Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:3540

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
10-05-2017
Zaaknummer
C/10/486947 / HA ZA 15-1061
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Energieleverantie; uitleg overeenkomst; wijze van nacalculatie en eindafrekening; rol van het Toegankelijk Meet Register.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/486947 / HA ZA 15-1061

Vonnis van 15 maart 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBIN ENERGIE B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

verweerster in het incident,

advocaat mr. O.G. Trojan te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENERGIE I&V B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Robin Energie en I&V genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 29 juni 2015 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, tevens incidentele vordering ex artikel 223 Rv, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis in reconventie, tevens akte overlegging producties;

  • -

    de brief van de rechtbank van 4 mei 2016 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de brief van de rechtbank van 18 mei 2016, inhoudende een zittingsagenda;

  • -

    de brief namens I&V van 22 juni 2016;

  • -

    de akte houdende overlegging aanvullende producties aan de zijde van Robin Energie;

  • -

    de akte houdende overlegging producties aan de zijde van I&V;

  • -

    de akte houdende wijziging van eis in reconventie, tevens akte houdende overlegging van producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 december 2016;

  • -

    de bij gelegenheid van de comparitie van partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 25 mei 2010 is een “Overeenkomst voor de exclusieve verkoop en levering van energie en diensten” tot stand gekomen tussen (destijds) Anode en Robin Energie (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst voorziet in verkoop van energie (gas en elektriciteit) door Anode aan Robin Energie. Robin Energie levert de afgenomen energie door aan eindgebruikers. In de overeenkomst wordt Robin Energie mede aangeduid als “Klant”.

2.2.

De overeenkomst bevat – voor zover relevant – de volgende bepalingen:

‘2.4.2 Inkoopkorting gas

Scenario 1

Indien Klant en Anode in contractjaar 2011 of daaropvolgend onder deze overeenkomst een door Anode gefactureerde jaarhoeveelheid gecorrigeerd voor temperatuur afneemt (conform onderstaande staffel) zal Anode een extra korting op de verhoging voor geleverde diensten in mindering brengen.

Scenario 2

Indien Klant en Anode in contractjaar 2011 of daaropvolgend onder deze overeenkomst een door Anode gefactureerde jaarhoeveelheid gecorrigeerd voor temperatuur afnemen groter dan 5 mln m3(n;35,17) zal Anode een extra korting van 1% over het totaal gefactureerde bedrag (op basis van het overzicht Tarieven Anode per regio) voor de inkoop van gas in mindering brengen.

Indien Klant gebruik maakt van de EABO diensten voor de administratie van haar Profielverbruikers zal Anode dezelfde Inkoopkorting gas als bij Scenario 1 verlenen. Dit op voorwaarde dat Anode ten allen tijde inzage verkrijgt in de financiële administratie van Klant.

4.1

Facturering

4.1.1

Verstrekken van factuurregels en facturering

[…]

Aan het begin van de kalendermaand wordt door Anode een voorcalculatie voor elektriciteit gemaakt

[…]

Op basis van het werkelijk verbruik zal door Anode per kalendermaand een nacalculatie worden gemaakt. Hiertoe wordt voor elke Profielverbruiker van Klant een exacte berekening gemaakt van de te betalen bedragen (voor de elektriciteitslevering en voor de Programmaverantwoordelijkheid) voor de laatste beschikbare maand op basis van de exacte gegevens [….]. Deze berekening wordt gemaakt op basis van de prijzen genoemd bij 2.4.1 gas en 2.4.3 elektriciteit. Per Profielverbruiker wordt het verschil ten opzichte van de voorcalculatie bepaald. Het totaal verschil met de voorcalculatie is de nacalculatie.

[…]

4.1.2

Alle facturen

Facturen van Anode […] dienen op de in de factuur aangegeven wijze binnen veertien (14) kalenderdagen na factuurdatum volledig en onvoorwaardelijk te zijn voldaan.

4.1.3

Betwisting factuur

Betwisting door Klant van de juistheid van de factuur heft in geen enkel geval de verplichting op om binnen de termijn te betalen, behoudens in geval van een uitdrukkelijke door Anode erkende vergissing. Dit betekent dat Klant óók in geval van betwisting van de rekening deze in zijn geheel binnen de gestelde termijn dient te voldoen. […]

4.1.4

Ingebrekestelling

Bij het overschrijden van de betalingstermijn begaat Klant zonder dat een ingebrekestelling vereist is, een contractuele tekortkoming. Zodra Klant in gebreke is enig opeisbaar saldo te voldoen, zijn alle overige vorderingen van Anode op Klant onmiddellijk opeisbaar, opnieuw zonder dat daartoe een bijzondere ingebrekestelling vereist is.

