Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4245

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
02-06-2017
Zaaknummer
10/650010-17 en 10/741047-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schiedamse zedenzaak. Vrouw wordt beroofd, verkracht, aangerand en wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd. De drie daders zijn 15 jaar oud. Is er sprake van medeplegen?

zie ook medeverdachten: ECLI:NL:RBROT:2017:4244 en ECLI:NL:RBROT:2017:4246

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/650010-17 en 10/741047-16

Datum uitspraak: 1 juni 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[Naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres],

feitelijk verblijvende (indien niet gedetineerd) op het adres:

[adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting Teylingereind te Sassenheim,

raadsman mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 16 mei 2017 en 18 mei 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.H.M. Jager-Huiskens heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/650010-17 onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/741047-16 onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden met aftrek
    van voorarrest;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met algemene en bijzondere voorwaarden, onder meer inhoudende dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, dat de verdachte zal meewerken aan hulpverlening/behandeling gericht op seksualiteit en opvoeding, ook als dat een (gesloten of niet-gesloten) uithuisplaatsing betreft en aansluitende ambulante hulp, dat hij zal deelnemen aan onderwijs, meewerken aan een zinvolle vrijetijdsbesteding, en dat de verdachte zich zal houden aan een contactverbod met zijn medeverdachte [medeverdachte 2] en het slachtoffer [slachtoffer 1] en aan een locatieverbod voor de looproute vanaf [locatie] naar [locatie]

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Ten aanzien van het onder parketnummer 10/650010-17 onder de feiten 1 en 3 ten laste gelegde is geen verweer gevoerd.

Ook ten aanzien van het onder parketnummer 10/741047-16 onder de feiten 1 en 3 ten laste gelegde is geen verweer gevoerd.

Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering

4.2.1.

Standpunt verdediging/officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/650010-17 onder feit 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 2 ten laste gelegde.

De verdediging betoogt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 10/650010-17 onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen, nu het betasten van de borsten van de aangeefster een op zichzelf staande ontuchtige handeling van de verdachte is geweest.

Voorts betoogt de verdediging dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 2 ten laste gelegde in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van mishandeling. Er is geen sprake van een nauwe samenwerking. Bewijs daarvoor van een eerder feit, kan niet meewerken voor het bewijs van een later gepleegd feit.

4.2.2.

Beoordeling

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. (Vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390.)

Ten aanzien van parketnummer 10/650010-17 onder feit 2

Uit de aangifte en het nadere verhoor van aangeefster leidt de rechtbank af dat aangeefster vanaf het moment dat zij van het station [plaats] naar haar auto liep tot zij bij haar auto was, is achtervolgd door drie personen, waaronder verdachte. Dit duurde drie minuten. Net toen zij in haar auto zat, is zij beroofd, verkracht, aangerand en is zij van haar vrijheid beroofd. Dat duurde in totaal acht minuten. Verdachte was daar steeds bij aanwezig.

Op het moment dat aangeefster voor in de auto op haar rug lag en de jongen aan de bestuurderskant haar panty naar beneden trok en in haar onderbroek keek en aan haar blote borsten zat, voelde zij tegelijkertijd, dat vanaf de kant van haar rechterschouder ook een hand aan haar borsten voelde. Daarna werd bevestigd dat zij ongesteld was, hetgeen – zo vermoedt aangeefster – een mededeling was voor een ander dan aangeefster. Ook blijkt uit de aangifte dat aangeefster direct toen de jongen aan de bestuurderskant de deur opende, zij op haar rug werd geduwd. Aangeefster is vervolgens op enig moment richting de achterbank van de auto geduwd, waarna zij wederom is betast en seksuele handelingen heeft moeten verrichten. Deze weergave van de gebeurtenissen die in de auto hebben plaatsgevonden wordt in zoverre niet betwist.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat terwijl aangeefster voorin de auto was en hij aan de zijde van het bijrijdersportier was, hij aan de blote borsten van aangeefster heeft gevoeld. Ook heeft hij verklaard dat hij de persoon aan de passagierskant was die direct in het begin de deur aan die kant opentrok en de tas van het slachtoffer pakte en in het dashboardkastje keek. Voorts heeft hij verklaard dat ook hij aangeefster naar de achterbank van de auto heeft geduwd.

