Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:2442

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
C/10/494200 / HA ZA 16-109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vorderingen die gedekt zijn door de hypotheek vallen niet onder de schone lei van de WSNP wanneer de gevestigde zekerheden voldoende zijn voor volledig verhaal. Geen schending zorgplicht bank vanwege het niet incasseren van verpande vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/494200 / HA ZA 16-109

Vonnis van 15 maart 2017

in de zaak van

1 [eiser] ,

2. [eiseres],

beiden wonende te [eiseres] ,

eisers,

advocaat mr. P.A.R. [advocaat van Berloth] te Hellevoetsluis,

tegen

de coöperatie

RABOBANK VOORNE-PUTTEN ROZENBURG U.A.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. G.J. Schras te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en Rabobank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties,

  • -

    de brief van de Rabobank van 20 september met producties,

  • -

    de brief van 8 juni 2016 waarbij de comparitie is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 oktober 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Rabobank heeft met [eisers] in de periode van oktober 2003 tot en met maart 2005 meerdere overeenkomsten van geldlening gesloten.

2.2.

Ter zekerstelling van haar rechten heeft de Rabobank op 31 oktober 2003 een recht van eerste hypotheek op de woning van [eisers] verkregen voor een totaalbedrag van € 675.000,00.

2.3.

Op 6 februari 2007 heeft [eisers] met Berloth Consultancy B.V. (hierna: Berloth) een overeenkomst gesloten, waarin – voor zover van belang – het volgende is bepaald:

“Overwegende:

  1. dat [ [eisers] ] een vordering heeft op de gemeente … ter zake door hem geleden planschade;

  2. dat [Berloth] in deze kwestie zowel in als buiten rechte de belangen van [ [eisers] ] zal behartigen;

5. dat [Berloth] voor de door haar te verrichten werkzaamheden een vergoeding zal ontvangen ter hoogte van 15 procent van de door de gemeente … aan [ [eisers] ] te betalen vergoeding voor geleden planschade;

2.4.

In het voorjaar van 2007 heeft [eisers] de gemeente Westvoorne (hierna: de Gemeente) verzocht de door hem geleden planschade te vergoeden.

2.5.

In de brief van 27 maart 2008 van Berloth aan de Rabobank staat – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“[Ik] doe u bijgaand een kopie toekomen van de met [eiser] gesloten overeenkomst betreffende de procedure planschadeverhaal.

We spraken af dat na afloop van de te voeren procedure de alsdan vrijkomende geldsom rechtens zal worden uitbetaald aan de Rabobank aan welke hiervoor pandrecht werd verstrekt. …

De Rabobank verbindt zich om na ontvangst van de geldsom per direkt het percentage ad 15% als vastgelegd in opgemelde overeenkomst aan Berloth Consultancy betaalbaar te stellen. …”

2.6.

Op 8 april 2008 heeft [eisers] ten behoeve van de Rabobank tot zekerheid van al hetgeen de Rabobank van [eisers] te vorderen heeft en zal krijgen een pandrecht gevestigd op de vordering van [eisers] op de Gemeente uit hoofde van een uitkering planschade.

2.7.

Het pandrecht is meegedeeld aan de Gemeente en de Gemeente heeft deze mededeling bevestigd aan de Rabobank.

2.8.

Op 10 april 2008 heeft [eisers] ten behoeve van de Rabobank tot zekerheid van al hetgeen de Rabobank van [eisers] te vorderen heeft en zal krijgen een pandrecht gevestigd op alle bestaande en toekomstige vorderingen van [eisers]

2.9.

Bij brief van 14 december 2009 heeft de Rabobank aan de bewindvoerder van [eisers] – voor zover van belang – het volgende meegedeeld:

“Onze vordering valt geheel binnen de gevestigde hypotheek en dienen deze vordering in voor zover wij niet uit het hypotheekrecht voldaan kunnen worden.

D. uit hoofde van rekening-courant nummer …

- debetsaldo € 43.184,82”

2.10.

Bij brief van 6 januari 2010 heeft de bewindvoerder van [eisers] aan de Rabobank – voor zover van belang – het volgende meegedeeld:

“Hierbij bevestig ik de ontvangst van de vorderingen die ter verificatie zijn ingediend in de schuldsanering van [eiser] … en [eiseres] …

D. debetsaldo rekening-courantnummer … ad. € 43.184,82

De vorderingen onder D … zijn geplaatst als concurrente vordering. …”

2.11.

Uit een rekeningafschrift betreffende een rekening-courant met nummer […] op naam van [eiser] van 29 maart 2011 blijkt dat op 8 maart 2011 een bedrag van € 18.806,71 is bijgeboekt door de Rabobank onder vermelding ‘uitgewonnen zekerheden en huur’.

2.12.

De Gemeente heeft op 8 november 2011 besloten aan [eisers] een planschadebedrag van € 470.513,00 toe te kennen. Hierbij is bepaald dat een bedrag van € 154.363,00 in geld zou worden uitgekeerd en het resterende bedrag zou worden vergoed via een profijtelijke bestemmingsplanwijziging.