4.1.5

Rente

Op elk factuur die niet op de vervaldag is voldaan of enige ander saldo dat niet betaald is van zodra dit opeisbaar werd, is van rechtswege en zonder dat daartoe een voorafgaande ingebrekestelling vereist is, een interest van 1,5% (of toepasselijk gedeelte van een maand verschuldigd) onverminderd de buitengerechtelijke kosten.’

2.3.

Op 1 januari 2013 heeft I&V de overeenkomst met instemming van Robin Energie overgenomen van Anode.

2.4.

De overeenkomst liep oorspronkelijk van 1 april 2010 tot en met 31 december 2013 en is vervolgens met een kalenderjaar verlengd.

2.5.

I&V heeft de overeenkomst opgezegd per eind 2014. Sinds 1 januari 2015 neemt Robin Energie geen energie meer af van I&V.

2.6.

I&V heeft Robin Energie gedagvaard voor de voorzieningenrechter ter zake betaling van openstaande voorschotfacturen. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 13 april 2015 Robin Energie veroordeeld tot betaling EUR 358.000, welk bedrag Robin Energie heeft betaald aan I&V.

2.7.

Partijen hebben over en weer beslagen gelegd.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

De vordering van Robin Energie luidt – samengevat –, na vermindering van eis, om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat I&V haar contractuele verplichtingen op grond van de overeenkomst heeft geschonden, waaruit volgt dat I&V aansprakelijk is voor de door Robin geleden schade;

- primair I&V te veroordelen tot betaling van EUR 697.201,58 (EUR 724.505,22 min EUR 27.303,64 =);

- subsidiair I&V te veroordelen tot uitvoering van de nacalculatie op basis van meterstanden vanuit het toegankelijk meetregister onder verbeurte van een dwangsom;

alsmede I&V te veroordelen tot betaling van:

- contractuele, althans wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag, vanaf twee weken na afloop van de maand waarin de meterstanden zijn vastgelegd, subsidiair vanaf 15 april 2015;

- schadevergoeding ad EUR 37.375,71;

- de beslagkosten;

- de proceskosten, inclusief nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

I&V voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met proceskostenveroordeling van I&V.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

I&V vordert samengevat - , na vermeerderingen van eis, veroordeling van Robin Energie primair tot betaling van EUR 1.401.071,28, subsidiair tot betaling van EUR 685.027,73 vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

Robin Energie voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met proceskostenveroordeling van Robin Energie.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in het incident ex art. 223 Rv

3.7.

I&V vorderde - samengevat - veroordeling van Robin Energie tot teruggave van de aan haar afgegeven bankgarantie voor een bedrag van EUR 899.406,26, onder verbeurte van een boete van EUR 10.000,- per dag. In de akte houdende wijziging van eis in reconventie, tevens akte houdende overlegging van producties heeft I&V haar vordering ingetrokken, dat wil zeggen tot nihil verminderd. Dat betekent dat nog slechts beslist hoeft te worden over de proceskosten in het incident.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen en de gevoerde verweren in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

Robin Energie heeft tegen de vermeerderingen van de eis in reconventie geen bezwaar gemaakt. De rechtbank acht die vermeerderingen ook niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Derhalve zal in reconventie recht worden gedaan op de vermeerderde eis, zoals deze onder 3.4 is weergegeven.

4.3.

Tussen partijen is in geschil wie van partijen een vordering op de ander heeft op grond van de eindafrekening die in verband met het einde van de overeenkomst moet worden opgesteld door I&V. Vast staat dat partijen in dit kader met elkaar hebben afgesproken dat zij afrekenen op basis van het verschil tussen enerzijds de voorschotfacturen van I&V en anderzijds de berekening van de te betalen bedragen op basis van werkelijk verbruik door Robin Energie. Het resultaat hiervan is de nacalculatie.

4.4.

Robin Energie stelt dat I&V in verzuim is geraakt door de nacalculatie niet, althans niet volledig, uit te voeren. Zij voert daartoe aan dat zij in de jaren 2013 en 2014 maandelijks meterstanden in het Toegankelijk Meet Register (hierna: TMR) heeft ingevoerd en voorts de werkelijke meterstanden in februari en maart 2015 aan I&V ter beschikking heeft gesteld. I&V heeft echter categorisch geweigerd de nacalculatie te verrichten en de eindafrekening op te maken. I&V is niet alleen in verzuim geraakt met betrekking tot het opmaken van de nacalculatie aan het einde van de overeenkomst, maar ook gedurende de looptijd van de overeenkomst.

