Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:3692

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-05-2017
Datum publicatie
16-05-2017
Zaaknummer
C/10/522810 / KG ZA 17-262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. PostNL Cargo en PostNL Pakketten verhogen tarieven buiten overeengekomen bandbreedte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2555

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/522810 / KG ZA 17-262

Vonnis in kort geding van 3 mei 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARGO UNITED B.V.,

gevestigd te Spijkenisse,

eiseres,

advocaat mr. W.Th. van Dijk te Spijkenisse,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POSTNL PAKKETTEN BENELUX B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POSTNL CARGO SERVICE B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagden,

advocaat mr. J.C. Binnerts te Haarlem.

Partijen zullen hierna Cargo, PostNL Pakketten en PostNL Cargo worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de overgelegde producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Cargo

  • -

    de pleitnota van PostNL Pakketten en PostNL Cargo

  • -

    de akte wijziging eis van Cargo.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen Cargo, PostNL Pakketten en PostNL Cargo is een driepartijen-vervoersovereenkomst gesloten die is ingegaan op 1 januari 2014. Op deze overeenkomst zijn (thans) van toepassing de Algemene Voorwaarden voor Goederenvervoer 2017 (hierna: de algemene voorwaarden). De vervoersovereenkomst heeft een vaste looptijd van 12 maanden en wordt automatisch verlengd behoudens opzegging minimaal drie maanden voor het einde van de overeengekomen periode van 12 maanden.

2.2.

Artikel 7 van de overeenkomst luidt:

“7. Gedurende de looptijd van deze overeenkomst kunnen de voorwaarden door PostNL worden gewijzigd. Indien PostNL hiertoe overgaat, zal zij daarvan tenminste 30 dagen voor inwerkingtreding

van de wijziging schriftelijk mededeling doen.”

2.3.

Artikel 15 van de overeenkomst luidt:

“15. De tarieven worden jaarlijks aangepast. Belangrijke basis voor de tariefaanpassing is de jaarlijkse NEA-prognose betreffende de ontwikkeling van de kosten in het binnenlandse goederenvervoer. Indien gedurende de contractperiode blijkt dat de werkelijke prijsontwikkeling significant afwijkt van datgene wat aanvankelijk door de NEA werd voorspeld, behoudt PostNL zich het recht voor een dergelijke kostenstijging aan de klant door te berekenen. Indien dit gebeurt wordt de klant daar tenminste 30 dagen voor inwerkingtreding van de wijziging schriftelijk over ingelicht.”

2.4.

In artikel 21 van de overeenkomst is onder meer vastgelegd dat Cargo zich dient te richten op startende webwinkels (naar Cargo stelt en PostNL Pakketten en PostNL Cargo niet betwisten bedrijven die 1-25 pakketten per dag verzenden), dat Cargo niet mag acquireren onder bestaande klanten van PostNL Pakketten en PostNL Cargo, maar dat Cargo wel samenwerkingsverbanden mag aangaan met concurrenten van PostNL Pakketten en PostNL Cargo , met als oogmerk de desbetreffende klanten bij PostNL Pakketten en PostNL Cargo onder te brengen.

2.5.

Cargo werkt contractueel samen met het bedrijf Shops United B.V. (hierna: Shops United). Hierbij is het de taak van:

- Cargo om bij PostNL Pakketten en PostNL Cargo (post)vervoersdiensten in te kopen;

- Shops United om te contracteren met webwinkels om de postverzending door Cargo te laten regelen alsmede om deze webwinkels ondersteuning te verlenen bij het gebruik van de ICT die gebruikt wordt bij het verzendproces.

Cargo en Shops United zijn zusterbedrijven. [persoon1] (hierna: [persoon1] ) is directeur-grootaandeelhouder van beide bedrijven.

Het verdienmodel van Cargo en Shops United houdt in dat zij pakketten van afzenders verzamelen zodat deze gecombineerd ter verzending aangeboden kunnen worden aan PostNL Pakketten en PostNL Cargo. Hierdoor kan de verzendprijs per pakket dalen.

2.6.

