Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4289

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-03-2017
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
10/997548-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplichtigheid aan overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/997548-16

Datum uitspraak: 3 maart 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. M.G. Eckhardt, advocaat te 's-Gravenhage.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 februari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 163 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, alsmede een taakstraf voor de duur van 180 uur.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering feit 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 1 en 2

4.2.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte zijn Opel Combo uitgeleend heeft aan [naam medeverdachte 1] om grof vuil mee te vervoeren. De verdachte had geen wetenschap van het vuurwerk dat in zijn auto zou worden vervoerd. Daarbij heeft verdachte meermaals gevraagd aan [naam medeverdachte 1] de auto terug te geven. De verdachte is niet opzettelijk behulpzaam geweest en dient van feit 1 te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte weliswaar verklaard dat hij gereden heeft, maar hij heeft slechts één keer met vuurwerk gereden en dat was onbewust. Niet vast te stellen is of de verdachte daadwerkelijk vuurwerk verkocht heeft. Het signalement gegeven door afnemer [naam 1] , komt ook niet overeen met het signalement van de verdachte. Voorts is er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 2.

4.2.2.

Beoordeling

Ten aanzien van feit 1 wordt het volgende overwogen. De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij de Opel Combo van “de Surinamer” – een van de hoofdverdachten in deze zaak – heeft gekregen. Als tegenprestatie moest verdachte dan eenmaal per week met vuurwerk rijden, zo verklaarde hij. Dat hij uiteindelijk zelf maar één keer met de Opel Combo vuurwerk heeft vervoerd, laat onverlet dat hij wist dat zijn auto voor vuurwerktransport werd gebruikt. Dit wordt bevestigd in zijn tweede verhoor bij de politie als verdachte verklaart dat hij ‘wel een beetje wist’ dat [naam medeverdachte 1] de auto nodig had om vuurwerk te rijden. Hieruit blijkt dat de verdachte (ook) opzet had op het gronddelict.

Ten aanzien van feit 2 wordt het volgende overwogen. De telefoon van de verdachte is inbeslaggenomen en onderzocht. In die telefoon zijn vele berichten aangetroffen van ‘Surinamer’, gericht aan de verdachte, waaronder berichten met overzichten van bestellingen vuurwerk die door de verdachte geleverd moesten worden. In die berichten staan vermeld de datum, de tijd, de locatie, het soort professioneel vuurwerk dat verkocht moest worden en het te ontvangen bedrag. Zowel [naam 1] en [naam 2] komen in voornoemde berichten als klant naar voren en hebben beide bij de politie verklaard ook daadwerkelijk illegaal vuurwerk te hebben gekocht. [naam 1] geeft aan dat hij het vuurwerk heeft opgehaald in aan de [adres delict] in [plaats delict] ; dit is een van de locaties die wordt genoemd in de hiervoor bedoelde sms-berichten aan verdachte. Het vuurwerk werd volgens [naam 1] geleverd uit een witkleurige bestelauto. Deze omschrijving komt overeen met de witte Opel Combo van verdachte.

[naam 2] meent de verdachte te herkennen als de bezorger van het vuurwerk. Bovendien is in een whatsappgesprek van 7 november 2016 door ‘de Surinamer’ aan [naam 2] het telefoonnummer van de bezorger van het vuurwerk gegeven. Het doorgegeven nummer komt overeen met het telefoonnummer van verdachte (PV bevindingen whatsappgesprek [naam 2] en [naam 3] , ZD 2, blz. 741).

4.2.3.

Conclusie

Het verweer ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt verworpen.

Het onder 3 ten laste gelegde feit kan niet wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

dat [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] en/of één of meer anderen, op of omstreeks 17 november 2016 te Bodegraven, gelegen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 350, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Bangers) en/of (ongeveer) 31000, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (nitraten) voorhanden heeft/hebben gehad;

zulks terwijl hij, verdachte, in de periode van 13 november 2016 tot en met 17 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016, te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft bij en/of tot het plegen van het misdrijf door het ter beschikbaar stellen van een Opel Combo (voorzien van het kenteken [kentekennummer] ) aan [naam medeverdachte 1] ;

2.

hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 30 november 2016 te [plaats delict] ,

gelegen in de gemeente Oudewater en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, aan (een) ander(en) ter beschikking heeft gesteld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal, aan [naam 1] en/of aan [naam 2] , in elk geval aan één of meer personen, telkens een hoeveelheid shells, in ieder geval professioneel vuurwerk ter beschikking gesteld.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. Medeplichtigheid aan overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan

2. Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Het vuurwerk waarmee de verdachte zich bezig hield, betreft massa-explosief vuurwerk. Dat is vuurwerk dat ernstig letsel en veel schade kan veroorzaken. De verdachte heeft dit gevaarlijke vuurwerk, tezamen met anderen beschikbaar gesteld aan anderen. Hij heeft hierbij niet nagedacht over de mogelijke gevolgen wanneer dit vuurwerk onderweg, dan wel op de plaats van bestemming of bij de kopers zou ontploffen. Daarnaast heeft de verdachte zijn Opel Combo - die hij ontving voor het rijden met vuurwerk of vervoeren van de handelaars in vuurwerk - ook nog uitgeleend aan medeverdachte [naam medeverdachte 1] , terwijl hij wist dat de auto dan voor het vervoer van vuurwerk zou worden gebruikt. De rechtbank acht dit ernstig. De verdachte heeft bij het plegen van de feiten enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin, onder andere het behouden van de verkregen Opel Combo. Dit rekent de rechtbank de verdachte streng aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 december 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 januari 2017. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hierbij worden als bijzondere voorwaarden geadviseerd een meldplicht, ambulante behandelverplichting bij de Waag of soortgelijke instelling en Gedragsinterventie Werken aan werk. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet wel aanleiding om deze niet langer te laten duren dan het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast wordt de verdachte een werkstraf en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd, ziet de rechtbank geen aanleiding de bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat verdachte ter zitting aangegeven heeft voldoende steun en hulp te vinden bij zijn moeder.

Alles afwegend worden na te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden geacht.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder 1 en 3 genoemde goederen op de beslaglijst, de telefoon en het kenteken van de Opel Combo ( [kentekennummer] ), verbeurd te verklaren, en het onder 2 genoemde goed, de telefoon (Samsung S4), terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de telefoon (Samsung S4) terug dient te worden gegeven aan de verdachte. Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat de Opel combo terug moet worden gegeven aan de verdachte. Hij heeft nimmer ondubbelzinnig afstand van die Opel Combo gedaan.

8.3.

Beoordeling

Het in beslag genomen kenteken van de Opel Combo ( [kentekennummer] ) zal worden verbeurd verklaard. De bewezen feiten zijn allemaal met behulp van deze Opel Combo begaan en het kenteken is te beschouwen als een onlosmakelijk onderdeel daarvan.

De Opel Combo zelf, waarvan de verdachte ter zitting expliciet teruggave aan hem als eigenaar heeft verzocht, staat niet op zijn beslaglijst. In de zaak tegen de medeverdachte onder wie het voertuig in beslag is genomen, is besloten de auto verbeurd te verklaren. De rechtbank overweegt ten overvloede dat van teruggave aan de verdachte geen sprake kan zijn omdat de Opel wordt beschouwd als loon voor de bijdrage van de verdachte aan de illegale vuurwerkhandel. Goederen zoals de Opel die door middel van of als bate van het strafbare feit zijn verkregen gaan niet terug naar de verdachte maar worden verbeurd verklaard.

Ten aanzien van de beide in beslag genomen telefoons zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 48 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 (honderd) dagen, en bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 57 (zevenenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: het kenteken van de Opel combo ( [kentekennummer] ).

- gelast de teruggave aan verdachte van beide mobiele telefoons;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. Snitker, voorzitter,

en mrs. E.G. Fels en M. Beusmans-Verwijs, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

dat [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] en/of één of meer anderen, op of omstreeks 17 november 2016 te Bodegraven, gelegen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 350, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Bangers) en/of (ongeveer) 31000, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (nitraten) voorhanden heeft/hebben gehad; zulks terwijl hij, verdachte, in de periode van 13 november 2016 tot en met 17 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016, te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid

en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft bij en/of tot het plegen van het misdrijf door het ter beschikbaar stellen van een Opel Combo (voorzien van het kenteken [kentekennummer] ) aan [naam medeverdachte 1] ;

(strafbaarstelling: artikel 1a, onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2. lid 1 Vuurwerkbesluit juncto artikel 48 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 30 november 2016 te [plaats delict] , gelegen in de gemeente Oudewater en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, aan (een) ander(en) ter beschikking gesteld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal, aan [naam 1] en/of aan [naam 2] , in elk geval aan één of meer personen, telkens een hoeveelheid shells, in ieder geval

professioneel vuurwerk, ter beschikking gesteld;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1. Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2. lid 1 Vuurwerkbesluit juncto artikel 47 en 91 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 16 november 2016 en/of 17 november 2016, te Nieuwerkerk aan den IJssel, gelegen in de gemeente Zuidplas, en/of Bodegraven, gelegen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een wapen van categorie III, te weten een (omgebouwde) (gas)revolver (Bruni, model Olympic, kaliber.22 LR), voorhanden heeft gehad en/of heeft vervoerd;

(strafbaarstelling: artikel 22 lid 1 Wet wapens en munitie juncto artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie juncto artikel 55 Wet wapens en munitie juncto artikel 47 en 91 Wetboek van Strafrecht)