Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:2444

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
C/10/516134 / HA ZA 16-1360 (voorheen zaaknummer / rolnummer C/10/486484 / HA ZA 15-1035)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding koopovereenkomst woning. De aanspraak van verkopers op de contractuele boete van 10% van de koopsom is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid en er is ook geen grond voor matiging van de boete. Niet geoordeeld kan worden dat de hypotheekadviseur heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hypotheekadviseur mag worden verwacht. In de gevoegde zaak worden kopers veroordeeld tot betaling van het boetebedrag aan de bank op grond van de garantiestellingsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

Vonnis in gevoegde zaken van 8 maart 2017

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/516134 / HA ZA 16-1360 (voorheen zaaknummer / rolnummer C/10/486484 / HA ZA 15-1035) van

1 [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser in 516134/gedaagde in 496804],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. P. Smit te Spijkenisse,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2]

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [gedaagde 5],

wonende te [woonplaats] ,

6. [gedaagde 6],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.N.J. Molendijk te Spijkenisse,

en tegen

7. de vennootschap onder firma

M&L ADVIES V.O.F.,

gevestigd te Spijkenisse,

8. [gedaagde 8],

wonende te [woonplaats] ,

9. [gedaagde 9],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.J. Eijsberg te Capelle aan den IJssel,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/496804 / HA ZA 16-245 van

de naamloze vennootschap

BNP PARIBAS CARDIF SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Oosterhout,

eiseres,

advocaat mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,

tegen

1 [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser in 516134/gedaagde in 496804],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. P. Smit te Spijkenisse.

Partijen zullen hierna [eisers in 516134/gedaagden in 496804] , [gedaagden 1 t/m 6] M&L Advies c.s. en BNP Paribas Cardif genoemd worden.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] zullen afzonderlijk worden aangeduid als [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] en [eiser in 516134/gedaagde in 496804] .

[gedaagden 1 t/m 6] zullen afzonderlijk worden aangeduid als [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] .

M&L Advies c.s. zullen afzonderlijk worden aangeduid als M&L Advies, [gedaagde 8] en [gedaagde 9] .

1 De procedures

In de zaak 16-1360

1.1.

Het verloop van de procedure (in de zaak met nummer C/10/486484 / HA ZA 15-1035) blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 1 oktober 2015, met producties;

  • -

    de akte tot vermeerdering van eis, tevens aanvulling grondslag van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagden 1 t/m 6] met producties;

  • -

    de akte bewijsaanbod van de zijde van [gedaagden 1 t/m 6] ;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van M&L Advies c.s., met producties;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 3 februari 2016, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de zijde van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] van 23 mei 2016, waarbij producties in het geding zijn gebracht;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 9 juni 2016;

  • -

    de brief van mr. Smit ( [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ) van 24 juni 2016, waarin opmerkingen over het proces-verbaal zijn gemaakt;

  • -

    het faxbericht van mr. Klein Nagelvoort (M&L Advies c.s.) van 28 juni 2016, waarin opmerkingen over het proces-verbaal zijn gemaakt.

1.2.

In voornoemd proces-verbaal is de zaak met nummer C/10/486484 / HA ZA 15-1035 in afwachting van de verdere behandeling van de gevoegde zaak met nummer C/10/496804 / HA ZA 16-245 verwezen naar de parkeerrol van 5 oktober 2016. Op de parkeerrol van 5 oktober 2016 is de zaak door de rechtbank ambtshalve doorgehaald.

1.3.

Bij B-formulier van 20 oktober 2016 hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] verzocht om vonnis. De zaak is vervolgens geregistreerd onder nummer C/10/516134 / HA ZA 16-1360 en er is vonnis bepaald.

In de zaak 16-245

1.4.

Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 8 juni 2016 (waarin - voor zover thans relevant - de zaak met nummer C/10/496804 / HA ZA 16-245 is gevoegd met de zaak met nummer C/10/486484 HA ZA 15-1035) en de aan dat vonnis ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 6 juli 2016, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 12 oktober 2016.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast.

2.1.

Op 2 juni 2015 hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] een koopovereenkomst ondertekend met betrekking tot de aankoop van de woning aan het Accordeonpad 7 te Spijkenisse. In de overeenkomst zijn [gedaagde 1] (gehuwd met [gedaagde 2] ), [gedaagde 3] (gehuwd met [gedaagde 4] ) en [gedaagde 5] (gehuwd met [gedaagde 6] ) gezamenlijk als verkoper vermeld. Op 27 mei 2015 hebben [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 5] de overeenkomst ondertekend. De koopsom bedraagt € 275.000,00. In de overeenkomst is onder meer het volgende vermeld:

4.1

De akte van levering zal gepasseerd worden op 13 augustus 2015 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen (…).

5.1

Tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van koper zal deze uiterlijk op 17 juli 2015 een schriftelijke door een bankinstelling afgegeven bankgarantie doen stellen voor een bedrag van € 27.500,- (…).

11.1

Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige partij deze koopovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige partij.

11.2

Ontbinding op grond van tekortkoming is slechts mogelijk na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de koopovereenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van tien procent (10%) van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding, indien de daadwerkelijke schade hoger is dan de onmiddellijk opeisbare boete, en onverminderd vergoeding van kosten van verhaal.

(…)

11.5

De notaris wordt bij deze verplicht, en voor zover nodig door partijen onherroepelijk gemachtigd, om:

a. indien koper een boete is verschuldigd, het bedrag van deze boete uit het aan de notaris uitgekeerde bedrag van de bankgarantie (…) aan verkoper te betalen; (…).

16.1

Deze overeenkomst kan door koper worden ontbonden indien uiterlijk:

(…) b. op 17 juli 2015 koper voor de financiering van de onroerende zaak voor een bedrag van € 283.000,-- geen hypothecaire geldlening of het aanbod daartoe van een erkende geldverstrekkende bankinstelling heeft verkregen (…).