PostNL Pakketten en PostNL Cargo leveren de navolgende vervoersdiensten:

  1. dienst servicepunten: het aanleveren van pakketten door webwinkels en retourneren van pakketten door consumenten op servicepunten (winkels als bijvoorbeeld Primera)

  2. dienst haalservice: het afhalen van pakketten door PostNL Pakketten en PostNL Cargo bij klanten door de PostNL haalservice

  3. dienst sorteercentra: het aanleveren van pakketten op de 18 PostNL Sorteercentra in Nederland (bedoeld voor klanten die meer dan 10.000 pakketten per jaar aanleveren).

2.7.

Partijen duiden de “dienst servicepunten” ook wel aan als “de virtuele stroom” en de overige diensten als de “fysieke stroom,” dit omdat bedrijven als Cargo bij de eerstgenoemde dienst geen fysieke bemoeienis hebben met de te verzenden pakketten maar zich slechts digitaal (virtueel) presenteren, via internet of eventuele andere digitale kanalen.

2.8.

Cargo maakte tot voor kort nagenoeg uitsluitend gebruik van de dienst servicepunten. De klanten van Shops United bestaan voor 95% uit kleine, beginnende webwinkels.

2.9.

PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben in het jaar 2015 de vennootschap DM Productions B.V., handelend onder de naam “MyParcel” overgenomen. MyParcel is een concurrent van Cargo.

2.10.

PostNL Pakketten heeft Cargo bij brief van 30 september 2016 de tarieven toegezonden die zij en PostNL Cargo vanaf 1 januari 2017 in rekening willen brengen bij Cargo.

2.11.

PostNL Pakketten heeft per e-mailbericht van 8 december 2016 twee conceptovereenkomsten toegezonden aan Shops United. Beide concepten betreffen een driepartijenovereenkomst tussen Cargo, PostNL Pakketten en PostNL Cargo. Deze twee concepten zijn:

- een conceptvervoersovereenkomst “Vervoersovereenkomst Digitale Stroom 2017” namens PostNL Pakketten,

- een conceptvervoersovereenkomst “Vervoersovereenkomst Fysieke collectie activiteiten 2017” namens PostNL Pakketten en PostNL Cargo. Deze overeenkomst voorziet erin dat Cargo voortaan ook - deels - gebruik mag maken van de dienst sorteercentra, zij het niet van alle 18 sorteercentra maar van 4 daarvan.

2.12.

Namens Cargo heeft [persoon1] , in reactie op de twee voormelde conceptovereenkomsten, per e-mailbericht aan PostNL Pakketten en PostNL Cargo medegedeeld in te stemmen met het contract “Fysieke collectie activiteiten” maar dat niet ingestemd wordt met het contract “digitale stroom” omdat de tariefsverhogingen bij dit contract voor Cargo onacceptabel zijn. Hierover heeft Cargo, onder meer, geschreven:

“De nieuwe PostNL voorgestelde contracten kennen immers een prijsverhoging die niet in overeenstemming is met hetgeen volgens de thans tussen ons geldende contracten is afgesproken. Volgens de lopende contracten worden prijsverhogingen tijdens de contractduur namelijk gebaseerd op de tariefwijzigingen afgesproken NEA- prognose. De thans door PostNL voorgestane prijsverhogingen voor het aanleveren op een Servicepunt zijn daar niet mee in overeenstemming en overstijgen de NEA-prognose meer dan aanzienlijk. Deze verhogingen zijn, zoals we in december 2016 al hebben laten weten te hoog en niet akkoord.”

2.13.

De advocaat van Cargo heeft PostNL Pakketten bij brief van 6 februari 2017 gesommeerd om de aangekondigde tariefverhogingen in te trekken en geen andere prijsverhogingen aan Cargo te berekenen dan die welke op grond van artikel 15 van de overeenkomst zijn toegestaan.

2.14.

