Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1758

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
10/996583-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift en witwassen. Door het handelen van de veroordeelde is ruim 6,9 miljoen euro te weinig aan omzetbelasting is geheven. Er is een gevangenisstraf opgelegd van twee jaar. Rekening is gehouden met de hoge leeftijd (73 jaar) van de veroordeelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2017-0634

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996583-15

Datum uitspraak: 1 februari 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. J.W. Prinsen, advocaat te Ridderkerk.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. F. de Nerée tot Babberich heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde, omdat de e-mails op onrechtmatige wijze verkregen zijn. De usb-stick waarop de e-mails stonden, is door de zoon van de verdachte aan de Belastingdienst overhandigd. Daartoe was hij niet gerechtigd.

4.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie slechts in aanmerking komt wanneer een vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Vijf van de zeven in de tenlastelegging vermelde e-mails zijn gevonden tijdens de doorzoeking in het kantoor aan [adres 2] in [woonplaats] . De rechtmatigheid van de verkrijging van deze e-mails is niet betwist.

De overige twee e-mails (DOC-027 en DOC-028) stonden op de usb-stick, die door de zoon van de verdachte, uit eigen beweging, aan de Belastingdienst is gegeven. De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat de Belastingdienst of het Openbaar Ministerie een rol heeft gehad bij het verkrijgen van deze usb-stick. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van enig vormverzuim en dat ook de twee van de usb-stick afkomstige e-mails op rechtmatige wijze zijn verkregen.

4.3.

Conclusie

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 1

Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Voor zover door de verdediging is opgemerkt dat de verdachte heeft gehandeld onder de naam “ [bedrijf 1] ” in plaats van “ [bedrijf 2] ” wordt gewezen op de door de verdachte ingediende aangiften omzetbelasting waaruit blijkt dat deze zijn gedaan op naam van [bedrijf 2] , gegeven het daarin opgegeven omzetbelastingnummer van de Maatschap.

5.2.

Bewijswaardering feit 3

5.2.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de e-mails niet bestemd waren voor de Belastingdienst om tot bewijs van enig feit te dienen. De e-mails waren slechts voor intern gebruik en waren niet geschikt, noch bedoeld om de belastingdienst te misleiden.

5.2.2.

Beoordeling

De verdachte heeft verklaard dat hij de valse e-mails zelf heeft gemaakt in Excel. Zij waren bedoeld ter onderbouwing van de in de aangiften op te nemen (fictieve) bedragen aan voorbelasting of VAT voor het bedrijf [bedrijf 3] . Door zijn medewerkers waren daarover vragen gesteld en door middel van deze valse e-mailberichten bevestigde de verdachte aan zijn medewerkers de juistheid van deze (fictieve) bedragen. De e-mails dienden aldus tot bewijs van enig feit. Dat die e-mails niet rechtstreeks waren bedoeld om de belastingdienst te misleiden doet daar niet aan af.

5.2.3.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

5.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij, handelend onder de naam [bedrijf 2] ,

op tijdstippen in de periode van 31 augustus 2009 tot en met 30 januari 2014, te Capelle aan den IJssel en/of Den Haag en/of Apeldoorn, meermalen,

telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen, te weten vijf, in elk geval één of meer, elektronische aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] , te weten:

- een elektronische aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak juli

2009 (DOC-014-1, p.251 en DOC-015, p. 259 en DOC-015a t/m DOC-015c,

p.260 t/m 264) en

- een elektronische aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak juni

2010 (DOC-014-1, p.251 en DOC-017, p. 267 en DOC-017a, p.268) en

- een elektronische aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak mei

2011 (DOC-014-1, p.251 en DOC-019, p. 271 en DOC-019a, p.272) en

- een elektronische aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak

december 2012 (DOC-014-1, p.251 en DOC-022, p.277 en DOC-022a,

p.278) en

- een elektronische aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak

december 2013 (DOC-014-1, p. 251 en DOC-024, p.281 en DOC-024a,

p.282),

telkens onjuist heeft gedaan, immers heeft hij, verdachte, op de naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Den Haag en/of Apeldoorn gezonden

elektronische aangiften voor de omzetbelasting telkens opzettelijk een te hoog bedrag aan voorbelasting of telkens een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven

terwijl die feiten telkens er toe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

2.

hij, op tijdstippen in de periode van 31 juli 2009 tot en met 14 juli 2015,

te Capelle aan den IJssel , in elk geval in Nederland, meermalen,

telkens voorwerpen, te weten (girale en/of chartale) geldbedragen van in totaal 6.902.605,00 euro, heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en hiervan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enige misdrijven,

hebbende hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt;

3.

hij, op tijdstippen in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 20 januari 2014, te Capelle aan den IJssel , meermalen,

zeven, e-mails telkens van [betrokkene] [ [e-mailadres] ] gericht aan [verdachte] , te weten