(…)

16.3 (…)

Indien koper de ontbinding wenst in te roepen als gevolg van het (tijdig) ontbreken van een financiering als bedoeld in artikel 16.1 onder sub b., wordt, tenzij partijen anders overeenkomen, onder ‘goed gedocumenteerd’ verstaan dat één afwijzing van een erkende geldverstrekkende bankinstelling aan verkoper of diens makelaar dient te worden overlegd. In aanvulling hierop komen partijen overeen dat koper de/het volgende stuk(ken) dient te overleggen om te voldoen aan het vereiste van ‘goed gedocumenteerd’: bewijsstukken dat de koper bij ten minste twee gerenommeerde geldverstrekkende instellingen een financiering heeft aangevraagd en dat geen van de beide aanvragen heeft geleid tot het gewenste resultaat. (…)

2.2.

M&L Advies is een tussenpersoon die zich onder meer bezighoudt met bemiddeling bij het afsluiten van hypotheken en verzekeringen. [gedaagde 8] en [gedaagde 8] -Harterink zijn de vennoten van M&L Advies.

2.3.

Op 8 mei 2015 is tussen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] en M&L Advies een overeenkomst van opdracht gesloten, op grond waarvan M&L Advies een compleet hypotheekadviestraject zou verzorgen voor [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Daaronder vallen onder meer de volgende werkzaamheden:

Bemiddeling met banken en verzekeraars, waaronder wordt verstaan het aanvragen van een hypotheekofferte en het afwikkelen van de met de verdere procedure samenhangende werkzaamheden (zoals het doornemen van de hypotheekofferte, verzamelen van de vereiste bescheiden en monitoren van het traject)

2.4.

Op 9 juni 2015 heeft M&L Advies een adviesrapport uitgebracht aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

Uw wens

(…) Een woning kopen met een koopsom van € 275.000

Ons advies

Het inkomen is ruim voldoende (…)

Uw wens

Niet meer lenen dan volgens de GHF-toetsing verantwoord is

Ons advies

Op basis van de huidige gegevens kunnen ze meer dan 320000 euro lenen dus het is een verantwoorde lening

2.5.

In een brief van hypotheekverstrekker Hypotrust aan M&L Advies van 4 juni 2015 is onder meer het volgende vermeld:

Met betrekking tot de hypotheek van mevrouw [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] en de heer [eiser in 516134/gedaagde in 496804] berichten wij u hierbij het volgende.

De maximale verstrekking zonder NHG voor zelfstandige is 85% van de marktwaarde. Graag ontvangen wij bericht hoe de hypotheekaanvraag aangepast moet worden.

2.6.

Op 5 juni 2015 heeft hypotheekverstrekker Florius een offerte uitgebracht aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Deze offerte is op 11 juni 2015 door [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ondertekend. Op pagina 12 van de offerte is een lijst opgenomen met de documenten die Florius nodig heeft. Onderaan die pagina is het volgende vermeld:

Hebt u een financieringsvoorbehoud?

Als in de door u gesloten (voorlopige) koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde voor de financiering is opgenomen, moet u er voor zorgen dat de door ons benodigde documenten ruim voor de einddatum van deze ontbindende voorwaarde in ons bezit zijn.

2.7.

Op 11 juni 2015 is tussen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] en BNP Paribas Cardif een garantiestellingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] BNP Paribas Cardif opdracht hebben gegeven voor hen jegens de verkoper garant te staan voor een bedrag van € 27.500,00. De eenmalige premie bedraagt € 275,00. In het aanvraagformulier is onder meer het volgende vermeld:

U staat garant (contragarantie)

Hebben wij het garantiebedrag aan de notaris betaald? Dan betaalt u het garantiebedrag aan ons terug. Dat doet u binnen 30 dagen nadat wij het garantiebedrag aan de notaris hebben betaald. (…)

2.8.

Op de garantiestelling zijn de algemene voorwaarden van BNP Paribas Cardif van toepassing. Daarin is, voor zover thans relevant, het volgende opgenomen:

Artikel 6: Kan ik de garantiestelling stoppen?

a. Dat kan als wij de garantiestelling waarborgsom nog niet aan de notaris hebben gegeven. U hebt dan ook geen toestemming nodig van de verkoper en notaris om de garantiestelling te stoppen.

b. Dat kan als wij de garantiestelling waarborgsom wel aan de notaris hebben gegeven. Maar u hebt dan wel toestemming van de verkoper en notaris nodig om de garantiestelling te stoppen.

Artikel 10: Hoe gaat de verzekeraar om met mijn informatie?

Vraagt u een garantiestelling aan?

Dan vragen we naar uw persoonlijke informatie. Deze informatie gebruiken we:

a. om te kijken of u de garantiestelling kunt krijgen; (…)

2.9.

Bij e-mails van 12 juni 2015, 25 juni 2015 en 7 juli 2015 hebben [gedaagde 8] en [gedaagde 9] een lijst met de nog aan te leveren documenten ten behoeve van de hypotheekaanvraag toegezonden aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804]

2.10.

Op 14 juli 2015 heeft [gedaagde 9] het volgende geschreven aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] :

A.s. vrijdag 17 juli verlopen de ontbindende voorwaarden. Helaas hebben wij na meerdere verzoeken nog steeds niet alle benodigde documenten t.b.v. de hypotheekaanvraag ontvangen.

De bank beoordeelt een dossier pas na ontvangst van alle stukken en heeft na ontvangst van alle stukken ook doorlooptijd van 5 werkdagen om tot een beoordeling te komen.

Indien 17 juli 2015 verstreken is en de beoordeling negatief uitvalt zal de hypotheek geen doorgang kunnen vinden en zullen jullie in gebreke gesteld gaan worden. Dit houdt dan in dat jullie aan de verkoper 10% van de aankoopsom zullen moeten betalen. Jullie zijn dan zelf verwijtbaar aangezien de stukken niet of nauwelijks aangeleverd zijn.