Uit deze verklaringen leidt de rechtbank af dat op het moment dat de medeverdachte aan de bestuurderskant handelingen van seksuele aard (het naar beneden trekken van de panty, kijken in de onderbroek en betasten van de blote borsten) bij aangeefster verrichtte, het de verdachte moet zijn geweest die tegelijkertijd aan de passagierskant van de auto haar blote borsten betastte. Vervolgens is de aangeefster naar de achterbank gedirigeerd, waarbij de verdachte haar een duw heeft gegeven. Door zijn handelen heeft de verdachte dan ook een wezenlijke bijdrage geleverd aan het ten laste gelegde feit, welke van voldoende gewicht is om tot een bewezenverklaring voor medeplegen te komen. Het verweer wordt verworpen.

Ten aanzien van parketnummer 10/741047-16 onder feit 2

Uit de aangifte leidt de rechtbank af dat een groepje van vier jongens op het fietspad liep, terwijl er een voetpad was. Toen aangeefster het groepje passeerde werd zij door een hard voorwerp op haar achterhoofd geslagen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij samen met zijn broertje en nog twee kleine jongens die dag op het fietspad liep. Zij verveelden zich. Hij heeft voorts verklaard dat de vrouw met een tak op haar hoofd is geslagen door zijn broertje en de [afkomst] jongen.

De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat de verdachte door samen met de andere verdachten op het fietspad te lopen – dit, terwijl een voetpad aanwezig was – heeft deelgenomen aan het creëren van een situatie waarin aangeefster genoodzaakt was tussen hen door te fietsen op het fietspad. Op het moment dat zij tussen hen doorfietst wordt zij geslagen met een tak. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het ten laste gelegde feit, zodat het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen is. Het verweer wordt verworpen.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is het onder parketnummer 10/650010-17 onder feit 2 en het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 2 ten laste gelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/650010-17 onder feit 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu ten aanzien van deze feiten geen verweer is gevoerd en geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10/650010-17 onder feit 1 en 3 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer: 10/650010-17

1.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeë-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of geld (35 euro of daaromtrent), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- (onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer 1], terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1] en/of

- (meermalen) (terug) in de auto duwen van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) (onverhoeds) uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] pakken/trekken van een mobiele telefoon en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Mevrouw, we gaan weg en bel niet de politie", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [slachtoffer 1], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het

- (gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- ontbloten van de borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) betasten en/of aanraken en/of kussen, althans met de mond betasten, van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en/of aanraken van de (ontblote) buik van die [slachtoffer 1] en/of

- naar beneden trekken van de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) kijken/controleren of die [slachtoffer 1] ongesteld was en/of

- die [slachtoffer 1] laten betasten en/of aftrekken van een penis en/of

- (meermalen) met een penis en/of een onderlichaam wrijven en/of duwen tegen het (onder)lichaam van die [slachtoffer 1],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- (onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer 1], terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) (terug) in de auto duwen en/of (vervolgens) gedurende enige tijd beletten die auto te verlaten, althans die [slachtoffer 1] beletten te gaan waar zij wilde gaan en/of

- (gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer 1];

3.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heefthebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] (onverhoeds) benaderd terwijl zij in een auto zat en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van toegevoegd de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] gesproken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten getracht te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij zich naar de achterbank van de auto moest verplaatsen en/of

- die [slachtoffer 1] tegengehouden en/of vastgepakt en/of vastgehouden toen zij zich aan de situatie wilde onttrekken en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) (terug) in de auto geduwd en/of

- zich (dreigend) opgehouden bij/rond de genoemde auto,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dusdoende die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd belet om die auto te verlaten, althans belet om te gaan waar zij wilde gaan;

