Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1995

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
C/10/515599 / HA ZA 16-1330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Het van de overeenkomst deel uitmakende bestek is niet verenigbaar met het arbitraal beding in de toepasselijke algemene voorwaarden. De in die algemene voorwaarden opgenomen rangorde van stukken die van toepassing zijn op de opdracht maakt dat de bepaling in het bestek inzake rechterlijke bevoegdheid voorrang heeft boven het arbitraal beding, reden waarom dit beding niet van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TVA 2017/35
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/515599 / HA ZA 16-1330

Vonnis in incident van 8 maart 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN MILLIGEN METSELWERKEN B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. P. Smit te Spijkenisse,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DURA VERMEER BOUW HEYMA B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Van Milligen en Dura Vermeer genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 november 2016, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van 11 januari 2017, met productie;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van 25 januari 2017, met productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

Van Milligen vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. Dura Vermeer veroordeelt tot betaling aan Van Milligen een bedrag van

€ 216.261,29;

2. Dura Vermeer veroordeelt tot betaling van de rente ex paragraaf 45 lid 2 UAV 2012, althans ex artikel 6:119a BW, althans ex artikel 6:119 BW over een bedrag van € 198.713,90 vanaf 24 oktober 2016, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

3. Dura Vermeer veroordeelt in de proceskosten en in de nakosten als bedoeld in artikel 237 Rv groot € 131,00 zonder betekening dan wel € 199,00 in geval van betekening.

2.2.

Hieraan legt Van Milligen – kort en zakelijk weergegeven – de volgende stellingen ten grondslag. Van Milligen, exploitant van een aannemingsbedrijf, en Dura Vermeer, exploitant van een bouwbedrijf en hoofdaannemer, hebben op 26 april 2016 een schriftelijke overeenkomst van aanneming van werk gesloten ten behoeve van de renovatie / nieuwbouw van één van de gebouwen op het complex van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), waarvan de EUR hoofdopdrachtgever is. Omdat de omvang van het werk nog niet vaststond is een benaderde aanneemsom van € 120.000,00 overeengekomen met verrekenbare hoeveelheden. Vanwege de omstandigheden op het werk, gebrek aan kennis /wetenschap aan de zijde van Dura Vermeer en wijziging van de overeengekomen werkzaamheden is Van Milligen nadien met Dura Vermeer overeengekomen dat Van Milligen de resterende werkzaamheden volledig op regiebasis zou verrichten, tegen het overeengekomen dag-uurloon. Dura Vermeer heeft een negental facturen, waarvan een zestal op regiebasis zijn berekend, voldaan. Vanaf 25 augustus 2016 is iedere betaling door Dura Vermeer uitgebleven. Van Milligen maakt aanspraak op betaling door Dura Vermeer van de openstaande factuurbedragen. Tevens maakt Van Milligen aanspraak op betaling van huurpenningen voor een steiger en lift, van kosten van Bureau Vekemans, van gederfde winst alsmede van schadevergoeding voor schade aan een bouwlift en ontbrekend steigermateriaal.

2.3.

Dura Vermeer heeft nog geen verweer gevoerd.

3 Het geschil in het incident

3.1.

Dura Vermeer vordert dat de rechtbank zich, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, onbevoegd verklaart, althans Van Milligen niet ontvankelijk verklaart in haar vorderingen, met veroordeling van Van Milligen in de proceskosten.

3.2.

Hieraan legt Dura Vermeer – kort en zakelijk weergegeven – de volgende stellingen ten grondslag. Dura Vermeer heeft op de overeenkomst van opdracht tussen partijen de Algemene Inkoopvoorwaarden van Dura Vermeer NV (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard. In de algemene voorwaarden is bepaald dat geschillen tussen partijen worden beslecht door middel van arbitrage door de Raad van Arbitrage voor de Bouw. In de overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat het bestek nummer 2009-Lgb13 (hierna: het bestek) slechts van toepassing is voor zover daar niet van wordt afgeweken in de overeenkomst. Het in het bestek bepaalde dat de gewone rechter bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen, heeft geen gelding, nu hiervan in de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden wordt afgeweken. Dura Vermeer biedt aan om haar stellingen te bewijzen, onder betwisting van haar gehoudenheid daartoe, onder meer door middel van het horen van getuigen.

3.3.

Van Milligen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Dura Vermeer in haar incidentele vordering, althans haar die vordering te ontzeggen, met veroordeling van Dura Vermeer in de proceskosten van het onderhavige incident, alsmede de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en verhoogd met € 68,00 ingeval van betekening, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

3.4.

Op de argumenten die Van Milligen hiertoe aanvoert, wordt, voor zover relevant, bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

De incidentele conclusie is tijdig en vóór alle weren genomen. Dura Vermeer is derhalve ontvankelijk in het incident.

4.2.

Dura Vermeer concludeert dat de Rechtbank Rotterdam onbevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen, op de grond dat in de van toepassing verklaarde algemene voorwaarden de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd is verklaard geschillen, welke mochten ontstaan naar aanleiding van of in verband met de opdracht, te beslechten.

4.3.

Een zodanig beroep op onbevoegdheid slaagt, indien vast komt te staan dat ten aanzien van het voorgelegde geschil een overeenkomst tot arbitrage is gesloten.

4.4.

In geschil in deze zaak is de toepasselijkheid van het arbitraal beding dat in de algemene voorwaarden is opgenomen.

4.5.

Op grond van artikel 1020 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kunnen partijen geschillen die tussen hen uit een bepaalde, al dan niet uit een overeenkomst voortvloeiende, rechtsbetrekking zouden kunnen ontstaan, aan arbitrage onderwerpen door middel van een arbitraal beding.