[persoon] zal een verzoek doen richting de makelaar om de ontbindende voorwaarden uit te stellen maar ik verzoek jullie nu dringend om alle gevraagde ontbrekende stukken per direct aan te leveren.

2.11.

Bij e-mailbericht van 14 juli 2015 aan de verkoopmakelaar heeft [gedaagde 8] namens [eisers in 516134/gedaagden in 496804] verzocht de termijn van de ontbindende voorwaarde (als bedoeld in artikel 16 van de koopovereenkomst) te verlengen tot 31 juli 2015. Op 15 juli 2015 heeft de verkoopmakelaar bericht dat de verkopende partij akkoord gaat met een verlenging tot en met 24 juli 2015. Laatstbedoeld bericht is op 15 juli 2015 doorgestuurd aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804]

2.12.

Op 21 en 22 juli 2015 hebben [gedaagde 8] en [gedaagde 9] een overzicht van de nog aan te leveren documenten toegezonden aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804]

2.13.

Op 19 juli 2015, 21 juli 2015, 22 juli 2015 en 5 augustus 2015 zijn door [eisers in 516134/gedaagden in 496804] nog stukken toegezonden aan M&L Advies.

2.14.

Op 11 augustus 2015 heeft [gedaagde 8] namens M&L Advies onder meer het volgende geschreven aan de verkoopmakelaar:

Het dossier is zojuist door Florius beoordeeld echter zijn er aanvullende documenten opgevraagd.

Hierdoor is de passage op 13-08-2015 niet haalbaar. Bij deze dan ook het verzoek om de passage met 14 dagen te verlaten naar donderdag 27-08-2015. (…)

2.15.

In de brief van de verkoopmakelaar aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] van 13 augustus 2015 is onder meer het volgende vermeld:

Langs deze weg stellen wij u in gebreke voor het niet nakomen van uw verplichting, zoals genoemd in artikel 4 van de koopovereenkomst.

Conform artikel 11 van de door u op 02 juni 2015 getekende koopakte zal u voor de periode vanaf heden tot het moment van transport een schadevergoeding van € 16,28 per dag in rekening worden gebracht.

Na acht dagen vanaf heden zal ook de boete van 3 promille van de koopsom zijnde € 825,00 per dag tot het moment van transport u in rekening worden gebracht, een en ander onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding.

Wij vertrouwen erop dat u zorg draagt voor het zo spoedig mogelijk transporteren van de woning.

2.16.

Op 17 augustus 2015 heeft Florius het volgende geschreven aan M&L Advies:

Zoals zojuist telefonisch besproken, wil ik aangeven dat hoe dan ook volledige IB aangiften voor het bepalen van het inkomen van [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] nodig hebben.

Echter, bij de jaarstukken 2014 zit een gedeelte van haar IB aangifte bijgevoegd, en daaruit kan ik afleiden dat zij slechts 26.219,- loon uitbetaald. Dit is te weinig voor een BV, maar daarnaast ook te weinig om de verstrekking passend te krijgen.

Tenzij er nog andere inkomenscomponenten zijn, zal ik de aanvraag moeten afwijzen.

2.17.

Op verzoek van M&L Advies hebben de accountant en de voormalige accountant van [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] op 17 augustus 2015 nog stukken aan M&L Advies toegezonden. Daarbij is tevens de volgende verklaring gevoegd:

Namens cliënte delen wij u mede dat het inkomen 2014 van mevrouw [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] laag was daar zij in 2014 vanwege studie parttime (50%) heeft gewerkt. (…) Vanaf 2015 werkt ze weer fulltime.

2.18.

Op 19 augustus 2015 heeft tussenpersoon BHOS het volgende geschreven aan M&L Advies:

Florius heeft gebeld. Ze gaan de aanvraag afwijzen.

Om een aantal punten willen ze niet akkoord gaan met het inkomen.

Het inkomen in 2014 is lager omdat mw toen een cursus heeft gehad. Maar Florius is er niet van overtuigd dat het inkomen in 2015 weer minimaal het inkomen van 2013 gaat halen. Daarnaast is meneer sinds enkele maanden in dienst bij het bedrijf van mevrouw, vinden ze niet lang genoeg.

2.19.

Bij brief van 19 augustus 2015 heeft Florius de hypotheekaanvraag van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] afgewezen.

2.20.

Vervolgens zijn hypotheekaanvragen gedaan bij ASR Levensverzekering, BLG Wonen (SNS Bank) en Delta Lloyd Bank. Deze aanvragen zijn op respectievelijk 21 augustus 2015, 22 augustus 2015 en 24 augustus 2015 afgewezen.

2.21.

In de brief van de verkoopmakelaar aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] van 21 augustus 2015 is onder meer het volgende vermeld:

Bij brief d.d. 13 augustus 2015 heb ik u in gebreke gesteld omdat u heeft nagelaten uw verplichtingen uit de koopovereenkomst na te komen. De tekortkoming bestaat [er]uit [dat] u heeft nagelaten mee te werken aan de juridische eigendomsoverdracht die door partijen in onderling overleg was bepaald.

In de brief heb ik een termijn van acht dagen gesteld waarbinnen u alsnog kon overgaan tot nakoming van uw verplichtingen uit de koopovereenkomst. Gedurende deze termijn bent u hierin nalatig gebleven. U bent nu dan ook in verzuim geraakt.

In plaats van het ontbinden van de koopovereenkomst, verklaar ik namens mijn cliënt nakoming van de koopovereenkomst te vorderen op grond van het bepaalde in artikel 11.3 van de koopovereenkomst.

Als gevolg van deze vordering tot nakoming bent u cliënt een terstond opeisbare boete van drie pro mille van de koopprijs verschuldigd (€ 825,00) voor elke verstreken dag dat u in verzuim bent tot aan de dag van nakoming. Cliënt behoudt zich het recht voor aanvullende schadevergoeding en verhaalskosten te vorderen.

