Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4246

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
02-06-2017
Zaaknummer
10/650023-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schiedamse zedenzaak. Vrouw wordt beroofd, verkracht, aangerand en wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd. De drie daders zijn 15 jaar oud.

Is er sprake van medeplegen?

zie ook medeverdachten: ECLI:NL:RBROT:2017:4244 ECLI:NL:RBROT:2017:4245

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/650023-17

Datum uitspraak: 1 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[NAAM VERDACHTE},

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], [geboorteland],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres],
preventief gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting Intermetzo te Lelystad,

raadsman mr. R. Moghni, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 18 mei 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.H.M. Jager-Huiskens heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van acht maanden met aftrek
    van voorarrest, waarvan 3 maandenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met algemene en bijzondere voorwaarden, onder meer inhoudende dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, dat de verdachte zal meewerken aan een behandeling bij De Waag of Palier of soortgelijke instelling en dat de verdachte zich zal houden aan een avondklok, aan een contactverbod met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en het slachtoffer [slachtoffer] en aan een locatieverbod voor de looproute vanaf [locatie} naar [locatie];

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging/officier van justitie

De officier van justitie rekwireert tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

De verdediging betoogt tot vrijspraak van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van feit 1 voert de verdediging aan dat nu de weggenomen telefoon en het weggenomen geld tot op heden niet zijn gevonden en in ieder geval niet bij de verdachte zijn aangetroffen, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat sprake is geweest van een voltooide diefstal.

Ten aanzien van feit 2 voert de verdediging aan dat hoewel vaststaat dat de verdachte en zijn medeverdachten ter plaatse zijn geweest en hetgeen door aangeefster is verklaard bewezen kan worden verklaard, niet bewezen kan worden verklaard dat sprake is van medeplegen. De verdachte is niet de hoofddader van de gepleegde delicten en heeft in die zin geen wezenlijke substantiële bijdrage geleverd aan het onder feit 2 ten laste gelegde. De verklaringen van de medeverdachten en de verdachte verschillen van elkaar en zijn om die reden niet betrouwbaar. Aangeefster heeft verklaard dat aan beide kanten van de auto in dezelfde vreemde taal werd gesproken. Vermoedelijk betreft dit de taal [taal] die de medeverdachten spreken, en die de verdachte niet machtig is. Daarnaast was de intentie om aangeefster te beroven, de verdachte is in die zin voor een voldongen feit geplaatst. De enkele handeling dat hij heeft belet dat aangeefster weg kwam, is onvoldoende om te stellen dat hij de intentie had dat seksuele handelingen bij haar zouden plaatsvinden en dat hij daar bewust aan heeft bijgedragen. Uit het dossier blijkt ook niet dat van te voren was afgesproken dat aangeefster met seksuele intenties zou worden belaagd.

Ten aanzien van feit 3 voert de verdediging aan dat de verdachte weliswaar heeft meegeholpen om aangeefster op de achterbank te krijgen en haar heeft belet om weg te gaan, maar dat het opzet op dit delict ontbreekt. De verdachte was in paniek en heeft nimmer de intentie gehad om aangeefster van haar vrijheid te beroven, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

4.1.2.

Beoordeling

Ten aanzien van feit 1

De aangeefster heeft verklaard dat zij op 23 november 2016 te [plaats] is beroofd van haar telefoon en dat geld is weggenomen uit haar portemonnee.

De verdachte, alsook de medeverdachten, hebben verklaringen afgelegd dat het de bedoeling was aangeefster te beroven en dat zij om die reden haar zijn achtervolgd naar haar auto. De verdachte heeft verklaard dat de telefoon van de aangeefster door een van de medeverdachten werd gepakt en uit de auto werd gegooid. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft vervolgens de tas van aangeefster uit de auto gepakt. De verdachte heeft, naar hij zelf tegenover de politie heeft verklaard, deze tas aangepakt en neergelegd. Deze tas is later weer teruggezet in de auto. De aangeefster heeft later geconstateerd dat er geld uit haar portemonnee, die in de tas zat, was weggenomen.

Gelet op deze verklaringen en omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster dat zij bij de gebeurtenissen op 23 november 2016 van haar telefoon en geld is beroofd. Het verweer wordt verworpen.