I&V stelt daar tegenover dat Robin Energie het haar onmogelijk heeft gemaakt om de eindafrekening op te maken zodat het Robin Energie is die in schuldeisersverzuim is komen te verkeren. Het was aan Robin Energie om de werkelijke meterstanden in het TMR op te nemen van op of na 1 januari 2015. Robin Energie had I&V toegezegd om dit uiterlijk op 15 januari 2015 te doen, hetgeen niet is gebeurd ten aanzien van 14.677 aansluitingen, te weten bijna de helft van de totale hoeveelheid aansluitingen. Robin Energie heeft voorts een wettelijke verplichting om ten minste eenmaal per 12 maanden de meterstand vast te leggen. Ook deze verplichting is Robin Energie niet nagekomen. Daarnaast geldt dat de gegevens die Robin Energie in februari en maart 2015 wel heeft doorgegeven aan I&V veel lacunes en onjuistheden bevatten.

4.5.

Tussen partijen staat vast dat een berekening van het werkelijk verbruik moet worden gebaseerd op de meterstanden die in het TMR zijn opgenomen. Niet in geschil is dat het aan Robin Energie is, als leverancier onder de door de Autoriteit Consument en Markt opgestelde Informatiecode Elektriciteit en Gas (hierna: de Informatiecode) en op basis van de overeenkomst, om de werkelijke standen in het TMR te zetten. Tussen partijen staat – inmiddels – vast dat de overeenkomst liep tot en met 31 december 2014. Dit betekent dat Robin Energie werkelijke meterstanden in het TMR had moeten plaatsen van op of na 1 januari 2015 opdat I&V de nacalculatie volledig kon uitvoeren. Robin Energie heeft niet betwist dat zij dat niet heeft gedaan ter zake van 14.677 meters. Evenmin heeft zij betwist dat zij in dat kader ook niet haar wettelijke verplichting, zoals neergelegd in artikel 5.1.2.1 Informatiecode, is nagekomen om binnen de termijn van 12 maanden alsnog de betreffende meterstanden vast te leggen in het TMR. Dit staat dan ook vast. Zonder de gegevens van alle meters tot en met 31 december 2014 was I&V niet in staat om haar verplichting tot het opstellen van de nacalculatie na te komen. Robin Energie heeft die nakoming aldus verhinderd en zij is dan ook in schuldeisersverzuim geraakt. Dit heeft tot gevolg dat I&V niet in (schuldenaars)verzuim is ten aanzien van de hier bedoelde verplichting (zie artikel 6:61 BW).

4.6.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van Robin Energie dat I&V in verzuim was met het opstellen van de nacalculaties tijdens de looptijd van de overeenkomst. Deze verplichting staat los van de verplichting om een eindafrekening op basis van nacalculatie te maken waar het in dit geschil (met name) om gaat. Van belang is in dit verband de stelling van I&V dat partijen een afwijkende afspraak hadden gemaakt terzake de gedurende de looptijd van de overeenkomst op te maken nacalculaties. I&V heeft gesteld dat zij aan Robin Energie had toegezegd om, zolang de nacalculaties uitbleven, aan Robin Energie niet de verschuldigde contractuele rente, voor zover door Robin Energie aan I&V verschuldigd over de uitkomsten van de nacalculaties, in rekening te brengen, maar haar wel de contractuele rente te zullen vergoeden over door I&V eventueel op basis van die nacalculaties te verrichten betalingen. Robin Energie heeft deze stellingen van I&V niet betwist. De rechtbank zal dan ook geen consequenties verbinden aan het feit dat I&V gedurende de looptijd van de overeenkomst geen nacalculaties heeft gemaakt, terwijl de overeenkomst dit wel voorschrijft. De door Robin Energie gevorderde verklaring voor recht ligt voor afwijzing gereed.

4.7.

Robin Energie stelt dat zij zelf op grond van alle beschikbare meterstanden de nacalculatie heeft uitgevoerd omdat I&V weigerde na te calculeren op basis van werkelijke meterstanden. De methode en de toepassing van de methode zijn door een onafhankelijke expert getoetst en goedgekeurd. Daarnaast heeft een accountant bevestigd dat de berekening juist heeft plaatsgevonden. Robin Energie vordert op basis van haar eigen nacalculatie, na vermindering van eis, EUR 668.763,50 (EUR 696.067,14 min EUR 27.303,64 =) in conventie van I&V. Robin Energie vordert voorts de gemaakte kosten voor de inrichting en de uitvoering van het proces van nacalculatie door Robin Energie ter hoogte van EUR 37.375,71. I&V betwist deze vordering gemotiveerd.