2.22.

Op 27 augustus 2015 heeft de verkoopmakelaar het volgende geschreven aan de notaris, [eisers in 516134/gedaagden in 496804] en M&L Advies:

Zoals besproken bevestig ik hierbij dat partij verkoper de koopovereenkomst met kopers [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] en [eiser in 516134/gedaagde in 496804] wil ontbinden. Zoals uit eerdere correspondentie is gebleken hebben kopers zich niet gehouden aan de verplichtingen die in de koopovereenkomst staan beschreven. Ook na in gebreke te zijn gesteld konden kopers de verplichtingen niet nakomen. Wij verzoeken u daarom per direct de bankgarantie te laten uitkeren ten gunste van de verkoper en de getekende koopovereenkomst met bijbehorende stukken aan ons kantoor te retourneren.

2.23.

Bij brief van 27 augustus 2015 aan BNP Paribas Cardif heeft de notaris uitbetaling van de bankgarantie van € 27.500,00 verzocht.

2.24.

Bij brief van 27 augustus 2015 hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] M&L Advies, [gedaagde 8] en [gedaagde 9] aansprakelijk gesteld voor de door hen te lijden schade.

2.25.

BNP Paribas Cardif heeft op 3 september 2015 het bedrag van € 27.500,00 aan de notaris betaald.

2.26.

Bij brief van 4 september 2015 heeft de notaris aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] medegedeeld het bedrag van € 27.500,00 aan de verkopende partij te zullen uitkeren.

2.27.

Op 24 september 2015 hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] [gedaagden 1 t/m 6] gesommeerd tot (terug)betaling van het bedrag van € 27.500,00.

2.28.

Bij brieven van 22 september 2015 en 7 oktober 2015 heeft BNP Paribas Cardif [eisers in 516134/gedaagden in 496804] aangemaand tot betaling aan BNP Paribas Cardif van het door hen aan de notaris betaalde bedrag van € 27.500,00 en van de premie van € 275,00.

3 De geschillen

In de zaak 16-1360

3.1.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben, na wijziging van eis, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te verklaren voor recht dat het boetebeding als bedoeld in artikel 11 van de koopovereenkomst geen toepassing vindt, althans die boete te matigen tot nihil, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

  2. [gedaagden 1 t/m 6] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 27.500,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente en met buitengerechtelijke kosten;

  3. M&L Advies c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het bedrag dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] aan [gedaagden 1 t/m 6] verschuldigd zijn, te vermeerderen met wettelijke rente en met buitengerechtelijke kosten;

  4. M&L Advies c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het bedrag dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] op de datum van het te wijzen vonnis aan BNP Paribas Cardif verschuldigd zijn, althans tot betaling van een bedrag van € 29.065,19, te vermeerderen met wettelijke rente;

  5. [gedaagden 1 t/m 6] en M&L Advies c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure;

  6. [gedaagden 1 t/m 6] en M&L Advies c.s. hoofdelijk te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[gedaagden 1 t/m 6] hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de kosten van de procedure.

3.3.

Ook M&L Advies c.s. hebben de vordering gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

In de zaak 16-245

3.4.

BNP Paribas Cardif heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:

  1. de hoofdsom van € 27.775,00;

  2. de wettelijke rente over de hoofdsom;

  3. de buitengerechtelijke kosten van € 1.050,00;

  4. e kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten en met wettelijke rente.

3.5.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van BNP Paribas Cardif in de kosten van de procedure.

In beide zaken

3.6.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

In de zaak 16-1360

4.1.

In de zaak 16-1360 hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] vorderingen ingesteld tegen enerzijds [gedaagden 1 t/m 6] en anderzijds M&L Advies c.s. Deze vorderingen zullen hierna afzonderlijk worden beoordeeld.

De vordering tegen [gedaagden 1 t/m 6]

4.2.

In de procedure tussen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] en [gedaagden 1 t/m 6] gaat het om de vraag of [eisers in 516134/gedaagden in 496804] de (volledige) boete van € 27.500,00 op grond van artikel 11.2 van de koopovereenkomst aan [gedaagden 1 t/m 6] verschuldigd zijn. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben zich op het standpunt gesteld dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [gedaagden 1 t/m 6] aanspraak maken op betaling van de volledige boete. Subsidiair hebben zij een beroep gedaan op matiging van de boete op grond van artikel 6:94 BW. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben daartoe de volgende omstandigheden aangevoerd:

  1. De boete dient als prikkel tot nakoming. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben er echter alles aan gedaan om hun verplichtingen na te komen.

  2. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] zijn particulieren. Zij hebben de gevolgen van de boeteclausule niet kunnen overzien, waarbij tevens een rol speelt dat M&L Advies op voorhand heeft aangegeven dat zij over voldoende inkomen beschikten om de financiering rond te krijgen, terwijl alle afwijzingen gebaseerd zijn op het oordeel dat het inkomen onvoldoende is.

  3. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben pogingen ondernomen om in der minne met [gedaagden 1 t/m 6] tot een oplossing te komen, maar op hun voorstel is in het geheel niet inhoudelijk ingegaan.

  4. [gedaagden 1 t/m 6] hebben geen schade geleden, althans daarvan is niet gebleken. Zo al wel van enige schade zal blijken, staat vast dat die schade in een totale wanverhouding zal staan tot het boetebedrag, welk bedrag eveneens in totale wanverhouding staat tot de koopsom.

  5. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] zijn respectievelijk 24 en 21 jaar oud en zullen, wanneer zij 100% van het boetebedrag verschuldigd blijven, voor de eerstkomende lange periode opgezadeld zijn met een schuld die zij moeten afbetalen, terwijl [gedaagden 1 t/m 6] door het boetebedrag volledig te toucheren, alleen maar worden verrijkt.