2.13.

In vervolg op bovengenoemd besluit heeft de Gemeente op 23 februari 2012 aan mr. [advocaat van Berloth] , advocaat van Berloth, meegedeeld dat een bedrag van in totaal € 192.843,61 zal worden overgemaakt op rekening van de Stichting Beheer Derdengelden van mr. [advocaat van Berloth] .

2.14.

Op 30 mei 2012 is van de rekening van Stichting Beheer Derdengelden van mr. [advocaat van Berloth] een bedrag van € 101.988,25 overgemaakt aan de Rabobank.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren:

  • -

    dat de vordering van de Rabobank op [eisers] in hoofdsom ter zake de hypotheek € 107.082,93 en ter zake de rekening-courantverhouding € 0,00 bedraagt;

  • -

    dat op de totale vordering van de Rabobank op [eisers] een bedrag van € 18.806,00 aan ontvangen huurbetalingen en een bedrag van € 10.473,01 als ontvangen uit de boedel, in mindering moet worden gebracht;

  • -

    dat op de totale vordering van de Rabobank op [eisers] een bedrag van € 116.941,35 aan verpande vorderingen in mindering moet worden gebracht.

Alsmede veroordeling van de Rabobank in de kosten van de procedure.

3.2.

[eisers] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eisers] had zijn vordering planschade aan de Rabobank verpand. Aangezien de Gemeente ter zake die aan de Rabobank verpande vordering een bedrag van € 192.917,07 (naar de rechtbank begrijpt: € 192.843,61, zie 2.13.) heeft uitgekeerd dient dat bedrag in mindering te worden gebracht op de vordering van de Rabobank op [eisers] De rekening-courant is als concurrente vordering ingediend in de schuldsaneringsregeling. De vordering valt derhalve onder de schone lei die aan [eisers] is verleend zodat deze vordering niet meer opeisbaar is. Tot slot stelt [eisers] dat de Rabobank tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens [eisers] doordat zij de vorderingen niet heeft geïnd of trachten te innen die aan haar waren verpand.

3.3.

De Rabobank voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

hypotheek

4.1.

[eisers] stelt dat het gehele bedrag dat is uitgekeerd aan planschade dient te worden afgeboekt op de vordering die de Rabobank op [eisers] heeft. De provisie aan Berloth komt voor rekening van de Rabobank gelet op hetgeen de Rabobank en Berloth bij brief van 27 maart 2008 zijn overeengekomen, aldus [eisers]

4.2.

De Rabobank betwist de stelling van [eisers] en voert aan dat inzake de planschade uitkering slechts € 101.988,25 via Berloth door haar is ontvangen en dat derhalve dit het bedrag is dat in mindering komt op haar vordering op [eisers] De Rabobank voert voorts aan dat zij niet aansprakelijk is voor de betaling door [eisers] van de tussen [eisers] en Berloth overeengekomen provisie. De Rabobank heeft in de brief van 27 maart 2008 slechts een afspraak gemaakt met Berloth over de wijze van betaling van de provisie.

4.3.

Vast staat dat [eisers] en Berloth zijn overeengekomen dat Berloth de belangen van [eisers] zou behartigen in de planschade procedure en dat Berloth voor haar werkzaamheden een vergoeding van 15% van de door de Gemeente uit te keren vergoeding voor geleden planschade zou ontvangen. In de brief van 27 maart 2008 schrijft Berloth dat dat de Rabobank zich verbindt om na ontvangst van de (volledige) uitkering planschade een percentage van 15% betaalbaar te stellen. Uit deze brief kan zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet worden opgemaakt dat de provisie van Berloth, zoals tussen Berloth en [eisers] overeengekomen, voor rekening van de Rabobank komt. Temeer nu Berloth zelf de provisie al had ingehouden voordat zij overging tot uitbetaling aan de Rabobank. De uitkering was door de Gemeente namelijk niet aan de Rabobank maar aan Berloth betaald. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

rekening-courant

4.4.

[eisers] stelt onder verwijzing naar de brief van de bewindvoerder van 6 januari 2010 dat deze vordering rekening-courant als concurrente vordering is erkend in de schuldsaneringsregeling. De vordering valt derhalve onder de schone lei die aan [eisers] is verleend, zodat deze vordering op nihil dient te worden gesteld.

4.5.

De Rabobank betwist dit en stelt dat zij bij brief van 14 december 2009 haar vordering in de schuldsaneringsregeling heeft ingediend onder de opschortende voorwaarde dat gevestigde zekerheden niet voldoende zouden zijn voor volledig verhaal van haar vordering. In de brief is tevens meegedeeld dat de gevestigde zekerheden voldoende zijn om de gehele vordering van de bank op te verhalen. Nu de vorderingen gedekt zijn door de hypotheek heeft de schone lei geen betrekking op deze vorderingen, aldus de Rabobank.

