Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4290

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-03-2017
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
10/998255-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplichtigheid aan overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/998255-16

Datum uitspraak: 3 maart 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

de [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 februari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 181 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 120 voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, alsmede oplegging van een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering ten aanzien van feit 1

4.1.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van de 77 shells, zoals ten laste gelegd onder feit 1. De verdachte heeft weliswaar verklaard dat de shells in zijn slaapkamer lagen, maar de verdachte moet een zekere feitelijke zeggenschap gehad hebben over het vuurwerk om te kunnen spreken van het voorhanden hebben. In onderhavige zaak is dit niet het geval. De dozen die bij de verdachte neergelegd zijn, waren niet van hem. Hij had daar dus ook geen beschikkingsmacht over.

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte was er bij toen de dozen vuurwerk op 16 november 2016 door twee medeverdachten bij zijn huis aan de [adres verdachte] werden afgeleverd. De overgebleven dozen vuurwerk, dat wil zeggen de dozen die die avond niet aan klanten zijn verkocht en meegenomen, zijn door de medeverdachten in de kelderbox van de woning van verdachte gezet. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die dozen vervolgens zelf naar zijn slaapkamer heeft gebracht om te voorkomen dat het vuurwerk zou worden gestolen. Twee dagen later, op 18 november 2016, heeft de politie de partij vuurwerk op de slaapkamer van verdachte aangetroffen.

Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte wel degelijk beschikkingsmacht had over de shells. Bovendien luidt het verwijt dat de verdachte samen met anderen vuurwerk voorhanden heeft gehad. De door de verdachte geleverde bijdrage aan dat voorhanden hebben is stellig van voldoende gewicht om bewezenverklaring van het medeplegen te kunnen dragen.

Het is algemeen bekend dat de zogenoemde shells tot het professionele vuurwerk worden gerekend.

4.1.3.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Conclusie

Bewezen zijn de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring (van feit 1) redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring (van feit 2) redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2016 tot en met 18 november 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 77, althans één of meer, shells heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2016 tot en met 17 november 2016, te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, aan (een) ander(en) ter beschikking heeft gesteld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans éénmaal, aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of aan [naam 3] en/of aan [naam 4] (zich noemende [nickname] ), in elk geval aan één of meer personen, telkens een hoeveelheid knalvuurwerk (Super Cobra 6), in ieder geval professioneel vuurwerk, ter beschikking gesteld;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan

2. Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zeer gevaarlijke vuurwerk, namelijk shells, in zijn slaapkamer opgeslagen. Hij heeft hierbij niet nagedacht over de mogelijke gevolgen wanneer dit vuurwerk zou ontploffen. Ook is hij een schakel geweest in handel in Cobra’s 6, door dit vuurwerk ter beschikking te stellen aan [naam 1] , die dit vuurwerk op zijn beurt weer doorverkocht. Ook de Cobra 6 is massa-explosief vuurwerk dat ernstig letsel en veel schade kan veroorzaken. De rechtbank acht dit twee ernstige feiten. De rechtbank weegt bij het bepalen van de straf mee dat de verdachte een ondergeschikte rol had in het geheel en door anderen werd aangestuurd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 november 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet wel aanleiding om deze niet langer te laten duren dan het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast wordt de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd door de reclassering, ziet de rechtbank geen aanleiding de verdachte de bijzondere voorwaarden op te leggen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder 1 en 2 genoemde goederen op de beslaglijst te onttrekken aan het verkeer en het onder 3 genoemde goed op de beslaglijst verbeurd te verklaren.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft ter zitting te kennen gegeven zijn telefoon, genoemd onder 3 op de beslaglijst, graag terug te krijgen.

8.3.

Beoordeling

De onder 1 en 2 genoemde goederen, het in beslag genomen vuurwerk, zal worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Voorts zijn de bewezen feiten met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan.

Ten aanzien van het onder 3 genoemde goed, de in beslag genomen telefoon, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 (honderd) dagen, en bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 39 (negenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer het vuurwerk, genoemd onder 1 en 2 op de beslaglijst;

- gelast de teruggave aan verdachte van de telefoon, genoemd onder 3 op de beslaglijst;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. Snitker, voorzitter,

en mrs. E.G. Fels en M. Beusmans-Verwijs, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2016 tot en met 18 november 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 77, althans één of meer, shells heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1. Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2. lid 1 Vuurwerkbesluit juncto artikel 47 en 91 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks periode van 1 november 2016 tot en met 17 november 2016, te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, aan (een) ander(en) ter beschikking heeft gesteld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans

éénmaal, aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of aan [naam 3] en/of aan [naam 4] (zich noemende [nickname] ), in elk geval aan één of meer personen, telkens een hoeveelheid knalvuurwerk (Super Cobra 6), in ieder geval professioneel vuurwerk, ter beschikking gesteld;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit juncto artikel 47 en 91 Wetboek van Strafrecht)