Parketnummer: 10/741047-16

1.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] bij/aan haar arm te trekken/pakken, terwijl zij aan het fietsen was en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] op het hoofd te

slaan;

2.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3], terwijl zij aan het fietsen was, met een hard voorwerp op/tegen het hoofd te slaan;

3.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 4], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het aanraken/betasten van de billen en/of vagina van

die [slachtoffer 4],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het onverhoeds slaan op de billen en/of onverhoeds grijpen naar en/of betasten/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 4];

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer: 10/650010-17

1. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en de eendaadse samenloop van:

2. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

3 medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden;

Parketnummer: 10/741047-16

1 en 2:

Medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd;

3. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

Op 23 november 2016 kwam aangeefster om ongeveer 19.00 uur vanaf haar werk in [plaats] aan op het station [plaats]. Zij is daar uitgestapt, om naar haar auto te gaan, die zij achter dat station had geparkeerd. De drie verdachten waren op station [plaats] en zagen haar lopen. Zij hebben de vrouw vanaf station [plaats] achtervolgd totdat zij bij haar auto was. Dat duurde drie minuten. Toen de vrouw net in haar auto had plaatsgenomen en haar schoenen aan het omwisselen was, werd zij door de verdachten belaagd. De medeverdachte kwam bij haar aan de bestuurderszijde staan en zei, dat zij haar ogen dicht moest doen en moest gaan liggen. Ze hoorde, dat er iets werd gezegd over pistolen en messen. Zij werd op haar rug geduwd en vanaf de passagierszijde werd haar telefoon uit haar handen getrokken. Terwijl zij op de voorbank lag, werd zij ontkleed en werden haar blote borsten betast. Ook werd haar panty naar beneden getrokken en werd gecontroleerd of de opmerking die zij maakte dat zij ongesteld was, wel klopte. Tegelijkertijd werd haar tas uit de auto gehaald en werd zij beroofd van haar geld. Vervolgens werd de vrouw uit haar auto gehaald en door de drie verdachten naar de achterbank gedirigeerd. Toen zij probeerde te vluchten, werd zij door hen tegengehouden en de auto weer in geduwd. Eenmaal op de achterbank gelegen heeft de medeverdachte haar ontblote borsten gekust en is zij gedwongen de medeverdachte te pijpen. Daarna schoof de medeverdachte naar beneden, alwaar hij tegen haar aan begon te rijden. Plotseling was het voorbij, waarbij aangeefster ontredderd op de achterbank van haar auto is achtergebleven.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, dat hij degene is geweest, die tijdens de gebeurtenissen in de voorkant van de auto, vanaf de passagierszijde van de auto haar tas heeft gepakt en met zijn handen haar borsten heeft aangeraakt en toen aangeefster van de voorbank naar de achterbank moest en probeerde weg te komen, heeft geholpen om haar op de achterbank van de auto te krijgen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben door hun handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer. De verdachten hebben zich laten leiden door hun eigen lusten en zucht naar financieel gewin. Slachtoffers van dergelijke delicten ondervinden, naar de ervaring leert, veelal langdurig de psychisch nadelige gevolgen van dergelijke gebeurtenissen, hetgeen ook blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. De rechtbank rekent de verdachten dit zeer aan.

Daarnaast hebben de verdachte en zijn ééneiige tweelingbroer, tevens medeverdachte [medeverdachte 1] zich eerder dat jaar, te weten op 25 januari 2016, ook schuldig gemaakt aan een drietal strafbare feiten. Die dag waren de verdachte en zijn medeverdachte en nog twee jongere jongens zich op het fietspad in [plaats] aan het vervelen, toen zij een tweetal dames die voorbij kwamen fietsen met een tak hebben geslagen. Bij één van de vrouwen is toen een koptelefoon kapot gegaan. Naast deze mishandelingen hebben zij op dezelfde avond en ongeveer rond hetzelfde tijdstip een jonge vrouw aangerand. Ook deze vrouw werd geraakt door een voorwerp. Toen zij zich omdraaide en verdachten aansprak is zij door één van hen op haar achterste geslagen en vervolgens door twee van hen in haar kruis gegrepen. Hierop zijn de verdachten weggerend.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 april 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Psychiater G.C.G.M. Broekman heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 april 2017.