4.8.

De rechtbank kan niet meegaan in de berekeningen van Robin Energie, reeds vanwege het feit dat de genoemde 14.677 meterstanden daarin ontbreken. De door Robin Energie gevorderde hoofdsom kan dan ook niet worden toegewezen evenmin als de gevorderde kosten van de deskundigen die de berekening hebben uitgevoerd en gecontroleerd.

4.9.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft Robin Energie het verweer gevoerd dat I&V uit hoofde van de overeenkomst enkel de crediteur is van vorderingen uit kleinverbruik contracten omdat de contracten uit grootverbruik niet zijn gecedeerd aan I&V met de in 2.3 bedoelde akte van cessie. Wat er ook zij van het verweer van I&V dat Robin Energie facturen voor zowel grootverbruik als kleinverbruik heeft ontvangen en grotendeels heeft betaald, de rechtbank acht het verweer van Robin Energie tardief. Robin Energie heeft haar eigen vordering op de overeenkomst gebaseerd, zonder de rechten en verplichtingen van partijen daaruit te beperken tot kleinverbruikers. Robin Energie heeft het verweer voorts in geen van haar processtukken aangevoerd, hetgeen wel van haar verwacht had mogen worden. De goede procesorde staat er dan ook aan in de weg om het verweer eerst ten tijde van de comparitie van partijen te voeren, zodat de rechtbank hieraan voorbij zal gaan.

4.10.

I&V heeft in haar akte wijziging eis in reconventie alsmede akte overlegging producties gesteld dat zij inmiddels wel in staat is om een volledige nacalculatie te maken nu de netbeheerders de meterstanden van de ontbrekende 14.677 meters hebben aangevuld in het TMR. I&V stelt dat, na berekening van het werkelijk verbruik door Robin Energie, de nacalculatie tot en met december 2014 een bedrag van EUR 175.025,81 in het voordeel van Robin Energie oplevert. Volgens I&V moet dit bedrag echter worden gecorrigeerd nu Robin Energie standen die in haar voordeel uitvielen onveranderd heeft gelaten in het TMR terwijl zij standen die in haar nadeel uitvielen wel veranderd heeft. I&V heeft daarom, voor zover mogelijk, de correcties voor wat betreft onverklaarbare standen en verschillen in voor Robin Energie ongunstige meterstanden zelf aangebracht op voor Robin Energie gunstige meterstanden en meegenomen in haar berekeningen. Deze correcties leiden tot een reductie van EUR 147.388,62 van de aan Robin Energie toekomende terugbetalingen.

Robin Energie betwist zowel de uitkomst van de nacalculaties als de correcties van I&V op de TMR gegevens. Zij stelt dat het door I&V gepresenteerde bedrag van € 175.025,81 een onherleidbare totaaltelling is. Ook stelt zij dat partijen het oneens zijn over elkaars methode van berekenen van het werkelijk verbruik terzake maand- versus dagprijzen, marktprofielfracties, calorische factor en regiotoeslagen. Met de eenzijdige correctie van de TMR standen wijkt I&V voorts af van de afspraak dat de meterstanden in het TMR leidend zijn. Enkel de leverancier en de netbeheerder kunnen fouten in het TMR corrigeren. Bovendien geldt dat wanneer I&V in haar afrekening met Robin Energie uitgaat van een hogere stand dan in het TMR staat vermeld, zij energie verkoopt die zij nimmer heeft ingekocht.

4.11.

Tussen partijen staat vast dat I&V, als zogenaamde programmaverantwoordelijke, geen wettelijke rol heeft bij de vaststelling en correctie van TMR standen. De Informatiecode heeft hiervoor enkel een rol voor de leverancier, in dit geval Robin Energie, en voor de netbeheerders weggelegd. Voor het informele proces van aanpassing van het TMR, waarop I&V doelde tijdens de comparitie, is geen grondslag te vinden in de Informatiecode. Gesteld noch gebleken is dat partijen een andersluidende afspraak hebben gemaakt, zodat de rechtbank de vordering van I&V, voor zover deze gebaseerd is op de door I&V zelf aangebrachte correctie van de TMR standen, afwijst. Met andere woorden: in het kader van de eindafrekening dient geen correctie op de nacalculatie van € 147.388,62 in het voordeel van I&V te worden toegepast.