Ten aanzien van feit 2 en 3

Niet betwist wordt dat aangeefster op 23 november 2016 in [plaats] is aangerand in haar auto en dat zij daarbij tevens wederrechtelijk van haar vrijheid is beroofd. De rechtbank stelt dit vast, mede aan de hand van de aangifte en het nadere verhoor van aangeefster. Ook staat vast dat de verdachte samen met zijn medeverdachten aldaar bij betrokken zijn geweest. De vraag is echter of het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als medeplegen en of uit zijn handelen kan worden afgeleid dat hij de intentie heeft gehad aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid te beroven.

De rechtbank stelt voorop dat voor de kwalificatie medeplegen vereist is dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. (Vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390.)

De verdachte heeft verklaard dat hij op 23 november 2016 samen met de medeverdachten was en dat de bedoeling was dat zij aangeefster gingen beroven. Zij hebben met z’n drieën aangeefster gevolgd vanaf het station [plaats] en zijn naar de auto gegaan. [medeverdachte 2] liep naar de bestuurderskant en [medeverdachte 1] naar de passagierskant. [medeverdachte 1] pakte de tas en gaf deze aan verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de medeverdachten toen ‘dingen’ gingen doen, dat de medeverdachten aan de borsten van die vrouw zaten en dat hij daarachter stond. Daarna wilden de medeverdachten dat aangeefster naar de achterbank ging en vroeg [medeverdachte 1] hem te helpen. De verdachte heeft toen geholpen. Toen aangeefster weg wilde rennen, hield de verdachte haar tegen, aldus zijn verklaring ter terechtzitting. [medeverdachte 2] ging vervolgens naar de achterbank.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij heeft gezien dat de medeverdachte [medeverdachte 2] de rok van aangeefster naar beneden deed en iets met zijn hand deed bij die rok. Vervolgens hoorde hij [medeverdachte 2] - die aan de bestuurderskant stond - zeggen dat de vrouw ongesteld was. Toen aangeefster wilde wegrennen heeft hij haar tegengehouden. Hijzelf of [medeverdachte 1] heeft toen de achterdeur van de auto open gedaan en toen hebben de medeverdachten aangeefster in de auto op de achterbank geduwd. [medeverdachte 2] is toen lang bij aangeefster op de achterbank geweest.

Blijkens de camerabeelden zijn er vanaf het moment dat verdachten bij de auto van aangeefster aankwamen tot het moment dat verdachten bij de auto weggingen (zij gingen vlak na elkaar weg) acht minuten verstreken. Verdachte is in die periode steeds nabij de auto geweest.

Uit deze bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de verdachte met zijn handelen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het creëren van de situatie waarin de aanranding plaatsvond, alsook aan het beletten van aangeefster om weg te komen. Immers heeft de verdachte, nadat hij gezien had dat reeds seksuele handelingen op de voorbank hadden plaatsgevonden (aan de borsten van aangeefster zitten, de rok van aangeefster naar beneden doen, constateren dat aangeefster ongesteld was) en gehoord heeft dat aangeefster naar huis wilde, op de vraag van de medeverdachte om hem te komen helpen, zijn medewerking gegeven door de vrouw samen met zijn medeverdachten tegen te houden en naar de achterbank van haar auto te dirigeren. Verdachte had uit alle omstandigheden moeten en kunnen begrijpen dat het slachtoffer niet naar de achterbank moest om haar te beroven, maar om haar tenminste aan te randen. De verdachte is de gehele tijd bij de auto gebleven, ook gedurende de tijd dat [medeverdachte 2] met aangeefster op de achterbank verbleef, en pas aan het einde als eerste weggegaan. Ook is hij aangeefster, nadat zij op de voorbank van de auto al de nodige handelingen had moeten ondergaan, niet te hulp geschoten. Juist door mee te helpen haar op de achterbank van de auto te duwen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank mogelijk gemaakt dat de seksuele handelingen op de achterbank zouden worden voortgezet, waarbij haar tevens de mogelijkheid ontnomen werd te vertrekken. Het handelen van de verdachte kan daarom als medeplegen worden gekwalificeerd. Dat de rol van de verdachte beduidend kleiner is geweest dan die van de medeverdachten, doet daar onder deze omstandigheden niet aan af.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeë-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of geld (35 euro of daaromtrent), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- (onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer], terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- (meermalen) (terug) in de auto duwen van die [slachtoffer] en/of

- (vervolgens) (onverhoeds) uit de hand(en) van die [slachtoffer] pakken/trekken van een mobiele telefoon en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Mevrouw, we gaan weg en bel niet de politie", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [slachtoffer], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het

- (gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer] en/of

- ontbloten van de borst(en) van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) betasten en/of aanraken en/of kussen, althans met de mond betasten, van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- betasten en/of aanraken van de (ontblote) buik van die [slachtoffer] en/of