De rechtbank constateert, dat in dit rapport geen rekening is gehouden met de feiten die ten laste zijn gelegd onder parketnummer 10/741047-16 (de door verdachte op 25 januari 2016 gepleegde feiten als hierboven genoemd) en ook niet met het onder parketnummer 10/650010-17 onder 3 tenlastegelegde feit (de wederrechtelijke vrijheidsberoving). Verdachte heeft aan het onderzoek meegewerkt, zij het dat hij zich terughoudend en weinig mededeelzaam heeft opgesteld. De gegeven antwoorden waren overwegend sociaal wenselijk.

Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een gespecificeerde disruptieve impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis en van zwakbegaafdheid. Als gevolg hiervan is bij de verdachte sprake van grensoverschrijdend gedrag, een zelfbepalende houding, zwakke impulsregulatie en zijn er ernstige emotionele en sociale problemen in zijn ontwikkeling. Hiermee samenhangend heeft hij moeite met regels en gezag en laat hij een zorgelijke morele ontwikkeling zien. Hiervan was sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Er is geen ziekelijke stoornis geconstateerd. Ten aanzien van de ten laste gelegde diefstal met geweld kan worden gesteld dat dit delict bij bewezenverklaring vanwege de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend. Het pedagogische klimaat in de thuissituatie is onvoldoende gebleken en het heeft de verdachte ontbroken aan een stabiele en gestructureerde omgeving en een consequente opvoeding. Gelet op de ernst van de gedragsstoornis, de aanwezige zwakbegaafdheid en het volledig ontbreken van een stabiele woonleefsituatie, wordt een uithuisplaatsing geadviseerd om het risico op recidive te verkleinen en de verdachte te begeleiden bij het ontwikkelen van adequate copingsstrategieën, een sterke impulsbeheersing en betere emotieregulatie.

De psychiater adviseert een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, naast een civielrechtelijke gesloten plaatsing. In het kader van de bijzondere voorwaarden kan een behandeling van de gedragsstoornis worden ingezet, met verplicht reclasseringstoezicht.

Ter terechtzitting is door de psychiater te kennen gegeven dat een PIJ-maatregel, al dan niet in voorwaardelijke vorm, gezien de leeftijd van de verdachte, het blanco strafblad en het ontbreken van eerdere hulpverlening op dit moment een te zwaar kader wordt geacht.

Psycholoog drs. K.T.E. Zászlós heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 30 april 2017.

De rechtbank constateert, dat ook in dit rapport geen rekening is gehouden met de feiten die ten laste zijn gelegd onder parketnummer 10/741047-16 (de door verdachte op 25 januari 2016 gepleegde feiten als hierboven genoemd) en ook niet met het onder parketnummer 10/650010-17 onder 3 tenlastegelegde feit (de wederrechtelijke vrijheidsberoving).

Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een andere gespecificeerde disruptieve impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis en een zwakbegaafdheidsproblematiek. Hiervan was ook ten tijde van het ten laste gelegde sprake. Daarnaast bestaat de indruk dat de verdachten elkaar onderling op negatieve wijze hebben beïnvloed in hun grensoverschrijdend handelen. De ten laste gelegde diefstal met geweld kan de verdachte in verminderde mate worden toegerekend. De kans op recidive wordt hoog geschat indien de verdachte geen adequate behandeling krijgt geboden. Vanuit de thuissituatie is de verdachte onvoldoende duidelijkheid, structuur en toezicht geboden. De ouders zijn affectief wel betroken, maar zijn de afgelopen jaren niet in staat geweest een stabiele opvoedsituatie te creëren. Een stabiele leefomgeving waarin veel duidelijkheid, structuur en toezicht wordt geboden, zodat de verdachte optimaal wordt ondersteund bij de behandeling van zijn problematiek, wordt noodzakelijk geacht. Een uithuisplaatsing heeft daarom op dit moment de voorkeur. Er wordt dan gedacht aan een beschermde woonomgeving binnen een orthopedagogische instelling voor jongeren met beperkte cognitieve vaardigheden.