4.12.

Partijen verschillen van inzicht over de methode van berekenen van het werkelijk verbruik van Robin Energie. Gesteld noch gebleken is dat partijen over die methode een afspraak hebben gemaakt. Ter zitting hebben beide partijen te kennen gegeven dat een deskundige zou moeten worden belast met de wijze van berekening van de nacalculatie. De rechtbank begrijpt deze uitlating aldus dat in de visie van beide partijen een deskundige moet worden gevraagd de nacalculatie uit te voeren met gebruikmaking van een in de markt gebruikelijke methode en op basis van het TMR in overeenstemming met artikel 4.1.1 van de overeenkomst. Het komt de rechtbank voor de volgende vragen aan de deskundige voor te leggen:

  1. Welke marktconforme berekeningsmethode gebruikt u om het werkelijk verbruik van Robin Energie op basis van het TMR en in overeenstemming met artikel 4.1.1 van de overeenkomst vast te stellen.

  2. Wilt u specificeren welke keuze u maakt terzake maand- versus dagprijzen, marktprofielfracties, calorische factor en regiotoeslagen.

  3. Wilt u de berekening van het werkelijk verbruik op basis van de door u onder vraag 1 beschreven methode uitvoeren.

4.13.

Partijen hebben te kennen gegeven te verwachten gezamenlijk een deskundige voor te kunnen dragen. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om met een gezamenlijk voorstel voor een te benoemen deskundige te komen en zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Indien partijen niet tot een gezamenlijk voorstel komen voor de persoon van de deskundige, zullen zij zich uit mogen laten over het specialisme van de te benoemen deskundige. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen. Het spreekt vanzelf dat het de voortgang van de procedure aanzienlijk zal bespoedigen indien partijen daadwerkelijk met een eensluidend voorstel zullen komen.

De rechtbank overweegt reeds nu dat zij in de omstandigheden van het geval aanleiding ziet om het voorschot op de kosten van de te benoemen deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. Partijen zullen daarom ieder de helft van het voorschot moeten betalen.

4.14.1.

Overige vorderingen opgenomen in eindafrekening I&V

I&V heeft de eindafrekening, zoals samengevat in de akte wijziging eis reconventie (p. 4), niet enkel gebaseerd op de nacalculaties tot en met december 2014 maar ook enkele overige vorderingen in de eindafrekening verwerkt. Robin Energie heeft verweer gevoerd tegen verschillende vorderingen, waarop hierna zal worden ingegaan.

4.14.2.

Volumekorting 2013 en 2014

Volgens Robin Energie heeft zij op grond van artikel 2.4.2, scenario 1 van de overeenkomst recht op volumekortingen voor gasleveringen in 2013 van 2014. Voor het jaar 2013 komt dit neer op het bedrag van EUR 26.018,84, welk bedrag zij in conventie vordert. I&V betwist de gevorderde volumekorting door te stellen dat in artikel 2.4.2, scenario 1 van de overeenkomst is bepaald dat de volumekorting ziet op de opslag van 5% op de inkoopprijs van aardgas als vergoeding voor de door I&V geleverde diensten en niet op de omzet. Het juiste bedrag aan volumekorting is niet EUR 26.018,84 maar EUR 243,44, aldus I&V.

4.14.3.

Nu partijen twisten over de uitleg van artikel 2.4.2, scenario 1 van de overeenkomst, moet de uitleg daarvan volgens vaste rechtspraak plaatsvinden aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en aan de betekenis die zij redelijkerwijs aan die verklaringen hebben kunnen geven in het licht van de in de overeenkomst gebruikte bewoordingen. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, steeds gewaardeerd naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

4.14.4.

De bewoordingen van artikel 2.4.2, scenario 1 zijn niet eenduidig en kunnen aanleiding geven voor de verschillende interpretaties zoals aangevoerd door partijen in dit geschil. Van zwaarwegend belang is dan ook hetgeen Robin Energie ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard heeft over de intentie van partijen bij dit artikel. Volgens Robin Energie was het de bedoeling van partijen dat 1% korting wordt toegepast op het gehele volume en niet enkel op het volume boven de in de eerst in de staffel genoemde hoeveelheid van vijf miljoen m³. Daarnaast heeft Robin Energie gesteld dat het kortingspercentage van 1% moet worden afgetrokken van de prijsverhoging van 5% en niet daarmee moet worden vermenigvuldigd, zoals I&V heeft gedaan. De uitleg van I&V resulteert in een “absurd” lage korting van EUR 347,82 op een omzet van EUR 2,2 miljoen en strookt niet met de bedoeling van partijen, aldus Robin Energie. I&V heeft de gestelde bedoeling van partijen niet, althans niet gemotiveerd, betwist.

