Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1831

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
C/10/485173 / HA ZA 15-986
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bouwzaak. Verlenging van de opleveringstermijn (8 UAV 1989) en bouwstop. Rechtsverwerking en matiging van bedongen kortingsbedrag? Uitleg paragraaf 6 lid 15 UAV 1989.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/485173 / HA ZA 15-986

Vonnis van 8 maart 2017

in de zaak van

de vennootschap onder firma

BAM ‘MFA KATENDRECHT’ V.O.F.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A.M. Smeekens,

tegen

de stichting

STICHTING WOON COMPAS,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.D. Nelemans.

Partijen zullen hierna BAM en Woon Compas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 september 2015,

  • -

    de akte overlegging producties van 23 september 2015,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties,

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie, met producties,

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie, met producties,

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie, alsmede vermindering van eis in conventie, met productie,

  • -

    de nadere conclusie, met productie,

  • -

    de brief van 20 januari 2016 waarbij de zitting is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van de pleidooien en de comparitie van partijen op 1 november 2016 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Woon Compas heeft middels een aanbesteding ‘MFA Katendrecht’ in de markt gezet (hierna ook: het Werk). Het Werk bestaat uit twee gebouwdelen:

- het eerste gebouwdeel bestaat uit schoolgebouwen (inclusief sporthal),

parkeergarage, bergingen, fietsenbergingen en cascoruimten in de kelder

(hierna: de Plint),

- het tweede gebouwdeel bestaat uit een tweetal woontorens met 135

appartementen (hierna: de Woontorens).

2.2.

Na de aanbestedingsprocedure is op 8 januari 2013 tussen de Ontwikkelcombinatie BAM Woningbouw Rotterdam en BAM Utiliteitsbouw Rotterdam enerzijds en Woon Compas anderzijds een aannemingsovereenkomst (hierna ook: de overeenkomst) gesloten tot realisatie van het Werk. De overeengekomen aanneemsom bedroeg € 25.448.000,00 (exclusief btw). Op de overeenkomst zijn de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (hierna: UAV 1989) van toepassing, voor zover daarvan niet is afgeweken in het bestek van 28 september 2012 met besteknummer 1136.

2.3.

BAM Woningbouw Rotterdam en BAM Utiliteitsbouw Rotterdam hebben vervolgens ten behoeve van het Werk een vennootschap onder firma opgericht waarin de overeenkomst, met toestemming van Woon Compas, is ingebracht: de vennootschap onder firma BAM ‘MFA KATENDRECHT’ V.O.F.

2.4.

Uit art. 7 van de overeenkomst volgt dat de volgende opleverdata zijn

overeengekomen:

- de Plint : uiterlijk op 24 oktober 2014;

- de Woontorens : uiterlijk op 18 december 2014.

De Plint is op 11 juni 2015 opgeleverd. De Woontorens zijn op 28 mei 2015 opgeleverd.

2.5.

Uit paragraaf 01.02.42 van het Bestek volgt dat Woon Compas ex paragraaf 42 UAV 1989 een korting op de aanneemsom in rekening mag brengen indien de overeengekomen opleveringsdatum(s) niet zou(den) worden gehaald. In geval van vertraging in de oplevering van de Woontorens zou er een korting van 0,1% van de aanneemsom van de te laat op te leveren gebouwdelen per werkdag aan korting gelden en in geval van te late oplevering van de Plint 0,2%. Indien de opdrachtgever zich op het standpunt stelt dat er een korting zou zijn verbeurd, dan zou deze bij de eerst volgende betalingstermijn ingehouden of op andere wijze op de aannemer verhaald kunnen worden (paragraaf 42 lid 6 UAV 1989).

2.6.

Woon Compas heeft als directievoerder op het Werk Groevenbeek Bouw Management B.V. (hierna ook GBM) en als hoofdconstructeur ABT aangesteld. BAM maakte gebruik van de adviseurs SmitWesterman (hierna ook SW) en Grontmij.

2.7.

In de notulen van de 1e bouwvergadering van 14 mei 2013 staat, voor zover van belang, vermeld:

5 Constructies

5.1

GBM vraag BAM of zij (…) nog overleg met ABT heeft gehad. BAM geeft aan: niet nav voormelde afspraak, wel als regulier overleg BAM/SW/ABT (…) waarbij tevens de geotechnisch adviseur van ABT aanwezig zal zijn. BAM meldt dat SW met ABT de betreffende discussiepunten goed heeft besproken, en BAM/SW verder weet waar zij aan toe is met het oog op afhandelingen.

5.2

De prefab leverancier is reeds bezig met concept productietekeningen, qua uitvoeringsplannen zouden de kelderkolommen worden gestort vanaf 2 weken na heden. Aangezien er nog geen voor uitvoering vastgestelde tekeningen van SW zijn is kolomproductie niet mogelijk.

BAM zal intern bespreken hoe engineering versus productie en bouw goed op elkaar af te stemmen.

5.3

BAM meldt dat zij GEOMET zettingsberekeningen heeft laten opstellen, welke qua conclusies sterk afwijken van de zettingsprognoses van ABT; vandaar het overleg d.d. 15 mei 2013. GBM zal ABT hierover contacten.

5.4

BAM meldt van de gemeente informeel te hebben vernomen dat het ingediende palenplan en paalspecificaties goedgekeurd geretourneerd zullen worden.”

2.8.

In de notulen van de 3e bouwvergadering van 9 juli 2013 die door BAM zijn geparafeerd, staat, voor zover van belang, vermeld:

5 Constructies

5.1

BAM meldt dat het complete constructie ontwerp van SmitWesterman gereed is in overleg met ABT en ingediend bij de gemeente.

5.2

Er zijn nog geen productietekeningen van prefab beton voor uitvoering geaccordeerd. Betreffende zaken kunnen constructief nu (na akkoord op constructie ontwerp SW – zie 5.1) worden beoordeeld. Beoordeling door de installateurs van BAM loopt.

(…)

9 Contracten/financiën

9.3

Bam meldt met veel hogere kosten van SmitWesterman te zijn geconfronteerd vanwege de kwesties ‘laag van Kedichem’ en ‘imperfecties’ vanuit het overleg met ABT. SWC [Woon Compas, de rechtbank] stelt dat BAM bij vermeend meerwerk de plicht heeft vooraf melding te doen, en niet achteraf. SWC zal dan ook geen merkwerk op dit punt accepteren, tenzij BAM overtuigend aantoont dat er sprake is van een ontwerpfout. BAM stelt voor hierover na de bouwvergadering met SWC over na te spreken. (…)”

2.9.

De notulen van de 4e bouwvergadering van 27 augustus 2013 die door partijen zijn geparafeerd vermelden, voor zover van belang:

3 Planning en organisatie

(…)

3.2 (…)

BAM loopt op dit moment 15 werkdagen achter op de planning.

(…)

3.4

GBM meldt dat niet alle benodigde goedkeuringen op prefab onderdelen ten behoeve van de kelder (kelderwanden, kelderkolommen, begane grondvloer) zijn verkregen door diverse hiaten in de prefab engineering.

(…)

3.6

BAM meldt in onderzoek te hebben om de uitvoering, na het trekken van de damwanden, tijdelijk te staken tot begin november 2013. BAM wil meer rust in het voorbereidings/engineeringsproces hebben; zij signaleert dat de druk op de voorbereiding vanwege de uitvoering tot problemen zou kunnen leiden in de werkprocessen.

GBM signaleert dat alsdan begin november sprake zal zijn van tenminste 6 weken achterstand, en vraagt BAM hoe haar visie is op de einddatum. BAM geeft aan de contractdatum te willen handhaven. Op vraag van GBM welke middelen BAM in wil zetten vanaf begin november 2013 wil BAM op dit moment niet ingaan, wel geeft BAM aan hier de komende dagen plannen voor te gaan ontwikkelen.

(...)

5. Constructies

5.2

BAM vraagt DD aan te geven welke kleur het prefab moet krijgen, en welk vlak van de prefab geveldelen liggend en staand gestort moeten worden (ivm oppervlakten). DD zal dit aangeven.

BAM zal hiertoe nog de percentages kleurtoeslag stoffen in de reeds verstrekte kleurmonsters doorgeven.

Het monster wordt voor definitieve vaststelling door DD voorgelegd aan SWC.

5.2

In de afgelopen weken zijn diverse hiaten in de engineering van de kelder prefab onderdelen geconstateerd. In overleg met gemeente en SmitWesterman alsmede waar nodig met ABT zijn betreffende onderdelen herstel of zijn in herstel.”

2.10.

In de (antwoord)e-mail van BAM aan GBM van 12 september 2013 staat onder meer vermeld:

“Daarnaast ontvang ik ook graag de pdf en hardcopy 3x van jullie nu beoogde uitvoeringsplannen, met inachtneming van de door BAM voorgestelde bouwstop ‘oktober 2013’ en de contractueel overeengekomen opleverdata. Zoals ik je reeds afgelopen dinsdag heb aangegeven, zijn we intern volop bezig met het opnieuw opstellen van het aangepaste uitvoeringsschema waarin de bouwpauze wordt verwerkt. Hier hebben we echter tijd voor nodig om dit goed te doen. We hebben immers een achterstand weg te werken. (…) [de normale tekst is geschreven door GBM en de onderstreepte tekst door BAM, de rechtbank]”

2.11.

De notulen van de 5e bouwvergadering van 24 september 2013 die door partijen zijn geparafeerd vermelden, voor zover van belang:

5. Constructies

5.2

BAM meldt dat de engineering van de staalconstructies kritisch is qua planning. BAM is bezig de stalen liggers toren B in de engineering voor te trekken.

5.3

BAM meldt dat de productie van prefab bij Geelen achterstand heeft opgelopen, deze achterstand wordt in de komende periode ingelopen.”

2.12.

De notulen van de 7e bouwvergadering van 17 december 2013 die door partijen zijn geparafeerd vermelden, voor zover van belang als volgt:

3. Planning en organisatie

3.1

Het algemeen tijdschema d.d. 8 mei 2013 is het vastgestelde schema. Op dit schema loopt het werk op het kritische pad 10 weken achter. De achterstand is veroorzaakt door BAM.

(…)”

2.13.

In de notulen van de 11e bouwvergadering van 20 mei 2014 die door partijen zijn geparafeerd staat het volgende vermeld:

2. Planning en organisatie

2.1 (…)2.2


2.2 Het algemeen tijdschema d.d. 8 mei 2013 is het vastgestelde schema. Op dit schema loopt het werk op het kritische pad 20 weken achter aangaande de bouwwerkzaamheden en 30 weken op het kritische pad voor nutsaansluitingen. De achterstand is veroorzaakt door BAM. Ten opzichte van de vorige stand is de conclusie dat er niet op de werkzaamheden is ingelopen.

(…)”

2.14.

In de notulen van de 12e bouwvergadering van 17 juni 2014 die door partijen zijn geparafeerd staat, voor zover van belang, vermeld:

2. Planning en organisatie

2.2

Het algemeen tijdschema d.d. 8 mei 2013 is het vastgestelde schema. De achterstanden zijn op enkele items toegenomen (…). Het risico voor deze achterstanden berust bij BAM.

(…)”

2.15.

De notulen van de 18e bouwvergadering van 15 december 2014 die door partijen zijn geparafeerd, luiden, voor zover van belang, als volgt:

8 Contracten/financiën

8.2

BAM bevestigd ter vergadering haar toezegging aan SWC dat de

kostenverdeelsleutel van BBN d.d. 7 maart 2013 door BAM is geaccepteerd als grondslag voor de boete wegens te laat opleveren.”

2.16.

In de brief van 31 maart 2015 van BAM aan Woon Compas staat het volgende vermeld:

“Op 9 maart 2015 stuurde Stichting WoonCompas een factuur (…), met omschrijving ‘boete inhouding nieuwbouw multifunctioneel centrum Katendrecht te Rotterdam’

Wij delen u mede dat wij niet tot betaling van deze factuur zullen over gaan.

Er heeft al een inhouding plaats gevonden op onze reguliere termijnen.

Op 3 april staat een overleg gepland tussen Stichting WoonCompas en BAM om elkaar over de boete op bovengenoemd project te spreken.”

2.17.

De brief van BAM aan Woon Compas van 17 april 2015 vermeldt het volgende:

“Met de inhoud van uw brief zijn wij het (…) volstrekt oneens. Tevens staan er inhoudelijk onjuistheden in. Zo was in het overleg van 3 april met onze heer [persoon] en ondergetekende het onderwerp boetematiging uitdrukkelijk onderwerp van gesprek, omdat reeds eerder door u en uw mensen is aangegeven dat dit (boetematiging) nadrukkelijk juist wel bespreekbaar zou zijn!

Ook op 15 april heb ik daarover met u gesproken.

Het totaalsaldo van de opgelegde kortingsbedragen staat naar onze mening in geen enkele verhouding met de eventueel door u geleden schade.”

2.18.

In het niet door partijen ondertekende verslag van de “Opleverbijeenkomst” van 24 april 2015 staat, voor zover van belang, vermeld:

“De bijeenkomst vindt op verzoek/uitnodiging van BAM plaats.

BAM geeft aan dat zij de woontorens en bijbehorende ruimten wil opleveren aan SWC.

SWC vraagt BAM of op basis van het gestelde in bestek, tekeningen en aannemingsovereenkomst e.e.a. gereed is voor oplevering, en of dat dan geldt voor de woontorens inclusief daken, gevels, algemene ruimten, trappenhuizen, corridors, parkeergarage en alle andere ruimten die mogelijkerwijs uitsluitend ten dienst staan van de woontorens. BAM bevestigt dat dit het geval is.

SWC stelt vast dat de voor oplevering aangeboden gebouwdelen op onder andere de navolgende punten niet gereed zijn voor oplevering:

 De daken van de woontorens zijn nog niet gereed, niet voor-opgenomen en niet opgenomen (op basis van de overeenkomst bij oplevering 0 opleverpunten) ;

 Bij de gevels resteert nog een aantal opleverpunten (snags), onder andere vervangen ruiten, beschadigingen gevelkozijnen galerijzijde toren B (nog geen Plan van Aanpak voor herstel aanwezig), vervangen verkeerde hekken galerij toeren B. (op basis van de overeenkomst bij oplevering 0 opleverpunten);

 Gisteren is begonnen met de vooropnemingen van de galerijen, op de 14e t/m de 10e. De overige galerijen en trappenhuizen zijn nog niet (voor)opgenomen. De galerijen van toren B zijn d.d. 23 april 2015 aangeboden voor vooropneming;

 Het aantal opleverpunten per appartement overschrijdt in een aantal gevallen het overeengekomen maximaal van 5 stuks, het aantal opleverpunten per verdieping overschrijdt op elke verdieping ruim het overeengekomen maximum van 30 stuks;

 De installaties in de woningen zijn nog niet voor (voor)opname aangeboden aan SWC;

 De keuringsrapporten van de E-installaties van de appartementen ontbreken;

 Voor de parkeergarage/WKO-installatie is een groot deel van de W-installatie nog niet ter vooropneming aangeboden, op dit moment nog niet getest en er zijn geen inbedrijfsstellingsrapporten beschikbaar (op basis van de overeenkomst dienen deze zaken bij oplevering aanwezig te zijn);

 De brandmeldinstallatie c.a. is nog niet gekeurd en akkoord bevonden door de brandweer/bouwtoezicht.

SWC stelt vast dat bovenstaande zaken, die niet bestreden worden door BAM, tot gevolg hebben dat er heden geen sprake zal kunnen zijn van een oplevering conform bestek, tekeningen en aannemingsovereenkomst van BAM aan SWC.

SWC verzoekt BAM om op korte termijn een plan op te stellen waaruit blijkt op welke wijze en binnen welke redelijke termijn de woontorens c.a. kunnen worden aangeboden voor oplevering aan SWC.”

2.19.

De e-mail van BAM aan Woon Compas van 1 mei 2015 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“In tegenstelling tot wat op de opleverplanning staat vermeld wil ik hierbij doorgeven dat de daken van toren A en toren B vrijdag 8 mei a.s. gereed staan voor een vooropname.”

2.20.

In het “Proces Verbaal van Oplevering (woontorens en bijbehorende ruimten)” van 28 mei 2015 dat door partijen is geparafeerd staat het volgende vermeld:

“10. Onverlet ondertekening van dit proces verbaal is de hierin vermelde oplevering onder nadrukkelijk voorbehoud van goedkeuring van de werktuigkundige installaties en WKO installaties in en ten behoeve van de woningen. Deze keuring is door aannemer in overleg met bouwdirectie (diens installatie adviseur) gepland op 29 mei 2015. Hiertoe wordt naast de aannemingsovereenkomst tevens verwezen naar de e-mailberichten d.d. 23 en 27 mei 2015 van de bouwdirectie (diens installatie adviseur BerkhofBoerboom) aan de aannemer (diens installatie adviseur de heer [installatieadviseur] ).

