Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4519

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
ROT 17/3386 en ROT 17/3387
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

In de brief waarin verweerder meedeelt dat is geconstateerd dat verzoeker 1 heeft gehandeld in strijd met een haar op 1 december 2016 opgelegde last onder dwangsom ligt geen nieuw besluit besloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 4

zaaknummers: ROT 17/3386 en ROT 17/3387

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juni 2017 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Thermen Binnenmaas B.V.te ‘s-Gravendeel, verzoekster 1,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MS Logistics B.V.,

te ‘s-Gravendeel, verzoekster 2,

gemachtigde: mr. A. Ester,

en

de burgemeester van de gemeente Binnenmaas, verweerder,

gemachtigde: mr. B. Walraven.

Procesverloop

Bij brief van 31 mei 2017 heeft verweerder verzoekster 1 medegedeeld dat is geconstateerd dat zij in strijd met een haar op 1 december 2016 opgelegde last onder bestuursdwang heeft gehandeld, doordat zij – kort gezegd – nog steeds zonder in het bezit te zijn van een exploitatievergunning dranken en spijzen verstrekt. Verweerder heeft haar gesommeerd uiterlijk 5 juni 2017 de door bezoekers voor het doen van bestellingen gebruikte tablets uit het wellnesscentrum te verwijderen en de zich in een container bevindende bedrijfskeuken buiten gebruik te stellen, bij gebreke waarvan verweerder dit zal doen.

Verzoeksters hebben daartegen bezwaar gemaakt en verzoeken om voorlopige voorziening ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2017. Ter zitting zijn verschenen [bestuurder] (bestuurder van verzoekster 1, hierna: [bestuurder]) en de gemachtigde van verzoeksters. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van [medewerker 1] en [medewerker 2].

Overwegingen

1. Bij besluiten van 1 december 2016 heeft verweerder verzoekster 1, Le Bon Papillon B.V. te Zwijndrecht, F-S Fitness B.V. te ’s-Gravendeel, en [x] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het zonder exploitatievergunning verstrekken van dranken en spijzen binnen de inrichting die gevormd wordt door de onderlinge bedrijfsactiviteiten van deze (rechts)personen, te staken en gestaakt te houden door binnen twee weken – onder meer – de zich in een container bevindende bedrijfskeuken buiten gebruik te stellen en van het perceel [adres 1] af te voeren (of af te sluiten en op het perceel te laten staan, waarna verweerder deze zal verzegelen) en ook de tablets (digitale menukaarten) van genoemd perceel af te voeren en afgevoerd te houden.

2. Bij de behandeling van een eerder verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de besluiten van 1 december 2016 is namens verweerder ter zitting verklaard dat de tablets mogen worden gebruikt om bezoekers van het wellnesscentrum in staat te stellen zonder verdere tussenkomst van de toenmalige verzoeksters (Le Bon Papillon B.V., Thermen Binnenmaas B.V., F-S Fitness B.V. en [x]) maaltijden en niet-alcoholische drank te bestellen bij niet aan die toenmalige verzoeksters gelieerde bezorgdiensten, zolang de bestellingen ingepakt aan de bezoekers worden overhandigd door de bezorgdienst en de bestellingen direct bij die bezorgdienst worden afgerekend. Om deze reden is toen geoordeeld dat de voor het doen van dergelijke bestellingen aanwezige tablets niet behoefden te worden verwijderd (uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 21 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:9896).

3. Op het bezwaar tegen genoemde besluiten van 1 december 2016 is beslist bij besluiten van 12 april 2017, tegen welke beslissingen op bezwaar geen beroep is ingesteld. Verweerder heeft zich daarin onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften gemeente Binnenmaas van 14 februari 2017 ten aanzien van de tablets op het standpunt gesteld dat deze zowel ten tijde van de besluiten van 1 december 2016, als op een later moment zijn gebruikt om de overtreding te begaan dan wel in stand te laten en daarom in ieder geval ten tijde van de besluiten van 1 december 2016 terecht onderdeel waren van de last onder bestuursdwang.

4. Verweerder heeft zich inmiddels, in de brief van 31 mei 2017, op het standpunt gesteld dat de last onder bestuursdwang is overtreden, doordat bij controles en observaties is gebleken dat de tablets worden gebruikt om bij Le Bon Papillon en/of haar pseudoniem La Nouvelle Cuisine, volgens verweerder de eigen keuken van verzoekster 1, te bestellen. Bovendien is de keukencontainer niet buiten gebruik gesteld, maar slechts verplaatst, naar de [adres 2]. Bij de onderhavige behandeling ter zitting van 7 juni 2017 heeft verweerder bij monde van [medewerker 1] bevestigd dat het gebruik van de tablets nog steeds zou zijn toegestaan als het slechts bestellingen bij eerdergenoemde niet-gelieerde bezorgdiensten zou betreffen, maar aangevoerd dat daarvan volgens verweerder dus juist geen sprake is. Voorts heeft verweerder verklaard inmiddels bezig te zijn met nader onderzoek naar de gestelde exploitatie en eigendom van de keuken door een andere rechtspersoon en daarom nog niet onmiddellijk te zullen overgaan tot het verzegelen van die keuken.

5. Verzoeksters hebben betoogd, samengevat, dat de brief van 31 mei 2017 geen uitvoering van de eerdere last onder bestuursdwang betreft, maar een nieuwe beslissing tot het toepassen van bestuursdwang, die is gebaseerd op een geheel andere feitenconstellatie. Verzoekster 2, die handelt onder de naam La Nouvelle Cuisine en de genoemde keukenvoorziening exploiteert, is in de eerdere last onder bestuursdwang in het geheel niet genoemd en is ook niet gelieerd aan de genoemde toenmalige verzoeksters, zodat met de eerdere last onder bestuursdwang de keukenvoorziening van verzoekster 2 niet buiten gebruik kan worden gesteld. Verzoekster 1 stelt ten aanzien van de keukenvoorziening in het geheel geen zeggenschap te hebben, terwijl de tablets worden gebruikt overeenkomstig hetgeen door verweerder is toegestaan.

6. Tegen deze achtergrond vermag de voorzieningenrechter niet in te zien dat in de brief van 31 mei 2017 (afgezien van de niet ter discussie staande begunstigingstermijn) een nieuw besluit besloten ligt. De brief richt zich niet tot verzoekster 2 en verweerder beoogt ook geen handhavend optreden ten aanzien van verzoekster 2 en is, integendeel, juist doende zich (onder meer) ervan te vergewissen of de eigendom van de keuken berust bij verzoekster 2. Ten aanzien van verzoekster 1 bevat de brief van 31 mei 2017 geen enkele uitbreiding van de last onder bestuursdwang: wat zij niet mocht en niet mag is het gebruiken van de in de last onder bestuursdwang genoemde keukenvoorziening en het gebruiken van de tablets voor bestellingen bij bezorgdiensten die zijn gelieerd aan de onder 2. vermelde geadresseerden van de besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. In zoverre is de brief van 31 mei 2017 dan ook geen besluit. Partijen verschillen van mening over de vraag of feitelijk sprake is van het genoemde verboden gebruik, maar daarover zal verweerder een beslissing moeten nemen in het kader van de feitelijke tenuitvoerlegging van de last onder bestuursdwang, welke feitelijke tenuitvoerlegging niet aan het oordeel van de bestuursrechter, maar aan dat van de civiele rechter is onderworpen.

7. Het voorgaande betekent dat de door verzoeksters gemaakte bezwaren tegen de brief van 31 mei 2017 naar verwachting niet-ontvankelijk zullen moeten worden verklaard, zodat geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hielkema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.