- een e-mail d.d. 20 januari 2014 15:25 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

December 2013 (DOC-027, p.289) en

- een e-mail d.d. 24 januari 2013 10:26 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

December 2012 (DOC-028, p.291) en

- een e-mail d.d. 29 oktober 2012 11:12 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] (DOC-031, p.297) en

- een e-mail d.d. 28 november 2012 12:32 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] (DOC-032, p.298) en

- een e-mail d.d. 13 februari 2013 11:02 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

January 2013 (DOC-033, p.299) en

- een e-mail d.d. 25 juni 2013 18:11 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

April and May 2013 (DOC-034, p.300) en

- een e-mail d.d. 18 december 2013 11:18 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

November 2013 (DOC-035, p.301),

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt immers heeft voornoemde verdachte telkens valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - in voornoemde e-mail vermeld dat - zakelijk weergegeven- de afzender [betrokkene] [ [e-mailadres] ] aan hem, verdachte, heeft verzocht het in die e-mails vermelde bedrag aan VAT op te

geven en te vermelden in aangiften voor de omzetbelasting,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

Strafbaarheid van feit 2

Bewezen is verklaard het aan de verdachte verweten gewoontewitwassen. De geldbedragen ter zake waarvan de verdachte witwassen wordt verweten waren steeds afkomstig van door de verdachte gepleegde misdrijven jegens de Belastingdienst (feit 1). Anders dan door de verdediging is bepleit, is in deze strafzaak geen plaats voor de door de Hoge Raad ontwikkelde zogenaamde kwalificatie-uitsluitingsgrond. De Belastingdienst keerde gelden uit op de derdenrekening van de verdachte, daartoe bewogen door de valse aangiften die hij had ingediend. Vervolgens verrichtte de verdachte een groot aantal financiële transacties met die gelden, bestaande vooral uit overboekingen naar een veelvoud van verschillende rechtspersonen en particulieren. Het ging dan met name om investeringen en verstrekte leningen. De verdachte heeft derhalve de door hem ontvangen geldbedragen niet alleen voorhanden gehad maar tevens overgedragen, omgezet en gebruikt en aldus handelend daarvan de criminele herkomst verhuld.

Het verweer wordt dan ook verworpen.

Het feit is strafbaar.

De bewezen feiten leveren op:

1

opzettelijk een bij de belastingwet voorzien aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

2.

gewoontewitwassen;

3.

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf

8.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer vierenhalf jaar schuldig gemaakt aan een omvangrijke belastingfraude, door structureel de aangiften omzetbelasting onjuist in te vullen. Hij heeft steeds opnieuw te hoge bedragen voorbelasting of terug te vragen omzetbelasting opgegeven. Hierdoor heeft hij te weinig aan voorbelasting afgedragen en te veel aan omzetbelasting teruggekregen.

Ter onderbouwing van de onjuiste aangiften omzetbelasting heeft hij e-mails vervalst, waarin hij heeft vermeld welke bedragen aan omzetbelasting opgegeven moesten worden. Daarmee heeft hij zijn eigen medewerkers misleid.

Het frauduleuze handelen van de verdachte heeft de Belastingdienst ernstig benadeeld. Het totale nadeel is € 6.902.605,00, zijnde het verschil tussen aangegeven en verschuldigde omzetbelasting.

De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het witwassen van de geldbedragen die hij ten onrechte van de Belastingdienst ontving. Daarvan heeft hij een gewoonte gemaakt. Hij heeft de geldbedragen uitgeleend aan derden en geïnvesteerd in bedrijven van derden. Toen de verwachte opbrengsten van de leningen en investeringen uitbleven, is de verdachte doorgegaan met het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, zodat hij nieuwe leningen kon verstrekken en nieuwe investeringen kon doen. Zo raakte hij steeds dieper verwikkeld in de belastingfraude en het witwassen. Resultaat van het witwassen is dat bijna 7 miljoen euro aan onterecht ontvangen belastinggelden is weggevloeid naar derden.

Al met al heeft de verdachte, een registeraccountant, jarenlang ten onrechte enorme bedragen gemeenschapsgeld ontvangen, met welk geld hij op verschillende manieren heeft gespeculeerd of dit heeft geïnvesteerd. Het merendeel van die investeringen leverde evenwel geen rendement op en de derden aan wie de verdachte de gelden had uitgeleend waren niet in staat de bedragen terug te betalen. Het ten onrechte ontvangen bedrag is zodoende volledig verdampt. Door zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen in zijn beroepsgroep ernstig geschaad en de financiële rekening van zijn handelen komt bij de samenleving als geheel te liggen. De verdachte heeft ook niet zijn frauduleuze gedragingen uit eigen beweging gestaakt, maar hield daar pas mee op toen de Belastingdienst een onderzoek startte naar de aangiftes uit het verleden. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Daarbij neemt de rechtbank wel in overweging dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte zichzelf uiteindelijk heeft verrijkt met zijn handelen.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

8.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 december 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

8.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 december 2016. Dit rapport houdt het volgende in. Geadviseerd wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen. De sociale positie van de verdachte zal verslechteren door een detentie van de verdachte. Dat zal de afbetaling van zijn belastingschuld in gevaar brengen. Gelet op de leeftijd en het psychisch functioneren van de verdachte is het de verwachting dat hij niet volledig en spoedig zal herstellen van een dergelijke verslechtering.

Psycholoog [naam] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 mei 2016. Dit rapport houdt het volgende in. Ten tijde van het plegen van de feiten was er bij de verdachte geen sprake van een depressieve stoornis of van andere psychopathologie.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Anders dan door de reclassering geadviseerd en door de verdediging verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen de ernst van de feiten, zoals onder 8.2 uiteengezet, de lange duur van de periode waarin de verdachte de feiten heeft gepleegd en de hoogte van het geldbedrag dat de verdachte onterecht heeft ontvangen en heeft witgewassen. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ondanks de hoge leeftijd van de verdachte en zijn psychisch functioneren, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf geen recht doen aan de gepleegde feiten.

Gelet op de leeftijd van de verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.W. van Lottum, voorzitter,

en mrs. M.C. Franken en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf 2]

,

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 31 juli 2009 tot en met 30 januari 2014,

te Capelle aan den IJssel en/of Den Haag en/of Apeldoorn, in elk geval

(elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen, te weten vijf, in elk geval één of meer,

(elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 2]

, te weten:

- een (elektronische) aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak juli

2009 (DOC-014-1, p.251 en/of DOC-015, p. 259 en/of DOC-015a t/m DOC-015c,

p.260 t/m 264) en/of

- een (elektronische) aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak juni

2010 (DOC-014-1, p.251 en/of DOC-017, p. 267 en/of DOC-017a, p.268) en/of

- een (elektronische) aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak mei

2011 (DOC-014-1, p.251 en/of DOC-019, p. 271 en/of DOC-019a, p.272) en/of

- een (elektronische) aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak

december 2012 (DOC-014-1, p.251 en/of DOC-022, p.277 en/of DOC-022a,

p.278) en/of

- een (elektronische) aangifte voor de omzetbelasting over het tijdvak

december 2013 (DOC-014-1, p. 251 en/of DOC-024, p.281 en/of DOC-024a,

p.282),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft laten doen

door (een) ander(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

op/in het/de bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te

Den Haag en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland ingeleverde / gezonden

(elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting

(telkens) opzettelijk (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan voorbelasting en/of

(telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan terug te vragen omzetbelasting

opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten opgeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) er toe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,

voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde

betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

2.

hij,

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 31 juli 2009 tot en met 14 juli 2015,

te Capelle aan den IJssel en/of Den Haag, in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) (een) voorwerp(en), te weten één of meer (gira(a)l(e) en/of

charta(a)l(e)) geldbedrag(en) van in totaal 6.902.605,00 euro,

althans enig(e) (gro(o)t(e)) (gira(a)l(e) en/of charta(a)l(e)) geldbedrag(en),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of

heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of hiervan gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven

geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van

witwassen een gewoonte gemaakt;

artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

artikel 420bis lid 1 onder b Wetboek van Strafrecht

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

hij,

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 29 oktober 2012 tot en met 20 januari 2014,

te Capelle aan den IJssel , in elk geval (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

zeven, in elk geval één of meer, e-mails (telkens) van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] (telkens) gericht aan [verdachte] ,

te weten

- een e-mail d.d. 20 januari 2014 15:25 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

December 2013 (DOC-027, p.289) en/of

- een e-mail d.d. 24 januari 2013 10:26 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

December 2012 (DOC-028, p.291) en/of

- een e-mail d.d. 29 oktober 2012 11:12 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] (DOC-031, p.297) en/of

- een e-mail d.d. 28 november 2012 12:32 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] (DOC-032, p.298) en/of

- een e-mail d.d. 13 februari 2013 11:02 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

January 2013 (DOC-033, p.299) en/of

- een e-mail d.d. 25 juni 2013 18:11 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

April and May 2013 (DOC-034, p.300) en/of

- een e-mail d.d. 18 december 2013 11:18 van [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan [verdachte] , met als onderwerp VAT

November 2013 (DOC-035, p.301),

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk

heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een)

ander(en),

immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

in voornoemde e-mail(s) vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat

- zakelijk weergegeven- (telkens) de afzender [betrokkene]

[ [e-mailadres] ] aan hem, verdachte, (telkens) heeft verzocht

het/de in die e-mail(s) vermelde bedrag(en) aan voorbelasting en/of VAT op te

geven en/of te vermelden in één of meer aangifte(n) voor de omzetbelasting,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht