Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:3074

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
12-05-2017
Zaaknummer
4868819 CV EXPL 16-9871
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst paard. Omschreven doel ‘dressuursport’ en ‘recreatief gebruik’. Beroep op non-conformiteit en dwaling verworpen. Artikel 7:17 BW. Artikel 6:228 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2480
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4868819 CV EXPL 16-9871

vonnis d.d. 27 januari 2017 van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

hierna aangeduid als ‘[eiser]’,

gemachtigde: mr. A.J. Roos,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

hierna aangeduid als ‘[gedaagde],

gemachtigde: mr. G. Stibbe-Huisman.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Dit blijkt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 24 februari 2016, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het vonnis d.d. 7 april 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast.

1.2.

De comparitie van partijen heeft op 12 juli 2016 plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. A. J. Roos. [gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. G. Stibbe-Huisman. De gemachtigde van [eiser] heeft ter zitting een akte wijziging en vermeerdering van eis genomen. Voorts heeft de gemachtigde van [eiser] gepleit aan de hand van een door hem overgelegde pleitnota. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen verder ter zitting is verhandeld.

1.3.

De datum voor het wijzen van vonnis is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Op of omstreeks mei 2015 plaatst [gedaagde] op de website sporthorses.nl de volgende verkoopadvertentie:

“(…)

Na jarenlang alles in het teken van paarden te hebben gehad is het nu tijd voor iets anders. Daarom met pijn in mijn hart besloten om mijn maatje naar een goed adres te doen naar iemand die zijn talenten optimaal kan gaan benutten. Groot paard met uitmuntend braaf karakter. Ik bied hem niet als schoolmaster/leerpaard aan maar als dressuurpaard voor een handige man of grote vrouw. (…) Het paard is verkeersmak, gaat wekelijks meerdere keren naar het bos en het strand. Ideaal paard om na een drukke werkdag lekker mee aan het werk te gaan. Paard heeft altijd zin om te lopen. Door zijn grootte heeft hij alle tijd gehad om sterk te worden.

Paard kent zijn oefeningen tot de Lichte Tour. Wissel bevestigd, pirouettes mooi gezet en zijgangen geen probleem. Niet geklasseerd. Een beetje ruiter rijdt de punten er zelf wel mee. Paard heeft röntgenologische bemerkingen. Dit belemmert hem niet in de toekomst om de sport te bedrijven. Derhalve niet geschikt voor de handel maar echt alleen voor een goedhuis. Een passende combinatie is een vereiste, afwisseling van werk en weidegang maken mijn wensenlijst compleet. Gezien eerdergenoemde is het adres dan ook belangrijker dan de prijs. Ik heb er geen belang bij mijn paard in training te zetten of uit te laten brengen voor de verkoop.

(…)”

2.2.Naar aanleiding van voornoemde advertentie stuurt een vriend van [eiser] op maandag 1 juni 2015 het volgende whatsappbericht aan [gedaagde]:

“(…)

Oké, het gaat hier om een vriend van mij, zijn huidige paard heeft op dit moment een peesblessure en keert waarschijnlijk niet terug in de sport, het is een ongelofelijke lieve jongen van 22 jaar (jong) 188 lang en kan super leuk rijden (zz licht) paard staat aan huis open box en elke dag lekker weidegang. Hij wil dol graag een paard waar hij mee naar buiten kan en af en toe op concour kan.

(…)”

2.3.Op 16 juni 2015 verkoopt en levert [gedaagde] aan [eiser] het paard genaamd Fhantasm, geboren op 11 juni 2008, voor een koopsom van € 5.000,00 inclusief BTW. De koopover-eenkomst leggen partijen schriftelijk vast en voor zover van belang staat hierin het volgende:

“(…)

Artikel 1 Koopovereenkomst en omschrijving verkochte

(…)

1.2.

Deze overeenkomst is gesloten zonder dat het paard een klinische keuring en/of een volledig röntgenologisch onderzoek zal ondergaan. De veterinaire bezwaren tegen de acceptatie van het paard zijn bekend bij kopers zoals hieronder beschreven:

Het paard heeft een kreupelheidsonderzoek ondergaan en er zijn röntgenfoto’s gemaakt op 30-03-2015 en op basis van de bevindingen van de dierenarts is het paard op 30-03-2015 en 05-04-2015 behandeld met Hydralonzuur en MPA ten aanzien van het in artikel 7 bedoelde gebruik. Bij de verzekeraar Hippo Zorg B.V. is bekend dat het paard een fragment heeft in de kogel links achter. Schades en/of vervolgschade van/of veroorzaakt door het fragment in de kogel links achter zijn uitgesloten van verzekering. Bij deze koopovereenkomst zijn is het klinische keuringsrapport van 01-11-2011 aanwezig als ook de röntgenopnames als beschreven in artikel 5.2.

