Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:3298

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-03-2017
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
10/090568-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor belaging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/090568-14

Datum uitspraak: 3 maart 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. M.J. Smit, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 februari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.M. Bonnes heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [naam slachtoffer] .

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte ontkent belaging van de aangeefster. De verdachte heeft slechts enkele keren getracht in contact te komen met de aangeefster, via de telefoon – vanaf zijn eigen mobiele nummer – en per email, in het kader van de nog niet afgeronde boedelscheiding. Niet kan worden vastgesteld dat de in het word-document opgenomen emailberichten originele berichten zijn, nu het eenvoudig is om zelf teksten toe te voegen aan zo’n bestand. Verder kan niet worden uitgesloten dat het iemand anders dan de verdachte was die met de (prepaid) nummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] naar de aangeefster heeft gebeld en sms-berichten heeft verstuurd. Bovendien is er aanleiding om te betwijfelen of de aangeefster wel naar waarheid heeft verklaard. De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken.

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in 2013 vanaf zijn eigen emailadres enkele berichten naar de aangeefster (zijn ex-vrouw) had gestuurd en dat hij ook eerder al ‘een aantal emotionele e-mails’ naar haar had gestuurd, waarin hij haar had gevraagd om zijn spullen terug te geven. Ter zitting heeft de verdachte herhaald dat de aangeefster spullen van hem zou hebben achtergehouden en dat hij daar ook e-mails over heeft gestuurd in die periode. Ook de in de bijlage bij de aangifte opgenomen e-mails afkomstig van het adres ‘ [e-mailadres] ’ en verstuurd naar het emailadres van het slachtoffer - minstens 16 in de periode tussen 24 februari en 31 augustus 2013 - gaan voornamelijk over het feit dat de aangeefster spullen niet zou teruggeven. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de authenticiteit van de in de bijlage bij de aangifte opgenomen emailberichten afkomstig van het eerder genoemde emailadres van de verdachte.

Anders dan de verdediging is de rechtbank voorts van oordeel dat de prepaid telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] aan de verdachte zijn toe te schrijven. De aangeefster heeft verklaard dat zij tussen 1 januari en eind augustus 2013 veelvuldig is gebeld op haar mobiele nummers door voor haar verborgen nummers. Het waren steeds zeer korte contacten, waarin niets werd gezegd. Uit onderzoek naar de historische bel- en sms-gegevens is gebleken dat tussen 1 maart en 31 augustus 2013 18 maal is gebeld vanaf het mobiele- en werknummer van [naam verdachte] naar het nummer van aangeefster en dat het steeds contacten van enkele seconden betrof. In diezelfde periode is zij 50 keer gebeld vanaf voornoemde prepaid nummers en ook dat waren steeds weer contacten van enkele seconden. Ook heeft zij van deze nummers in totaal 19 sms-berichten ontvangen, met veelal een dreigende en/of grove inhoud. Het uitbellen of versturen van de sms-berichten gebeurde vrijwel altijd overdag op doordeweekse dagen waarbij zendmasten werden aangestraald in de directe omgeving van het werk van de verdachte. Voorts is op het nummer eindigend op

-66 drie maal een sms ontvangen buiten reguliere werktijden, en dan werd steeds een zendmast aangestraald vlakbij de toenmalige woning van de verdachte. Deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien brengen de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte de beschikking had over voornoemde prepaid nummers.

De verdachte heeft kortom tussen 24 februari en 31 augustus 2013 in ieder geval 16 maal gemaild, 68 keer gebeld en 19 sms-berichten gestuurd naar de aangeefster. Mede gelet op de soms dreigende en/of grove inhoud van die berichten alsmede de veroordeling van de verdachte in september 2009 voor belaging van de aangeefster, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte in de periode van 24 februari tot 31 augustus 2013 wederom wederrechtelijk, stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, met het oogmerk haar te dwingen iets (niet) te doen, te dulden dan wel vrees aan te jagen.

4.1.3.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in of omstreeks de periode van mei 2012 tot en met 31 augustus 2013, althans van 1 januari 24 februari 2013 tot en met 31 augustus 2013 te Gorinchem en/of te Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] , met het oogmerk die [naam slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte stelselmatig e-mails en/of sms-berichten verstuurd aan die [naam slachtoffer] en/of stelselmatig gebeld naar die [naam slachtoffer] ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Belaging

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van de aangeefster - zijn ex-partner - gedurende een periode van ruim 6 maanden. Belaging is hinderlijk en angstaanjagend en de handelswijze van de verdachte heeft dan ook een grote impact op het leven van de aangeefster gehad, getuige onder meer haar aangifte waarin zij aangaf dat de verdachte haar leven kennelijk kapot wilde maken en dat zij ten einde raad was. De rechtbank neemt verdachte dit alles ernstig kwalijk, temeer nu hij al eerder voor belaging van de aangeefster is veroordeeld en hij bovendien geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn laakbare gedrag.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 januari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder – bij vonnis van 7 september 2009 – is veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien het voorgaande is het opleggen van een gevangenisstraf in beginsel passend en geboden. De rechtbank zal daar echter van afzien, gelet op het volgende.

Het bewezen verklaarde feit heeft geruime tijd geleden plaatsgevonden. Dat het zolang heeft geduurd voordat de zaak inhoudelijk kon worden behandeld, is voornamelijk te wijten aan het openbaar ministerie, en dan met name omdat het meer dan een jaar heeft geduurd voordat – na de toezegging daartoe in november 2014 – het bob-dossier aan de verdediging is verstrekt. Daarbij komt dat zowel de verdachte als de gemachtigde van de benadeelde partij ter zitting hebben aangegeven dat de verdachte en de aangeefster sinds de nazomer van 2014 geen contact meer hebben met elkaar. De rechtbank acht het niet passend om onder deze omstandigheden de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met alle mogelijk negatieve gevolgen voor onder meer het werk van de verdachte. Om er voor te zorgen dat het in de toekomst rustig zal blijven tussen de verdachte en de aangeefster, zal de rechtbank de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met een proeftijd van twee jaar, en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de aangeefster.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] , Zij vordert vergoeding van € 2.100,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en vordert hierbij tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2.

Standpunt verdediging

Primair verzoekt de verdediging de vordering af te wijzen nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair verzoekt de verdediging de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat onvoldoende blijkt van een causaal verband tussen hetgeen de verdachte verweten wordt en de genoemde PTSS waarvoor immateriële schadevergoeding gevraagd wordt.

8.3.

Beoordeling

Uit de verklaring van de huisarts van 7 juli 2014 blijkt onvoldoende dat de aan vordering ten grondslag liggende klachten van de aangeefster zijn ontstaan door het feit waaraan de verdachte schuldig is bevonden, te weten de belaging van de aangeefster tussen 24 februari en 31 augustus 2013. De verdachte was immers in het verleden ook al voor die klachten naar een psycholoog verwezen. Of, en zo ja in hoeverre het bewezen verklaarde feit reeds bestaande klachten heeft verergerd, vergt nader onderzoek. Behandeling van deze vordering levert dan een onevenredige belasting van het strafgeding op en de benadeelde partij kan daarom niet in haar vordering worden ontvangen.

8.4.

Conclusie

De benadeelde partij wordt niet ontvankelijk verklaard en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, en bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

algemene voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

bijzondere voorwaarde:

- de verdachte zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – uit zichzelf contact opnemen, zoeken of hebben met [naam slachtoffer] .

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.G. Fels, voorzitter,

en mrs. J. Snitker en M. Beusmans-Verwijs, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van mei 2012 tot en met 31 augustus 2013, althans van 1 januari 2013 tot en met 31 augustus 2013 te Gorinchem en/of te Rotterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] , met het oogmerk die [naam slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte stelselmatig e-mails en/of sms-berichten verstuurd aan die [naam slachtoffer] en/of stelselmatig gebeld naar die [naam slachtoffer] ; ·

(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)