4.3.

Bij de beoordeling van de vordering tegen [gedaagden 1 t/m 6] stelt de rechtbank voorop dat vast staat dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun verplichtingen uit de koopovereenkomst, nu zij de woning niet uiterlijk op 13 augustus 2015 hebben afgenomen. Deze tekortkoming valt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] naar het oordeel van de rechtbank toe te rekenen. Niet in geschil is immers dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] de woning niet hebben afgenomen omdat zij geen financiering hebben kunnen verkrijgen voor betaling van de overeengekomen koopprijs, hetgeen voor hun risico moet komen. Tussen partijen is ook niet (langer) in geschil dat [gedaagden 1 t/m 6] de koopovereenkomst op 27 augustus 2015 op goede gronden hebben ontbonden. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat zij niet in gebreke zijn gesteld, zoals artikel 11 van de koopovereenkomst vereist, maar dat standpunt hebben zij ter comparitie laten varen.

4.4.

Bij de toepassing van de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:94 BW dient de rechter de nodige terughoudendheid te betrachten. De rechtbank is van oordeel dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] onvoldoende concrete feiten en omstandigheden hebben aangevoerd op grond waarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een beroep op het boetebeding ex artikel 11.2 van de koopovereenkomst onaanvaardbaar zou zijn, noch concrete feiten en omstandigheden welke een beroep op matiging van het boetebeding rechtvaardigen. Toepassing van het boetebeding leidt in de gegeven omstandigheden niet tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.4.1.

De rechtbank stelt voorop dat een contractuele boete van 10% van de koopsom ook tussen particuliere partijen een gebruikelijke en algemeen aanvaarde sanctie is op het niet meewerken aan de levering van de woning. Het boetebeding staat bovendien in heldere bewoordingen opgenomen in artikel 11 van de koopovereenkomst. Het betreft een door de Nederlandse Vereniging van Makelaars - mede in overleg met consumentenorganisaties - opgestelde standaardkoopovereenkomst, die in het overgrote deel van de gevallen waarin sprake is van koop van een onroerende zaak van de ene particulier aan de andere particulier, wordt gehanteerd. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben met het beding ingestemd en het moet voor hen duidelijk zijn geweest dat [gedaagden 1 t/m 6] aanspraak zouden maken op een boete van 10% van de koopsom, indien [eisers in 516134/gedaagden in 496804] als gevolg van het ontbreken van een financiering niet mee konden werken aan de levering van de woning. Dat geldt temeer daar zij werden bijgestaan door een hypotheekadviseur. Dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] geen financiering hebben verkregen is, wat er ook zij van de oorzaak daarvan, een omstandigheid die voor hun risico komt. De stelling van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] dat zij er alles aan hebben gedaan om de financiering wel rond te krijgen maakt dat niet anders. Dat geldt eveneens voor de omstandigheid dat zij er op basis van het advies van de door hen ingeschakelde hypotheekadviseur van uitgingen dat zij over voldoende inkomen beschikten om de financiering rond te krijgen. Ook die omstandigheid moet - in de verhouding met [gedaagden 1 t/m 6] - aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] worden toegerekend.

4.4.2.

[gedaagden 1 t/m 6] hebben naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de tekortkoming van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] daadwerkelijk schade hebben geleden, nu de woning uiteindelijk voor € 10.000,00 minder is verkocht, [gedaagden 1 t/m 6] gedurende vijf maanden dubbele lasten hebben gehad en zij extra kosten voor de verkoop hebben moeten maken. Hoe hoog die schade exact is kan in het midden blijven, nu in ieder geval niet gebleken is van een disproportionele verhouding tussen enerzijds de hoogte van de boete en anderzijds de werkelijk geleden schade.

4.4.3.

[gedaagden 1 t/m 6] waren niet verplicht om een minnelijke regeling te treffen met [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Aan de stelling dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] nog jong zijn en lange tijd bezig zullen zijn met afbetaling van deze schuld gaat de rechtbank voorbij, nu deze stelling niet kan leiden tot een ander oordeel.

4.5.

Conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] tegen [gedaagden 1 t/m 6] zoals hiervoor onder 3.1 sub a) en b) weergegeven, bij gebreke van een grondslag moet worden afgewezen. De overige geschilpunten tussen partijen, waaronder de vraag wie aan de zijde van [gedaagden 1 t/m 6] precies partij is/zijn bij de overeenkomst, kunnen daarom onbesproken blijven.

4.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan de zijde van [gedaagden 1 t/m 6] worden de kosten vastgesteld op:

- griffierecht € 876,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.034,00

De vordering tegen M&L Advies c.s.

4.7.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben voorts veroordeling van M&L Advies c.s. gevorderd tot betaling van het bedrag dat zij aan [gedaagden 1 t/m 6] dan wel aan BNP Paribas Cardif verschuldigd zijn. Aan die vordering hebben [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ten grondslag gelegd dat M&L Advies toerekenbaar tekortgeschoten is jegens hen en aansprakelijk is voor de schade die zij daardoor lijden. [gedaagde 8] en [gedaagde 9] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vordering van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] op M&L Advies, aldus [eisers in 516134/gedaagden in 496804]

4.8.

Volgens [eisers in 516134/gedaagden in 496804] heeft M&L Advies haar zorgplicht geschonden, waartoe zij het volgende hebben aangevoerd:

  1. In de eerste plaats heeft M&L Advies op 9 juni 2015 ten onrechte geadviseerd dat het inkomen van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ruim voldoende was voor verkrijging van de benodigde hypothecaire geldlening en dus voor de aankoop van de woning. Gebleken is immers dat alle hypotheekaanvragen zijn afgewezen omdat het inkomen van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] onvoldoende werd geacht.