4.14.5.

Robin Energie heeft ook gesteld dat uit de bewoordingen van scenario 2, waar een kortingspercentage van 1% over het gehele gefactureerde bedrag wordt toegekend, volgt dat scenario 1 gunstiger zou moeten zijn, hetgeen evenmin betwist is door I&V. Robin Energie stelt tot slot dat, gelet op de creditfactuur van I&V van 21 januari 2015 terzake de volumekorting 2014 voor het bedrag van EUR 77.068,98, I&V destijds deze zelfde uitleg aan dit artikel gaf. I&V heeft hier evenmin verweer tegen gevoerd, noch heeft zij een overtuigende onderbouwing gegeven voor het (grote) verschil tussen enerzijds het bedrag van de creditfactuur van 21 januari 2015 van EUR 77.068,98 en anderzijds het herberekende bedrag aan volumekorting over 2014 van EUR 1.785,33.

4.14.6.

De niet, althans onvoldoende door I&V betwiste uitleg van artikel 2.4.2, scenario 1 van de overeenkomst door Robin Energie komt de rechtbank aannemelijk voor. Zij zal Robin Energie dan ook volgen in deze uitleg en in het door Robin Energie berekende bedrag aan volumekorting 2013 ad EUR 27.153,71.

In de stellingen van beide partijen gaat het ook over een volumekorting over 2014. Noch Robin Energie noch I&V heeft die volumekorting over 2014 echter berekend. Vooralsnog gaat de rechtbank ervan uit dat beide partijen menen dat ook de volumekorting over 2014 bij de eindafrekening moet worden betrokken. Voor dat geval geldt dat Robin Energie noch het door I&V gehanteerde volume voor de volumekorting 2014, te weten 12.939.560 m³, noch de gemiddelde prijs van EUR 0,31362 per m³ heeft betwist, zodat de rechtbank van deze gegevens zal uitgaan. Op basis van eenzelfde berekening als gebruikt voor de volumekorting 2013 zou de rechtbank tot een volumekorting voor 2014 komen van EUR 73.654,03 (volume (12.939.560 m³) maal prijs (EUR 0,31362) maal 1,5% kortingspercentage plus 21% BTW =).

4.14.7.

EABO-afrekening

Robin Energie heeft in conventie gesteld dat zij recht heeft op een bedrag van EUR 2.419,24 voor afrekening van EABO 2012. I&V betwist niet dat Robin Energie aanspraak kan maken op dit bedrag, maar stelt dat Robin Energie ten onrechte buiten beschouwing laat dat Robin Energie inzake EABO aan I&V een vergoeding voor vroegtijdige beëindiging van de leveringsovereenkomst met een vaste prijsperiode van EUR 755,01 incl. BTW is verschuldigd op grond van artikel 3.2.3. van de overeenkomst. Dit is door I&V meegenomen in haar berekening bij haar vordering in reconventie. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat I&V het door Robin Energie gevorderde bedrag ter zake EABO afrekening 2012 heeft verrekend met de vergoeding voor vroegtijdige beëindiging. Robin Energie heeft deze stelling van I&V niet betwist, zodat de rechtbank van de juistheid daarvan uit zal gaan. I&V hoeft haar eindafrekening op dit punt niet te corrigeren.

4.14.8.

Foutieve berekening creditering 18 december 2015

Robin Energie heeft onbetwist gesteld dat I&V een onjuiste creditering berekening heeft gemaakt in haar productie 1, dat een overzicht geeft van betaalde en openstaande facturen en ten grondslag ligt aan de eindafrekening van I&V. I&V heeft de stelling van Robin Energie ter zake - dat de creditering van 18 december 2015 het bedrag van EUR 49.739,14 moet zijn en niet EUR 15.840,64 zoals vermeld in productie 1 - niet betwist, zodat dat vast staat. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van Robin Energie dat er een extra creditering moet worden toegepast van EUR 19.533,84 omdat dit niet strookt met de totaalbedragen van de facturen van 18 december 2015 waar de rechtbank vanuit gaat en Robin Energie deze stelling overigens niet voldoende heeft onderbouwd.

4.14.9.