4.6.

Een overeenkomst tot arbitrage wordt ingevolge artikel 1021 Rv bewezen door een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.

4.7.

Niet in geschil is dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen (hierna: de overeenkomst), waarin – kort gezegd – is bepaald dat Dura Vermeer aan Van Milligen opdracht verleent tot diverse werkzaamheden, welke werkzaamheden een onderdeel vormen van het aan opdrachtgever opgedragen werk: Ren/nbw Sanders Building EUR.

4.8.

Op pagina 2 van de overeenkomst is het volgende bepaald:

“De aan opdrachtnemer opgedragen werkzaamheden zijn omschreven in de op de hoofdaannemingsovereenkomst betrekking hebbende bescheiden, welke onverbrekelijk deel uitmaken van deze overeenkomst voor zover daar niet van wordt afgeweken in deze overeenkomst:

bestek nummer 2009-Lgb13…:”

4.9.

Op pagina 5 van de overeenkomst is het volgende bepaald:

“Op deze overeenkomst zijn de Algemene Inkoopvoorwaarden van Dura Vermeer Groep NV welke op de datum van ondertekening van deze overeenkomst gelden en beschikbaar zijn op de website van Dura Vermeer (www.duravermeer.nl) van toepassing. Eventuele door opdrachtnemer op deze overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden wijzen wij uitdrukkelijk van de hand.”

4.10.

Zowel het bestek als de algemene voorwaarden maken derhalve (in beginsel) onderdeel uit van de overeenkomst tussen partijen.

4.11.

In paragraaf 00.02.49 sub 90 lid 1 van het bestek is vermeld:

“In afwijking van paragraaf 49 van de UAV 2012. Gehele tekst vervalt en wordt vervangen door de volgende bepaling:

  1. Alle geschillen, welke ook – daaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de overeenkomst of van de overeenkomsten, die daarvan uitvloeisel mochten zijn, tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter;

  2. …”

4.12.

In de overeenkomst wordt niet afgeweken van voornoemde bepaling, zodat deze bepaling onverkort deel uitmaakt van de overeenkomst.

4.13.

In artikel 11.2 van de algemene voorwaarden is vermeld:

“Alle geschillen welke mochten ontstaan naar aanleiding van of in verband met de Opdracht zullen worden beslecht door arbitrage door de Raad van Arbitrage voor de Bouw overeenkomstig haar statuten, zoals deze drie maanden voor de Opdracht luiden, zulks behoudens de bevoegdheid van Dura Vermeer het geschil te doen beslechten door de bevoegde burgerlijke rechter of de instantie zoals bepaald in de overeenkomst tussen Dura Vermeer en de Opdrachtgever van Dura Vermeer.”

4.14.

De rechtbank stelt vast dat op grond van het bepaalde in het bestek de rechter bevoegd is van geschillen kennis te nemen en dat in de algemene voorwaarden een arbitragebeding is opgenomen, op grond waarvan de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd is van geschillen kennis te nemen. Bedoelde bepalingen uit het bestek en uit de algemene voorwaarden zijn derhalve niet met elkaar verenigbaar.

4.15.

In artikel 2.2 van de algemene voorwaarden is tevens bepaald:

“Op de Opdracht zijn, waarbij onderstaande (aflopende) rangorde geldt, uitsluitend van toepassing:

  1. De overeenkomst tussen Dura Vermeer en de Opdrachtgever van Dura Vermeer, nader te noemen: “Hoofdaannemingsovereenkomst”’, met dien verstande dat de aan de Opdrachtgever van Dura Vermeer toekomende bevoegdheden toekomen aan Dura Vermeer, zover betrekking hebbend op de Opdracht;

  2. De inhoud van processen-verbaal en/of staten van wijziging;

  3. Bepalingen van de in de Opdracht en in de Hoofdaannemingsovereenkomst genoemde voorwaarden, bestek, bescheiden en/of tekeningen, alsmede alle wijzigingen of aanvullingen hierop;

  4. De wettelijke en andere voorschriften, die de uitvoering van de Opdracht raken. Opdrachtnemer wordt geacht hiermee bekend te zijn en zich hieraan te houden;

  5. Deze Algemene Inkoopvoorwaarden;

  6. Eventueel in de Opdracht van toepassing verklaarde aanvullende algemene inkoopvoorwaarden.

Voor wettelijke voorschriften van dwingendrechtelijke aard geldt dat zij voorrang genieten boven vorenbedoelde documenten en bepalingen.”

4.16.

De rechtbank is met Van Milligen van oordeel dat de bepaling in het bestek inzake de bevoegdheid op grond van de algemene voorwaarden voorrang heeft boven het arbitraal beding in de algemene voorwaarden, zodat het arbitraal beding niet van toepassing is en de rechter bevoegd is kennis te nemen van geschillen tussen partijen.

4.17.

Op grond van artikel 99, eerste lid, Rv is, tenzij de wet anders bepaalt, de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd. Dura Vermeer is gevestigd in Rotterdam. Deze rechtbank is derhalve van oordeel dat zij bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen. De incidentele vordering zal worden afgewezen.

4.18.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Dura Vermeer in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van Milligen worden tot aan deze uitspraak begroot op € 452,00 (1 x € 452,00).

4.19.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

5
5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Dura Vermeer in de kosten van het incident, aan de zijde van Van Milligen tot op heden begroot op € 452,00, en in de nakosten van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis plaatsvindt en nodig is geweest,

5.3.

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 april 2017 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2017.

1774 / 1729