Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:3217

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-01-2017
Datum publicatie
26-04-2017
Zaaknummer
517295 en 518361
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2017:1013
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter oordeelt dat de opvatting dat het onderhavige verzoek door de GI niet ter terechtzitting kan worden vermeerderd, onjuist is. Immers was voor iedere betrokkene voldoende duidelijk dat de zorgen sinds de opheffing van de eerste spoedmachtiging slechts waren toegenomen, en kon dus de vermeerdering de minderjarige niet verrassen noch kon zij zich onvoldoende voorbereiden op haar verweer ter zake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/517295 / JE RK 16-3974 en C/10/518361 / JE RK 17-84

datum uitspraak: 13 januari 2017

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaken van

de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, en

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd in Rotterdam,

betreffende

[Naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 december 2016, ingekomen bij de griffie op 22 december 2016;

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 9 januari 2017, ingekomen bij de griffie op 9 januari 2017;

- de instemmende verklaring d.d. 12 januari 2017 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- de beschikking van 27 december 2016, waarbij de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in verband met het ontbreken van een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper die de minderjarige kort voor de zitting heeft gehoord (517295) is opgeheven met ingang van 29 december 2016 en waarbij het verzoek voor het overige is aangehouden tot 13 januari 2017;

- de beschikking van 8 januari 2017, waarbij een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp is verleend voor de duur van vier weken en waarbij het verzoek voor het overige is aangehouden tot de zitting van heden (518361);

- het faxbericht met bijlagen van 11 januari 2017 van de zijde van de GI.

Op 13 januari 2017 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. G.S.S. de Kok,

- de moeder,

- de pleegvader, de heer [pleegvader] , als informant,

- een vertegenwoordig(st)er van de Raad, mevrouw [naam 1] ;

- een vertegenwoordig(st)er van de GI, mevrouw [naam 2] .

De feiten
Bij beschikking van 21 december 2015 is [de minderjarige] onder voogdij gesteld van de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

[de minderjarige] verblijft feitelijk in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, te weten De Vaart te Sassenheim.

De verzoeken

De gecertificeerde instelling heeft verzocht een machtiging te verlenen [de minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van twee maanden.

Door de Raad is verzocht een machtiging te verlenen [de minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

De Raad heeft ter terechtzitting te kennen gegeven haar verzoek in te trekken, omdat de GI een zelfde verzoek heeft gedaan. Dit verzoek zal derhalve door de kinderrechter worden afgewezen (C/10/518361 / JE RK 17-84.)

Het standpunt van de GI

Ter terechtzitting heeft de GI haar verzoek gewijzigd in die zin dat zij thans verzoekt om een machtiging voor gesloten plaatsing te verlenen voor de duur van zes maanden. [de minderjarige] heeft zich de afgelopen periode en in het bijzonder na de opheffing per 29 december 2016, niet aan de afspraken gehouden, waardoor er grote zorgen waren over de situatie waarin zij zich bevond. Zij onttrekt zich steeds aan de hulp die zij nodig heeft. Voortzetting van de per 8 januari 2017 opnieuw gerealiseerde plaatsing in een instelling voor gesloten jeugdhulp wordt noodzakelijk geacht om haar veiligheid te kunnen garanderen. Ook is het van belang dat zij zich niet kan (laten) onttrekken aan de behandeling die zij nodig heeft.

De bedoeling is dat [de minderjarige] binnen De Vaart na verloop van tijd zal starten met het traject ‘Hand in Hand’ om haar leven op de rails te krijgen. [de minderjarige] dient het traject te doorlopen, zodat behandeling kan worden gestart en zij naar school kan gaan, waarbij van belang is dat [de minderjarige] ook na haar achttiende verjaardag hulp blijft krijgen.

De moeder heeft verklaard dat zij zich veel zorgen maakt om [de minderjarige] . Volgens de moeder dient [de minderjarige] binnen de gesloten setting aan zichzelf te werken.

Mr. De Kok heeft namens [de minderjarige] naar voren gebracht dat de op 22 december 2016 verleende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp niet kan worden verlengd, nu deze met ingang van 29 december 2016 is opgeheven. Evenmin kan de gevraagde periode nog worden gewijzigd. De GI heeft immers na het aflopen van de spoedmachtiging op 29 december 2016 verzuimd een nieuwe verzoek tot gesloten plaatsing in te dienen. Voorts merkt mr. De Kok op dat de Raad haar verzoek tot plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp ter terechtzitting heeft ingetrokken. Derhalve ligt er geen verzoek, aluds mr. De Kok. Mr. De Kok heeft tevens opgemerkt het wel jammer te vinden dat [de minderjarige] werderom is weggelopen uit de open instelling waar zij tussentijds (na de opheffing per 29 december 2016) verbleef en de haar geboden kansen niet heeft gegrepen. [de minderjarige] heeft eerder gesloten gezeten en zij is van mening in de gesloten setting te zijn uitgeleerd. Zij heeft alle certificaten gehaald en alle therapieën gehad. [de minderjarige] is een MBO opleiding gestart, terwijl VMBO in de gesloten instelling het hoogst haalbare opleiding is. Volgens mr. De Kok ziet [de minderjarige] in dat zij moet loskomen van haar vriend. De liefde zal niet overgaan door haar gesloten te plaatsen. Van een vermeende loverboyproblematiek is geen sprake. De vrees die de moeder daarover heeft is niet gerechtvaardigd. Wel ziet de GI terecht dat [de minderjarige] zelfstandig keuzes dient te maken en niet te veel op haar vriend moet leunen. Naar de mening van mr. De Kok kan [de minderjarige] vanuit een open setting toewerken naar haar zelfstandigheid.

De (voormalige) pleegvader heeft desgevraagd meegedeeld al een hele lange tijd geen contact te hebben gehad met [de minderjarige] . Zijns inziens is [de minderjarige] geholpen bij een gesloten plaatsing waar zij behandeling krijgt en toegewerkt zal worden naar zelfstandigheid.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter sprake.

Gebleken is dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Mede vanwege haar wegloopgedrag komt [de minderjarige] in onveilige situaties terecht. [de minderjarige] houdt zich niet aan afspraken, trekt haar eigen plan en onttrekt zich regelmatig aan haar behandeling. Wanneer [de minderjarige] nu opnieuw open geplaatst zou worden is de kans groot dat ze opnieuw wegloopt gezien haar beperkte zelfinzicht en haar nog grote afhankelijkheid van haar vriend en de negatieve invloed die van hem uitgaat. Met de GI is de kinderrechter dan ook van oordeel dat het voor [de minderjarige] noodzakelijk is dat zij de behandeling ondergaat binnen de gesloten setting en dat in de komende periode een goed plan wordt opgesteld en een traject richting zelfstandigheid wordt uitgezet. Onjuist is de opvatting dat het verzoek van de GI dat thans wordt behandeld, geen zelfstandig verzoek zou zijn. Het verzoek staat los van het verzoek tot een spoedmachtiging in hetzelfde verzoekschrift en van het lot dat de spoedmachtiging van 22 december 2016 beschoren was. Onjuist is ook de opvatting dat het onderhavige verzoek door de GI niet ter terechtzitting kan worden vermeerderd. Immers was voor iedere betrokkene voldoende duidelijk dat de zorgen sinds de opheffing van de eerste spoedmachtiging slechts waren toegenomen, en kon dus de vermeerdering [de minderjarige] niet verrassen noch kon zij zich onvoldoende voorbereiden op haar verweer ter zake.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode tot aan haar achttiende verjaardag.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 3 januari 2017 tot uiterlijk 17 juni 2017 betreffende de minderjarige [de minderjarige] ;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Geus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. E.M. Borges Dias als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.