Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1501

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
10/741448-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Incest door vader. Bezit kinderporno. Teruggave deel computer waarop geen kinderporno stond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/741448-16

Datum uitspraak: 15 februari 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam , meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

[plaats 1] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Arnhem, locatie Arnhem Zuid,

raadsman mr. J. van der Stel, advocaat te Schiedam .

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 februari 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Jager heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod met [naam slachtoffer] , zo lang zij dit wenst.

4 Vrijspraak

Feit 1 (algehele vrijspraak)

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen op grond van de aangifte van [naam slachtoffer] , de dagboekaantekeningen van aangeefster en de pornografische afbeeldingen van aangeefster op de in beslag genomen computer van de verdachte.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen onder 1 is ten laste gelegd (overtreding van artikel 245 juncto artikel 248 Sr) niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat zich in de tenlastegelegde periode handelingen hebben voorgedaan die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wat vereist is om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

Weliswaar heeft aangeefster verklaard dat dit wel het geval is geweest, maar deze verklaring vindt, tegenover de ontkenning door de verdachte, onvoldoende steun in de overige stukken in het dossier. Dit is wel nodig voor een bewezenverklaring omdat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

Hetgeen aangeefster in dit verband in haar dagboek heeft geschreven kan niet bijdragen tot het bewijs. Hetzelfde geldt voor de afbeeldingen van aangeefster die zijn aangetroffen op de computer van de verdachte. In haar dagboek heeft aangeefster in de onder 1 tenlastegelegde periode over haar vader uitsluitend op [datum] , op de dag dat zij 14 jaar werd, geschreven dat hij steeds vervelend deed en niet van haar kon afblijven. Dit is een onvoldoende bevestiging van de verklaring van aangeefster dat de verdachte zich in die periode al schuldig heeft gemaakt aan het seksueel binnendringen van haar lichaam. Op de afbeeldingen die zijn gevonden op de computer van de verdachte zijn weliswaar afbeeldingen gevonden waarop de verdachte het lichaam van aangeefster seksueel binnendringt, maar de opnamen van die afbeeldingen zijn gemaakt na de periode die onder 1 ten laste is gelegd.

Gelet hierop zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 4 (partiële vrijspraak)

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat niet uitsluitend het bezit en het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen in de tenlastegelegde periode wettig en overtuigend kan worden bewezen, maar ook het verspreiden daarvan en het een gewoonte maken van deze handelingen. De officier van justitie baseert zich wat het verspreiden betreft op een verklaring van getuige [naam getuige] dat de verdachte hem pornografische afbeeldingen heeft gestuurd via What’s app, waarop aangeefster staat afgebeeld.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van voornoemde getuige niet althans onvoldoende kan bijdragen tot het bewijs, nu niet kan worden vastgesteld dat de afbeeldingen die de getuige verklaart te hebben ontvangen, deel uitmaken van de pornografische afbeeldingen die door de politie zijn aangetroffen op de computer van de verdachte en in de tenlastelegging worden bedoeld.

Evenmin is voldoende bewijs voorhanden dat de verdachte van het vervaardigen, in bezit hebben en/of verspreiden van pornografisch materiaal een gewoonte heeft gemaakt.

Gelet op een en ander wordt de verdachte vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde, voor zover het het verspreiden van pornografische afbeeldingen betreft en voor zover het gaat om het maken van een gewoonte van het plegen van het tenlastegelegde misdrijf.

5 Bewijs

Bewijsverweer feit 3

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. De raadsman heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de verdachte, evenals aangeefster, onder invloed was van een alcoholisch drankje waaraan vermoedelijk verdovende middelen zijn toegevoegd door een buurman. De verdachte was ten gevolge van de werking van deze verdovende middelen wilsonbekwaam, zodat hij geen opzet heeft gehad op het seksueel binnendringen van het lichaam van de op dat moment in staat van bewusteloosheid verkerende aangeefster.