PostNL Pakketten heeft bij brief van de 22 februari 2017 geantwoord dat de tariefsverhoging niet in strijd is met artikel 15 van de overeenkomst en dat bovendien artikel 7 van de overeenkomst haar het recht geeft om gedurende de looptijd van de overeenkomst de voorwaarden te wijzigen. Voorts staat in de brief dat zij bereid is om de overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden indien Cargo aantoont dat de tariefaanpassing een aantoonbare en materieel/substantieel negatief effect heeft op de bedrijfsvoering waardoor voortzetting van de overeenkomst in alle redelijkheid niet verwacht kan worden.

3 Het geschil

3.1.

Cargo vordert, na eiswijziging ter zitting, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. PostNL Pakketten en PostNL Cargo te veroordelen om de met Cargo gesloten en bestaande overeenkomst d.d. 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017 volledig te eerbiedigen, de in het vooruitzicht gestelde tariefsverhogingen in te trekken en tot en met 31 december 2017 geen andere prijsverhoging aan Cargo te berekenen dat die welke op grond van artikel 15 voornoemd is overeengekomen, de overeengekomen diensten tot en met 31 december 2017 voor die prijzen te blijven leveren en alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te (doen) verrichten die voor nakoming van de vervoersovereenkomst overeengekomen zijn;

b. PostNL Pakketten en PostNL Cargo te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot het crediteren van de tot op heden ten onrechte aan Cargo gefactureerde bedragen inclusief tariefsverhogingen, zoals deze met drie facturen, te weten de facturen over de maanden januari 2017, februari 2017 en maart 2017, zijn uitgereikt door PostNL Pakketten en PostNL Cargo en in plaats daarvan bedragen te factureren die in overeenstemming zijn met de gesloten en bestaande overeenkomst d.d. 1 januari 2014 en de op grond van artikel 15 toegestane tariefsverhogingen;

c. PostNL Pakketten en PostNL Cargo te veroordelen om het onder a) en b) vermelde na te komen op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 100.000,- voor iedere overtreding en voor zover er sprake is van een termijn voor iedere dag € 10.000,- die gelegen is na 2 dagen na betekening van dit vonnis, althans PostNL Pakketten en PostNL Cargo te veroordelen tot een of meer voorlopige voorzieningen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren op straffe van verbeurte van een dwangsom;

d. althans PostNL Pakketten en PostNL Cargo te veroordelen tot een of meer voorlopige voorzieningen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren op straffe van verbeurte van een dwangsom;

e. PostNL Pakketten en PostNL Cargo, hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van deze procedure;

f. dit vonnis in zijn geheel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Cargo stelt daartoe het volgende.

3.2.

Door de aangekondigde tariefsverhoging staat Cargo, net als Shops United, met de rug tegen de muur. De tariefsverhoging die PostNL Pakketten en PostNL Cargo per 1 januari 2017 willen doorvoeren valt niet binnen de tussen partijen afgesproken bandbreedte voor tariefwijzigingen in artikel 15 van de overeenkomst. Overstappen naar een andere vervoerder is voor Cargo een weinig aantrekkelijke optie. PostNL Pakketten en PostNL Cargo zijn de grootste spelers op de markt, zij hebben een zeer fijnmazig netwerk, een snelle bezorging, een goeie service en zij hanteren gunstige voorwaarden. Concurrenten van PostNL Pakketten en PostNL Cargo, zoals DHL, DPD, UPS en GLS zijn daarom een weinig aantrekkelijk alternatief. PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben een marktaandeel van 70% binnen de pakketstroom business to consumer. MyParcel is onder de vleugels van PostNL Pakketten en PostNL Cargo in staat om een verkooptarief van € [-] te hanteren, terwijl Cargo onder de nieuwe tarieven van PostNL Pakketten en PostNL Cargo gedwongen is om een tarief van € [-] te hanteren. Cargo en Shops United, en hun klanten (de webwinkels) zijn met hun ICT- systeem volledig gericht op de bedrijfsvoering van PostNL Pakketten en PostNL Cargo. Overstappen naar een concurrent van PostNL Pakketten en PostNL Cargo is ook om die reden bezwaarlijk. Veel klanten van Shops United hebben in reactie op een door Shops United aangekondigde tariefverhoging van 11 procent al medegedeeld de contractuele samenwerking te zullen beëindigen, respectievelijk over te zullen stappen naar MyParcel. Alhoewel PostNL Pakketten en PostNL Cargo de tariefsverhogingen al in september 2016 hadden aangekondigd, zijn de gewijzigde spelregels pas op 8 december 2016 door PostNL Pakketten en PostNL Cargo bekendgemaakt. Toen was de opzeggingstermijn (uiterlijk drie maanden van tevoren) al verstreken.