De psycholoog adviseert behandeling in dwingend kader, te weten een civielrechtelijke uithuisplaatsing in gesloten jeugdhulp. Voor wat betreft de strafrechtelijke afdoening adviseert de psycholoog een deels voorwaardelijke straf en jeugdreclasseringstoezicht. Een PIJ-maatregel is overwogen, maar gezien de problematiek van de verdachte lijkt een maatregel in een lichter strafkader thans toereikend.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 mei 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met aftrek van voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Als bijzondere voorwaarden dient de verdachte zijn medewerking te verlenen aan hulpverlening, ook als dit een (gesloten of niet gesloten) uithuisplaatsing betreft, alsmede aanvullende hulpverlening zodra de uithuisplaatsing wordt beëindigd eventueel via de Waag of soortgelijke forensische behandelinstelling, dient de verdachte deel te nemen aan onderwijs en mee te werken aan een zinvolle, gestructureerde invulling van de vrije tijd en aan een contactverbod met de medeverdachte. De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering dient opdracht te worden gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte te begeleiden.

Ter terechtzitting heeft de Raad voor de Kinderbescherming toegelicht dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel is aangewezen, teneinde te garanderen dat de verdachte de noodzakelijke behandeling krijgt.

Zowel de psychiater, als de psycholoog als de Raad voor de Kinderbescherming zijn van oordeel, dat verdachte, na het uitzitten van zijn straf niet naar huis kan.

De jeugdreclasseerder van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft ter terechtzitting toegelicht dat thans wordt gezocht naar een passende plek voor de verdachte en dat een verzoek tot uithuisplaatsing zal worden ingediend, zodra dit aan de orde is. Daarnaast heeft de jeugdreclasseerder aangegeven dat gezien het advies de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de verdachte zal worden overgedragen naar de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken voor zover die zien op de tenlastelegging onder parketnummer 10/650010-17 ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het onder parketnummer 10/650010-17 onder 1 bewezenverklaarde feit een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht. Omdat de onder parketnummer 10/650010-17 bewezen verklaarde feiten 2 en 3 op dezelfde dag hebben plaatsgevonden, gaat de rechtbank er vanuit dat ook tijdens het begaan van die feiten een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond, zodat hij ook ten aanzien van die feiten verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Straf en maatregel

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank acht het, met inachtneming van het vorengaande, van belang dat de verdachte zal worden ondersteund en begeleid door de jeugdreclassering. De rechtbank zal daarom naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie een maatregel opleggen, te weten een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank stelt hieromtrent vast dat de onder parketnummer 10/650010-17 gepleegde feiten en het onder parketnummer 10/741047-16 onder feit 3 gepleegde feit misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.

Op grond van hetgeen de psycholoog, de psychiater en de Raad voor de Kinderbescherming in hun rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat daarnaast de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, in voorwaardelijke zin, eisen. Bovendien is deze voorwaardelijke maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.

De voorwaardelijk op te leggen maatregel zal bij eventuele tenuitvoerlegging verlengbaar zijn tot een termijn van maximaal zeven jaar, waarvan het laatste jaar voorwaardelijk, aangezien verdachte veroordeeld zal worden wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen.

De aan de voorwaardelijke PIJ-maatregel te verbinden proeftijd van twee jaar maakt het enerzijds mogelijk reclasseringstoezicht op te leggen, hetgeen de rechtbank in het belang van de ontwikkeling van de verdachte acht. Anderzijds dient de proeftijd als extra waarschuwing voor de verdachte om zich in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te onthouden.