  2. In de tweede plaats heeft M&L Advies [eisers in 516134/gedaagden in 496804] er vóór 24 juli 2015 niet op gewezen dat de aanvraag bij Florius wel eens zou kunnen worden afgewezen en dat, wanneer [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ter zake geen risico zouden willen lopen op boete- en/of schadeclaims van de verkopers, zij de ontbinding van de koopovereenkomst vóór 24 juli 2015 dienden in te roepen.

  3. In de derde plaats heeft M&L Advies verzuimd om tijdig bij meerdere geldverstrekkers offertes aan te vragen. Dat is van belang, omdat zelfs als [eisers in 516134/gedaagden in 496804] vóór 24 juli 2015 over een afwijzende beslissing van een geldverstrekker zouden hebben beschikt, zij nog niet het financieringsvoorbehoud hadden kunnen inroepen, omdat daarvoor minimaal twee afwijzende beslissingen van gerenommeerde geldverstrekkende instellingen vereist zijn.

  4. In de vierde plaats heeft M&L Advies haar zorgverplichting onvoldoende in acht genomen door reeds op 11 juni 2015 voor [eisers in 516134/gedaagden in 496804] een bankgarantie te regelen, terwijl op dat moment helemaal niet zeker was of [eisers in 516134/gedaagden in 496804] een hypotheek zouden krijgen en zij niet over voldoende middelen beschikten om BNP Paribas Cardif te betalen als het tot uitkering van de bankgarantie mocht komen. Nu is er een financiering voor een bankgarantie aangegaan, terwijl [eisers in 516134/gedaagden in 496804] helemaal niet aan hun verplichtingen ter zake kunnen voldoen.

  5. Ten slotte heeft M&L Advies op geen enkel moment geadviseerd de garantiestelling te stoppen, als bedoeld in artikel 6 van de algemene voorwaarden van BNP Paribas Cardif. Had M&L Advies de garantiestelling tijdig laten stoppen en/of had zij [eisers in 516134/gedaagden in 496804] tijdig op die mogelijkheid gewezen, dan had er nimmer een uitkering onder de garantiestelling plaatsgevonden.

4.9.

De rechtsverhouding tussen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] en M&L Advies dient te worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht zoals bedoeld in artikel 7:400 BW. Ingevolge artikel 7:401 BW diende M&L Advies als opdrachtnemer bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen, dat wil zeggen te handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hypotheekadviseur mag de nodige deskundigheid en vakkennis verwacht worden. Voorts mag van hem verwacht worden dat hij zich bewust is van de zorgplicht voor degenen die zich voor advies en bemiddeling tot hem wenden, dat hij de financiële belangen van zijn cliënten naar beste weten en kunnen behartigt en dat hij zorgvuldigheid betracht in de advisering van zijn cliënten.

4.10.

Dit houdt onder meer in, dat de hypotheekadviseur op de hoogte is van het bestaan en veelvuldig gebruik van financieringsclausules als bedoeld in artikel 16.1 van de onderhavige overeenkomst en de belangrijkste consequenties daarvan overziet. Nu op iedere hypotheekaanvraag in beginsel een afwijzing mogelijk is, ligt het in de rede dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam hypotheekadviseur rekening houdt met het slechtst mogelijke scenario, namelijk dat de aanvraag wordt afgewezen. In dit licht bezien moet de hypotheekadviseur, met het oog op het voor de cliënt daarmee gemoeide financiële belang, er zich dan van vergewissen dat zijn cliënt zich bewust is van de mogelijkheid de financieringsclausule in te roepen en hem er op wijzen wat het risico is van het niet tijdig inroepen wanneer de financiering op de in de clausule genoemde datum (nog) geen feit is.

4.11.

In het onderhavige geval stelt de rechtbank voorop dat het in beginsel de verantwoordelijkheid van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] is om de door Florius voor de beoordeling van de hypotheekaanvraag benodigde documenten tijdig aan te leveren. M&L Advies heeft zich voldoende ingespannen om die documenten compleet te krijgen. Zij heeft meerdere e-mailberichten verzonden aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] , waarin zij om aanlevering van documenten heeft verzocht. M&L Advies heeft verder gesteld dat zij op 15 juni 2015, 7 juli 2015 en 3 augustus 2015 een bezoek heeft gebracht aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] om stukken op te halen en dat er verder nog meerdere keren (op 30 juni 2015, 3 juli 2015, 13 juli 2015, 15 juli 2015 en 20 juli 2015) telefonisch contact heeft plaatsgevonden. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] heeft deze stellingen niet (voldoende gemotiveerd) betwist.

4.12.

Op 14 juli 2015 heeft M&L Advies [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in duidelijke bewoordingen gewezen op de naderende einddatum van het financieringsvoorbehoud en op de noodzaak alle ontbrekende stukken tijdig aan te leveren. De (mogelijke) consequenties van het vervallen van het financieringsvoorbehoud zijn expliciet in de e-mail vermeld en [eisers in 516134/gedaagden in 496804] hadden zich daarvan dan ook voldoende bewust moeten zijn. Anders dan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] stellen, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de bewuste e-mail voorts voldoende duidelijk dat ook voor een afwijzing van de hypotheekaanvraag door Florius - welke afwijzing nodig zou zijn om het financieringsvoorbehoud te kunnen inroepen - (nadere) stukken nodig waren. Nadrukkelijk is in de e-mail immers vermeld dat de bank een dossier pas beoordeelt na ontvangst van alle stukken en nadien nog vijf werkdagen nodig heeft om tot een beoordeling te komen. Ook in de offerte van Florius zelf is bovendien vermeld dat de benodigde documenten ruim voor de einddatum van het financieringsvoorbehoud in het bezit van Florius moeten zijn.

4.13.