Bovenstaande doet geen afbreuk van het gebruiksdoel van Fhantasm zoals beschreven in artikel 6.

(…)

Artikel 6 Bedoeling koper/verkoper

6.1.

Koper verklaart het paard te kopen met de volgende bedoeling: dressuursport en recreatief gebruik.

6.2.

Verkoper verklaart kennis te hebben genomen van de bedoeling van koper met betrekking tot de aanschaf van het paard.

Artikel 7 Risico koper en verkoper

7.1.

Verkoper staat er voor in dat het paard dat hij aflevert en afgeeft beantwoord aan deze overeenkomst en daarmee voldoet aan de wettelijke conformiteitseisen.

(…)”

2.4.

De heer [W.], paardendierenarts te Oldenholtepade, verklaart op

31 juli 2015, voor zover van belang, het volgende:

“(…)

Dit paard is op 28-7-2015 aangeboden voor nader kreupelheidsonderzoek. Het paard is naar verklaring reeds 4 weken in bezit ten tijde van het onderzoek, waarvan het paard al 3 weken lang kreupel loopt aan het rechter voorbeen. Uit het klinisch onderzoek (…) is voorgekomen dat de oorzaak van de pijn komt uit het hoefgewricht.

(…)

Op de meegenomen röntgenopnamen van 1-11-2011 is er rechtsvoor slechts minimale verbening zichtbaar en nauwelijks articulaire veranderingen in het hoefgewricht rechtsvoor. Op de meegenomen röntgenopnamen van 30-3-2015 is er rechtsvoor duidelijk een toename van de mate van verbening van de hoefkraakbeenderen zichtbaar. Daarnaast is er duidelijke toename van de veranderingen in het hoefgewricht. De geconstateerde afwijkingen waren reeds bij de koop al aanwezig en uit het uitgevoerde onderzoek is voortgekomen dat dit paard niet geschikt is voor de dressuursport, aangezien recidiverende kreupelheidsepisodes de juiste training en wedstrijdgang van het paard significant belemmeren.

(…)”

2.5.

De gemachtigde van [eiser] ontbindt bij brief van 21 september 2015 de koopover-eenkomst (buitengerechtelijk) tussen partijen op grond van wanprestatie dan wel dwaling buitengerechtelijk en maakt aanspraak op betaling van € 5.000,00.

2.6.

Voor zover van belang kent de dressuursport de volgende klassen (van laag naar hoog):

B Klasse, L1, L2, M1, M2, Z1, Z2, ZZ Licht, ZZ zwaar, Prix Saint George (Lichte Tour), Intermediair (Lichte Tour).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert na eiswijziging, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2015 tot de dag van gehele voldoening, een schadevergoeding van € 3.445,73 (stallingskosten, hoefsmid en wormkuren) tot en met januari 2015, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2015, € 300,00 per maand aan stallingsgeld vanaf 1 februari 2016 tot op de dag waarop het paard wordt opgehaald, € 60,31 incl. assurantiebelasting per maand vanaf 1 februari 2016 wegens verzekeringspremie, tot de dag waarop [gedaagde] het paard heeft opgehaald, € 775,66 aan dierenartskosten en € 422,17 aan verzekeringspremies, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van deze procedure.

3.2.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van de vordering

4.1.

Ter comparitie wijzigt c.q. vermeerdert [eiser] zijn eis. De gemachtigde van [gedaagde] maakt hiertegen bezwaar. Dit bezwaar wordt verworpen nu de eiswijziging ziet op schade-posten, die [eiser] al wel in het lichaam van de dagvaarding benoemt, maar abusievelijk niet in het petitum van de dagvaarding heeft opgenomen. De eisvermeerdering komt daarmee niet in strijd met een goede procesorde en hierop zal recht worden gedaan.

4.2.

De koopovereenkomst is buitengerechtelijk door [eiser] ontbonden. Primair omdat het paard niet zou beantwoorden aan de overeenkomst en subsidiair vanwege het sluiten van de overeenkomst onder invloed van dwaling en die bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Vooreerst wordt beoordeeld of de koopovereenkomst buitengerechtelijk kon worden ontbonden op grond van non-conformiteit.

non conformiteit?

4.3.

[eiser] stelt dat hij een ruiter op ZZ-niveau is en dat [gedaagde] het paard aanprees als zijnde getraind op ZZ dressuur-niveau. Bij de bezichtiging van het paard heeft hij kenbaar gemaakt dat hij het paard aankocht voor de (hogere) dressuursport. [gedaagde] heeft bij de bezichtiging kenbaar gemaakt dat het paard een bemerking had, maar volgens [gedaagde] zou dit geen afbreuk doen aan het gebruiksdoel. Deze garantie van [gedaagde] is opgenomen in de koopovereenkomst. Volgens [gedaagde] zou het paard hooguit 1 á 2 keer per jaar een ‘onder-houdsbehandeling’ nodig hebben om het te laten functioneren naar het gebruikersdoel, maar het kon ook zijn dat dit jaren niet nodig zou zijn. Uit het onderzoekrapport van 1 november 2011 blijkt dat het paard klinisch en röntgenologisch goedgekeurd is als sportpaard door een erkende dierenarts. [eiser] stelt dat hij, om er zeker van te zijn dat de informatie klopte, contact heeft opgenomen met de behandeld dierenarts. De dierenarts bevestigde dat het paard geschikt was voor beoefening van de dressuursport en dat de bemerking geen afbreuk deed aan het gebruiksdoel. Op basis van de door [gedaagde] gegeven garantie en de verklaring van de dierenarts stelt [eiser] dat hij is overgegaan tot de aankoop van het paard. Twee weken na de aankoop (1 juli 2015) bleek het paard kreupel aan het rechter voorbeen. Toen het paard op 4 juli 2015 nog steeds kreupel was, is conform het advies van [gedaagde] een erkend dierenarts ingeschakeld en die heeft het paard behandeld. De kreupelheid zou hierdoor moeten verdwijnen, hetgeen echter niet gebeurde. Na onderzoek op 28 juli 2015 bleek dat het paard hoefgewrichtsartrose heeft en dat er sprake is van verbening van de hoefkraakbeenderen. Uit een overgelegde verklaring van de dierenarts blijkt dat het paard niet geschikt is voor de dressuursport. Hiermee voldoet het paard dus niet aan het in de koopovereenkomst opgenomen gebruiksdoel, te weten dressuursport en recreatief gebruik, nu het gebrek vele malen ernstiger is dan [eiser] op basis van de overeenkomst en de voorstelling van [gedaagde] mocht verwachten.

4.4.

[gedaagde] betwist dat het paard niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Het paard is geschikt voor recreatief gebruik en de lage dressuursport, te weten tot de Lichte Tour. Door [eiser] is op geen enkel moment kenbaar gemaakt dat hij het paard voor de hogere dressuursport wilde gebruiken. Dit gebruik blijkt ook niet uit de overeenkomst. Als hij zou hebben geweten dat [eiser] het paard hiervoor wilde gaan gebruiken, dan zou hij het paard niet aan [eiser] hebben verkocht. Het paard stond zo ook niet in de advertentie omschreven, werd voorafgaand aan de koop ook niet intensief bereden en het paard is daarvoor ook niet geschikt. Een dergelijke garantie is dus niet aan [eiser] gegeven. [eiser] wist althans was ermee bekend dat het paard behept was met röntgenologische beperkingen, te weten artrose en een los bot-fragment aan één van de achterbenen. Hiermee moe(s)t bij het gebruik rekening worden gehouden en de vraagprijs van het paard is hierop (mede) gebaseerd. Gezien de hoogte van de verkoopprijs, had [eiser], als ervaren ruiter, kunnen en moeten weten dat het paard niet geschikt was voor de hogere dressuursport. Betwist wordt dat [eiser] voorafgaand aan het sluiten van de koop contact heeft opgenomen met de destijds behandeld dierenarts van het paard.

4.5.

Uitgangspunt is dat het paard op grond van de overeenkomst de eigenschappen dient te bezitten die nodig zijn voor het overeengekomen (bijzondere) gebruik. [eiser] mocht in ieder geval verwachten dat het paard geschikt was voor de lage dressuursport, te weten tot de Lichte Tour en recreatief gebruik.

4.6.

[eiser] mocht echter niet verwachten dat het paard ook geschikt zou zijn voor de hogere dressuursport, te weten de Lichte Tour zoals hij stelt. Noch de inhoud van advertentie noch de inhoud van de koopovereenkomst biedt voor een dergelijke verwachting steun, nu een dergelijk gebruik daarin niet expliciet en ook niet met zoveel woorden wordt benoemd. Dat [eiser] dit hoopte, maakt een en ander niet anders. [gedaagde] stelt daarbij onweersproken dat de koopprijs van een paard, dat is geschikt voor de hogere dressuursport, velen malen hoger is dan de prijs die partijen voor het paard waren overeengekomen. Verworpen wordt de stelling van [eiser] dat hij aan [gedaagde] kenbaar zou hebben gemaakt het paard voor dit doel te willen kopen dan wel dat [gedaagde] het paard nog op dit (hoge) niveau zou trainen. [gedaagde] betwist dit gemotiveerd en [eiser] laat een verdere onderbouwing van zijn stelling achterwege. Bovendien staat in de koopovereenkomst dat het paard ten tijde van het sluiten van de overeenkomst was onderzocht en behandeld voor kreupelheid en voorts dat het paard een fragment had in de kogel links achter. De aard van deze gebreken hadden voor een ervaren ruiter die [eiser] stelt te zijn aanleiding kunnen en moeten zijn om te twijfelen over de vraag of het paard wel de eigenschappen zou bezitten die nodig zijn voor het gebruik dat [eiser] zelf voor ogen stond, te weten de hogere dressuursport (Lichte Tour).