Daarbij zullen als algemene en bijzondere voorwaarden worden opgelegd dat de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en dat de verdachte dient mee te werken aan hulpverlening en/of behandeling gericht op seksualiteit en opvoeding ook als dat een (gesloten of niet-gesloten) uithuisplaatsing betreft en aansluitende ambulante hulpverlening), en voorts dient deel te nemen aan onderwijs en dient mee te werken aan zinvolle vrijetijdsbesteding.

Daarnaast zal de rechtbank een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] opleggen. Ook acht de rechtbank overeenkomstig de eis van de officier van justitie een locatieverbod voor de looproute vanaf [locatie] naar [locatie].

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten diefstal met geweld, medeplegen van aanranding en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psychiater, de psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming, zoals hiervoor toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

De rechtbank gaat er vanuit, dat de huidige jeugdreclasseerder samen met de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering een behandelplek voor verdachte gereed heeft, zodra de jeugddetentiestraf voorbij is, zodat verdachte aansluitend kan worden geplaatst.

De rechtbank legt in het geval van verdachte geen onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op, gelet op zijn - ten opzichte van zijn tweelingbroer, tevens medeverdachte - geringere aandeel in de delicten, zijn opener en empathischer houding en de omstandigheid, dat hij zich bereid heeft verklaard zich aan deze voorwaarden te houden.

Algemene afsluiting

Alles afwegend worden na te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], ter zake van de onder parketnummer 10/650010-17 tenlastegelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.548,83 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,-- aan immateriële schade. Daarnaast worden de buitengerechtelijke kosten gevorderd.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de gevorderde materiële schadepost ‘kledingkosten’. De benadeelde partij dient ten aanzien van deze kostenpost niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu de schade aan de kleding op dit moment nog niet is vast te stellen.

Standpunt verdediging

De verdediging betoogt ten aanzien van de materieel gevorderde schade aan te sluiten bij de officier van justitie. Ten aanzien van de immaterieel gevorderde schade betoogt de verdediging deze te matigen naar een bedrag van € 5.000,--, nu het vaststellen en beoordelen van een dusdanig hoog schadebedrag een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder parketnummer 10/650010-17 ten laste gelegde feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen, met uitzondering van de kostenpost ‘kledingkosten’.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder parketnummer 10/650010-17 ten laste gelegde feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op dit moment naar maatstaven van billijkheid voor verdachte worden vastgesteld op € 2.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de onder parketnummer 10/650010-17 gepleegde strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk, voor zover dit de toegewezen materiële schade betreft. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding ten aanzien van de materiële schade moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

De rechtbank overweegt voorts dat de billijkheid ten aanzien van de toegewezen immateriële schade een andere verdeling vordert gelet op de verschillende rollen die de mededaders onderling hebben gehad bij de bewezenverklaarde feiten, zodat ten aanzien van dit onderdeel verdachte niet hoofdelijk aansprakelijk zal worden gesteld, doch enkel tot betaling van zijn eigen deel zal worden veroordeeld, welk deel zal worden vastgesteld op

€ 2.500,--.

De buitengerechtelijke kosten zullen overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij worden vastgesteld op basis van de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan schade aan de benadeelde partij en het daarbij behorende salaris in rolzaken kanton.

Het totaal toegewezen bedrag aan schade voor deze verdachte betreft: € 3.836,03.

Het salaris per punt conform het liquidatietarief kantonzaken betreft: € 175,--.

De rechtbank stelt vast dat ten behoeve van onderhavige zaak het salaris wordt opgebouwd uit twee punten, inhoudende het opstellen en indienen van het voegingsformulier en de behandeling ter zitting. Gelet hierop wordt het salaris vastgesteld op € 350,--.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.836,03, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 en € 350,-- buitengerechtelijke kosten.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van de schadevergoeding passend en geboden geacht.