M&L Advies heeft vervolgens, toen bleek dat Florius de aanvraag niet voor de einddatum van het financieringsvoorbehoud zou kunnen beoordelen, geprobeerd de termijn van het financieringsvoorbehoud met twee weken te verlengen. De verkopende partij ging echter slechts akkoord met een verlenging van één week. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] zijn daarvan door M&L Advies op 15 juli 2015 op de hoogte gesteld. Kort voorafgaand aan het verlopen van de verlengde termijn van het financieringsvoorbehoud, op 21 en 22 juli 2015, zijn door M&L Advies nog stukken opgevraagd en door [eisers in 516134/gedaagden in 496804] nog stukken aangeleverd. De benodigde stukken bleken daarmee echter nog niet compleet, nu [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ook op 5 augustus 2015 - toen het financieringsvoorbehoud dus al was verlopen - nog een document hebben aangeleverd. M&L Advies heeft onweersproken gesteld dat zij het dossier eerst rond dat moment - hoewel het volgens M&L Advies ook toen nog niet compleet was - naar Florius heeft kunnen toesturen. Na een eerste beoordeling heeft Florius op of omstreeks 11 augustus 2015 nog aanvullende documenten opgevraagd. Op 17 augustus 2015 heeft Florius opnieuw medegedeeld dat de stukken niet volledig waren, waarna door de (voormalige) accountant van [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] nog stukken zijn aangeleverd. Pas op dat moment - toen zelfs de passagedatum van 13 augustus 2015 al was verstreken - had Florius kennelijk alle benodigde informatie om de aanvraag (definitief) te beoordelen.

4.14.

Nu M&L Advies zich voldoende en tijdig heeft ingespannen om alle benodigde stukken op te vragen, zij [eisers in 516134/gedaagden in 496804] genoegzaam heeft gewaarschuwd voor (de consequenties van) het vervallen van het financieringsvoorbehoud en zij bewerkstelligd heeft dat de termijn van het financieringsvoorbehoud werd verlengd toen bleek dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] alle benodigde stukken niet tijdig aanleverden, kan niet worden geoordeeld dat M&L Advies haar zorgplicht in dit kader heeft geschonden. Dat de stukken niet tijdig zijn aangeleverd komt in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] M&L Advies had [eisers in 516134/gedaagden in 496804] voorafgaand aan 24 juli 2015 ook niet nogmaals hoeven waarschuwen voor het verstrijken van de termijn van het financieringsvoorbehoud. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] waren op 14 juli 2015 genoegzaam geïnformeerd en niet duidelijk is geworden welke toegevoegde waarde een nieuwe waarschuwing zou hebben gehad.

4.15.

Nu de hypotheekaanvraag van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] door vier geldverstrekkers is afgewezen, kan achteraf worden vastgesteld dat het advies van M&L Advies d.d. 9 juni 2015 - dat het inkomen ruim voldoende was om de woning te kopen - onjuist is gebleken. Daarmee is echter nog niet gezegd dat M&L Advies onzorgvuldig heeft gehandeld bij het uitbrengen van het advies. M&L Advies heeft aangevoerd dat zij het advies heeft uitgebracht op basis van de op dat moment aangeleverde loonstroken en dat het uiteindelijk de hypotheekverstrekker is die op basis van alle stukken beslist of de hypothecaire financiering al dan niet wordt verstrekt. Dat M&L Advies op basis van de stukken en gegevens die zij destijds tot haar beschikking had in redelijkheid niet tot het uitgebrachte advies had kunnen komen, is onvoldoende gesteld en evenmin gebleken. De enkele, niet onderbouwde stelling van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] , dat M&L Advies reeds voor het uitbrengen van haar advies de jaaropgave van [eiseres in 516134/gedaagde in 496804] over 2014 tot haar beschikking had, is daartoe onvoldoende.

4.16.

De rechtbank volgt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] ook niet in hun verwijt dat M&L Advies eerder meerdere offertes had moeten aanvragen. De stelling van M&L Advies dat voor het afwijzen van een hypotheekaanvraag door een andere verstrekker eveneens de ontbrekende stukken nodig zouden zijn geweest is onvoldoende weersproken, zodat reeds daarom niet is komen vast te staan dat indien er meerdere offertes zouden zijn aangevraagd, het financieringsvoorbehoud op tijd had kunnen worden ingeroepen.

4.17.

Evenmin kan worden geoordeeld dat M&L Advies niet de zorg van een goed hypotheekadviseur in acht heeft genomen door al op 11 juni 2015 de bankgarantie aan te vragen bij BNP Paribas Cardif. De bankgarantie heeft als ingangsdatum 15 juli 2015 en moest op grond van artikel 5.1 van de koopovereenkomst uiterlijk op 17 juli 2015 zijn gesteld. Uitvoering is dus gegeven aan een uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichting van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Dat op 15 juli 2015 nog niet duidelijk was of [eisers in 516134/gedaagden in 496804] de gewenste financiering zouden kunnen verkrijgen is, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, niet aan M&L Advies toe te rekenen. M&L Advies heeft ook niet onzorgvuldig gehandeld door niet te adviseren de bankgarantie te stoppen, zoals bedoeld in artikel 6 van de algemene voorwaarden van BNP Paribas Cardif. Nog daargelaten de vraag of dat mogelijk zou zijn geweest zonder toestemming van de verkoper en de notaris, zou het intrekken van de bankgarantie immers hebben meegebracht dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in strijd zouden handelen met artikel 5.1 van de koopovereenkomst. Bovendien zou de verkopende partij ook in dat geval aanspraak hebben gemaakt op het boetebedrag van € 27.500,00, zodat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] daardoor niet in een betere financiële positie zouden zijn komen te verkeren.

4.18.

Conclusie van het voorgaande is dat niet geoordeeld kan worden dat M&L Advies heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hypotheekadviseur mag worden verwacht. Voor toewijzing van de vordering van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] tegen M&L Advies c.s., zoals hiervoor onder 3.1 sub c) en d) weergegeven, bestaat dan ook geen grond.

4.19.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van M&L Advies c.s. worden vastgesteld op:

- griffierecht € 1.909,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.067,00

In de zaak 16-245

4.20.