(…)

16. Partijen hebben ter opleveringsbijeenkomst vastgesteld dat er sprake is van overschrijding van het contractueel overeengekomen maximum aan opleverpunten (gebreken en tekortkomingen). Onder meer zijn er nog te veel resterende zaken aan:

 daken: er worden momenteel nog werkzaamheden uitgevoerd welke naar melding van de aannemer [BAM, de rechtbank] d.d. 28 mei 2015 gereed zullen zijn, en met dit als voorbehoud stemt bouwdirectie met deze momenteel nog resterende zaken in (contractueel mogen er geen gebreken en tekortkomingen meer zijn);

 gevels: er moeten nog een aantal ruiten vervangen worden waarvoor reeds was overeengekomen dat dit na oplevering is toegestaan. Daarnaast is er sprake van een ‘buik’ in het gevelmetselwerk welke volgens aannemer binnen de overeengekomen toleranties valt, en derhalve niet wordt hersteld; aannemer zal d.d. 28 mei 2015 zijn rapport van de meting en norm aan de bouwdirectie verstrekken waarna bouwdirectie een standpunt zal innemen. Daarnaast zijn er nog een aantal snags aan de gevels welke zijn vrijgegeven en beoordeeld kunnen worden (contractueel mogen er geen gebreken en tekortkomingen meer zijn);

 woontoren A 3 verdieping 40 punten (contractueel mogen er maximaal 30 punten zijn); de aannemer meldt dat einde van deze dag een groot deel van deze punten zullen zijn afgehandeld;

 parkeergarage 81 punten (contractueel mogen er maximaal 30 punten zijn), waaronder het gebrek aan de buffervaten (…).”

2.21.

Het “Proces Verbaal van Oplevering (plint en bijbehorende ruimten)” van 11 juni 2015, luidt – voor zover van belang – als volgt:

“13. Partijen hebben ter opleveringsbijeenkomst vastgesteld dat er sprake is van overschrijding van het contractueel overeengekomen maximum aan opleverpunten (gebreken en tekortkomingen). Een overzicht daarvan is in de bijlage van het proces verbaal opgenomen. Evenwel staan de tekortkomingen en gebreken veilig en goed gebruik van het gebouw niet in de weg, SWC verklaart derhalve deze niet als belemmering voor oplevering te willen aanmerken.”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

BAM vordert, na vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om Woon Compas te veroordelen tot betaling van:

I. het onbetaald gelaten gedeelde van de aanneemsom na aftrek van het minderwerk, zijnde € 4.687.659,76;

II. de wettelijke handelsrente over de onbetaald gelaten facturen vanaf de datum gelegen op dertig dagen na de factuurdata, per 1 augustus 2015 tegen het percentage van de wettelijke handelsrente verhoogd met twee procentpunten, tot de dag van volledige betaling;

III. de 10%-vergoeding over het meer-minderwerksaldo van € 73.402,02, te vermeerderen “met de wettelijke handelsrente daarover, vanaf veertien dagen na dagvaarding tegen het percentage van de wettelijke handelsrente verhoogd met twee procentpunten, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling”;

IV. de algemene bouwkosten (hierna ook ABK) van € 395.507,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

V. de extra engineeringskosten van € 41.690,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

VI. € 1.698.310,00 uit hoofde van het teveel getrokken bedrag uit de bankgarantie, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 mei 2015, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

VII. de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijftien dagen na de datum van het te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling;

VIII. de nakosten van € 131,00, althans € 205,00 in het geval van conventie en reconventie, te vermeerderen met € 68,00 indien betekening van het te wijzen vonnis aan Woon Compas plaatsvindt;

IX. de te liquideren kosten van deze procedure, waaronder in ieder geval begrepen de deurwaarderskosten, het door BAM betaalde griffierecht, de advocaatkosten en de eventuele kosten van getuigen en deskundigen en alle overige kosten rechtens, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf vijftien dagen na de datum van het te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling.

3.2.

De conclusie van Woon Compas strekt tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Woon Compas vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om BAM te veroordelen:

  1. tot betaling van € 583.951,84 aan Woon Compas, te voldoen binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling;

  2. om binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis aan Woon Compas de kosten van het geding te betalen, alsmede de nakosten, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn voldaan hierover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente is verschuldigd.

3.5.

De conclusie van BAM strekt tot afwijzing van de vordering.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

Vertraging door handelen Woon Compas?

4.1.1.

Vooropgesteld wordt dat paragraaf 8 lid 4 UAV 1989 bepaalt dat de termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, door de opdrachtgever kan worden verlengd, hetzij eigener beweging, hetzij op een daartoe strekkend verzoek van de aannemer. Indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden, of door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van bestekswijzigingen dan wel van wijzigingen in de uitvoering van het werk, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het werk binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd, heeft de aannemer recht op termijnverlenging. Volgens paragraaf 8 lid 5 UAV 1989 zal een verzoek van de aannemer om termijnverlenging slechts in overweging kunnen worden genomen, indien dit schriftelijk geschiedt en – behoudens ontheffing door de directie – tenminste veertien dagen voor het verstrijken van de termijn bij de directie is bezorgd. Voorts volgt uit paragraaf 01.02.08 sub 92 van het Bestek dat partijen de volgende verzwaring van het gewone vereiste van paragraaf 8 lid 4 UAV 1989 zijn overeengekomen:

“Het bepaalde in Par. 8 lid 4 van de UAV aanvullen met: In het geval een bestekswijziging of wijziging in de uitvoering van het werk of onderdelen van het werk leidt tot noodzakelijke termijnverlenging zal de aannemer de opdrachtgever hier op wijzen onder schriftelijke vastlegging in correspondentie of bouwverslag en wel zodanig dat de opdrachtgever in overleg met de aannemer maatregelen kan nemen om de termijn verlenging te beperken.”

4.1.2.

BAM stelt dat er vertraging in de bouw is ontstaan door het handelen van Woon Compas. BAM splitst de vertraging in drie onderdelen: (i) Woon Compas heeft geen rekening gehouden met 2e orde-effecten en geometrische imperfecties, alsmede het zettingsverloop in de ondergrond bij berekeningen, (ii) bepaalde prefab-wandelementen zouden pas na goedkeuring van de berekeningen onder (i) kunnen worden besteld en geproduceerd en (iii) de montage van de prefabgevels is ten onrechte tegengehouden. Woon Compas betwist dit.

(i) geen rekening gehouden met 2e orde-effecten en geometrische imperfecties, alsmede het zettingsverloop in de ondergrond bij berekeningen

4.2.

BAM stelt dat Woon Compas een onvolledige en incorrecte hoofdberekening heeft laten opstellen voor wat betreft de verwerking van de zogeheten 2e orde-effecten in de hoofdberekening en de geometrische imperfecties. Voorts stond volgens BAM in het constructief hoofdontwerp vermeld dat als gevolg van de laag van Kedichem er met 30 mm zettingsverschil tussen de Woontorens en de Plint moest worden gerekend, maar was de rekenkundige onderbouwing van het zettingsverschil van 30 mm niet aanwezig. Dit wordt door Woon Compas bestreden.

4.2.1.

Vast staat dat in de mede door BAM geparafeerde notulen van de relevante bouwvergaderingen staat vermeld dat BAM heeft meegedeeld dat deze vertraging door haar is veroorzaakt. BAM heeft daarvan evenwel tegenbewijs geleverd, gelet op het navolgende.

4.2.2.

Uit paragraaf 01.02.06 sub 91 van het Bestek volgt dat BAM een coördinerend constructeur voor het Werk moest aanstellen wat volgens Woon Compas betekent dat BAM mocht uitgaan van de juistheid van de constructieve gegevens in het Bestek (cva tevens eir onder 2.16). BAM heeft aanpassingen voorgesteld, te weten wijziging van de uitvoering van onderdelen in prefabbeton in plaats van in het Werk gestort beton. Door Woon Compas is onvoldoende betwist dat alleen voor dat gedeelte de ontwerpverantwoordelijkheid op BAM is overgegaan. In de door BAM overgelegde e-mail van BAM Advies & Engineering van 8 oktober 2014, waarnaar beide partijen verwijzen staat, staat voor zover van belang, het volgende vermeld:

Algemeen

Het project MFA Katendrecht is door BAM Utiliteitsbouw aangenomen als een Engineer & Build project. De opdrachtgever laat het ontwerp uitwerken door de uitvoerende partij BAM, waarbij is afgesproken dat de goedgekeurde planoptimalisaties bij de uitwerking worden verwerkt. De ontwerpverantwoordelijkheid blijft bij de opdrachtgever, behoudens voor de onderdelen die door de uitvoerende partij worden geoptimaliseerd. Voor deze onderdelen wordt de ontwerpverantwoordelijkheid overgenomen door de uitvoerende partij BAM. Bij een Engineer & Build contract wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwerpend constructeur ABT, die verantwoordelijk is voor het constructief ontwerp en de coördinerend constructeur SW/GM [SmitWesterman/Grontmij, rechtbank], die verantwoordelijk is voor de engineering en uitwerking.

SW/GM heeft in de gunningsfase gezocht naar mogelijke besparingen in de bouwkosten. Deze besparingen zijn gevonden en hadden invloed op de gewicht- en stabiliteitsberekening zoals deze door ABT [de hoofdconstructeur van Woon Compas, rechtbank] is meegeleverd bij de uitvraag. Op basis van deze kennis en gegevens is in de opdracht tussen BAM en SW/GM opgenomen dat de gewicht- en stabiliteitsberekening gedeeltelijk zal worden aangepast. Voor deze aanpassingen gaat de ontwerpverantwoordelijkheid over naar BAM. Voor de hoofdopzet en de niet gewijzigde onderdelen blijft de ontwerpverantwoordelijkheid bij de opdrachtgever.

Verwerking 2e orde en geometrische imperfecties

SG/GM heeft gemeend de gewichtsberekening volledig te moeten herzien en de stabiliteitsberekening enkel te herzien waar de mutaties op het ontwerp zijn doorgevoerd. Dit bleek echter voor 1 blok maar in 1 richting te gelden. Deze richting is volledig herzien. Een noemenswaardig punt is, dat tijdens de realisatie van deze berekening bleek, dat er niet was gerekend met 2e orde. Navraag bij ABT leverde de opmerking op dat het 2e orde effect onder de 10% bleef en daardoor niet behoefd te worden meegerekend. SW/GM heeft gezien de mogelijke overige externe invloeden en zijn ervaringen met deze controlerende instantie 10% 2e orde effect meegenomen in de engineering van de constructie.

(…) Door intensief overleg met ABT en BWT [de Gemeente Rotterdam, rechtbank] hebben we gezamenlijk kunnen stellen dat de imperfecties tegen de gerekende 2e orde is uit te wisselen. Adequaat optreden waarin we aan de gemeente aantonen dat zelfs de combinatie 10% 2e orde effect inclusief de invloeden van de geometrische imperfecties geen overschrijdingen in het palenplan liet zien heeft ervoor gezorgd dat vanuit BWT een akkoord op het palenplan kwam.

Met deze aanvullende kennis en het gevoel wat er was verkregen betreffende de door ABT geleverde stukken heeft SW/GM zich genoodzaakt gevoeld het 2e orde effect te bepalen van de overige richtingen. Dit terwijl deze taak duidelijk bij de ontwerpend constructeur in het ontwerptraject behoort. In eerste instantie is deze vraagstelling ook bij ABT neergelegd. De stabiliteit van het gebouw is niet eenvoudig te doorgronden. Op basis van ervaring kan veel gesteld worden, maar voor het bepalen van de 2e orde waarbij het dit effect exact dient te worden bepaald zijn berekeningen noodzakelijk. Dit is door de ABT in de ontwerpfase niet gedaan.

Op basis van de berekeningen van SW/GM kan worden geconcludeerd dat binnen de gestelde uitgangspunten de uitvraag door de opdrachtgever en ABT, het niet mogelijk was om te voldoen aan de stabiliteitscontrole volgens de normen zonder de invloed van 2e orde in rekening te brengen. De door ABT geleverde hoofdberekening, waarin een stabiliteitsberekening was opgenomen als onderdeel van de uitvraagstukken, is onvolledig en incorrect gebleken.

De coördinerend constructeur mag uitgaan van een complete en correcte hoofdberekening die is goedgekeurd en ingediend bij BWT. Het stuk dient een dergelijk niveau te hebben dat de aannemer met behulp van een coördinerend constructeur zijn onderaannemers aan kan sturen. Los daarvan mogen we van een gerenommeerd bureau als ABT aannemen dat zij als ontwerpend constructeur dergelijke stukken leveren.

(…)”

4.2.3.

De ontwerpverantwoordelijkheid is (dus) deels, en niet volledig zoals Woon Compas betoogt, van ABT overgegaan op BAM als gevolg van de hiervoor vermelde aanpassingen. BAM kwam als gevolg van de gedeeltelijke overname van de ontwerpverantwoordelijkheid tot de conclusie dat de door ABT aangeleverde hoofdberekening op het punt van de 2e orde effecten, inclusief de invloeden van de geometrische imperfectie, onvolledig en incorrect was (ook) voor wat betreft het gedeelte waarvoor ABT verantwoordelijk bleef. De ontbrekende gegevens zijn door BAM bij ABT opgevraagd, maar konden door ABT niet worden verstrekt. De berekeningen moesten dus ook op punten worden herzien die niet voor rekening en risico van BAM kwamen als gevolg van de door BAM voorgestelde aanpassingen. Bovendien heeft Woon Compas onvoldoende bestreden dat de noodzaak tot aanpassing van de berekeningen ook door ABT werd gevoeld, nu er op directieniveau overleg heeft plaatsgevonden tussen ABT en SmitWesterman (namens BAM) waarna SmitWesterman nieuwe berekeningen heeft opgesteld.

4.2.4.

Op 29 april 2013 heeft de Gemeente Rotterdam de door ABT gemaakte stabiliteitsberekening mondeling afgekeurd vanwege het niet meerekenen van de geometrische imperfecties, waarna ABT BAM heeft gevraagd om zorg te dragen voor deze berekeningen. Kort voordat de Gemeente op 28 mei 2013 de (uiteindelijke) stabiliteitsberekening heeft goedgekeurd, heeft Woon Compas nog nadere stukken ingediend, zo blijkt uit de brief van de Gemeente Rotterdam aan Woon Compas van 28 mei 2015: “07-05-2013 Memo-Geom-imperfecties-2013-05-07-pdf (…)” (productie 4 bij de cva). Het betreft de in opdracht van BAM opgestelde berekening die door de Gemeente is akkoord bevonden en onderdeel uitmaakt van de verleende vergunning. Voorts heeft Woon Compas erkend dat ABT de geometrische imperfecties had moeten meenemen als onderdeel van de bestekberekeningen (cva tevens eir onder 2.14). De door BAM voorgestelde aanpassingen doen, zoals hiervoor is uitgelegd, hieraan geen afbreuk.

4.2.5.

Uit de door BAM overgelegde e-mailcorrespondentie tussen SmitWesterman (namens BAM) en ABT volgt dat is gevraagd om de ontbrekende gegevens inzake het zettingsverloop in verband met het uitwerken van de constructie (zie productie 8 bij de inleidende dagvaarding). Uit de e-mail van SmitWesterman aan BAM van 6 maart 2013 volgt dat de gegevens over het zettingsverloop niet voorhanden zijn, maar dat ABT het wel nodig acht om dit inzichtelijk te hebben voor de verdere uitwerking van de constructie (productie 8 bij de inleidende dagvaarding). Uit het door BAM in het geding gebrachte verslag van de bespreking tussen ABT, SmitWesterman en de Gemeente Rotterdam op 8 maart 2013 volgt dat de Gemeente heeft gemeld dat “rekening moet worden gehouden met zettingen door de laag van Kedichem.” (zie productie 8 bij de inleidende dagvaarding). Ook de Gemeente wenste dus inzicht in het zettingsverloop. Het is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk waarom wel door ABT is vastgesteld dat er een zettingsverschil is van 30 mm, maar dat elke (rekenkundige) onderbouwing hoe tot dat zettingsverschil is gekomen kon en mocht ontbreken en door BAM zou moeten worden verstrekt. Temeer daar vaststaat dat ABT als hoofdconstructeur de uitgangspunten die vereist zijn om de constructie te kunnen uitwerken diende aan te leveren (vgl. 01.02.06 sub 91 van het Bestek). Het ontbreken van die onderbouwing komt dus voor rekening en risico van Woon Compas.

4.2.6.

De omissies in de berekeningen van de ontwerpend constructeur, ABT, hebben dus voor extra werkzaamheden van BAM gezorgd en voor een daardoor ontstane vertraging. De vertraging in de goedkeuring heeft effect gehad op de voortgang, uitwerking en planning van de constructie. BAM heeft Woon Compas van de veroorzaakte vertraging ook op de hoogte gesteld. Uit de notulen van de 1e bouwvergadering van 14 mei 2013 (zie hiervoor onder 2.7.) volgt dat BAM problemen heeft gemeld met de voorbereiding van de kelderkolommen als gevolg van het ontbreken van de voor uitvoering vereiste tekeningen, alsmede dat zij de consequenties hiervan nog niet kon overzien. Voorts volgt uit diezelfde notulen dat de prefabproducent pas kon produceren indien zij over de vastgestelde tekeningen zou beschikken, maar die tekeningen konden pas worden opgesteld en goedgekeurd als de herberekening van het hoofdontwerp was goedgekeurd. Die tekeningen konden (dus) pas worden gemaakt nadat de Gemeente de berekeningen had goedgekeurd. De mate van vertraging was op dat moment nog niet te voorzien en was daarom, anders dan Woon Compas betoogt, ook nog niet zichtbaar in de standlijn.

4.2.7.

Dat BAM Woon Compas op de hoogte heeft gesteld van de vertraging volgt ook uit het volgende. In de notulen van de 3e bouwvergadering van 9 juli 2013 (zie hiervoor onder 2.8.) staat vermeld dat BAM melding maakt dat het complete constructie ontwerp in overleg met ABT is ingediend bij de Gemeente en dat de productietekeningen van het prefab beton daarom nu konden worden beoordeeld. Voorts staat in die notulen onder 9.3: “Bam meldt met veel hogere kosten van SmitWesterman te zijn geconfronteerd vanwege de kwesties ‘laag van Kedichem’ en ‘imperfecties’ vanuit het overleg met ABT. SWC stelt dat BAM bij vermeend meerwerk de plicht heeft vooraf melding te doen, en niet achteraf. SWC zal dan ook geen meerwerk op dit punt accepteren, tenzij BAM overtuigend aantoont dat er sprake is van een ontwerpfout. BAM stelt voor hierover na de bouwvergadering met SWC over na te spreken.” Daarbij staat in de notulen van de 4e bouwvergadering van 27 augustus 2013 (zie hiervoor onder 2.9.) vermeld dat niet alle benodigde goedkeuringen op prefab-onderdelen zijn verkregen door hiaten in de prefab engineering, welke in overleg met de Gemeente en zo nodig met ABT zijn hersteld of in herstel zijn.

4.2.8.

De reden voor bouwtijdverlenging was voor Woon Compas dus indertijd ook al duidelijk, althans had dat moeten zijn. De melding van de ontstane vertraging tijdens de bouwvergaderingen aan Woon Compas zijn immers te herleiden tot het ontbreken van de benodigde gegevens aan de zijde van Woon Compas. Van BAM kon dus niet worden gevergd dat het Werk binnen de overeengekomen termijn werd opgeleverd. BAM heeft dan wel aangekondigd de achterstand zoveel mogelijk in te lopen, maar dat is uiteindelijk niet gelukt.

4.2.9.

De vertraging heeft plaatsgevonden in het vergunningen- en toestemmingstraject. Deze vertraging in de goedkeuring en de berekeningen vallen onder het kritieke pad van de bouw, zoals BAM terecht stelt, nu zonder de voorafgaande berekeningen en goedkeuring door de Gemeente Rotterdam de bouw niet kon worden gestart. Dit volgt ook uit de passages uit de notulen van de bouwvergaderingen die hiervoor zijn vermeld.

4.2.10.

De daardoor ontstane vertraging is dus voor rekening en risico van Woon Compas. Voorts is, gelet op het vorenstaande, voldaan aan de formele en materiële vereisten die art. 8 leden 4 en 5 UAV 1989, alsmede het Bestek stellen.

4.2.11.

BAM stelt – al in de inleidende dagvaarding – dat zij recht heeft op totaal 35 kalenderdagen bouwtijdverlenging als gevolg van de ontbrekende gegevens. Woon Compas bestrijdt dit. Het vergunning- en toestemmingstraject bestaat normaliter uit voorbereiding van twee weken, controle van twee weken en goedkeuring van drie weken. Als gevolg van de vertraagde aanlevering van de gegevens is op alle onderdelen vertraging ontstaan. De omstandigheid dat desondanks op 7 mei 2013 met het heien is begonnen doet daar niet aan af. De Gemeente Rotterdam heeft immers (pas) op 28 mei 2013 goedkeuring verleend voor het gehele pakket aan constructieve gegevens nadat eerder al goedkeuring was verkregen op het palenplan ten behoeve van de heiwerkzaamheden. Ook is niet (voldoende) bestreden dat het genoemde traject normaliter 7 weken duurt en thans 14 weken heeft geduurd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat (in elk geval) een vertraging van 35 werkdagen is ontstaan.

4.2.12.

BAM heeft uit dien hoofde recht op een bouwtijdverlenging van 35 dagen.

(ii) bepaalde prefab-wandelementen zouden pas na goedkeuring van de berekeningen onder (i) kunnen worden besteld en geproduceerd

4.3.

BAM meent dat zij ook recht heeft op 42 dagen bouwtijdverlenging vanwege na-ijleffecten vanwege de ontbrekende gegevens onder (i). Uit de hiervoor gegeven samenvatting van de notulen van de bouwverslagen van 14 mei 2013, 9 juli 2013 en 27 augustus 2013 volgt dat de prefabproducent pas kon gaan produceren nadat zij over de vastgestelde tekeningen van SmitWesterman zou beschikken, maar die tekeningen konden pas worden opgesteld als de herberekening van het hoofdontwerp was goedgekeurd. Nadat de begane grondvloer op 4 oktober 2013 is gestort, is op 19 november 2013 begonnen met de montage van de prefabwanden omdat toen de prefabwanden beschikbaar waren. Nu Woon Compas in het kader van deze post enkel heeft verwezen naar de door haar ingenomen standpunten onder (i) en Woon Compas daarin door de rechtbank niet is gevolgd, staat vast dat als gevolg van de discussie over de berekeningen de prefabwanden niet tijdig konden worden besteld en dat daardoor 42 kalenderdagen vertraging is ontstaan. Ook ten aanzien van de prefab-wandelementen geldt dat het valt onder het eerdergenoemde kritieke pad. In het licht van de hiervoor onder (i) vermelde omstandigheden staat vast dat ook aan de formele en materiële vereisten van art. 8 leden 4 en 5 UAV 1989, alsmede het Bestek is voldaan.

4.3.1.

BAM heeft op dit onderdeel dus ook recht op een bouwtijdverlenging van 42 dagen.

(iii) de montage van de prefabgevels is ten onrechte tegengehouden

4.4.

Het volgende staat vast. Op 18 februari 2014 kwamen de eerste prefab-elementen op het Werk. Vervolgens is BAM op 4 april 2014 gestopt met het monteren van de prefab elementen vanwege de e-mail van GBM (namens Woon Compas) van 2 april 2014 aan BAM: “Vanwege onvoldoende geleverde kwaliteit en het ontbreken van zekerheid over herstel en vervolgmontage is er op dit moment geen basis om met montage van prefab gevelbeton door te gaan.” Kort daarna heeft GBM bij e-mail van 17 april 2014 aangekondigd Woon Compas te adviseren het Werk stil te leggen. Onder protest heeft BAM toen besloten om het monteren van de prefab-elementen niet te hervatten.

4.4.1.

In de notulen van de 11e bouwvergadering van 20 mei 2014 (zie hiervoor onder 2.13.) staat, zoals Woon Compas terecht aanvoert, vermeld dat de vertraging is veroorzaakt door BAM. BAM heeft hiervan echter tegenbewijs geleverd.

4.4.2.

Door Woon Compas is de stelling van BAM dat de door Woon Compas aanvankelijk afgekeurde prefab-gevelelementen vanwege de aanwezige kalkuitbloei door BAM naderhand alsnog en ongewijzigd zijn gemonteerd niet bestreden. De door BAM geleverde prefab-elementen voldeden daarmee dus vanaf het begin aan de door Woon Compas daaraan gestelde eisen. Daarbij was de redactie van de e-mail namens Woon Compas aan het adres van BAM zodanig dat BAM zich gehouden zag tot stillegging van de werkzaamheden (zie hiervoor onder 4.4.). Het stilleggen van de werkzaamheden is daarmee te wijten aan Woon Compas. Temeer daar achteraf dezelfde elementen alsnog door BAM zijn gemonteerd. In zoverre kon dus niet van BAM worden gevergd dat zij binnen de overeengekomen termijn zou opleveren. Het achteraf en ten onrechte stilleggen van de bouw maakt dat de vertragingsoorzaak voor rekening en risico van Woon Compas komt. Dit zijn overigens, zoals BAM terecht heeft aangevoerd, andere prefab-elementen dan de elementen die BAM op 5 mei 2014 op de gevel heeft geplaatst, te weten prefab betonbanden.

4.4.3.

Woon Compas voert ook aan dat in ‘weekrapport 50’ achter 22 april 2014 staat vermeld “Verwijderen van kalkuitbloei met FHB 11 voordat elementen geplaatst worden”, zodat BAM op 23 april 2014 de werkzaamheden weer kon hervatten. Uit die mededeling kan echter niet worden opgemaakt dat het plaatsen van de prefab-elementen zou/kon worden gecontinueerd. Bovendien is door Woon Compas niet bestreden dat BAM op 22 april 2014 nog een presentatie heeft gehouden over de ontstane situatie en dat partijen tijdens die bijeenkomst het (pas) eens zijn geworden over de oplossingen. Oplossingen die niet een dag erna al konden worden uitgevoerd. Ten slotte strookt het betoog van Woon Compas niet met de mededeling in het ‘weekrapport 53/14’ van 20 mei 2014: “12-05-14 (…) Plaatsen prefab betonelementen in gevel.” (productie 19 bij de inleidende dagvaarding). Uiteindelijk zijn dus pas op 12 mei 2014, zoals BAM betoogt, de werkzaamheden hervat.

4.4.4.

Voorts volgt uit de (voornoemde) presentatie dat Woon Compas door BAM op de hoogte is gebracht van de ontstane situatie. Daarmee is aan alle formaliteiten die art. 8 UAV 1989 aan de melding door BAM aan Woon Compas stelt voldaan.

4.4.5.

BAM heeft gesteld dat het in het belang van de tijdsplanning zeer kritieke plaatsen van de prefab (gevel)elementen door Woon Compas ten onrechte is tegengehouden, omdat niet aan de afbouw binnen kan worden begonnen als het gebouw niet wind- en waterdicht is. Woon Compas heeft dit niet (meer) weersproken. De achterstand bij het plaatsen van de gevel valt dus onder het kritieke pad.