Beoordeling

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op een avond/nacht in juli 2015 de in de bewezenverklaring op te nemen ontuchtige handelingen heeft verricht die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster, dit terwijl zij zich in een staat van bewusteloosheid bevond. De stelling van de verdediging dat de verdachte zich niet bewust was van die toestand en dat hij (aldus) geen opzet had op het plegen van het delict vanwege zijn eigen wilsonbekwaamheid op dat moment, wordt ongeloofwaardig geacht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de verdachte eerst in zijn verklaring van 19 december 2016 dit standpunt heeft ingenomen en hierover niet eerder heeft verklaard. Verder wordt hierbij van belang geacht dat op de terechtzitting foto’s zijn getoond waarop is te zien welke seksuele handelingen de verdachte bij aangeefster verricht. Voor deze handelingen is naar het oordeel van de rechtbank een in enigerlei mate actief bewustzijn vereist, wat niet strookt met de verklaring van de verdachte dat hij die nacht “out” was. Verder heeft de verdachte de betreffende foto’s zelf gemaakt met zijn telefoon. De foto’s zijn duidelijk en gericht op het expliciet weergeven van seksuele handelingen, zodat ook daaruit blijkt dat de verdachte, als maker van die foto’s, in enigerlei mate actief bewustzijn heeft gehad. Ten slotte heeft de verdachte de aangeefster naar eigen zeggen een andere string aangedaan die nacht. Deze handeling strookt evenmin met een toestand van inactief bewustzijn. Het verweer wordt daarom verworpen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de voor het bewijs redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2.

hij in de periode van 17 mei 2007 tot en met 17 mei 2016 te [plaats 1] ,

met zijn minderjarig kind, te weten [naam slachtoffer] ( geboren [geboortedatum 2] 1998 ), ontucht heeft gepleegd, namelijk het meermalen, althans éénmaal,- betasten en/of strelen van de borsten en billen en vagina van die [naam slachtoffer] en

- brengen en vervolgens houden van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen van

die [naam slachtoffer] en

- likken van de vagina van die [naam slachtoffer] en

- die [naam slachtoffer] laten betasten van zijn, verdachtes, penis en

- aftrekken van zijn, verdachtes, penis in aanwezigheid van die [naam slachtoffer] en

- ejaculeren op/tegen het lichaam

van die [naam slachtoffer] ;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 31 juli 2015 te [plaats 1] , met iemand, te weten zijn kind, [naam slachtoffer] ( geboren [geboortedatum 2] 1998 ), van wie hij, verdachte, wist dat die [naam slachtoffer] in staat van bewusteloosheid verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , namelijk het

- brengen en vervolgens houden van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die

[naam slachtoffer] en- brengen en vervolgens houden van zijn, verdachtes, penis tussen de

schaamlippen van die [naam slachtoffer] en

- aftrekken van zijn, verdachtes, penis in aanwezigheid van die [naam slachtoffer] en

- ejaculeren op/tegen het lichaam

van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong tegen de vagina

van die [naam slachtoffer] ;

4.

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 oktober 2016 te [plaats 1] , , heeft vervaardigd afbeeldingen - en in bezit heeft gehad een gegevensdrager bevattende afbeeldingen - te weten telkens (een) foto('s) en/of (een) film(s) en een harddisk, bevattende foto's en films van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een penis en vinger(s) en/ voorwerpen vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger(s) en/of voorwerp(en) vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met een penis en vinger(s) en mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger(s) en/of voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert met een voorwerpen, en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en

het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een penis bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is) waarbij de afbeelding aldus (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2 ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd

3. met iemand van wie hij weet dat zij in staat van bewusteloosheid verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

4. een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen , meermalen gepleegd

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gedurende een aantal jaren zijn dochter, die deel uitmaakte van zijn gezin, seksueel misbruikt. Hij heeft haar borsten, billen en vagina betast, haar vagina gelikt en zich in haar aanwezigheid afgetrokken. Dit alles heeft hij meermalen gedaan. Hij heeft hierbij alleen aan zichzelf gedacht en misbruik gemaakt van zijn overwicht als vader. Tevens heeft hij, misbruik makend van haar bewusteloosheid, zijn dochter ook gepenetreerd door met zijn vingers binnen te dringen in haar vagina.

