Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:2256

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-03-2017
Datum publicatie
24-03-2017
Zaaknummer
10/742113-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging aan het adres van de burgemeester. Hoewel de bewoordingen in de e-mail op zichzelf beschouwd niet direct een bedreiging inhouden, hebben ze in dit geval een bedreigend karakter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/742113-16

Datum uitspraak: 23 maart 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. L. den Ouden, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 maart 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 1.200,00, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 24 dagen vervangende hechtenis.

4 Bewijswaardering

4.1.

Vaststaat dat de verdachte op 21 augustus 2016 aan de burgermeester van Rotterdam (hierna: de burgemeester) een e-mail (hierna: de e-mail) heeft verstuurd met de volgende inhoud:

"Geachte mijnheer [naam slachtoffer] ,

Naar aanleiding van de demonstratie van de pkk terroristen gisteren in Rotterdam wil ik u hierbij toestemming vragen voor een demonstratie voor ISIS in het centrum Rotterdam. U bent namelijk van mening dat er ook plaats is voor demonstraties voor terroristische organisaties.

Mijn (Islamitische) vrienden en ik hebben (erg) veel sympathie voor de helden van ISIS. Dit in het kader van ons recht op een mening en demonstratie. U hoeft het natuurlijk niet eens te zijn met de inhoud van onze demonstratie, daar ben ook U vrij in. Echter betekent dat niet, dat u onze vrijheid voor een demonstratie kunt ontnemen.

Verneem graag van u.

(PS: graag reactie, anders kom ik die reactie bij u thuis vragen. Misschien een kans

voor u om mijn ISIS vrienden ook te leren kennen, ze hebben precies dezelfde cultuureigenschappen als u)".

4.2.

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat de in de mail gebruikte bewoordingen als zodanig niet bedreigend zijn. Er zijn ook geen omstandigheden die maken dat ze bedreigend zijn. De verdachte wilde met de e-mail, die qua toon iets sarcastisch was ingestoken, zijn onvrede uiten over het feit dat de burgemeester aanhangers van de PKK de kans had geboden om op 20 augustus 2016 in Rotterdam te demonstreren. Uit de daarna tussen de verdachte en de burgemeester gevoerde mailwisseling is wel duidelijk geworden dat de verdachte geen aanhanger is van ISIS. Het eerste bericht wordt door de inhoud van de latere e-mails dan ook afgezwakt. Door het vermelden van zijn naam en telefoonnummer onder de berichten nuanceert verdachte de inhoud daarvan al direct en geeft hij juist aan dat hij met de burgemeester in gesprek wilde gaan. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

4.3.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is voor een bedreiging in de zin van artikel 285 Wetboek van Strafrecht (Sr) onder meer vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de verdachte zijn bedreiging gestand zou doen. Niet vereist is dat er werkelijke vrees is opgewekt. Een uitlating die op zichzelf genomen niet een bedreiging in de zin van artikel 285 Sr oplevert kan niettemin onder omstandigheden die strekking wel krijgen. Die omstandigheden dienen in het algemeen wel in nauw en direct verband te staan met de bedreiging.

De bewoordingen van de in de e-mail voorkomende PS, te weten: “graag reactie, anders kom ik die reactie bij u thuis vragen. Misschien een kans voor u om mijn ISIS vrienden te leren kennen, ze hebben precies dezelfde cultuureigenschappen als u.” hebben in dit geval de strekking bedreigend te zijn. Hoewel de frases ‘anders kom ik die reactie bij u thuis vragen’ en ‘een kans voor u om mijn ISISvrienden ook te leren kennen’ puur op zichzelf beschouwd niet direct een bedreiging inhouden , wekt verdachte de indruk bevriend te zijn met leden van een extreem gewelddadige organisatie als ISIS, een organisatie waar verdachte zegt veel sympathie voor te hebben. Daarbij opgeteld de voorwaardelijke toevoeging dat hij bij de burgemeester thuis zal komen, waarbij hij suggereert dat hij dat samen met die vrienden zal doen, maken dat de bewoordingen qua strekking bedreigend zijn . Het mag zo zijn, dat verdachte niet de daadwerkelijke bedoeling heeft gehad om de burgemeester te bedreigen, maar met de woordkeuze in de PS van de e-mail heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de burgemeester bevreesd zou raken dat de verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou uitvoeren. Dat de verdachte later te kennen heeft gegeven dat hij niet van plan was de bedreiging daadwerkelijk uit te voeren is niet relevant, zolang de woorden (in dit geval naar hun strekking) geschikt zijn om de vrees daartoe te kunnen laten ontstaan.