Ten slotte dient te worden beoordeeld of de vordering van BNP Paribas Cardif tegen [eisers in 516134/gedaagden in 496804] toewijsbaar is. BNP Paribas Cardif vordert nakoming van de garantiestellingsovereenkomst van 11 juni 2015, in die zin dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] worden veroordeeld tot betaling van de premie van € 275,00 en tot betaling van het bedrag van € 27.500,00 dat BNP Paribas Cardif uit hoofde van de garantiestellingsovereenkomst op 3 september 2015 aan de notaris heeft betaald.

4.21.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] hebben geen (gemotiveerd en afzonderlijk) verweer gevoerd tegen de verschuldigdheid van de overeengekomen premie van € 275,00. De vordering van BNP Paribas Cardif is in zoverre dan ook toewijsbaar.

4.22.

Volgens [eisers in 516134/gedaagden in 496804] heeft BNP Paribas Cardif de garantiestelling verstrekt zonder zich ervan te vergewissen of [eisers in 516134/gedaagden in 496804] wel een financiering konden verkrijgen en zonder zich ervan te vergewissen of zij wel over de financiële middelen beschikten om het bedrag van € 27.500,00 terug te betalen indien de garantie zou worden ingeroepen. Daarmee heeft BNP Paribas Cardif willens en wetens het risico aanvaard dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] het uitbetaalde garantiebedrag niet terug kunnen betalen en heeft zij onzorgvuldig gehandeld. Sprake is van een hoge mate van eigen schuld, aldus [eisers in 516134/gedaagden in 496804] Volgens [eisers in 516134/gedaagden in 496804] is het daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat BNP Paribas Cardif het bedrag van € 27.500,00 op [eisers in 516134/gedaagden in 496804] verhaalt. Zij doen een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW juncto artikel 6:2 lid 2 BW. [eisers in 516134/gedaagden in 496804] benadrukken dat zij een jong stel zijn, zonder vermogen en zonder enige ervaring op het gebied van de aankoop van een woning.

4.23.

Op het aanvraagformulier van de garantiestelling is vermeld dat (onder meer) een kopie van de - door de koper(s) en de verkoper(s) ondertekende - koopovereenkomst en een kopie van een - door de koper ondertekende - geldige hypotheekofferte moeten worden meegestuurd met de aanvraag. In artikel 10 van de algemene voorwaarden van BNP Paribas Cardif is vermeld dat naar persoonlijke informatie wordt gevraagd, die onder meer wordt gebruikt om te kijken of de aanvrager een garantiestelling kan krijgen. Ter comparitie heeft BNP Paribas Cardif toegelicht dat zij een aantal voorwaarden hanteert op basis waarvan een garantiestelling wordt verstrekt. Volgens BNP Paribas Cardif hanteert zij echter niet hetzelfde toetsingskader als bijvoorbeeld een hypotheekverstrekker. Het doel van het opvragen van de hypotheekofferte bij de aanvraag voor een garantiestelling is om een fraudecheck te doen, aldus BNP Paribas Cardif. Zij heeft toegelicht dat de (potentiële) hypotheekverstrekker de aanvrager dan al ‘door de molen heeft gehaald’ en persoonlijke gegevens heeft gecheckt, zodat bijvoorbeeld stromannen eruit gefilterd worden.

4.24.

Met BNP Paribas Cardif is de rechtbank van oordeel dat haar zorgplicht niet zo ver strekt dat zij dient te onderzoeken of de aanvrager van een garantiestelling in het kader van de aankoop van een woning de beoogde hypothecaire financiering kan verkrijgen. De stelling van Howmarow c.s., dat die verplichting blijkt uit de door BNP Paribas Cardif gestelde eisen ten aanzien van het aanleveren van informatie door de aanvrager van een garantie, wordt weerlegd door de in 4.23 opgenomen uitleg over de reden van het opvragen van die informatie.

4.25.

Naar het oordeel van de rechtbank kan van BNP Paribas Cardif ook niet worden verlangd dat zij, alvorens een garantiestelling te verstrekken, onderzoekt of de aanvrager het garantiebedrag aan haar kan terugbetalen indien de garantie wordt ingeroepen. Een dergelijke, vergaande, zorgplicht is niet te verenigen met het doel en de strekking van een garantiestellingsovereenkomst als de onderhavige.

4.26.

Conclusie van het voorgaande is dat het verweer van [eisers in 516134/gedaagden in 496804] niet kan slagen. Ook het door BNP Paribas Cardif gevorderde bedrag van € 27.500,00 zal dus worden toegewezen.

4.27.

De gevorderde wettelijke rente vanaf 4 oktober 2015 over het toewijsbare bedrag van € 27.775,00 is op de wet gegrond en toewijsbaar.

4.28.

De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 1.050,00 komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan [eisers in 516134/gedaagden in 496804] een betalingstermijn van veertien dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.

4.29.

[eisers in 516134/gedaagden in 496804] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BNP Paribas Cardif worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 83,79

- griffierecht € 1.929,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.170,79

4.30.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.31.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zal worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in de zaak 16-1360

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de aan de zijde van [gedaagden 1 t/m 6] gevallen proceskosten, tot op heden vastgesteld op € 2.034,00,

5.3.

veroordeelt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de aan de zijde van M&L Advies c.s. gevallen proceskosten, tot op heden vastgesteld op € 3.067,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling ten aanzien van M&L Advies c.s. uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak 16-245

5.5.

veroordeelt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] om aan BNP Paribas Cardif te betalen een bedrag van € 27.775,00 (zevenentwintig duizendzevenhonderdvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag met ingang van 4 oktober 2015 tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de proceskosten, aan de zijde van BNP Paribas Cardif tot op heden vastgesteld op € 3.170,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7.

veroordeelt [eisers in 516134/gedaagden in 496804] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers in 516134/gedaagden in 496804] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Volker en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2017.

1977/2221