De verdachte heeft zijn dochter hierdoor veel leed en angst toegebracht, hetgeen ook blijkt uit de aangrijpende slachtofferverklaring die zij op de terechtzitting heeft voorgelezen, terwijl hij, als haar vader, haar juist veiligheid had moeten bieden.

De verdachte heeft ook een grote hoeveelheid kinderporno onder zich gehad, waarbij het overgrote deel pornografische afbeeldingen betreft van zijn eigen dochter. Een gedeelte van dit materiaal heeft hij zelf vervaardigd; hij heeft foto’s gemaakt van de vagina en borsten van zijn dochter en hij heeft foto’s gemaakt van de seksuele handelingen die hij bij haar heeft verricht. Het behoeft geen betoog dat het voor het slachtoffer vreselijk moet zijn geweest dat haar eigen vader dergelijke afbeeldingen van haar heeft gemaakt en dat hij pornografische afbeeldingen van haar heeft bewaard. Met het voorhanden hebben van deze afbeeldingen en de pornografische afbeeldingen van andere kinderen heeft de verdachte indirect bijgedragen aan het toebrengen van grote psychische, emotionele en lichamelijke schade bij de kinderen die het betreft. De afgebeelde personen kunnen nog jaren later worden geconfronteerd met deze afbeeldingen die via het internet kunnen worden verspreid.

Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 december 2016 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Psycholoog dr. [naam psycholoog] (hierna: de psycholoog) heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd onderscheidenlijk 16 januari 2017 en 30 januari 2017. Deze rapporten houden het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van een parafilie NAO, dat wil zeggen dat de verdachte verliefd werd op zijn dochter toen zij in de puberteit raakte. Zij was op dat moment 13 jaar oud. Verder is sprake van een beperkt zelfinzicht, een beperkt inlevingsvermogen en een gebrekkige (seksuele) zelfregulatie. Om die redenen adviseert de psycholoog om de verdachte, bij bewezenverklaring van de feiten, in verminderde mate toerekeningsvatbaar te verklaren. Het recidiverisico wordt matig/laag ingeschat. De psycholoog acht een behandeling bij een forensisch ambulante polikliniek, zoals De Waag, geïndiceerd, welke behandeling hem bij een voorwaardelijk strafdeel als bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd, in het kader van een meldplicht bij de reclassering. Daarnaast zal er in verband met zijn suïcidale uitingen, mede voortkomend vanuit zijn sociaal isolement, (in de toekomst) aandacht moeten zijn voor sociaal-maatschappelijke ondersteuning van de verdachte, bijvoorbeeld in de vorm van [naam instelling] .

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd [datum reclasseringsrapport] . Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte is een 48-jarige man die wordt verdacht van een incestdelict met zijn dochter. Tijdens het onderzoek is hij van proceshouding veranderd: waar de verdachte in eerste instantie alles ontkende heeft hij gedurende het onderzoek een verklaring afgelegd waarin hij een aantal zaken bekent. Wanneer de verdachte wordt behandeld, zoals ook is geadviseerd door de psycholoog, kan kritisch worden gekeken naar de problematiek van de verdachte en naar hetgeen ertoe heeft geleid dat hij met justitie in aanraking kwam. Op het moment dat de verdachte meer zicht heeft op zijn problematiek zal de kans op recidive afnemen. De reclassering acht een contactverbod met het slachtoffer wenselijk. De verdachte heeft haar jarenlang lastiggevallen en heeft veel onbegrip voor het feit dat zij alsnog aangifte heeft gedaan. De kans bestaat dat de verdachte op het moment dat hij in vrijheid wordt gesteld verhaal gaat halen bij het slachtoffer. Dit acht de reclassering onwenselijk; daarom wordt een contactverbod met het slachtoffer geadviseerd zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht. Op het moment dat het slachtoffer aangeeft dat zij weer contact wil met haar vader kan de reclassering dit proces begeleiden. Door de preventieve hechtenis is de verdachte alles verloren en heeft hij niets meer op het moment dat hij in vrijheid wordt gesteld. De reclassering kan hem hierbij ondersteunen en acht een meldplicht dan ook geïndiceerd.

Het basisrecidiverisico wordt ingeschat als laag. Het recidiverisico op basis van de Risc wordt ingeschat als matig tot hoog. De verdachte lijkt de ernst van de zaak niet in te zien en is voornamelijk bezig met de gevolgen die deze voor hem heeft. Gezien het feit dat de verdachte niet door heeft welke gevolgen de zaak voor het slachtoffer heeft, lijkt hij het ten laste gelegde te onderschatten. Het risico op het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag/gemiddeld. De verdachte ziet de noodzaak van een behandeling niet in, maar heeft gezegd mee te zullen werken wanneer er voorwaarden worden opgesteld.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de aard en ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf wordt hiermee rekening gehouden.

De rechtbank weegt bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf tevens mee dat niet kan worden vastgesteld hoe lang het misbruik heeft voortgeduurd. De rechtbank gaat er van uit dat het korter was dan de periode die is genoemd in het onder 2 ten laste gelegde feit.

De duur van de op te leggen gevangenisstraf wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank feit 1 in het geheel niet bewezen acht en voor de overige feiten geldt dat de rechtbank niet alle onderdelen bewezen heeft geacht.

Omdat de rechtbank, evenals de officier van justitie, de psycholoog en de reclassering, begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Onvoldoende is komen vast te staan dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Om die reden wordt de vordering van de officier van justitie om de bijzondere voorwaarden direct uitvoerbaar te verklaren afgewezen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

9 In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen harde schijf (Harddisk Samsung [type/modelnummer] ) van de computer van de verdachte verbeurd te verklaren.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de inbeslaggenomen harde schijf, zulks nadat de daarop aanwezige bestanden met kinderporno daarvan zijn verwijderd. Aldus krijgt de verdachte weer de beschikking over de rest van de bestanden, waarop o.a. games staan en gezinsfoto’s, die de verdachte graag terug wil hebben.

Beoordeling

Op de harde schijf, in het dossier aangeduid als HD03, type datadrager: harddisk, merk: Samsung, ser. nr.: [serienummer harddisk] (hierna: harde schijf HD03), van de computer van de verdachte zijn 4422 bestanden aangetroffen met kinderporno. Het ongecontroleerde bezit van deze bestanden, met betrekking tot welke het bewezen feit zoals dat onder 4 ten laste is gelegd is begaan, is in strijd met de wet en het algemeen belang, zodat deze bestanden zullen worden onttrokken aan het verkeer, in plaats van verbeurdverklaard, zoals de officier van justitie heeft gevorderd.

Buiten deze 4422 bestanden staan ook andere gegevens (bestanden) op de harde schijven, in het dossier aangeduid als HD01 en HD02 (hierna: harde schijven HD01 en HD02). De rechtbank leidt uit het dossier af dat op deze harde schijven geen strafbare afbeeldingen of video’s zijn aangetroffen. Onttrekking aan het verkeer c.q. verbeurdverklaring van deze in beslag genomen harde schijven, zou betekenen dat andere (niet strafbare) bestanden verloren gaan, terwijl niet kan worden vastgesteld dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang en evenmin dat de andere gegevens een relatie hebben met het strafbare feit als bedoeld in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht.