4.6.

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 13 maart 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BG7996) het volgende overwogen:

“Uit de … totstandkomingsgeschiedenis van artikel 299 lid 3 F moet worden afgeleid dat de wetgever tot uitgangspunt heeft genomen dat de schuldsaneringsregeling niet werkt ten aanzien van vorderingen die door pand of hypotheek zijn gedekt, behoudens voor zover die vorderingen niet op de verbonden goederen verhaald kunnen worden. De pand- of hypotheekhouder kan zich op grond van zijn recht van parate executie buiten de schuldsaneringsregeling om verhalen op de verbonden goederen. Maar … de hypothecaire schuldeiser en de bewindvoerder [kunnen], indien de schuldenaar geen betalingsachterstand heeft en het verbonden goed geen overwaarde heeft zodat bij executie geen bate ten gunste van de boedel is te verwachten, ook afzien van hun uit artikel 57 en 58 F voortvloeiende rechten tot uitwinning van de verbonden goederen, in welk geval de schuldenaar de lopende verplichtingen jegens de schuldeiser dient te voldoen uit de hem toekomende, buiten de boedel vallende inkomsten. Eén en ander brengt mee dat artikel 358 F (de ‘schone lei’) in een dergelijk geval geen betrekking heeft op de vordering van de pand- of hypotheekhouder..”

4.7.

Gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft bepaald en het feit dat tussen partijen als onbetwist vast staat dat de vordering uit hoofde van de overeenkomst rekening-courant is gedekt door de hypotheek, slaagt het verweer van de Rabobank. De vordering zal op dit punt worden afgewezen.

huurbetaling

4.8.

[eisers] stelt dat een bedrag van € 18.806,00 is bijgeboekt op de rekening-courant op het moment dat deze al was vervallen. De Rabobank had dit bedrag op een andere rekening moeten bijboeken en dient dit bedrag derhalve alsnog op haar vordering op [eisers] in mindering te brengen.

4.9.

De Rabobank voert aan dat het bedrag van € 18.806,71 is bijgeschreven op een rekening van [eisers] met als gevolg dat het negatieve saldo verminderde en verwijst daarbij naar het onder 2.11. vermelde rekeningafschrift.

4.10.

Vast staat dat het bedrag van € 18.806,71 is overgemaakt op de rekening-courant van [eisers] Aldus is het bedrag in mindering gebracht op de vordering die de Rabobank op [eisers] heeft. De stelling dat de rekening al was opgeheven – naar de rechtbank begrijpt aangezien aan [eisers] een schone lei was verleend – wordt gelet op hetgeen onder 4.6. en 4.7. is overwogen, verworpen. De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.

uitkering uit boedel

4.11.

[eisers] stelt dat de bewindvoerder in het kader van de schuldsaneringsregeling een bedrag van € 10.473,01 heeft overgemaakt en dat onduidelijk is op welke rekening dit bedrag is overgemaakt.

4.12.

De Rabobank voert aan dat zij het bedrag heeft afgeboekt van de rekening-courant rekening.

4.13.

[eisers] heeft hetgeen de Rabobank heeft aangevoerd niet weersproken, zodat vast staat dat het bedrag van € 10.473,01 in mindering is gebracht op de vordering van de Rabobank op [eisers] De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.

verpande vorderingen

4.14.

[eisers] voert aan dat de Rabobank onvoldoende heeft gedaan om de verpande vorderingen te incasseren. Van de Rabobank mocht worden verwacht dat zij zich hiertoe zou inspannen. Het had op de weg van de Rabobank gelegen om [eisers] te informeren op het moment dat het niet lukte om de vorderingen te incasseren, dan had [eisers] hiertoe zelf kunnen overgaan.

4.15.

De Rabobank voert aan dat zij de debiteuren op de gebruikelijke manier heeft aangeschreven. Zij heeft aldus getracht over te gegaan tot uitwinning van de vorderingen, echter de vorderingen bleken niet bestaand te zijn of waren inmiddels verrekend. De Rabobank heeft haar verweer onderbouwd door het overleggen van (een deel van) de correspondentie met de debiteuren.

4.16.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door de Rabobank had het op de weg van [eisers] gelegen haar stelling dat de Rabobank tekort is geschoten in haar zorgplicht, handen en voeten te geven. [eisers] heeft dit echter nagelaten. De omstandigheid dat de Rabobank [eisers] niet zouden hebben geïnformeerd over het feit dat het niet lukte om de verpande vorderingen te incasseren, is onvoldoende om een schending van de zorgplicht aan te nemen. De vordering zal worden afgewezen.

4.17.

[eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Rabobank worden begroot op € 1.523,00 (griffierecht € 619,00 + salaris advocaat 2 punt x € 452,00 = € 940,00).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van de Rabobank tot op heden begroot op € 1.523,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. den Hollander en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.1

1 type: 2872 coll: 2294