8.2.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder parketnummer: 10/741047-16 onder 1 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 148,-- aan materiële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging betoogt de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de persoon is geweest die de schade heeft toegebracht.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 10/741047-16 onder 1 ten laste gelegde feit rechtstreeks schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van zijn betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat

onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 148,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2016.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77gg, 246, 248, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/650010-17 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en de onder parketnummer 10/741047-16 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 6 (zes) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan de duur van de opgelegde jeugddetentie;

legt de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] te [woonplaats]) en [ medeverdachte 2] (geboren op [geboortedatum, geboorteplaats]);

- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden op de looproute vanaf [locatie] naar [locatie]

;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan hulpverlening en/of behandeling gericht op seksualiteit en opvoeding ook als dat een (gesloten of niet-gesloten) uithuisplaatsing betreft en aansluitende ambulante hulpverlening);

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] toe tot een bedrag van € 3.836,03 (zegge: drieduizendachthonderdzesendertig euro en drie eurocent), bestaande uit € 1.336,03 aan materiële schade en € 2.500,-- aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders de materiële schade betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 350,--, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.836,03, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.836,03 vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 9 dagen; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] toe tot een bedrag van € 148,-- (zegge: éénhonderdachtenveertig euro), bestaande uit aan materiële schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 148,-- (zegge: éénhonderdachtenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 148,-- vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. O.E.M. Leinarts, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. F. Aukema-Hartog en S. Woudman-Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2017.

Bijlage I

Tekst tenlasteleggingen

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer: 10/650010-17

1.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of geld (35 euro of daaromtrent), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer 1], terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1] en/of

- ( meermalen) (terug) in de auto duwen van die [slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) (onverhoeds) uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] pakken/trekken van een mobiele telefoon en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Mevrouw, we gaan weg en bel niet de politie", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [slachtoffer 1], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het

- ( gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- ontbloten van de borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) betasten en/of aanraken en/of kussen, althans met de mond betasten, van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en/of aanraken van de (ontblote) buik van die [slachtoffer 1] en/of

- naar beneden trekken van de panty en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) kijken/controleren of die [slachtoffer 1] ongesteld was en/of

- die [slachtoffer 1] laten betasten en/of aftrekken van een penis en/of

- ( meermalen) met een penis en/of een onderlichaam wrijven en/of duwen tegen het (onder)lichaam van die [slachtoffer 1],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- ( onverhoeds) benaderen van die [slachtoffer 1], terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] spreken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- trekken aan de haren van die [slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) (terug) in de auto duwen en/of (vervolgens) gedurende enige tijd beletten die auto te verlaten, althans die [slachtoffer 1] beletten te gaan waar zij wilde gaan en/of

- ( gedeeltelijk) ontkleden van die [slachtoffer 1];

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 23 november 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] (onverhoeds) benaderd terwijl zij in een auto zat en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toegevoegd de woorden: "Niet kijken, ga de auto in en ga liggen" en/of "Meewerken en je ogen dicht doen. Als je niet meewerkt steek ik je dood of schiet ik je dood" en/of "Ogen dicht, niet kijken" en/of "we gaan je niet dood maken, maar steken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( meermalen) tegen en/of in de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] gesproken over (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) en/of die [slachtoffer 1] (dusdoende) (trachten te) doen geloven dat verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit van (een) pisto(o)l(en) en/of (een) mes(sen) was/waren en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij zich naar de achterbank van de auto moest verplaatsen en/of

- die [slachtoffer 1] tegengehouden en/of vastgepakt en/of vastgehouden toen zij zich aan de situatie wilde onttrekken en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) (terug) in de auto geduwd en/of

- zich (dreigend) opgehouden bij/rond de genoemde auto,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dusdoende die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd belet om die auto te verlaten, althans belet om te gaan waar zij wilde gaan;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 10/741047-16

1.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] bij/aan haar arm te trekken/pakken, terwijl zij aan het fietsen was en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] op het hoofd te

slaan;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3], terwijl zij aan het fietsen was, met een hard voorwerp op/tegen het hoofd te slaan;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 4], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het aanraken/betasten van de billen en/of vagina van

die [slachtoffer 4],

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het onverhoeds slaan op de billen en/of onverhoeds grijpen naar en/of betasten/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 4];

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht