baarn(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 5],

raadsman mr. C.F. Korvinus(maak een keuze)(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Amsterdam(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 6](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsvrouw mr. C.M.H. van Vliet(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te (vul vestigingsplaats advocaat in).’s Gravenhage.

[Verdachte 7](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsman (maak een keuze)mr. A.H. Westendorp(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 8](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

gemachtigd raadsman mr. C. Zuur(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Amsterdam(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 9](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

raadsman mr. P.J.A. van de Laar(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Eindhoven(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 10](vul naam verdachte in: Voornamen ACHTERNAAM),

raadsman mr. C.F. Korvinus(maak een keuze)(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Amsterdam(vul naam advocaat in met voorletters)(vul vestigingsplaats advocaat in).

[Verdachte 11]

raadsman mr. C.F. Korvinus(maak een keuze)(vul naam advocaat in met voorletters), advocaat te Amsterdam(vul naam advocaat in met voorletters)(vul vestigingsplaats advocaat in).

1 Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de rechtbank van 13 juni 2017. De behandeling van de zaak heeft zich zoals aangekondigd beperkt tot het bespreken van de onderzoekswensen van de verdediging.

2 Overwegingen rechtbank ten aanzien van de verzochte getuigen/deskundigen

De rechtbank merkt vooraf op dat de getuigen, die worden toegewezen, zullen worden toegewezen in de strafzaken van alle verdachten.

 [ [Getuige A] [verdachten 1, 10 en 11]

Door verschillende raadslieden is verzocht om een deskundige te horen over de berekening van leaseprijzen en aanbestedingen.

Met de verzoekende partijen ziet de rechtbank een belang bij dit onderzoek. De rechtbank geeft daarom de rechter-commissaris opdracht om [getuige A] of een andere door de rechter-commissaris aan te wijzen deskundige op dit terrein te horen.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Getuige B] [verdachten 8, 10 en 11]

Deze getuige zou, als autodealer en tevens klant van [bedrijf Z], kunnen verklaren over de vraag of het gebruikelijk is om kortingen te splitsen.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Getuige C] [verdachte 1]

Deze getuige betreft de CEO van het lease [bedrijf Y]. De rechtbank ziet een verdedigingsbelang.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Getuige D] [verdachte 1]

Deze getuige betreft een integriteitsambtenaar, die al eerder is gehoord door de rechter-commissaris. De officier van justitie heeft zich niet verzet, mits een goede onderbouwing wordt gegeven welke nadere omstandigheden ertoe nopen dat deze getuige opnieuw gehoord wordt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdediging deze nadere onderbouwing voldoende gegeven.

Het verzoek wordt toegewezen.

MIVD-medewerkers [verdachten 1, 10 en 11], waaronder [getuige E], voormalig directeur MIVD [verdachte 3, 4 en 5]

De rechter-commissaris heeft over het verzoek ten aanzien van een tweetal niet bij naam genoemde MIVD-medewerkers het volgende overwogen: “In de kern heeft de verdachte

gesteld dat hij genoodzaakt was tot (een deel van) de verweten gedragingen, noem: "het

relatiebeheer", omdat hij enkel op die manier de MIVD goed ten dienste kon zijn. Uit die

stelling volgt naar het oordeel van de rechter-commissaris echter op zich niet reeds een

verdedigingsbelang: dat zou anders zijn indien bijvoorbeeld de verweten gedragingen onder

invloed, wetenschap en bijvoorbeeld instemming van de MIVD plaatsvonden, hetgeen niet

is gesteld of anderszins gebleken.”

De rechtbank begrijpt het oordeel van de rechter-commissaris aldus, dat eventuele verklaringen van de MIVD-medewerkers over de noodzaak van de verdachte tot ‘relatiebeheer’ niet raken aan het verwijt dat de verdachte gemaakt wordt en daarmee geen verdedigingsbelang behelzen. De rechtbank kan zich vinden in dit oordeel en ziet geen aanleiding van de beslissing van de rechter-commissaris af te wijken. Dezelfde redenering geldt ten aanzien van de voormalig directeur van de MIVD, [getuige E].

De verzoeken worden afgewezen.

 [ [Getuigen F en G] [verdachten 3, 4 en 5]

Het verzoek om deze getuigen te horen is slechts in algemene en summiere bewoordingen onderbouwd. De rechtbank ziet voorshands in die onderbouwing niet de relevantie van het horen van deze getuigen (waarvan [getuige F] reeds eerder door de rechter-commissaris is afgewezen) voor het beantwoorden van de vragen van artikel 348/350 van het Wetboek van strafvordering (Sv).

Het verzoek wordt afgewezen.

 [ [Getuige H] [verdachten 3, 4 en 5]

Deze getuige betreft de voormalige directeur Inkoop van Defensie. De rechtbank ziet een mogelijk verdedigingsbelang.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Getuige I] [verdachten 3, 4 en 5]

De verdediging wil deze getuige vragen stellen over de ambtelijke voorschriften. Voor zover dit specifieke kennis zou betreffen waar deze getuige in het bijzonder over zou kunnen verklaren, ziet de rechtbank geen rechtstreeks belang voor beantwoording van de vragen van artikel 348/350 Sv.

Het verzoek wordt afgewezen.

Kamp en Van Middelkoop [verdachten 3, 4 en 5]

Een aantal raadslieden heeft gevraagd om de voormalige ministers van Defensie de heren H.G.J. Kamp en E. van Middelkoop als getuige te horen met verschillende argumenten die zijn terug te voeren op de vraag naar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachten. In dit kader wenst de verdediging de opgegeven getuigen te bevragen over de beweerdelijk verleende kosteloze dienstverlening.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van de verdediging dient te worden afgewezen.

De rechtbank begrijpt het verzoek aldus dat door de raadslieden een beroep wordt gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Het komt er - kort gezegd - op neer dat de respectievelijke verdachten wel zijn vervolgd, terwijl de toenmalige ministers voor het verkrijgen van soortgelijke kortingen niet zijn vervolgd.

De rechtbank stelt voorop dat aan het openbaar ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. Deze beslissing om al dan niet tot vervolging over te gaan leent zich slechts in beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Hoewel het niet principieel is uitgesloten, is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op grond van schending van het gelijkheidsbeginsel.

Het niet vervolgen van de opgegeven getuigen raakt naar het oordeel van de rechtbank, mede gehoord de toelichting van de officier van justitie ter zitting, niet direct aan de vervolgingsbeslissing in de zaak van de verdachten. Daar komt bij dat door de verdediging op dit moment onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat en op welke wijze er sprake zou zijn van gelijke gevallen waardoor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de zaak tegen de verdachten in het geding zou komen. De verdediging heeft onvoldoende aangevoerd over een vermeende tegenprestatie, directe betrokkenheid bij de aanbesteding of een door de opgegeven getuigen gevraagde korting. Het verzoek tot het horen van de getuigen Kamp van Van Middelkoop wordt afgewezen.

Het verzoek tot het horen van de getuigen Kamp van Van Middelkoop wordt afgewezen.

Hillen [verdachten 3, 4, 5 en 7]

Een aantal raadslieden heeft gevraagd om de voormalige minister van Defensie H. Hillen als getuige te horen over hetgeen hij in het verhoor bij de Rijksrecherche heeft verklaard. Het proces-verbaal van dit verhoor is nog niet aan het dossier toegevoegd. De rechtbank wil eerst kennisnemen van het proces-verbaal van het verhoor dat van Hillen is afgenomen. De rechtbank houdt een beslissing op dit verzoek aan tot de volgende regiezitting op 14 september 2017.

Het verzoek zal worden aangehouden.

 [ [Getuigen J en K] [verdachte 7]

[Getuige K] wordt al gehoord op 18 juli 2017.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Verdachte 11] [verdachten 1 en 9]

Het verhoor van de [verdachte 11] is al ingepland bij de rechter-commissaris op 18 juli 2017.