- naar beneden trekken van de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) kijken/controleren of die [slachtoffer] ongesteld was en/of

- die [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van een penis en/of

- (meermalen) met een penis en/of een onderlichaam wrijven en/of duwen tegen het (onder)lichaam van die [slachtoffer],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- (onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer], terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) (terug) in de auto duwen en/of (vervolgens) gedurende enige tijd beletten die auto te verlaten, althans die [slachtoffer] beletten te gaan waar zij wilde gaan en/of

- (gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer];

3.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heefthebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] (onverhoeds) benaderd terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van toegevoegd de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] gesproken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten getracht te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- die [slachtoffer] gezegd dat zij zich naar de achterbank van de auto moest verplaatsen en/of

- die [slachtoffer] tegengehouden en/of vastgepakt en/of vastgehouden toen zij zich aan de situatie wilde onttrekken en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) (terug) in de auto geduwd en/of

- zich (dreigend) opgehouden bij/rond de genoemde auto,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dusdoende die [slachtoffer] gedurende enige tijd belet om die auto te verlaten, althans belet om te gaan waar zij wilde gaan;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en de eendaadse samenloop van:

2. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

3 medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Op 23 november 2016 kwam aangeefster om ongeveer 19.00 uur vanaf haar werk in [plaats] aan op het station [plaats]. Zij is daar uitgestapt, om naar haar auto te gaan, die zij achter dat station had geparkeerd. De drie verdachten waren op station [plaats] en zagen haar lopen. Zij hebben de vrouw vanaf station [plaats] achtervolgd totdat zij bij haar auto was. Dat duurde drie minuten. Toen de vrouw net in haar auto had plaatsgenomen en haar schoenen aan het omwisselen was, werd zij door de verdachten belaagd. De medeverdachte kwam bij haar aan de bestuurderszijde staan en zei, dat zij haar ogen dicht moest doen en moest gaan liggen. Ze hoorde, dat er iets werd gezegd over pistolen en messen. Zij werd op haar rug geduwd en vanaf de passagierszijde werd haar telefoon uit haar handen getrokken. Terwijl zij op de voorbank lag, werd zij ontkleed en werden haar blote borsten betast. Ook werd haar panty naar beneden getrokken en werd gecontroleerd of de opmerking die zij maakte dat zij ongesteld was, wel klopte. Tegelijkertijd werd haar tas uit de auto gehaald en werd zij beroofd van haar geld. Vervolgens werd de vrouw uit haar auto gehaald en door de drie verdachten naar de achterbank gedirigeerd. Toen zij probeerde te vluchten, werd zij door hen tegengehouden en de auto weer in geduwd. Eenmaal op de achterbank gelegen heeft de medeverdachte haar ontblote borsten gekust en is zij gedwongen de medeverdachte te pijpen. Daarna schoof de medeverdachte naar beneden, alwaar hij tegen haar aan begon te rijden. Plotseling was het voorbij, waarbij aangeefster ontredderd op de achterbank van haar auto is achtergebleven.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben door hun handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer. De verdachten hebben zich laten leiden door hun eigen lusten en zucht naar financieel gewin. Slachtoffers van dergelijke delicten ondervinden, naar de ervaring leert, veelal langdurig de psychisch nadelige gevolgen van dergelijke gebeurtenissen, hetgeen ook blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. De rechtbank rekent de verdachten dit zeer aan.

Bij de oplegging van de straf houdt de rechtbank wel rekening met zijn geringere aandeel in de feiten dan het aandeel van de medeverdachten.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 april 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Psychiater G.C.G.M. Broekman heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 april 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

[Inhoud rapport] Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een oppositionele gedragsstoornis en zwakbegaafdheid en van een ziekelijke stoornis in de vorm van een psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis. Als gevolg hiervan is sprake van zwakke impulsregulatie, zijn er emotionele en sociale problemen in de ontwikkeling. Hiermee samenhangend vertoont de verdachte een zelfbepalende houding, heeft hij moeite met regels en gezag en laat hij een zorgelijke emotionele, sociale en morele ontwikkeling zien. Hiervan was ten tijde van het ten laste gelegde sprake. De indruk bestaat dat de verdachten elkaar op negatieve wijze hebben beïnvloed in hun gedrag.

De psychiater adviseert een deels voorwaardelijke (vrijheids-)straf met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte behandeling zal volgen. Daarnaast adviseert de psychiater voortzetting van de begeleiding van de jeugdreclassering.