4.7.

Dat het paard niet geschikt is voor de lage dressuursport en recreatief gebruik wordt door [eiser] niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat het paard behept is met gebreken, doet hier niet aan af nu dit bij het sluiten van de koopovereenkomst aan [eiser] bekend was althans dit had hij uit de koopovereenkomst kunnen afleiden. Dat het paard als gevolg van die gebreken recidiverende perioden van kreupelheid kent wil bovendien nog niet zeggen dat het paard om die reden in zijn geheel niet geschikt is voor de lage dressuursport en recreatief gebruik althans [eiser] onderbouwt dit onvoldoende. Zo wordt door de dierenarts niet verklaard dat het paard niet geschikt is voor recreatief gebruik dan wel de lage dressuursport. De diagnose van de arts lijkt eerder betrekking te hebben op het gebruik dat [eiser] voor ogen stond, te weten de hogere dressuursport, aangezien door de gebreken de juiste training en wedstrijdgang van het paard significant wordt belemmerd. Dit duidt op een ander gebruik dan partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond. Verder blijkt niet dat [gedaagde] een garantie heeft gegeven dat het paard ondanks voornoemde “gebreken” geschikt zou zijn voor het overeengekomen gebruik. Dit stelt [eiser] wel, maar [gedaagde] betwist dit en [eiser] laat na zijn stelling verder te onderbouwen. Gezien het vorenstaande kan dus niet worden gezegd dat het paard niet beantwoordt aan de overeenkomst.

4.8.

Geconcludeerd wordt dat [eiser] de koopovereenkomst dus niet buitengerechtelijk mocht ontbinden op grond van non-conformiteit. Zijn vordering voor zover gebaseerd op deze grondslag wordt om die reden afgewezen.

dwaling

4.9.

[eiser] onderbouwt zijn beroep op dwaling door te stellen dat zijn dwaling is te wijten aan de toezeggingen die [gedaagde] heeft gedaan, te weten dat het paard wel een gebrek had, maar dat het gebrek op geen enkele wijze afbreuk zou doen aan het doel waarvoor het paard zou worden gekocht. [gedaagde] heeft niet aangegeven dat het paard niet meer geschikt zou zijn voor de (lage/hoge) dressuursport. [gedaagde] stelde het paard juist voor als een paard dat nog intensief werd bereden en getraind op ZZ-niveau. De lovende woorden van [gedaagde], de voorstelling dat het paard geschikt zou zijn voor de dressuursport en de opname hiervan in de koopovereenkomst, heeft [eiser] doen besluiten over te gaan tot de aankoop van het paard. [eiser] stelt dat hij het paard niet zou hebben gekocht als hij zou hebben geweten dat het paard niet geschikt zou zijn voor de inzet in de dressuursport of wanneer [gedaagde] niet de toezeggingen zou hebben gedaan dat het gebrek geen afbreuk zou doen aan het gebruik.

4.10.

Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar (a) als de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomt ook zonder deze inlichting zou worden gesloten.

4.11.

Daargelaten dat [eiser] op grond van de koopovereenkomst niet mocht verwachten dat het paard geschikt zou zijn voor enkel de (lage/hoge) dressuursport, betwist [gedaagde] gemotiveerd dat door hem die toezeggingen zijn gedaan die [eiser] stelt ter onderbouwing van zijn beroep op dwaling. Gelet op deze gemotiveerde betwisting had [eiser] dit standpunt nader dienen te onderbouwen. Dit laat [eiser] echter na zodat zijn beroep op dwaling wordt verworpen als zijnde onvoldoende onderbouwd.

4.12.

Geconcludeerd wordt dat [eiser] de koopovereenkomst dus evenmin buitengerechtelijke mocht ontbinden op grond van dwaling. Zijn vordering voor zover hierop gebaseerd wordt om die reden eveneens afgewezen.

4.13.

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vorderingen van [eiser] af;

- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.J. Smits en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

918