4.4.6.

Ook het na-ijleffect acht de rechtbank aanwezig. BAM kon weliswaar die periode andere werkzaamheden doen, maar uiteindelijk is de uitvoering van andere werkzaamheden vertraagd als gevolgd van het vertraagd aanleveren van genoemde prefab-elementen. BAM had immers tijd nodig om bestellingen te plaatsen, alsmede personeel en leveranciers weer te instrueren en te ‘activeren’.

4.4.7.

De termijnverlenging van 26 dagen (17 april 2014 t/m 12 mei 2016) komt dus voor rekening en risico van Woon Compas. Ook het door BAM gestelde na-ijleffect, een vertraging van veertien dagen, van het stilleggen van de montage van de prefab-elementen komt voor rekening en risico van Woon Compas. In totaal is er daardoor dus een vertraging van (26 + 14 =) 40 dagen ontstaan.

Bouwstop BAM

4.5.

Bij de vaststelling van de duur van de termijnverlenging houdt de rechtbank geen rekening met de door BAM zelf ingevoerde bouwstop van 42 dagen in de periode van 4 oktober 2013 tot 19 november 2013. De bouwstop is door BAM ingesteld, zo volgt uit de notulen van de 4e bouwvergadering van 27 augustus 2013, in samenhang met de e-mail van BAM aan Woon Compas van 12 september 2013 (zie hiervoor onder 2.9.-2.10.), door meer rust in het voorbereidings- en engineeringsproces te krijgen en het uitvoeringsschema aan te passen. Deze brengt de rechtbank niet in mindering op de totale termijnverlenging, omdat de bouwstop, zoals door Woon Compas onvoldoende gemotiveerd is betwist, is veroorzaakt door het hiervoor uitgeschreven handelen van (ABT namens) Woon Compas. Deze termijnverlenging vormt, met andere woorden, een invulling door BAM van de termijnverlenging die veroorzaakt is door Woon Compas. Het in mindering brengen van de duur van de bouwstop op de termijnverlenging leidt dan ook tot een onjuiste berekening.

Totale bouwvertraging

4.6.

Op grond van het voorgaande wordt de bouwvertraging dan ook gesteld op (35 + 42 + 40 =) 117 dagen bouwvertraging.

Rechtsverwerking

4.7.

Het beroep van Woon Compas op rechtsverwerking wordt verworpen. Vanaf de aanvang van de werkzaamheden door BAM heeft BAM de ontstane vertraging en de redenen daartoe met Woon Compas besproken. Uit het hiervoor overwogene volgt dat BAM Woon Compas tussentijds op de hoogte heeft gebracht van de ontstane vertragingen en ofschoon in de notulen van de bouwvergaderingen staat dat deze voor rekening komen van BAM, heeft BAM middels tegenbewijs daarvan het bewijs geleverd dat dit niet het geval was. Het was voor Woon Compas duidelijk, althans het had redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat de vertraging in de risicosfeer van Woon Compas lag. Daarbij betrekt de rechtbank dat ter gelegenheid van het pleidooi is komen vast te staan dat partijen rond december 2014 met elkaar zouden spreken, waarbij Woon Compas uitdrukkelijk de mogelijkheid heeft opengehouden om met BAM over de hoogte van de korting/boete te spreken. Ook uit de brief van BAM aan Woon Compas van 31 maart 2015 en de brief van 17 april 2015 volgt dat partijen elkaar over de (hoogte van de) boete zouden spreken en uiteindelijk hebben gesproken (zie hiervoor onder 2.16.-2.17.). Die omstandigheden staan aan het honoreren van het beroep op rechtsverwerking in de weg.

Oplevering Woontorens

4.8.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is komen vast te staan dat er twee oplevermomenten zijn: (i) de Plint en (ii) de Woontorens. Van deelopleveringen is (dus), gelet op de gemotiveerde betwisting door Woon Compas, geen sprake geweest. In het opleveringsprotocol (o.m. productie 10 bij de cva) wordt uitgegaan van drie fases: vooropneming, opneming en oplevering. Het verslag van de Opleverbijeenkomst van 24 april 2015 vermeldt dat onder meer de daken van de Woontorens nog niet gereed zijn, niet zijn vooropgenomen en niet zijn opgenomen (zie hiervoor onder 2.18.). Voorts staat in het verslag vermeld dat Woon Compas aan BAM heeft gevraagd om op korte termijn een plan op te stellen waaruit blijkt op welke wijze en op welke redelijke termijn de Woontorens kunnen worden aangeboden voor oplevering. Vervolgens heeft BAM per e-mail van 1 mei 2015 aan Woon Compas bericht dat in tegenstelling tot wat in de opleverplanning staat vermeld de daken van toren A en toren B op 8 mei 2015 gereed staan voor vooropname (zie hiervoor onder 2.19.). Een veilig en goed gebruik van de Woontorens was dus nog niet mogelijk en van een oplevering kon, gelet op de drie fases in het opleveringsprotocol, geen sprake zijn. Daarbij vermeldt het proces-verbaal van oplevering van de Woontorens van 28 mei 2015, dat door partijen is geparafeerd, dat (onder meer) de daken op 28 mei 2015 nog niet gereed waren, maar dat Woon Compas de oplevering heeft geaccepteerd onder het maken van een voorbehoud (zie hiervoor onder 2.20). Naast het voorbehoud van de daken staat in het proces-verbaal dat Woon Compas ook een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de goedkeuring van de WKO-installaties van de woningen. Een goedkeuring die in overleg tussen partijen is gepland op 29 mei 2015. BAM betoogt weliswaar dat uit het door haar overgelegde rapport van Alphaplan volgt dat op 24 april 2015 de bouw zodanig was gevorderd dat deze kon worden opgeleverd, maar dat wordt weersproken door het opleveringsprotocol in samenhang met de hiervoor genoemde e-mail van BAM zelf, het verslag en het proces-verbaal. In dat licht zal BAM niet worden toegelaten tot het door haar gedane bewijsaanbod dat de Woontorens op 20 maart 2015, althans op 24 april 2015 opleveringsgereed waren.

Kostenverdeelsleutel

4.9.

BAM stelt dat de korting/boete door Woon Compas verkeerd is berekend en dat deze € 13.763,00 per werkdag voor de Woontorens en € 23.370,00 per werkdag voor de Plint zou bedragen, terwijl op die bedragen het minderwerksaldo in mindering moet komen. Woon Compas betwist dit.

4.9.1.

In paragraaf 01.02.42 van het Bestek staat weliswaar een kostenverdeelsleutel opgenomen (zie hiervoor onder 2.5.), maar partijen zijn naderhand anders overeengekomen. In de notulen van de 18e bouwvergadering van 15 december 2014 (zie hiervoor onder 2.15.) staat, zoals Woon Compas terecht betoogt, vermeld dat BAM de kostenverdeelsleutel van BBN van 7 maart 2013 - die door ‘BBN’ is berekend middels de aanneemsom - heeft geaccepteerd als grondslag voor te laat opleveren. Dit is door BAM niet (meer) bestreden. Dat komt volgens Woon Compas - door BAM niet (meer) bestreden - neer op respectievelijk € 12.954,00 en € 25.000,00 (onder verwijzing naar productie 15 bij de cva in conventie).

4.9.2.

Volgens het UAV 1989 is de aanneemsom het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden om het werk tot stand te brengen (exclusief btw) (paragraaf 1 UAV 1989). De verrekening van het meer werk geschiedt volgens paragraaf 35 lid 2 UAV 1989 door bijbetaling, die van het minder werk door inhouding op de aanneemsom. De aanneemsom is dus het bedrag vóór inhouding van het minderwerk. Nu partijen de kostenverdeelsleutel uitdrukkelijk hebben gebaseerd op de aanneemsom en partijen professionele ‘spelers’ zijn in de bouwwereld brengt een redelijke uitleg mee, zoals ook Woon Compas heeft betoogd, dat het saldo minderwerk geen invloed uitoefent op de kostenverdeelsleutel.

4.9.3.

De kostenverdeelsleutel is dus € 12.954,00 per werkdag voor de Woontorens en € 25.000,00 per werkdag voor de Plint.

Kortingsregeling

4.10.

Nu BAM recht had op een termijnverlenging van 117 dagen is, uitgaande van het rekenschema van BAM in de inleidende dagvaarding onder 147, het aantal verstreken werkdagen tussen de overeengekomen opleverdatum vermeerderd met 117 dagen termijnverlenging en de datum opname ten behoeve van levering, als volgt:

  • -

    De Plint 77 verstreken werkdagen,

  • -

    De Woontorens 29 verstreken werkdagen.

4.10.1.

Woon Compas komt dus een te verrekenen tegenvordering toe van

(77x € 25.000,00 =) € 1.925.000,00 voor de Plint en (29 x € 12.954,00 =) € 375.666,00 voor de Woontorens. In totaal heeft Woon Compas op grond van de vertraging (vooralsnog) een tegenvordering op BAM van € 2.300.666,00.

Matiging van het kortingsbedrag

4.11.

Op de voet van art. 6:94 lid 1 BW kan een bedongen boete door de rechter op verzoek van de schuldenaar worden gematigd indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Vaste jurisprudentie is dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, waarbij niet alleen zal moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. De omstandigheden van het geval zijn uiteindelijk beslissend, en niets verhindert de rechter in dat verband gewicht toe te kennen aan de hoedanigheid van partijen (zie HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638, NJ 2007/262 (Intrahof/Bart Smit) en HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4986, NJ 2012/459 (Van de Zuidwind/Faase).

4.11.1.

BAM betoogt dat het hiervoor vermelde kortingsbedrag moet worden gematigd. In de door BAM aangevoerde omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding tot matiging van de boete over te gaan. De kortingsregeling maakt onderdeel uit van de UAV 1989 en is een in de bouwbranche gebruikelijke regeling. De korting heeft een tweeledige functie: een tot nakoming prikkelend boetebeding en een gefixeerd schadebeding. Zowel BAM als Woon Compas zijn professionele partijen die weloverwogen de hiervoor vermelde kortingsregeling zijn overeengekomen, alsmede de opleverdata. Partijen waren dus op de hoogte waartoe zij zich verbonden, ongeacht de omstandigheid dat Woon Compas bereid was om over matiging van de boete met BAM te spreken. De korting voor het niet tijdig opleveren was dus voor BAM voorzienbaar. De berekende korting van € 2.300.666,00 vormt iets meer dan 9% van de totale aanneemsom. Vast staat dat BAM niet overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken het Werk tijdig heeft opgeleverd - zelfs indien wordt uitgegaan van de hiervoor genoemde omstandigheden die voor rekening en risico van Woon Compas komen (zie hiervoor). Die tekortkoming is aan BAM te wijten. Ter gelegenheid van de comparitie is komen vast te staan dat Woon Compas in elk geval een boete van € 1.100.000,00 aan het Spoorwegpensionfonds is verschuldigd. De totale schade, die door BAM tot genoemd bedrag van € 1.100.000,00 wordt bestreden, wordt door Woon Compas voorlopig begroot op € 1.600.000,00 (exclusief btw). De verhouding tussen het kortingsbedrag en de door Woon Compas geleden schade is aanzienlijk, maar niet buitensporig. Een totaalweging van de voorgaande omstandigheden leidt tot de conclusie dat voor matiging van het kortingsbedrag geen reden bestaat. De overige nog door BAM gestelde omstandigheden maakt dat niet anders.

Bankgarantie

4.12.

In (paragraaf 01.02.43.01 van) het Bestek is opgenomen dat BAM gedurende de gehele bouwperiode een bankgarantie van € 2.650.000,00 diende te stellen. Woon Compas heeft in mei 2015 de gehele bankgarantie ingeroepen bij de bank van BAM, waarna de bank het volledige door de bankgarantie gedekte bedrag op de bankrekening van Woon Compas heeft bijgeschreven. Na terugbetaling door Woon Compas van € 951.690,00 houdt Woon Compas sinds 13 mei 2015 een bedrag onder zich van € 1.698.310,00. Volgens BAM is dit ten onrechte.

4.12.1.

Vast staat, gelet op het vorenstaande, dat Woon Compas in mei 2015 een tegenvordering heeft van € 2.300.666,00 op BAM. De waarde van de tegenvordering overstijgt de waarde van de getrokken bankgarantie van € 1.698.310,00. Daarbij wordt mede in ogenschouw genomen dat op dat moment nog een bedrag van € 3.387.840,00 openstond aan door Woon Compas nog niet of deels betaalde facturen (termijnen 18-23). Per saldo behoefde dus niet de bankgarantie te worden getrokken. Vorenstaande is echter onvoldoende om aan te nemen dat Woon Compas onrechtmatig heeft gehandeld omdat Woon Compas – in de woorden van BAM – misbruik heeft gemaakt van de inroeping van de bankgarantie. Immers, eerst ter gelegenheid van dit vonnis is duidelijk geworden wat de (uiteindelijke) hoogte van de tegenvordering van Woon Compas was. Ook heeft BAM niet (voldoende) gesteld om aan te nemen dat Woon Compas ongerechtvaardigd is verrijkt dan wel dat sprake is van een wanprestatie ter zake van de juiste toepassing van de bepalingen omtrent de garantiebepalingen uit het Bestek.

Termijnen aanneemsom

4.13.

Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat de totale aanneemsom € 25.448.000,00 bedraagt. De aanneemsom zou in termijnen worden betaald. De termijnen 1 tot en met 17 zijn door Woon Compas volledig voldaan. Van de laatste termijnen 18 tot en met 25 staat nog een bedrag van in totaal € 5.423.680,00 open. Woon Compas voert aan dat de laatste twee termijnen, termijn 25 geheel en termijn 24 deels, pas verschuldigd zijn bij het verstrijken van de onderhoudstermijnen.

4.13.1.

In paragraaf 01.02.40 van het Bestek staat onder 94, het volgende vermeld:

“94. AANVULLING OP DE UAV

De tekst in Par. 40 van de UAV aanvullen met lid 14: luidend: De aannemer houdt rekening met een onderhoudstermijn van 5% tot het einde van de bouwkundige onderhoudstermijn van 7 maanden en 2% tot het einde van de installatie onderhoudstermijn van 12 maanden. Onverlet genoemde onderhoudstermijn wordt de laatste bouwtermijndeclaratie eerst voldaan zodra de aannemer al zijn verplichtingen in het kader van de revisiebescheiden en garantieverklaringen, voortvloeiend uit de overeenkomst, heeft voldaan.”

Vervolgens hebben partijen dit verder uitgewerkt in het termijnschema dat door Woon Compas is geaccordeerd (productie 17 bij de cva tevens eir). BAM moe(s)t dus rekening houden met een inhouding van 5% gedurende de onderhoudstermijn van 7 maanden en 2% gedurende het einde van de onderhoudstermijn van 12 maanden.

4.13.2.

Nu door Woon Compas niet (voldoende) bestreden is dat de (laatste) onderhoudstermijn is verstreken op 11 juni 2016 zijn alle vorderingen van BAM, dus ook termijn 24 en termijn 25 - al zijn die te vroeg gefactureerd - thans in zijn geheel opeisbaar. Na het verstrijken van de betalingstermijn in de facturen is op grond van art. 6:119a BW de wettelijke handelsrente verschuldigd, met uitzondering van de termijnen 24 en 25. Voor de termijnen 24 en 25 zijn door BAM anders dan tussen partijen in het Bestek is overeengekomen ‘totaal facturen’ verstuurd. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de door BAM gevorderde rentevergoeding over de termijnen 24 en 25 met ingang van de datum van volledige opeisbaarheid, 11 juni 2016, in te laten gaan.

4.13.3.

Woon Compas is BAM dus een bedrag van € 5.423.680,00 verschuldigd.

Verhoging van de rentevergoeding over de onbetaald gebleven facturen en het meer-minderwerksaldo

4.14.

Na de sommatiebrief van 17 juli 2016 is Woon Compas volgens BAM per 1 augustus 2015 op grond van paragraaf 45 lid 2 UAV 1989 de wettelijke handelsrente verschuldigd plus twee procentpunten over de onbetaald gebleven facturen. Ook voor het meer-minderwerksaldo geldt volgens BAM die verhoging, zij het vanaf een ander moment. Woon Compas betwist de toepasselijkheid van paragraaf 45 lid 2 UAV 1989.

4.14.1.

Art. 45 lid 2 UAV 1989 luidt voor zover van belang: Indien na verloop van twee weken sedert de dag waarop de betaling uiterlijk had moeten geschieden, deze nog niet heeft plaatsgevonden en een nadien door de aannemer verzonden schriftelijke aanmaning na verloop van veertien dagen evenmin tot betaling heeft geleid, wordt het in het voorgaande lid bepaalde percentage na het verstrijken van die veertiendagen met 2 verhoogd, en (…).

Uit paragraaf 01.02.45 onder 91 van het Bestek volgt dat de tekst in paragraaf 45 lid 2 UAV 1989: “, wordt het in het voorgaande lid bepaalde percentage na het verstrijken van die veertien dagen met 2 verhoogd, en….”, komt te vervallen”.

4.14.2.

Partijen zijn dus afgeweken van het relevante lid van paragraaf 45 UAV 1989. De rentevergoeding over de facturen en het meer-minderwerksaldo zal dus slechts de wettelijke handelsrente betreffen.

Meer- en minderwerkafrekening

4.15.

Nu tussen partijen vaststaat dat het minderwerksaldo in elk geval € 760.235,00 bedraagt, staat voorts vast dat Woon Compas vooralsnog recht heeft op terugbetaling van € 760.235,00 en dat BAM vooralsnog recht heeft op een bedrag gelijk aan 10% van het minderwerksaldo, te weten € 76.023,50.