Ter terechtzitting is door de psychiater te kennen gegeven dat twijfel bestaat over de haalbaarheid van ambulante behandeling in de situatie dat de verdachte thuis bij zijn moeder woont, nu de moeder de neiging heeft de rol van haar zoon in het ten laste gelegde te minimaliseren. Desalniettemin dient de verdachte op dat punt, gezien zijn getraumatiseerde verleden en het gegeven dat eerder enkel EMDR-therapie heeft plaatsgevonden, het voordeel van de twijfel te krijgen.

Psycholoog drs. K.T.E. Zászlós heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 30 april 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van een oppositionele opstandige stoornis, een andere gespecificeerde psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornis en een zwakbegaafdheidsproblematiek. Hiervan was ook ten tijde van het ten laste gelegde sprake. Aannemelijk wordt geacht dat zijn impuls- en emotieregulatieproblemen, zijn opgekropte spanningen uit het verleden, zijn onrijpe morele ontwikkeling en zijn beperkt begrip en inzicht in situaties van invloed zijn geweest op zijn handelen. De mate waarin kan echter onvoldoende worden beoordeeld. De kans op toekomstig delictgedrag in algemene zin wordt als matig tot hoog geschat als de verdachte geen adequate behandeling krijgt geboden. De indruk bestaat verder dat de verdachten elkaar op negatieve wijze hebben beïnvloed en elkaar in hun negatieve gedrag hebben versterkt. In de thuissituatie is de moeder enerzijds in staat hem duidelijkheid en structuur te bieden, maar ook geneigd hem in bescherming te nemen waardoor hij op momenten dat hij wordt aangesproken op zijn negatieve gedrag hiervoor onvoldoende verantwoordelijkheid lijkt te nemen.

De psycholoog adviseert behandeling op te starten bij een forensische polikliniek zoals Palier of De Waag en de begeleiding van de jeugdreclassering voort te zetten. Dit in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf. Mochten betrokkenen zich onttrekken aan de behandeling, dan dient een beschermingsonderzoek plaats te vinden waarbij de noodzaak van een uithuisplaatsing dient te worden onderzocht.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft een rapport opgemaakt, gedateerd 10 mei 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De jeugdreclassering adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden dat hij zijn medewerking zal verlenen aan behandeling bij Palier of soortgelijke instelling en dat aan de verdachte een contactverbod zal worden opgelegd. Daarnaast dient het toezicht te worden uitgevoerd door de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, nu deze instelling gezien de cognitieve vermogens en problematiek van de verdachte meer passend is.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 mei 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met aftrek van voorarrest. Als bijzondere voorwaarden dient de verdachte zijn medewerking te verlenen aan behandeling bij Palier of soortgelijke instelling en aan het vinden van een passende opleiding en vrijetijdsbesteding. Daarnaast dient aan de verdachte een contactverbod met de medeverdachten te worden opgelegd en dient hij zich te houden aan een avondklok. De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering dient opdracht te worden gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte te begeleiden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken voor zover die zien op de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

Omdat het onder 3 bewezen verklaarde feit op dezelfde dag heeft plaatsgevonden, gaat de rechtbank er vanuit dat ook tijdens het begaan van dat feit een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank acht het voorts, met inachtneming van het vorengaande, van belang dat de verdachte zal worden ondersteund en begeleid door de jeugdreclassering. De rechtbank zal daarom naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie een deels voorwaardelijke straf opleggen.

De hieraan te verbinden proeftijd van twee jaar maakt het enerzijds mogelijk reclasseringstoezicht op te leggen, hetgeen de rechtbank in het belang van de ontwikkeling van de verdachte acht. Anderzijds dient de proeftijd als extra waarschuwing voor de verdachte om zich in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te onthouden.

Daarbij zullen als algemene en bijzondere voorwaarden worden opgelegd dat de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en dat de verdachte dient mee te werken aan een ambulante behandeling bij De Waag of Palier of soortgelijke instelling, aan een avondklok en aan een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer]en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Ook acht de rechtbank overeenkomstig de eis van de officier van justitie een locatieverbod voor [locatie] naar [locatie]

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten diefstal met geweld, medeplegen van aanranding en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psychiater, de psycholoog, de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering, zoals hiervoor toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Algemene afsluiting