Cargo heeft de facturen over de maanden januari, februari en maart 2017 niet voldaan. Cargo verlangt dat PostNL Pakketten en PostNL Cargo hun -te hoge- facturen intrekken en alsnog factureren op basis van de juiste, lagere tarieven.

tarief voor de dienst servicepunten

3.3.

Het is met name deze tariefsverhoging die Cargo raakt. Dit tarief wordt verhoogd van € [-] in 2016 naar € [-] in 2017. Dat is een stijging van meer dan [-] %. De NEA- prognose 2017 voor de onderhavige markt bedraagt maximaal 2,1%. Shops United hanteerde in 2016 een tarief van € [-] per pakket. Om verantwoord te kunnen ondernemen zou Shops United een marge van minimaal [-] % moeten hanteren. Dat zou uitkomen op € [-] per pakket.

tarief voor de dienst haalservice

3.4.

Voorheen brachten PostNL Pakketten en PostNL Cargo hiervoor hetzelfde -lage- tarief in rekening als voor de dienst servicepunten. Dit vervalt. PostNL Pakketten en PostNL Cargo zijn voornemens om voor de dienst haalservice voortaan een hoger tarief in rekening te brengen.

tarief voor de dienst sorteercentra

3.5.

Voorheen maakte Cargo geen gebruik van deze dienst. Cargo was een te kleine speler op de markt om voor deze dienst in aanmerking te komen. Cargo/ Shops United hebben geen klanten die meer dan 10.000 pakketten per jaar aanleveren. Door het contract “Fysieke collectie activiteiten” gaat Cargo voortaan alsnog gebruik maken van deze dienst, maar in een te beperkte mate. PostNL Pakketten en PostNL Cargo zijn slechts bereid om Cargo toegang te verlenen tot maximaal 4 van de 18 sorteercentra, voor een tarief van € [-] per pakket en dat dan onder stringente voorwaarden. Cargo zou liever toegang hebben tot alle 18 sorteercentra. Dan kunnen de klanten in 18 regio’s op deze wijze bediend worden, in plaats van in slechts vier regio’s. Dat zou voor Cargo de pijn van de verhoging van de tarieven voor de dienst haalservice wat verzachten. PostNL Pakketten en PostNL Cargo lijken zich inmiddels op het standpunt te stellen dat over het contract “Fysieke collectie activiteiten” geen wilsovereenstemming bestaat.

3.6.

Gedaagden voeren verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt in voldoende mate uit de stellingen van Cargo. PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben ter zitting aangevoerd dat het aantal pakketten dat Cargo vanaf aanvang 2017 hebben aangeboden ter verzending [-] % hoger is dan voorheen, hetgeen er in de visie van PostNL Pakketten en PostNL Cargo nog niet op wijst dat Cargo door de tariefsverhoging per 2017 wezenlijk wordt bemoeilijkt in haar bedrijfsvoering. Cargo heeft er echter op gewezen dat zij er voor heeft gekozen om de tariefsverhoging slechts gedeeltelijk, en dus niet ten volle, door te berekenen aan haar klanten en dat haar verdienmodel hierdoor wel wezenlijk wordt aangetast. Dit komt aannemelijk voor. Ter zitting is nog wel gebleken dat Cargo, anders dan zij wil doen voorkomen, niet volledig afhankelijk is van de diensten van PostNL Pakketten en PostNL maar dat zij ook met concurrenten van PostNL Pakketten en PostNL Cargo in zee pleegt te gaan. Het is echter aannemelijk dat PostNL Pakketten en PostNL Cargo voor Cargo nog steeds de belangrijkste en aantrekkelijkste contractuele wederpartij zijn. Een erkenning hiervan vormt de verklaring van PostNL Pakketten en PostNL Cargo in hun pleitnota dat zij een goede positie hebben op de markt en dat zij dit willen consolideren met goede service en scherpe tarieven.