Het verzoek wordt toegewezen.

 [ [Verdachten 9, 8 en 1] [verdachten 10 en 11]

Het gaat hierbij om medeverdachten. [Verdachte 8] is al gehoord door de rechter-commissaris, maar nog niet in de zaken van deze verdachten. De rechtbank ziet een verdedigingsbelang. De verzoeken worden toegewezen.

Omtrent het horen van de getuigen

De rechter-commissaris zal alle raadslieden in de gelegenheid stellen aanwezig te zijn bij de verhoren op de data zoals de rechter-commissaris die bepaalt, voor zover de raadslieden daartoe blijkens hun opgave bij de rechter-commissaris binnen twee weken na deze beslissing, de wens te kennen geven.

3 Overwegingen rechtbank ten aanzien van de overige onderzoekswensen

Nieuw onderzoek deskundige waarde auto’s [verdachte 2]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de antwoorden in het rapport op de gestelde vragen, alsmede de reactie en kritiek daarop van de verdediging. Het commentaar van de verdediging en de door haar opgeworpen kritiek leent zich voor een nadere reactie van de deskundige, die schriftelijk kan geschieden. Op die beantwoording kan de verdediging dan weer reageren bij pleidooi. Het horen van de deskundige is daarvoor niet essentieel.

Het verzoek tot het benoemen van een nieuwe deskundige wordt afgewezen.

De onderbouwing van de sepotcode inzake [getuige L] [verdachte 9]

Het niet vervolgen van de opgegeven getuige raakt niet direct aan de vervolgingsbeslissing in de zaak van de verdachte. Het verzoek wordt afgewezen.

Verzoek verwijzing naar de politierechter [verdachte 6]

De rechtbank wijst dit verzoek af, gelet op de verwevenheid met de zaken van de andere verdachten en de complexiteit van het onderzoek.

4 BESLISSING

De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde:

 de toegewezen getuigen te horen in alle zaken:

  • -

    [Getuige A], werkzaam bij [bedrijf X], of een andere door de rechter-commissaris aan te wijzen deskundige op het terrein van leaseprijzen en aanbestedingen;

  • -

    [Getuige B]; autodealer en tevens klant van [bedrijf Z] (identiteit door de rechter-commissaris nader vast te stellen);

  • -

    [Getuige C], CEO van [bedrijf Y];

  • -

    [Getuige D], integriteitsfunctionaris bij het Ministerie van Defensie;

  • -

    [Getuige H], voormalig directeur Inkoop bij het Ministerie van Defensie;

  • -

    [Getuige J], voormalig CFO bij [bedrijf W];

  • -

    [Getuige K], oud-directeur bij [bedrijf W];

  • -

    [Verdachte 11];

  • -

    [Verdachte 9];

  • -

    [Verdachte 8];

  • -

    [Verdachte 1],

en de raadslieden van alle verdachten gelegenheid te geven tot het bijwonen van deze getuigenverhoren en het stellen van vragen;

  • -

    over te gaan tot benoeming van een deskundige over de berekening van leaseprijzen en aanbestedingen;

  • -

    te zorgen voor een nadere reactie door de reeds geraadpleegde deskundige op het commentaar van de verdediging in de zaak van de [verdachte 2].

Het onderzoek wordt geschorst tot de terechtzitting (regie) op 14 september 2017 te 09.30 uur.

De raadslieden is aangezegd op de nadere terechtzitting aanwezig te zijn, alsmede de [verdachten 1, 5, 10 en 11].

Tegen de nadere terechtzitting dienen de [verdachten 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9] en raadsman mr. J.J.A. van de Laar te worden opgeroepen.

Deze tussenbeslissing is vastgesteld door de voorzitter op 16 juni 2017 en is als digitale bijlage per e-mail verzonden naar de raadslieden van de verdachten op 16 juni 2017.