4.15.1.

BAM stelt dat genoemde minderwerkpost moet worden verlaagd met drie meerwerkopdrachten van in totaal € 26.214,76. Volgens BAM was meerwerk 117 (leveren en monteren omvormers) ten bedrage van € 1.696,25, meerwerk 118 (aanbrengen freon detectiesysteem) ten bedrage van € 3.089,77 en meerwerk 122 (regeling luchtbehandelingskast 4 trappenhuis/corridor A als gevolg van vervallen van de oorspronkelijk voorziene tweede school) ten bedrage van € 21.428,74 noodzakelijk vanwege het ontwerp dat door Woon Compas ter beschikking was gesteld en het uit het Werk halen van de tweede school. Dit meerwerk is volgens BAM daarom aan haar opgedragen.

4.15.2.

Een betalingsplicht voor meerwerk kan alleen dan bestaan, indien door of namens de opdrachtgever is ingestemd met het meerwerk (art. 7:755 BW). Indien dat vaststaat wordt aan de tenzij-clausule in art. 7:755 BW (“tenzij de opdrachtgever die noodzaak [van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging] uit zichzelf had moeten begrijpen”) toegekomen. Voor zover BAM zich alleen zou beroepen op die tenzij-clausule moet de meerwerkvordering reeds worden afgewezen. In elk geval heeft BAM, gelet op de gemotiveerde betwisting van Woon Compas inhoudende dat zij dit meerwerk niet aan BAM heeft opgedragen noch dat zij dit met BAM is overeengekomen, onvoldoende gesteld om tot het bewijs dat Woon Compas voor deze punten een meerwerkopdracht heeft verstrekt te worden toegelaten. Het meerwerk zal daarom worden afgewezen.

4.15.3.

Het minderwerksaldo bedraagt aldus € 760.235,00. Woon Compas heeft dus recht op terugbetaling van € 760.235,00 en BAM heeft recht op een bedrag van € 76.023,50.

ABK-claim en extra engineeringskosten

4.16.

BAM gaat uit van een ABK-claim van (€ 2.220.938,00 (totale werk) : 657 kalenderdagen (oorspronkelijke uitvoeringsduur) =) € 3.380,42 per vertragingsdag en vordert daarom een vertragingsschade van (117 vertragingsdagen x € 3.380,41 =) € 395.507,97 en extra engineeringswerkzaamheden van € 41.690,00. Woon Compas voert aan dat er geen causaal verband bestaat tussen de vermeende schadeveroorzakende gebeurtenis(sen) en de gestelde vertragingsschade, omdat deze omstandigheden zich niet op het kritieke pad van de bouwplanning zouden bevinden. Ook heeft BAM volgens Woon Compas niet op grond van paragraaf 6 lid 15 UAV 1989 tijdig Woon Compas op de hoogte gesteld van vergoeding van vertragingsschade. De vertragingsschade dateert grotendeels uit 2013, terwijl pas bij dagvaarding van 11 september 2015 daarvan melding is gemaakt. Ten slotte voert Woon Compas aan dat een gespecificeerde en duidelijke onderbouwing van de schade ontbreekt.

4.16.1.

Anders dan Woon Compas betoogt is voldoende aannemelijk geworden dat er causaal verband bestaat tussen de schadeveroorzakende gebeurtenissen en de door BAM gevorderde schade, nu de schadeveroorzakende gebeurtenissen onderdeel uitmaken van het kritieke pad (zie hiervoor). Daarnaast heeft BAM Woon Compas destijds op de hoogte gesteld van die kosten, althans had Woon Compas daarvan redelijkerwijs op de hoogte moeten zijn (zie hiervoor). Overigens beoogt paragraaf 6 lid 15 UAV 1989 de opdrachtgever te beschermen tegen bewijsproblemen waar hij tegenaan kan lopen indien de aannemer zijn aanspraak niet tijdig bekend maakt; het is dus geen ‘klachtvervaltermijn’ zoals Woon Compas betoogt.

4.16.2.

Woon Compas bestrijdt ook de aard en omvang van de door BAM gestelde kosten van een vertragingsdag, maar de rechtbank acht de door BAM genomen uitgangspunten niet onredelijk, te weten het totale werk afgezet tegen de oorspronkelijke uitvoeringsduur. De rechtbank zal dus ook hiermee gaan rekenen. De totale ontstane werkvertraging bedraagt (35 + 42 + 40 =) 117 werkdagen. Deze dagen vertegenwoordigen een waarde van € 3.380,42 per vertragingsdag. In totaal bedraagt de ABK-claim dus (€ 3.380,42 x 117 =) € 395.509,14, maar BAM heeft deze beperkt tot € 395.507,97. De gevorderde wettelijke rente hierover zal worden toegewezen als gevorderd.

4.16.3.

Ook de aard en omvang van de extra engineeringskosten zijn door Woon Compas bestreden. Nu een deugdelijke onderbouwing van die schade als gevolg van de extra werkzaamheden door SmitWesterman, Grontmij en Geomet ontbreekt, slechts een door BAM opgesteld overzicht is in het geding gebracht, zal de rechtbank dit gedeelte van de vordering afwijzen. Het had op de weg van BAM gelegen om na de gemotiveerde betwisting door Woon Compas van deze kosten bij conclusie van antwoord in conventie op enig later moment in deze procedure deze kosten alsnog deugdelijk te onderbouwen.

4.16.4.

BAM komt dus een bedrag toe aan vertragingsschade van € 395.507,97.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.17.

Het door BAM gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00 is door Woon Compas niet bestreden en komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief. Het zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente hierover zal worden toegewezen als gevorderd.

Slotsom in conventie

4.18.

De volgende bedragen moet Woon Compas aan BAM voldoen:

  1. de totale aanneemsom bedroeg € 25.448.000,00. Daarvan is een bedrag van € 5.423.680,00 onbetaald gebleven. Hierop strekt in mindering het minderwerksaldo ten bedrage van € 760.235,00 en het verschil tussen de ingeroepen bankgarantie en de berekende korting waarop Woon Compas recht heeft van (€ 2.300.666,00 - € 1.698.310,00 =) € 602.356,00. Dit resulteert erin dat Woon Compas nog een bedrag van (€ 5.423.680,00 - € 760.235,00 - € 602.356,00 =) € 4.061.089,00 aan BAM is verschuldigd,

  2. de 10%-vergoeding over het minderwerksaldo van € 76.023,50,

  3. de ABK van € 395.507,97,

  4. e buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00.

Vordering in reconventie

4.19.

Woon Compas stelt dat zij recht heeft op een bedrag van (€ 5.744.290,34 - 10% van minderwerk ten bedrage van € 76.188,50 =) € 5.668.101,84. Van dat bedrag heeft zij reeds € 5.084.150,00 van BAM ontvangen. Het resterende bedrag van (€ 5.668.101,84 - € 5.084.150,00 =) € 583.951,84 wordt daarom door Woon Compas gevorderd.

4.19.1.

Uit het hiervoor overwogene volgt dat Woon Compas recht heeft op betaling van het totale minderwerksaldo van € 760.235,00 en het verschil tussen de ingeroepen bankgarantie en de berekende korting waarop Woon Compas recht heeft ten bedrage van € 602.356,00. Nu genoemde bedragen reeds in mindering zijn gebracht op de door Woon Compas bij BAM aanwezige onbetaalde facturen, resteert per saldo voor Woon Compas geen vordering meer op BAM. De reconventionele vordering zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten in conventie en in reconventie

4.20.

Woon Compas zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BAM worden begroot op:

- dagvaarding € 99,98

- griffierecht € 3.864,00

- salaris advocaat € 9.633,00 (3,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 13.596,98

De gevorderde wettelijke rente hierover zal worden toegewezen als gevorderd.

4.20.1.

Nu door verrekening in conventie de vordering in reconventie zal worden afgewezen, zullen de proceskosten in reconventie tussen partijen worden gecompenseerd en wel in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

De nakosten in conventie en in reconventie

4.21.

De gevorderde veroordeling in de nakosten in conventie is slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook voorwaardelijk worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM te betalen een bedrag van € 4.061.089,00,

5.2.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over de onbetaald gebleven facturen, met uitzondering van de facturen die zien op de termijnen 24 en 25, te betalen vanaf de datum gelegen op dertig dagen na de factuurdata tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over de facturen die zien op de termijnen 24 en 25 te betalen vanaf 11 juni 2016 tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM te betalen een bedrag van € 76.023,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

5.5.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM te betalen een bedrag van € 395.507,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt Woon Compas om aan BAM te betalen een bedrag van € 6.775,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7.

veroordeelt Woon Compas in de proceskosten, aan de zijde van BAM tot op heden begroot op € 13.596,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.8.

veroordeelt Woon Compas in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Woon Compas niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.9.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.11.

wijst de vorderingen af,

5.12.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt..

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen, mr. W.J. van den Bergh en mr. D. Visser en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2017.1

1 2294/2870 / 2504