4.2.

De voorzieningenrechter plaatst voorop dat de prijzen die een ondernemer voor zijn diensten in rekening wenst te brengen in beginsel vrij zijn. Bij te hoge prijzen staat het een klant vrij om voortaan met een andere ondernemer in zee te gaan. Die mogelijkheid bestaat ook in dit geval, nu meerdere bedrijven PostNL Pakketten en PostNL Cargo concurrentie blijken aan te doen op de onderhavige markt.

4.3.

Prijzen zijn echter niet langer vrij indien tussen contractpartijen is afgesproken op welke wijze de prijs bepaald dient te worden. Een klant mag de ondernemer houden aan een contractuele prijsbepalingsafspraak. Tussen partijen is een dergelijke afspraak gemaakt, in (het hiervoor geciteerde) artikel 15 van de overeenkomst. Volgens de tekst van dit artikel vormt de “NEA- prognose” een ‘belangrijke basis” bij het berekenen van de nieuwe jaartarieven, maar behouden PostNL Pakketten en PostNL Cargo zich het recht voor om de tarieven tussentijds aan te passen indien dat “de werkelijke prijsontwikkeling significant afwijkt van datgene wat aanvankelijk door de NEA werd voorspeld.”

4.4.

PostNL Pakketten en PostNL Cargo beroepen zich ter rechtvaardiging van hun tariefsverhoging mede op het contractuele recht, in artikel 7 van de overeenkomst, om eenzijdig de voorwaarden van de overeenkomst aan te passen. Dan doet de vraag zich voor hoe artikel 7 zich verhoudt tot het bepaalde in artikel 15, en dan met name of het bepaalde in artikel 15 geen voorrang dient te genieten. Dit is een kwestie van uitleg van de overeenkomst.

4.5.

De betekenis van een omstreden beding in een schriftelijke overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen.

4.6.

Naar voorlopig oordeel mag de tariefsverhoging niet gegrond worden op artikel 7. Artikel 7 geeft slechts een bevoegdheid tot wijziging van de “voorwaarden” maar niet van de “tarieven.” Een wijziging in de voorwaarden betreft dan - bijvoorbeeld - een wijziging van de plaats waar de pakketten moet worden aangeboden ter verzending, maar niet een wijziging in prijs. Cargo mocht redelijkerwijs verwachten dat artikel 7 geen betrekking heeft op de tarieven. Partijen zijn in artikel 15 op een specifieke en gedetailleerde wijze overeengekomen op welke wijze tot tariefsverhoging kan worden gekomen. Dit artikel zou zinledig zijn als PostNL Pakketten en PostNL Cargo in plaats daarvan, met een beroep op artikel 7, aan de - kennelijk doordachte - regeling in artikel 15 eenvoudig voorbij zouden mogen gaan. Het ligt ook niet zonder meer in de rede dat een contractspartij de prijsbepaling volledig aan de wederpartij zou willen laten. Cargo heeft dan ook mogen begrijpen dat de wijze van tariefsverhoging dient te geschieden aan de hand van alleen artikel 15.

4.7.

De tariefsverhoging mag niet mede worden gegrond op een (eventuele) werkelijke prijsontwikkeling die significant afwijkt van datgene wat aanvankelijk door de NEA werd voorspeld. Die contractuele regeling ziet slechts op een tussentijdse aanpassing van de tarieven, terwijl het hier gaat om de (reguliere) jaarlijkse aanpassing van de tarieven. PostNL Pakketten en PostNL Cargo voeren bovendien ook niet aan dat de werkelijke prijsontwikkeling de reden is voor hun tariefsverhoging. PostNL Pakketten en PostNL voeren in hun pleitnota aan dat zij hun prijsbeleid tegenover intermediairs als Cargo tegen het licht hebben gehouden, bezien in relatie tot concurrentie-ontwikkelingen (toename in concurrentie van DHL), toenemende kopersmacht van grote opdrachtgevers en daling van de gemiddelde opbrengsten. De voorzieningenrechter begrijpt hieruit dat de tariefsverhoging is gebaseerd op commerciële gronden en niet (zozeer) op aanpassing aan gestegen kosten.

4.8.

Beoordeeld dient derhalve te worden of de aangekondigde tariefsverhoging is gebaseerd op een berekening waarbij de NEA-prognose een “belangrijke basis” heeft gevormd. Daarbij zij aangetekend dat de gebezigde bewoordingen er vooralsnog niet op wijzen dat de NEA- prognose één op één gevolgd moet worden bij het bepalen van de tariefsverhoging. Cargo stelt ook geen verklaringen of gedragingen waaruit dit, ondanks de andersluidende woordkeuze, toch zou mogen worden aangenomen. Daarom dient voorshands te worden aangenomen dat een tariefsverhoging binnen een bepaalde bandbreedte mag afwijken van de NEA-prognose, maar daarmee niet exact gelijk hoeft te lopen.

4.9.

De bandbreedte waarbinnen tariefwijzigingen nog geoorloofd zijn, wordt niet gedefinieerd in de overeenkomst. Dit is eveneens een kwestie van uitleg van de overeenkomst.

4.10.

PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben niet betwist dat de NEA-prognose voor 2017 uitkomt op 2,1%. PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben ter zitting aangevoerd dat de aangekondigde tariefsverhoging geen [-] % bedraagt maar slechts [-] %. Dit is echter nog steeds bijna [-] keer zoveel als [-] %. De voorzieningenrechter acht hiermee voorshands voldoende aannemelijk dat de NEA- prognose niet als belangrijke basis heeft gefungeerd voor de tariefsverhoging. Veeleer kan het tegendeel worden gezegd, gelet op de forse mate van afwijking. Cargo heeft redelijkerwijs mogen begrijpen dat een tariefsverhoging die bijna [-] keer zoveel is als de NEA- prognose, niet is toegestaan.

4.11.

Het gevorderde is dan ook - grotendeels - toewijsbaar. Een dwangsom wordt niet nodig geacht. PostNL Pakketten en PostNL Cargo hebben ter zitting verklaard dat zij een eventuele veroordeling vrijwillig zullen nakomen. De voorzieningenrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring.

4.12.

PostNL Pakketten en PostNL Cargo zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Cargo. Deze kosten worden begroot op € 1.524,-, zijnde € 816,- aan salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven), € 618,- aan griffierecht en € 90,- aan explootkosten dagvaarding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt PostNL Pakketten en PostNL Cargo om de met Cargo gesloten en bestaande overeenkomst van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017 volledig te eerbiedigen, de in het vooruitzicht gestelde/ in rekening gebrachte tariefsverhogingen in te trekken en tot en met 31 december 2017 geen andere prijsverhoging aan Cargo te berekenen dan op grond van artikel 15 van de overeenkomst van partijen, de overeengekomen diensten tot en met 31 december 2017 voor die prijzen te blijven leveren en alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te (doen) verrichten die voor nakoming van de vervoersovereenkomst overeengekomen zijn;

5.2.

veroordeelt PostNL Pakketten en PostNL Cargo om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot het crediteren van de tot op heden ten onrechte aan Cargo gefactureerde bedragen inclusief tariefsverhogingen, zoals deze met drie facturen, te weten de factuur over de maand januari 2017, de factuur over de maand februari 2017 en de factuur over de maand maart 2017, zijn uitgereikt door PostNL Pakketten en PostNL Cargo en in plaats daarvan bedragen te factureren die in overeenstemming zijn met de gesloten en bestaande overeenkomst van 1 januari 2014 en de op grond van artikel 15 toegestane tariefsverhogingen;

5.3.

veroordeelt PostNL Pakketten en PostNL Cargo hoofdelijk in de proceskosten van Cargo, tot op heden begroot op € 1.524,-;

5.4.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2017.

2517/2009