Factuur gaslevering december 2012

Robin Energie betwist de juistheid van de factuur van 31 maart 2015 ten bedrage van EUR 93.812,59 voor gaslevering over 21 december tot en met 31 december 2012. Zij verwijst in dit kader naar e-mailcommunicatie die partijen ter zake hebben gevoerd en stelt dat uit het overzicht van I&V niet blijkt dat voornoemd bedrag is verrekend, zoals I&V in haar e-mail van 7 juni 2016 schrijft, nu de factuur nog als openstaand wordt bestempeld. I&V verweert zich tegen deze stelling door te verwijzen naar de reeds door Robin Energie aangehaalde e-mail van 7 juni 2016, zonder nadere uitleg te verschaffen. Een nadere onderbouwing had echter wel van haar mogen worden verwacht. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het onvoldoende gemotiveerde verweer van I&V en gaat uit van de juistheid van de stelling van Robin Energie dat I&V ten onrechte voornoemd bedrag voor gaslevering in december 2012 in de eindafrekening heeft opgenomen.

4.14.10.

Samenvatting ter zake de eindafrekening

Hieronder volgt een samenvatting van de eindafrekening zoals opgesteld door I&V.

- Openstaand per 1 december 2014 EUR 864.792,35: bedrag moet worden

aangepast in overeenstemming met 4.14.8.-4.14.9.

  • -

    Voorschotfacturen over december 2014 EUR 1.680.885,22: niet betwist

  • -

    Creditfactuur EUR -/- 200.479,75: niet betwist

  • -

    Betaald door Robin Energie EUR -/- 757.467,94: niet betwist

  • -

    Betaald door Robin Energie EUR -/- 1.000.000,00: niet betwist

  • -

    Betaald door Robin Energie EUR -/- 358.000,00: niet betwist

  • -

    Overige facturen EUR 80.757,87: niet betwist

  • -

    Overige betalingen door Robin Energie EUR -/- 24.456,78: niet betwist

  • -

    Uitkomst nacalculaties t/m december 2014 afhankelijk van uitkomst

deskundigenbericht

- Volumekorting EUR 74.953,83: bedrag moet worden

aangepast in overeenstemming met 4.14.6.

- Correctie TMR standen (saldo) nihil

4.15.1.

Contractuele rente

I&V vordert een bedrag van EUR 1.067.732,67 aan contractuele rente over openstaande facturen berekend tot 1 december 2016. Robin Energie heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de berekening van de gevorderde rente.

4.15.2.

Betalingstermijn

I&V stelt dat, vanwege het feit dat Robin Energie in verzuim was vanaf de vervaldatum van de tweede factuur op 9 juli 2010, op grond van artikelen 4.1.4. en 4.1.5. van de overeenkomst alle vorderingen onmiddellijk opeisbaar zijn geworden, zodat de betalingstermijn van artikel 4.1.2. van de overeenkomst vanaf 9 juli 2010 niet meer van toepassing is geweest. Robin Energie betwist dit en beroept zich op artikel 4.1.2 waaruit volgt dat rente eerst na veertien dagen over het openstaande factuurbedrag kan worden geheven.

4.15.3.

Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 4.1.5 van de overeenkomst. Bij die uitleg komt het, zoals hierboven onder 4.14.3. overwogen, kort gezegd aan op de bedoeling van partijen in het licht van de in de overeenkomst gebruikte bewoordingen. Aan de normale betekenis van de gebruikte bewoordingen komt zwaarwegende betekenis toe.

4.15.4.

Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank dat het standpunt van I&V niet wordt gesteund door de tekst van artikel 4.1.4, in onderling verband gezien met artikelen 4.1.2 en 4.1.5. Artikel 4.1.2 geeft een duidelijke, specifieke regel dat alle facturen binnen 14 dagen moeten zijn voldaan. Artikel 4.1.5 bepaalt vervolgens onverkort dat op elke factuur die niet op de vervaldag is voldaan, te weten 14 dagen na factuurdatum, een interest van 1,5% verschuldigd is, zonder dat daartoe een voorafgaande ingebrekestelling vereist is. Uit de algemene bewoordingen van artikel 4.1.4, tweede zin, blijkt niet zonder meer dat deze zin betrekking heeft op facturen, noch dat daarmee een uitzondering op de – op zichzelf gelezen – duidelijke regels van artikel 4.1.2 en 4.1.5 wordt gemaakt. Aan artikel 4.1.4 kan dan ook niet vanzelfsprekend de – verstrekkende – uitleg worden gegeven die I&V voorstaat. Die uitleg ligt ook niet zonder meer voor de hand, nu deze erop neer zou komen dat Robin Energie al rente was verschuldigd zodra zij een factuur van I&V ontving. Nu Robin Energie voorts onbestreden heeft gesteld dat I&V op al haar facturen een 14-dagen betalingstermijn vermeldde, ook wanneer Robin Energie achter was met de betaling van voorgaande facturen, kan I&V zich niet succesvol op haar uitleg van artikel 4.1.4 beroepen. Op grond van artikelen 4.1.2 en 4.1.5 geldt dan ook voor elke factuur een betalingstermijn van 14 dagen na factuurdatum, zodat eerst na die termijn de contractuele rente van 1,5% kan worden geheven door I&V.

4.15.5.

Dubbele berekening van rente door I&V

I&V heeft de stelling van Robin Energie niet betwist dat zij (I&V) het totaalbedrag van EUR 227.210,28 ter zake rente facturen heeft meegenomen in de berekening van haar rentevordering. Over voornoemd rente bedrag is Robin Energie niet nogmaals rente verschuldigd nu onbestreden is dat niet aan de voorwaarden van artikel 6:119a lid 3 BW wordt voldaan. I&V heeft evenmin betwist dat zij van voornoemd gefactureerd rente bedrag een bedrag van EUR 142.149,17 heeft betaald. Dit bedrag moet worden afgetrokken van de rentevordering van I&V en niet van de betalingen van “gewone” facturen.

4.15.6.

Onjuiste manier van crediteren

Robin Energie heeft onbetwist gesteld dat I&V haar creditnota’s heeft verrekend met latere facturen in plaats van de eerdere facturen waarop de creditnota’s betrekking hadden. De rechtbank kan zich vinden in de stelling van Robin Energie dat over het bedrag van gecrediteerde nota’s geen rente is verschuldigd. I&V dient haar rentevordering, waar nodig, dienovereenkomstig aan te passen.

4.15.7.

Contractuele rente na opschorting betalingsverplichtingen

Robin Energie heeft gesteld dat zij haar renteverplichtingen vanaf 29 december 2014 heeft opgeschort omdat I&V in schuldeisersverzuim was met betrekking tot de nacalculaties. Op grond daarvan kan I&V volgens Robin Energie geen aanspraak maken op contractuele rente vanaf die datum. De rechtbank verwerpt dit betoog. Hiervoor is al overwogen dat I&V niet in verzuim is geraakt met betrekking tot haar verplichting tot het opstellen van nacalculaties omdat Robin Energie in schuldeisersverzuim verkeerde vanwege het niet aanleveren van de meetgegevens in het TMR. Een eventuele opschorting door Robin Energie van de renteverplichtingen was dus zonder grond.

4.16.

De rechtbank zal I&V na deskundigenbericht in de gelegenheid stellen met een herberekening van haar eindafrekening te komen in overeenstemming met hetgeen in dit vonnis is overwogen in 4.14. en 4.15. Vervolgens mag Robin Energie daarop bij akte reageren. Bijzondere aandacht vraagt de rechtbank voor een praktisch werkbare gang van zaken met betrekking tot de rentevordering. Uit het voorgaande wordt duidelijk dat ook die renteberekening opnieuw moet plaatsvinden, met inachtneming van de hiervoor gegeven beslissingen. De rechtbank gaat er vooralsnog vanuit dat partijen de berekening van de rente zelf kunnen uitvoeren op grond van de SDU rentedisk en dat de tenuitvoerlegging van een eindvonnis op dit punt niet tot executieproblemen zal leiden. Denken partijen daar anders over, dan zullen zij zich daarover bij akte moeten uitlaten, waarbij zij dan met name moeten aangeven hoe dit probleem praktisch op te lossen. Een nieuwe renteberekening die bij akte wordt overgelegd is immers per definitie alweer verouderd op het moment dat een eindvonnis moet worden geëxecuteerd.

4.17.

Blijkens de akte wijziging eis in reconventie, waarin I&V haar incidentele vordering heeft ingetrokken, heeft zij die vordering ingetrokken omdat zij met Robin Energie overeenstemming had bereikt over wederzijdse beslagen. I&V verzoekt de rechtbank in haar akte om de proceskosten in het incident te compenseren. Robin Energie heeft hiertegen geen bezwaar gevoerd, zodat de rechtbank de proceskosten in het incident zal compenseren, in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 april 2017 voor het nemen van een akte als bedoeld in 4.13 en 4.16 door I&V, waarna Robin Energie een antwoordakte kan nemen;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in het incident

5.3.

verstaat dat de vordering is ingetrokken;

5.4.

compenseert de proceskosten in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, mr. P. Volker en mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.

2054/1980/2221