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer], wonende te [plaats], ter zake van de onder parketnummer 10/650023-17 tenlastegelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.548,83 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,--aan immateriële schade. Daarnaast worden de buitengerechtelijke kosten gevorderd.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de gevorderde materiële schadepost ‘kledingkosten’. De benadeelde partij dient ten aanzien van deze kostenpost niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu de schade aan de kleding op dit moment nog niet is vast te stellen.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de schadepost ‘kledingkosten’ nu deze kosten door de beslaglegging nog niet kunnen worden vastgesteld. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat dit onderdeel van de vordering zich vanwege de complexiteit niet leent voor de strafprocedure, zodat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair betoogt de verdediging dat bij eventuele toewijzing rekening dient te worden gehouden met de draagkracht van de verdachte, welke vrijwel nihil is.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de ten laste gelegde feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen, met uitzondering van de kostenpost ‘kledingkosten’.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door de ten laste gelegde feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op dit moment naar maatstaven van billijkheid voor verdachte worden vastgesteld op € 2.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de gepleegde strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk, voor zover dit de toegewezen materiële schade betreft. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding ten aanzien van de materiële schade moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

De rechtbank overweegt voorts dat de billijkheid ten aanzien van de toegewezen immateriële schade een andere verdeling vordert gelet op de verschillende rollen die de mededaders onderling hebben gehad bij de bewezenverklaarde feiten, zodat ten aanzien van dit onderdeel verdachte niet hoofdelijk aansprakelijk zal worden gesteld, doch enkel tot betaling van zijn eigen deel zal worden veroordeeld, welk deel zal worden vastgesteld op

€ 2.500,--.

De buitengerechtelijke kosten zullen overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij worden vastgesteld op basis van de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan schade aan de benadeelde partij en het daarbij behorende salaris in rolzaken kanton.

Het totaal toegewezen bedrag aan schade voor deze verdachte betreft: € 3.836,03.

Het salaris per punt conform het liquidatietarief kantonzaken betreft: € 175,--.

De rechtbank stelt vast dat ten behoeve van onderhavige zaak het salaris wordt opgebouwd uit drie punten, inhoudende het opstellen en indienen van het voegingsformulier (1 punt), de behandeling ter zitting (1 punt) en de vervolgbehandeling ter zitting na aanhouding (1 punt). Gelet hierop wordt het salaris vastgesteld op € 525,--.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.836,03, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 en € 525,-- buitengerechtelijke kosten.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van de schadevergoeding passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 246, 248, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 8 (acht) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer](geboren [geboortedatum te [geboorteplaats]), [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (beiden geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]);

- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden op de looproute [locatie] naar [locatie];

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van De Waag of Palier of soortgelijke instelling;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats] toe tot een bedrag van € 3.836,03 (zegge: drieduizendachthonderdzesendertig euro en drie eurocent), bestaande uit € 1.336,03 aan materiële schade en € 2.500,-- aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders de materiële schade betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 525,--, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.836,03, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.836,03 vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. O.E.M. Leinarts, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. F. Aukema-Hartog en H.W. Schmidt, rechters,

in tegenwoordigheid van V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2017.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of geld (35 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer], terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- ( meermalen) (terug) in de auto duwen van die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (onverhoeds) uit de hand(en) van die [slachtoffer] pakken/trekken van een mobiele telefoon en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Mevrouw, we gaan weg en bel niet de politie", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [slachtoffer], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het

- ( gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer] en/of

- ontbloten van de borst(en) van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) betasten en/of aanraken en/of kussen, althans met de mond betasten, van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- betasten en/of aanraken van de (ontblote) buik van die [slachtoffer] en/of

- naar beneden trekken van de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) kijken/controleren of die [slachtoffer] ongesteld was en/of

- die [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van een penis en/of

- ( meermalen) met een penis en/of een onderlichaam wrijven en/of duwen tegen het (onder)lichaam van die [slachtoffer],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- ( onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer], terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) (terug) in de auto duwen en/of (vervolgens) gedurende enige tijd beletten die auto te verlaten, althans die [slachtoffer] beletten te gaan waar zij wilde gaan en/of

- ( gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer];

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] (onverhoeds) benaderd terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer] toegevoegd de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer] gesproken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- die [slachtoffer] gezegd dat zij zich naar de achterbank van de auto moest verplaatsen en/of

- die [slachtoffer] tegengehouden en/of vastgepakt en/of vastgehouden toen zij zich aan de situatie wilde onttrekken en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) (terug) in de auto geduwd en/of

- zich (dreigend) opgehouden bij/rond de genoemde auto,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dusdoende die [slachtoffer] gedurende enige tijd belet om die auto te verlaten, althans belet om te gaan waar zij wilde gaan;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht