Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4461

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
12-06-2017
Zaaknummer
10/711132-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor Afpersing, terwijl het feit wordt begaan op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/711132-16

Datum uitspraak: 1 februari 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de PI Rotterdam, locatie De Schie,

raadsman mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N.Y. Rose heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte betwist enige betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit. De verdediging stelt dat van de verklaring van de verdachte dient te worden uitgegaan in plaats van de verklaringen van de aangever en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] . De verdediging plaatst vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de waarnemingen en herinneringen van de aangever. Het was voor de aangever een heftige en chaotische gebeurtenis, en hij heeft zelf verklaard dat hij minder goed kon nadenken door de aangelegde nekklem. Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verklaringen van de aangever niet consistent zijn. Er wordt door hem verschillend verklaard bij de politie en de rechter-commissaris. Ook acht de verdediging de verklaringen van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] ongeloofwaardig, omdat deze verklaringen onregelmatigheden bevatten en innerlijk tegenstrijdig zijn. Bovendien had de medeverdachte [naam medeverdachte 1] volgens de verdediging een motief om de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 2] te belasten en zichzelf daarmee - in zijn ogen - deels te ontlasten. Voorts voert de verdediging aan dat de verklaring van de verdachte door ander ontlastend bewijs wordt ondersteund. Zo is de weggenomen telefoon niet aangetroffen bij de verdachte en heeft de getuige [naam getuige 1] de verdachte niet herkend als één van de twee personen die hij eerder weg heeft zien rennen. De verdediging heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat van het ten laste gelegde medeplegen door de verdachte geen sprake is, nu de daartoe vereiste nauwe en bewuste samenwerking heeft ontbroken. De verdediging bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

4.1.2.

Beoordeling

In hetgeen door de verdediging is gesteld heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden om aan de juistheid van de door de aangever afgelegde verklaring te twijfelen. Deze verklaring wordt immers op essentiële punten ondersteund door de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , die zijn verklaring heeft afgelegd zonder kennis te hebben genomen van de door aangever afgelegde verklaring. Uit deze verklaringen volgt dat de aangever door de medeverdachte [naam medeverdachte 1] van zijn fiets is getrokken, waarna hij samen met twee andere jongens de aangever bedreigden met woorden en lichamelijk geweld. Uit de verklaringen van [naam medeverdachte 1] blijkt dat met de twee andere jongens de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 2] worden bedoeld. Uit de door [naam medeverdachte 1] afgelegde verklaringen concludeert de rechtbank voorts dat de verdachte en de medeverdachten een mes bij zich hadden. De aangever heeft verklaard hiermee bedreigd te zijn. De aangever voelde zich door dit alles gedwongen zijn telefoon af te geven.

Ook andere bewijsmiddelen ondersteunen de verklaringen van aangever en medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Getuige [naam getuige 2] heeft drie personen weg zien rennen vanaf de man die aangaf beroofd te zijn door deze drie jongens. Ook de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 2] bekennen dat zij met zijn drieën waren op het moment dat de medeverdachte [naam medeverdachte 1] het slachtoffer van zijn fiets trok.

De verdachte verklaart dat hij direct nadat [naam medeverdachte 1] de aangever van zijn fiets had getrokken is weggerend. De verklaringen van de verdachte zijn, gelet op het voorgaande, op dit punt niet geloofwaardig. Zijn verklaringen zijn bovendien niet consistent. Daarnaast verklaart de aangever dat één van de drie jongens een voetbalshirtje met het opschrift ‘Fly Emirates’ aan had. De politie heeft geconstateerd dat de verdachte ten tijde van zijn aanhouding een soortgelijk shirt droeg.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de verklaring van de aangever en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] leidt de rechtbank, met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde, het volgende af. De verdachte en zijn medeverdachten hebben voorafgaand aan de tenlastegelegde gedragingen besproken wat zij zouden gaan doen, er was een vooropgezet plan. Voorts is sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering, waarbij ieders rol van voldoende gewicht geweest is om van medeplegen te kunnen spreken. Waar de medeverdachte [naam medeverdachte 1] de aangever van zijn fiets gooide en hem in een nekklem hield, toonde de medeverdachte [naam medeverdachte 2] een mes en maakte hiermee stekende bewegingen. De verdachte was degene die het teken gaf tot uitvoeren van de beroving en stond er vervolgens met gebalde vuisten bij. Alle drie hebben zij gedurende deze gedragingen bedreigingen met geweld geuit. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, zodat het ten laste gelegde medeplegen bewezen is.

4.1.3.

Conclusie

Het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 04 oktober 2016 te Brielle op of aan de openbare weg, nabij

de [plaats delict] , althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- versperren/blokkeren van de weg van/aan die [naam slachtoffer] en/of zich opdringen aan die [naam slachtoffer] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) die [naam slachtoffer] van zijn fiets trekken en/of

- ( daarbij) (vervolgens) die [naam slachtoffer] in een wurgreep/wurgklem nemen en/of

- ( daarbij) (met kracht) de keel van die [naam slachtoffer] dichtduwen/dichtdrukken en/of

- ( daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [naam slachtoffer] tonen en/of voorhouden en/of met dit mes/voorwerp stekende bewegingen naar/in de richting van het gezicht en/of de keel/hals van die [naam slachtoffer] maken en/of

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Geld, geld, we willen geld" en/of "Geld, geld of ik steek je" en/of "Ik steek je, ik steek je" en/of "telefoon, geld, telefoon, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Afpersing, terwijl het feit wordt begaan op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten, schuldig gemaakt aan afpersing op de openbare weg. Dit soort misdrijven veroorzaken niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor de samenleving gevoelens van onveiligheid en zorgen voor onrust. Het slachtoffer wilde nietsvermoedend langs de drie verdachten fietsen en lag plotseling tussen deze drie dreigende personen, in een nekklem op de grond, terwijl hem een mes werd getoond. Dit alles om het slachtoffer van zijn telefoon te beroven. De rechtbank acht dit een zeer ernstig feit.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
23 december 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 30 december 2016. Dit rapport houdt het volgende in. Indien de verdachte schuldig wordt bevonden, wordt geadviseerd, als de ernst van de strafbare feiten dit toelaat, de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hierbij wordt reclasseringstoezicht, en een gedragsinterventie (Cognitieve Vaardighedentraining) geadviseerd. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf onder hierna te noemen voorwaarden opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (zegge: achttien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 (zegge: acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

  • -

    de veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een GI-RN Cognitieve Vaardigheden;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. M.C. van der Kolk en K.J. van den Herik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 04 oktober 2016 te Brielle op of aan de openbare weg, nabij

de [plaats delict] , althans een openbare weg tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- versperren/blokkeren van de weg van/aan die [naam slachtoffer] en/of zich opdringen aan die [naam slachtoffer] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) die [naam slachtoffer] van zijn fiets trekken en/of

- ( daarbij) (vervolgens) die [naam slachtoffer] in een wurgreep/wurgklem nemen en/of

- ( daarbij) (met kracht) de keel van die [naam slachtoffer] dichtduwen/dichtdrukken en/of

- ( daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [naam slachtoffer] tonen en/of voorhouden en/of met dit mes/voorwerp stekende bewegingen naar/in de richting van het gezicht en/of de keel/hals van die [naam slachtoffer] maken en/of

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Geld, geld, we willen geld" en/of "Geld, geld of ik steek je" en/of "Ik steek je, ik steek je" en/of "telefoon, geld, telefoon, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(art. 317 jo 47 Wetboek van Strafrecht)