Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:4064

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
29-05-2017
Zaaknummer
10/770003-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dagvaarding nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/770003-13

Datum uitspraak: 2 februari 2017

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

Raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Geldigheid dagvaarding

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de dagvaarding nietig is, nu deze onjuist aan de verdachte betekend is.

Beoordeling

Niet is gebleken dat dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is

betekend en de verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

Conclusie

De dagvaarding is nietig.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. E.G. Fels en M. Cupido, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2012 tot en met 10 december 2012, te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld) witwassen, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s), toen aldaar, van één of meer geldbedrag(en), te weten van

23.000 (zegge: drieëntwintigduizend) euro, althans enig geldbedrag,

a. de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op bovengenoemd(e) geldbedrag(en) was/waren en/of wie bovengenoemde geldbedrag(en) voorhanden had(den) en/of terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

b. voornoemde geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovengenoemde geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

artikelen 420 bis onder a en b jo 420 quater onder a en b jo 47 van het Wetboek van Strafrecht