De rechtbank volgt de raadsvrouw tenslotte niet in de stelling, dat de hierop volgende e-mails van verdachte het bedreigende karakter weer ontnemen. Immers, hij doet hierin aan zijn eerdere woorden niets af, noch nuanceert hij deze. Hetzelfde geldt voor het vermelden van naam en telefoonnummer onderaan het bericht: hiervan kan met net zoveel recht gezegd worden dat het de woorden juist aan kracht bijzet.

Het voorgaande brengt met zich mee dat het ten laste gelegde, op na te melden wijze, wettig en overtuigend bewezen is.

4.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 21 augustus 2016 in Nederland, [naam slachtoffer] (burgemeester van de stad Rotterdam), heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht , immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] , via een e-mailbericht, dreigend de woorden toegevoegd:

(PS: graag reactie, anders kom ik die reactie bij u thuis vragen. Misschien een kans

voor u om mijn ISIS vrienden ook te leren kennen, ze hebben precies dezelfde cultuureigenschappen als u)".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

Het bewezen feit levert op:

Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op 21 augustus 2016 de burgemeester van de stad Rotterdam bedreigd door hem een mail te sturen waarin de bewoordingen van de PS waren: “graag reactie, anders kom ik die reactie bij u thuis vragen. Misschien een kans voor u om mijn ISIS vrienden ook te leren kennen, ze hebben precies dezelfde cultuureigenschappen als u".

Dit is een ernstig feit. Een burgemeester moet zijn publieke taak te allen tijde kunnen uitoefenen zonder dat hij aan bedreigingen wordt blootgesteld. De verdachte heeft door zijn handelen bij de burgemeester gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. Daarnaast brengen dergelijke bedreigingen gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving teweeg.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

9 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gezien de ernst van het feit, waarbij strafverzwarend weegt dat de bedreiging is geuit tegen een burgemeester, zal de rechtbank een geldboete van na te noemen hoogte opleggen.

De rechtbank heeft hierbij acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en vergelijkbare strafzaken. Zij komt hierdoor op een lagere geldboete dan door de officier van justitie geëist.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 23, 24c en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zegge: zevenhonderdenvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.C. van Walree, voorzitter,

en mrs. J. Holleman en E.M.D. Angela, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 maart 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 21 augustus 2016 te Rotterdam en/of Deventer, althans in Nederland, [naam slachtoffer] (burgemeester van de stad Rotterdam), heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] , via een e-mailbericht, dreigend de woorden toegevoegd:

"Geachte mijnheer [naam slachtoffer] ,

Naar aanleiding van de demonstratie van de pkk terroristen gisteren in Rotterdam wil ik u hierbij toestemming vragen voor een demonstratie voor ISIS in het centrum Rotterdam. U bent namelijk van mening dat er ook plaats is voor demonstraties voor van terroristische organisaties.

Mijn(Islamitische) vrienden en ik hebben (erg) veel sympathie voor de helden van ISIS. Dit in het kader van ons recht op een mening en demonstratie. U hoeft het natuurlijk niet eens te zijn met de inhoud van onze demonstratie, daar ben ook U vrij in. Echter betekent dat niet, dat u onze vrijheid voor een demonstratie kunt ontnemen.

Verneem graag van u.

(PS: graag reactie, anders kom ik die reactie bij u thuis vragen. Misschien een kans

voor u om mijn ISIS vrienden ook te leren kennen, ze hebben precies dezelfde cultuureigenschappen als u)",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;