De harde schijven HD01 en HD02 en de daarop aanwezige gegevens moeten daarom evenals de rest van de computer weer ter beschikking van de verdachte worden gesteld en in zoverre zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. Het is aan het openbaar ministerie om te besluiten op welke feitelijke wijze dit geschiedt.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 55, 57, 240b, 243, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal op geen enkele wijze contact hebben (direct of indirect) met zijn dochter [naam slachtoffer] , gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zij dat, in samenspraak met de reclassering, verantwoord vindt;

2. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, dan wel een andere erkende reclasseringsinstelling, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt. Hij zal zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft;

3. de veroordeelde zal zich melden bij een door Reclassering Nederland dan wel een andere erkende reclasseringsinstelling, aan te wijzen instantie, zo lang en frequent als die reclasseringstelling noodzakelijk vindt;

4. de veroordeelde zal zich laten behandelen bij de forensisch psychiatrische polikliniek ‘ [naam polikliniek] ’ of soortgelijke ambulante instelling voor forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar en de reclassering zullen worden gegeven. De veroordeelde moet daarbij onder andere meewerken aan een diagnostisch onderzoek en meewerken aan het eventuele plan van aanpak;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer: harde schijf HD03 van de computer van de veroordeelde;

- gelast de teruggave aan verdachte van: harde schijven HD01 en HD02 en de rest van de computer van de veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. K.A. Baggerman en J. Fransen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 17 mei 2014 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , gemeente [naam gemeente] , althans in Nederland,

met zijn kind, althans met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer] ( geboren [geboortedatum 2] 1998 ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen, althans éénmaal, (telkens)

- ontkleden van die [naam slachtoffer] en/of

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam slachtoffer] (het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer] ) en/of

- die [naam slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis en/of

- betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis in aanwezigheid van die [naam slachtoffer] en/of

- ejaculeren in/op/tegen de mond en/of borsten en/of buik, althans in/op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of op/tegen de vagina van die [naam slachtoffer] ;

art 245 jo. 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 mei 2007 tot en met 17 mei 2016 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , gemeente [naam gemeente] , althans in Nederland,

met zijn minderjarig kind, te weten [naam slachtoffer] ( geboren [geboortedatum 2] 1998 ), ontucht heeft gepleegd, namelijk het meermalen, althans éénmaal, (telkens)

- ontkleden van die [naam slachtoffer] en/of

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- likken van de vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- die [naam slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis en/of

- betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis in aanwezigheid van die [naam slachtoffer] en/of

- ejaculeren in/op/tegen de mond en/of borsten en/of buik, althans in/op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] ;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2015 tot en met 01 september 2015 te [plaats 1] ,

met iemand, te weten zijn kind, [naam slachtoffer] ( geboren [geboortedatum 2] 1998 ), van wie hij, verdachte, wist dat die [naam slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [naam slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn / haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , namelijk het

- ontkleden van die [naam slachtoffer] en/of

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die

[naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de

schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis in aanwezigheid van die [naam slachtoffer] en/of

- ejaculeren in/op/tegen de mond en/of borsten en/of buik, althans in/op/tegen het lichaam

van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of op/tegen de vagina

van die [naam slachtoffer] ;

art 243 jo. 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 243 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 31 oktober 2016 te [plaats 2] , althans in Nederland meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - te weten (een) foto('s) en/of (een) film(s) en/of (een) harddisk(s), bevattende (een) foto('s) en/of (een) film(s) van

seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vinger(s) en/of voorwerp(en)vaginaal en/of anaal

penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger(s) en/of voorwerp(en)

vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [internetlink of bestandsnaam pornografisch beeld- of fotomateriaal 1 slachtoffer ]

)

en/of

het met de/een penis en/of vinger(s) en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger(s) en/of voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [internetlink of bestandsnaam naar pornografisch beeld- en/of fotomateriaal 2 slachtoffer]

)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en), en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [internetlink of bestandsnaam naar pornografisch beeld- en/of fotomateriaal 3 slachtoffer]

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

[bestandsnaam pornografische foto slachtoffer]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht